2016-07-01 | BWBR0005858 | Stortbesluit bodembescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2016-07-01 12:00:00 +00:00
parent b7527ecc1a
commit c2a2cf24ea

View file

@ -100,7 +100,7 @@ Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verpli
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voor een ondergrondse stortplaats de verplichting dat:
a. voor zover van toepassing, de voorzieningen, bedoeld in bijlage A bij de bijlage bij de beschikking nr. 2003/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen (Pb EG L 11), worden getroffen,
a. voor zover van toepassing, de voorzieningen, bedoeld in bijlage A bij de bijlage bij de beschikking nr. 2003/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen (Pb EG L 11), worden getroffen,
b. de afvalstoffen in de diepe ondergrond worden gebracht in overeenstemming met het bepaalde in bijlage A, bedoeld onder a, en
c. degene die een ondergrondse stortplaats drijft, er voor zorgdraagt dat op die stortplaats een rapport, inhoudende een veiligheidsbeoordeling, aanwezig is die voldoet aan onderdeel 2.5 van de bijlage bij de beschikking, bedoeld onder a.
@ -291,6 +291,90 @@ Het gezag dat bevoegd is een vergunning voor de stortplaats te verlenen kan, ind
## Hoofdstuk IIIa. Experiment duurzaam stortbeheer
### Artikel 17a
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*experiment:* experiment duurzaam stortbeheer, bedoeld in artikel 17b, eerste lid;
*looptijd van het experiment:* periode van tien jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk;
*nazorg:* maatregelen, bedoeld in artikel 8.49, eerste lid, van de wet;
*pilotstortplaats:* in artikel 17b, tweede lid, aangewezen stortplaats of gedeelte daarvan;
*toetswaarde:* krachtens artikel 17e, eerste lid, vastgestelde toetswaarde.
### Artikel 17b
**1.** Er vindt een experiment duurzaam stortbeheer plaats.
**2.**
Het experiment wordt uitgevoerd op de volgende pilotstortplaatsen:
a. Kragge II te Bergen op Zoom;
b. Wieringermeer te Middenmeer;
c. Braambergen te Almere.
**3.** Bij ministeriële regeling worden de grenzen van de cellen van pilotstortplaatsen weergegeven waarbinnen het experiment plaatsvindt.
**4.** Het experiment heeft tot doel ter voorbereiding van de eventuele invoering van duurzaam stortbeheer, in aanvulling op andere vormen van stortbeheer, te onderzoeken of met betrekking tot de pilotstortplaatsen een substantiële vermindering van het emissiepotentieel en beperking van de nazorg kan worden bereikt.
**5.** Het experiment houdt in dat op de pilotstortplaatsen het afvalpakket wordt gestabiliseerd door het stimuleren van natuurlijke processen onder invloed van infiltratie van water of beluchting van het afvalpakket, waardoor in het afvalpakket aanwezige organische stoffen worden afgebroken en anorganische stoffen worden vastgelegd.
**6.**
Het experiment is gericht op het verkrijgen van informatie over:
a. de mate van vermindering van het emissiepotentieel van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
b. de mate van beperking van de nazorg na sluiting van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
c. de methode waarmee het emissiepotentieel van de stortplaats betrouwbaar kan worden vastgesteld;
d. een passende eindafwerking van de stortplaats in geval van toepassing van duurzaam stortbeheer.
**7.** Degene die een pilotstortplaats drijft, voert zijn aandeel in het experiment uit overeenkomstig een plan van aanpak dat hij voor die stortplaats met het bevoegd gezag is overeengekomen.
### Artikel 17c
**1.** Op stortplaatsen of gedeelten daarvan die bij ministeriële regeling afzonderlijk of per categorie zijn aangewezen, hoeft aan de bovenkant van de gestorte afvalstoffen geen bovenafdichting te worden aangebracht die tegengaat dat water in de gestorte afvalstoffen infiltreert.
**2.** Op stortplaatsen of gedeelten daarvan die bij ministeriële regeling afzonderlijk of per categorie zijn aangewezen, worden zo spoedig als technisch mogelijk, maar uiterlijk binnen een bij die regeling voor de betrokken stortplaats of het betrokken gedeelte van de stortplaats aangegeven termijn die niet later eindigt dan 50 jaar na het aanbrengen van de onderafdichting of het treffen van de in het tweede of derde lid bedoelde maatregelen, aan de bovenkant van de gestorte afvalstoffen een bovenafdichting aangebracht die tegengaat dat water in de gestorte afvalstoffen infiltreert.
**3.** In gevallen als bedoeld in het eerste of tweede lid blijven gedurende de werkingsduur van hoofdstuk IIIa de voorschriften in de vergunning, gesteld ter uitvoering van artikel 4, vierde lid, buiten toepassing.
**4.** Bij ministeriële regeling op grond van het eerste of tweede lid kunnen uitsluitend categorieën van stortplaatsen, stortplaatsen of gedeelten van stortplaatsen worden aangewezen, die na een succesvol verloop van het experiment in aanmerking komen voor toepassing van duurzaam stortbeheer.
### Artikel 17d
**1.** Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot de pilotstortplaatsen en de stortplaatsen of gedeelten daarvan, bedoeld in artikel 17c, eerste en tweede lid, regels gesteld in het belang van de bescherming van het milieu. De regels kunnen per stortplaats verschillend worden vastgesteld.
**2.** De regels krachtens het eerste lid hebben in elk geval betrekking op de maatregelen en voorzieningen die moeten worden getroffen ten behoeve van de uitvoering van het experiment en de monitoring van het experiment ten behoeve van de evaluaties, bedoeld in artikel 17e, vierde en zevende lid.
### Artikel 17e
**1.** Bij ministeriële regeling worden voor elke pilotstortplaats toetswaarden vastgesteld.
**2.** Een toetswaarde is de concentratie van een verontreinigende stof die na afloop van de looptijd van het experiment ten hoogste in het percolaat van de pilotstortplaats aanwezig mag zijn.
**3.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald of de pilotstortplaats aan de toetswaarden voldoet.
**4.** Na vijf jaar na de aanvang van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een tussenevaluatie plaats.
**5.**
Het bevoegd gezag kan besluiten het experiment op een pilotstortplaats op een daarbij aangegeven tijdstip voortijdig beëindigen.
a. indien het experiment naar zijn verwachting op grond van de tussenevaluatie niet succesvol zal verlopen;
b. in het belang van de bescherming van het milieu.
**6.** Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid vervalt op het tijdstip waarop met betrekking tot die stortplaats een besluit op grond het vijfde lid van kracht wordt, de aanwijzing van de pilotstortplaats in artikel 17b, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 17c, eerste lid.
**7.** Na afloop van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een eindevaluatie van het experiment plaats, tenzij het experiment op grond van het zesde lid voortijdig is beëindigd.
**8.** Het experiment is op een pilotstortplaats succesvol verlopen indien uit de eindevaluatie blijkt dat het percolaat van de pilotstortplaats voldoet aan de toetswaarden of naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk is dat het percolaat van de pilotstortplaats door het treffen van maatregelen alsnog aan de toetswaarden kan voldoen.
### Artikel 17f
**1.** Dit hoofdstuk vervalt elf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid.
**2.** Bij koninklijk besluit kan een later tijdstip worden vastgesteld waarop dit hoofdstuk vervalt, dat niet op een later tijdstip is gelegen dan dertien jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
## Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 18