2013-04-01 | BWBR0033394 | Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders

This commit is contained in:
Coornhert 2013-04-01 12:00:00 +00:00
parent 8929443bfc
commit c29fac3cc9

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders
In deze richtsnoeren wordt verstaan onder:
1. Raad: de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub e van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1, eerste lid sub r van de Gaswet.
1. ACM: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
2. vergunninghouder: de houder van een leveringsvergunning als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
3. kleinverbruiker: een afnemer als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet.
4. overeenkomst: een overeenkomst tussen een vergunninghouder en een kleinverbruiker voor de levering van elektriciteit en/of gas.
@ -35,7 +35,7 @@ Voor de uitleg van deze regeling wordt een kleinverbruiker onderscheiden in:
### Artikel 3
**1.** De Raad acht een opzegvergoeding niet redelijk indien de overeenkomst tussentijds wordt beëindigd in de periode van twee weken vóór tot twee weken na de datum waarop de overeenkomst afloopt.
**1.** De ACM acht een opzegvergoeding niet redelijk indien de overeenkomst tussentijds wordt beëindigd in de periode van twee weken vóór tot twee weken na de datum waarop de overeenkomst afloopt.
**2.** De genoemde bedragen in deze richtsnoeren zijn maximum bedragen.
@ -45,7 +45,7 @@ Voor de uitleg van deze regeling wordt een kleinverbruiker onderscheiden in:
**1.**
De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor consumenten indien de maximale hoogte van een opzegvergoeding voor consumenten afhankelijk is van de duur van de overeenkomst en van de resterende looptijd op het moment van beëindigen, volgens onderstaande tabel:
De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor consumenten indien de maximale hoogte van een opzegvergoeding voor consumenten afhankelijk is van de duur van de overeenkomst en van de resterende looptijd op het moment van beëindigen, volgens onderstaande tabel:
| Contractduur | Resterende looptijd | Maximale opzegvergoeding |
| --- | --- | --- |
@ -57,14 +57,14 @@ De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor consume
**2.**
De Raad oordeelt dat het in de overeenkomst bedingen van een vergoeding voor een uitgedeeld welkomstcadeau niet redelijk is indien:
De ACM oordeelt dat het in de overeenkomst bedingen van een vergoeding voor een uitgedeeld welkomstcadeau niet redelijk is indien:
de beëindiging heeft plaatsgevonden na verloop van een jaar van de overeenkomst; of
de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een jaar na het sluiten van de overeenkomst en de vergoeding voor het welkomstcadeau meer dan de reële waarde van het cadeau of meer dan 50 Euro bedraagt.
**3.** Bij een overeenkomst voor de levering van elektriciteit én gas acht de Raad het bedingen van een afzonderlijke opzegvergoeding per product slechts redelijk indien de kleinverbruiker voor zowel elektriciteit als gas de overeenkomst vroegtijdig beëindigt en overstapt naar een andere vergunninghouder.
**3.** Bij een overeenkomst voor de levering van elektriciteit én gas acht de ACM het bedingen van een afzonderlijke opzegvergoeding per product slechts redelijk indien de kleinverbruiker voor zowel elektriciteit als gas de overeenkomst vroegtijdig beëindigt en overstapt naar een andere vergunninghouder.
**4.** De Raad oordeelt dat het bedingen van een opzegvergoeding niet redelijk is indien zich de situatie voordoet als beschreven in artikel 7.
**4.** De ACM oordeelt dat het bedingen van een opzegvergoeding niet redelijk is indien zich de situatie voordoet als beschreven in artikel 7.
### Artikel 5
@ -74,7 +74,7 @@ Vervallen
### Artikel 6
De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor kleinzakelijke afnemers indien deze voldoet aan één van drie onderstaande criteria:
De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor kleinzakelijke afnemers indien deze voldoet aan één van drie onderstaande criteria:
1. de opzegvergoeding bedraagt maximaal 15% van de resterende (verwachte) waarde van de overeenkomst;
2. de opzegvergoeding bedraagt het verschil tussen de waarde van de overeenkomst op basis van de marktprijs op het moment van beëindigen en de resterende waarde van de overeenkomst, plus een administratieve vergoeding van maximaal 50 Euro; of,
@ -86,7 +86,7 @@ De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor kleinza
### Artikel 7
De Raad oordeelt dat er geen sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer:
De ACM oordeelt dat er geen sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer:
1. de vergunninghouder in een overeenkomst voor bepaalde duur met een variabel tarief een beding opneemt dat hem het recht geeft het leveringstarief aan te passen; en
2. de vergunninghouder het leveringstarief verhoogt terwijl deze verhoging, naar objectieve maatstaven gemeten, ten opzichte van het tot dan toe geldende tarief onredelijk hoog is.
@ -95,17 +95,17 @@ De Raad oordeelt dat er geen sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer:
### Artikel 8
**1.** De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke voorwaarde indien het beding, op grond waarvan de vergunninghouder het recht verkrijgt een opzegvergoeding in rekening te brengen, wordt opgenomen in de overeenkomst, waarbij duidelijk wordt aangegeven wat de hoogte van de opzegvergoeding is.
**1.** De ACM oordeelt dat er sprake is van een redelijke voorwaarde indien het beding, op grond waarvan de vergunninghouder het recht verkrijgt een opzegvergoeding in rekening te brengen, wordt opgenomen in de overeenkomst, waarbij duidelijk wordt aangegeven wat de hoogte van de opzegvergoeding is.
**2.** In aanvulling op het eerste lid oordeelt de Raad dat er sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer de vergunninghouder de opzegvergoeding binnen een redelijke termijn bij de kleinverbruiker in rekening brengt.
**2.** In aanvulling op het eerste lid oordeelt de ACM dat er sprake is van een redelijke voorwaarde wanneer de vergunninghouder de opzegvergoeding binnen een redelijke termijn bij de kleinverbruiker in rekening brengt.
**3.** Onder binnen een redelijke termijn in rekening brengen verstaat de Raad dat de vergunninghouder de opzegvergoeding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij het versturen van de eindafrekening, in rekening brengt.
**3.** Onder binnen een redelijke termijn in rekening brengen verstaat de ACM dat de vergunninghouder de opzegvergoeding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij het versturen van de eindafrekening, in rekening brengt.
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
### Artikel 9
De Raad acht het redelijk dat vanaf de inwerkingtreding van deze richtsnoeren geen opzegvergoedingen meer in rekening mogen worden gebracht die in strijd zijn met deze richtsnoeren.
De ACM acht het redelijk dat vanaf de inwerkingtreding van deze richtsnoeren geen opzegvergoedingen meer in rekening mogen worden gebracht die in strijd zijn met deze richtsnoeren.
### Artikel 10
@ -119,4 +119,4 @@ Deze richtsnoeren wordt aangehaald als “Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoeding
**3.** Op de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt de “Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders” van april 2006 ingetrokken.
**4.** Deze richtsnoeren zullen geëvalueerd worden indien de Raad dit noodzakelijk acht.
**4.** Deze richtsnoeren zullen geëvalueerd worden indien de ACM dit noodzakelijk acht.