diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index 4463c0bac71..2801ade95da 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -414,9 +414,9 @@ Bij wijziging van omstandigheden, zoals bij omzetting van een tijdelijke in een **7.** -a. Gezinsleden van de in artikel 23, vierde lid, onder b, ten 2°, bedoelde ambtenaar die in tijdelijke dienst is aangesteld om tijdelijk werkzaam te zijn bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, worden, mede vanwege het bepaalde in artikel 36, zesde lid, in de gelegenheid gesteld, door middel van een geneeskundig onderzoek inzicht te verwerven in hun geschiktheid tot verblijf in het desbetreffende land. +a. Gezinsleden van de in artikel 23, vierde lid, onder b, ten 2°, bedoelde ambtenaar die in tijdelijke dienst is aangesteld om tijdelijk werkzaam te zijn bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, worden, mede vanwege het bepaalde in artikel 36, vierde lid, in de gelegenheid gesteld, door middel van een geneeskundig onderzoek inzicht te verwerven in hun geschiktheid tot verblijf in het desbetreffende land. -b. Gezinsleden van de in artikel 23, vierde lid, onder b, ten 3°, bedoelde ambtenaar worden, mede vanwege het bepaalde in artikel 36, zesde lid, in de gelegenheid gesteld, door middel van een geneeskundig onderzoek inzicht te verwerven in hun geschiktheid tot verblijf waar ook ter wereld. +b. Gezinsleden van de in artikel 23, vierde lid, onder b, ten 3°, bedoelde ambtenaar worden, mede vanwege het bepaalde in artikel 36, vierde lid, in de gelegenheid gesteld, door middel van een geneeskundig onderzoek inzicht te verwerven in hun geschiktheid tot verblijf waar ook ter wereld. c. Op de onderdelen a en b is het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing. @@ -1037,9 +1037,9 @@ b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. **6.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. In afwijking van de eerste volzin kan de ambtenaar verzoeken om het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten of het verlof op te delen in ten hoogste drie perioden, waarbij iedere periode ten minste een maand bedraagt. Met het verzoek wordt ingestemd, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. -**7.** De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal recht kan bestaan. Indien aan de in het eerste lid van genoemd artikel gestelde voorwaarden voor het toekennen van ouderschapsverlofkorting is voldaan en een ouderschapsverlofkorting is toegekend, heeft de ambtenaar op zijn aanvraag tevens recht op het verschil tussen de maximale ouderschapsverlofkorting, bedoeld in de eerste volzin, en de toegekende ouderschapsverlofkorting. De ambtenaar dient zijn aanvraag in binnen zes maanden nadat de ouderschapsverlofkorting is toegekend. +**7.** De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal recht kan bestaan. Indien een ouderschapsverlofkorting is toegekend, heeft de ambtenaar op zijn aanvraag tevens recht op het verschil tussen de maximale ouderschapsverlofkorting, bedoeld in de eerste volzin, en de toegekende ouderschapsverlofkorting. De ambtenaar dient zijn aanvraag in binnen zes maanden nadat de ouderschapsverlofkorting is toegekend. -**8.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. De ambtenaar kan worden ontheven van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. +**8.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van hetgeen hem over de genoten uren ouderschapsverlof is toegekend over de genoten verlofuren indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. De ambtenaar kan worden ontheven van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. **9.** @@ -1051,9 +1051,19 @@ c. de spreiding van de verlofuren over de week. De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging. -**10.** Met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, wordt ingestemd, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. Aan de aanvraag behoeft niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te worden gegeven dan vier weken na de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. +**10.** -**11.** Na overleg met de ambtenaar kan de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang worden gewijzigd tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. +Het bevoegd gezag is verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van het opnemen van zwangerschaps-, bevallings- of adoptieverlof als bedoeld in de artikelen 45a, onderscheidenlijk 45c. + +Het bevoegd gezag is tevens verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. + +**11.** Het bevoegd gezag behoeft aan een aanvraag als bedoeld in het tiende lid niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van het tiende lid, eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, wordt de aanspraak op het overige deel van het verlof opgeschort. In het geval het verlof met toepassing van het tiende lid, tweede volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. + +**12.** Indien op grond van het zesde lid het verlof is opgedeeld, zijn het tiende en elfde lid op iedere periode van toepassing. + +**13.** Na overleg met de ambtenaar kan de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang worden gewijzigd tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. + +**14.** Indien het verlof op grond van het zesde lid is opgedeeld en de aanstelling eindigt voordat het verlof volledig is genoten, heeft de ambtenaar, indien hij een nieuwe aanstelling krijgt bij een ander bevoegd gezag aanspraak op de eventueel resterende deelperioden van het verlof met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. ### Artikel 45c @@ -1139,14 +1149,13 @@ Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artik ### Artikel 49 -In dit hoofdstuk en in hoofdstuk IX wordt verstaan onder: +In dit hoofdstuk, hoofdstuk XIV en hoofdstuk XXV wordt verstaan onder: – *AAOP-uitkering:* ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen als bedoeld in hoofdstuk 11 van het pensioenreglement; – *arbeidsongeschiktheid:* volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de WIA of gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid als bedoeld in artikel 5 van de WIA; – *beroepsincident:* een dienstongeval of beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van zijn taak waaraan de ambtenaar zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken; – *beroepsziekte:* een ziekte, die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; – *bovenwettelijke WW-uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk; -– *deskundige persoon:* een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet; – *dienstongeval:* een ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; – *gewezen ambtenaar:* een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden; – *passende arbeid:* alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd; @@ -1192,7 +1201,7 @@ a. voor zover dit noodzakelijk is om te beoordelen of de ambtenaar van 55 jaar e b. indien Onze Minister gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; c. indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid; d. ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht; -e. indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Infectieziektenwet een nominatieve aangifteplicht geldt; +e. indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Wet publieke gezondheid een nominatieve aangifteplicht geldt; f. om te beoordelen of de ambtenaar die een functie vervult als bedoeld in artikel 102 lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven waarnemen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt; g. om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 104, derde lid, aanhef en onderdelen a en b; h. om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten; @@ -1227,7 +1236,7 @@ c. de behandelend arts, bedoeld in het vijfde lid. ### Artikel 50c -**1.** De ambtenaar die in contact staat, of kort geleden gestaan heeft, met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Infectieziektenwet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst slechts verrichten en heeft slechts toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen indien hem daartoe toestemming is verleend. Deze toestemming wordt slechts verleend na positief medisch advies van de deskundige persoon of de arbodienst. +**1.** De ambtenaar die in contact staat, of kort geleden gestaan heeft, met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Wet publieke gezondheid bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst slechts verrichten en heeft slechts toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen indien hem daartoe toestemming is verleend. Deze toestemming wordt slechts verleend na positief medisch advies van de deskundige persoon of de arbodienst. **2.** De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon of de arbodienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de deskundige persoon of de arbodienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek. @@ -1263,7 +1272,7 @@ b. gezondheidskundige onderzoeken welke worden ingesteld ter beantwoording van d **5.** De ambtenaar is verplicht zich in te spannen dat zijn gezinsleden de in artikel 51, vierde lid, bedoelde aanwijzingen opvolgen, met uitzondering van aanwijzingen tot het ondergaan van een ingreep van heelkundige aard. -**6.** Artikel 36, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**6.** Artikel 36, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 53 @@ -1277,7 +1286,12 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de mate waar **2.** Het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de eerste dag waarop wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is of zou zijn gewerkt, of het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is of zou zijn gestaakt. Indien de ambtenaar buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging geniet, vangt het tijdvak aan op de dag volgend op die waarop het buitengewoon verlof is beëindigd. -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. +**3.** + +Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid samengeteld, indien: + +a. zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak, of +b. zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. **4.** In afwijking van het eerste lid, heeft de ambtenaar ook na afloop van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, recht op doorbetaling van zijn bezoldiging indien de ongeschiktheid om zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een beroepsincident. @@ -1288,12 +1302,13 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de mate waar De doorbetaling van de bezoldiging eindigt: a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 54a, eerste lid, is herplaatst; -b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of -d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. +b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of +c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. **7.** Gedurende een plaatsing buiten Nederland kan Onze Minister een ambtenaar, indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte naar verwachting langer dan drie maanden zal voortduren, opdracht geven tot terugkeer met zijn gezinsleden naar Nederland. +**7.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar, die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. + ### Artikel 54a **1.** De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is verplicht een andere functie te aanvaarden indien sprake is van passende arbeid. @@ -1309,29 +1324,35 @@ b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de **4.** -Indien de ziekte uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een beroepsincident, heeft de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, van wie de arbeidsongeschiktheid ten minste 35% bedraagt, nadat de termijn van twee jaar is verstreken tevens recht op een aanvullende uitkering ter grootte van het verschil tussen: +Indien de ziekte uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een beroepsincident, heeft de ambtenaar, bedoeld in het derde lid, van wie de arbeidsongeschiktheid ten minste 35% bedraagt, nadat de termijn van twee jaar is verstreken tevens recht op een aanvullende uitkering ter grootte van het verschil tussen: a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en b. zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en een uit de oorspronkelijke functie voortvloeiend recht op een WIA-uitkering en een AAOP-uitkering. **5.** -Het percentage, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: +Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: | 80% of meer: | 90,02%; | | --- | --- | | 65 tot 80%: | 65,26%; | | 55 tot 65%: | 54,01%; | | 45 tot 55%: | 45,01%; | -| 35 tot 45%: | 36,01%; | +| 35 tot 45%: | 36,01%. | **6.** -De aanvullende uitkeringen, bedoeld in het tweede en derde lid, eindigen in ieder geval: +De aanvullende uitkeringen, bedoeld in het derde en vierde lid, eindigen in ieder geval: -a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of -c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. +a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of +b. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. + +**7.** + +In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 het verschil tussen: + +a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 76a van de Ziektewet recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering; en +b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. ### Artikel 54ab @@ -1351,7 +1372,7 @@ De uitkering eindigt in ieder geval: a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden. -**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering grond van artikel 54a, derde of vierde lid, vervalt laatstbedoelde recht. +**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 54a, derde of vierde lid, vervalt laatstbedoelde recht. ### Artikel 54b @@ -1368,7 +1389,12 @@ b. zolang hij na afloop van het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, nog ongeschikt **4.** Het tijdvak gedurende welke de gewezen ambtenaar recht heeft op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vangt aan op de eerste dag waarop wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is of zou zijn gewerkt of het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is of zou zijn gestaakt. Indien de gewezen ambtenaar onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging genoot, vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan op de dag waarop het ontslag is ingegaan. -**5.** Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van artikel 3:8 of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. +**5.** + +Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien: + +a. zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of +b. zij direct voorafgaan aan of aansluiten op een periode waarin zwangerschap- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, of een uitkering op grond van artikel 3:8 of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. **6.** @@ -1395,7 +1421,7 @@ Het percentage, bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, is afhankelijk van de m | 65 tot 80%: | 65,26%; | | 55 tot 65%: | 54,01%; | | 45 tot 55%: | 45,01%; | -| 35 tot 45%: | 36,01%; | +| 35 tot 45%: | 36,01%. | **10.** @@ -1414,7 +1440,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede ### Artikel 54d -De artikelen 54, vierde lid, 54a, tweede tot en met vijfde lid, 54b, 54c en 77, tweede lid, zijn niet van toepassing op de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geen deelnemer zijn in de zin van het Pensioenreglement. +De artikelen 54, vierde lid, 54a, tweede tot en met zesde lid, 54b, 54c en 77, tweede lid, zijn niet van toepassing op de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geen deelnemer zijn in de zin van het Pensioenreglement. ### Artikel 54e @@ -1523,7 +1549,7 @@ b. deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven. ### Artikel 57 -**1.** Het bedrag van de bezoldiging of de laatstgenoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 54, 54a, derde lid, en 54b, en het bedrag van de eindejaarsuitkering, bedoeld in de genoemde artikelen, worden in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris respectievelijk de eindejaarsuitkering. +**1.** Het bedrag van de bezoldiging of de laatstgenoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 54, 54a, vierde lid, en 54b, en het bedrag van de eindejaarsuitkering, bedoeld in de genoemde artikelen, worden in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris respectievelijk de eindejaarsuitkering. **2.** @@ -1879,7 +1905,7 @@ Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artik **1.** Onze Minister kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloosstellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen. -**2.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar die een beroepsincident als bedoeld in artikel 49, onderdeel d, hebben gehad, hebben recht op volledige vergoeding van de schade die zij ten gevolge van dat beroepsincident lijden. In overeenstemming met de ambtenaar kan deze vergoeding mede strekken ter vervanging van de uitkering, bedoeld in artikel 54b, zevende lid. +**2.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar die een beroepsincident als bedoeld in artikel 49, hebben gehad, hebben recht op volledige vergoeding van de schade die zij ten gevolge van dat beroepsincident lijden. In overeenstemming met de ambtenaar kan deze vergoeding mede strekken ter vervanging van de uitkering, bedoeld in artikel 54b, zevende lid. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen omtrent de schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regels worden gesteld. @@ -2085,7 +2111,7 @@ c. op aanvraag van de ambtenaar. **1.** Onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel, als bedoeld in dit artikel, wordt verstaan de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel. -**2.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat. +**2.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat. **3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het in het tweede lid bedoelde ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de dienstverhouding. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur. @@ -2178,7 +2204,7 @@ c. Onze Minister van oordeel is dat duurzame reïntegratie in arbeid die aanslui De termijn van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt verlengd: -a. met de duur van de vertraging indien Onze Minister de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet later doet dan op grond van dat artikel van de Ziektewet is voorgeschreven; +a. met de duur van de vertraging indien Onze Minister de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de ZW later doet dan op grond van dat artikel van de ZW is voorgeschreven; b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de WIA, indien de wachttijd op grond van artikel 24, eerste lid, van de WIA wordt verlengd; c. met de duur van het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld. @@ -2229,7 +2255,7 @@ d. een WIA- uitkering aan te vragen. **2.** Indien de ambtenaar bij zijn overlijden een positief of negatief vakantiesaldo heeft, vinden artikel 41b, eerste en tweede lid, overeenkomstige toepassing. Het aldus openstaande bedrag en de reeds voor zijn overlijden aan de ambtenaar uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak worden verrekend met het eventueel aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden van de ambtenaar verschuldigde bedrag wegens nog niet vergolden aanspraken van de ambtenaar, en bij gebreke hiervan of indien dit bedrag daarvoor niet toereikend is, op de uitkering, bedoeld in het derde lid. -**3.** Aan de nabestaande, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over drie maanden vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering hierover. Indien de ambtenaar op de dag direct voorafgaand aan zijn overlijden aanspraak maakte op een uitkering op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet of de WIA, wordt als maatstaf voor de bezoldiging uitgegaan van de bezoldiging die hij zou hebben genoten als hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. +**3.** Aan de nabestaande, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over drie maanden vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering hierover. Indien de ambtenaar op de dag direct voorafgaand aan zijn overlijden aanspraak maakte op een uitkering op grond van de ZW, Werkloosheidswet of de WIA, wordt als maatstaf voor de bezoldiging uitgegaan van de bezoldiging die hij zou hebben genoten als hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. **4.** Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt de in het derde lid bedoelde bezoldiging in zoverre gesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de overleden ambtenaar is toegekend of zou zijn toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan de dag van overlijden, of het intreden van de arbeidsongeschiktheid. @@ -2247,15 +2273,15 @@ Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op **1.** -Indien het overlijden van de ambtenaar is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage van 18% van het resultaat van de vermenigvuldiging van: +Indien het overlijden van de ambtenaar is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het Pensioenreglement een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage van 18% van het resultaat van de vermenigvuldiging van: -a. indien het gaat om de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, vijf zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; -b. indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel a, van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, een zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; -c. indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel b, van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, twee zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP. +a. indien het gaat om de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement, vijf zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement; +b. indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel a, van het Pensioenreglement, een zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement; +c. indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel b, van het Pensioenreglement, twee zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel het aangaan van het geregistreerd partnerschap. -**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. +**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. **3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 54b, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel. @@ -2271,15 +2297,15 @@ Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregis **1.** Indien de ambtenaar ten tijde van diens overlijden een tegemoetkoming genoot in de zin van artikel 36, eerste lid, wordt deze gedurende ten hoogste drie maanden, of zoveel langer als aantoonbaar onvermijdelijk blijkt, doorbetaald ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zover deze tegemoetkoming verband houdt met hun verblijf buiten Nederland. -**2.** Indien de ambtenaar overlijdt gedurende het tijdvak waarover aan hem de in het vierde lid van artikel 36 genoemde tegemoetkoming is toegekend, worden de in dat lid bedoelde regels toegepast ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. De hoogte van de vergoeding wordt dan berekend als ware de ambtenaar niet overleden. +**2.** Indien de ambtenaar overlijdt gedurende het tijdvak waarover aan hem de in het derde lid van artikel 36 genoemde tegemoetkoming is toegekend, worden de in dat lid bedoelde regels toegepast ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. De hoogte van de vergoeding wordt dan berekend als ware de ambtenaar niet overleden. -**3.** Indien de ambtenaar overlijdt gedurende een plaatsing buiten Nederland en de nagelaten gezinsleden verkiezen naar Nederland terug te keren, gelden de in het vierde lid van artikel 36 bedoelde regels eveneens voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. Voor de berekening van de hoogte en de duur van de in die regels voorziene tegemoetkoming in de bijzondere kosten wordt de toepassing van de regels dan geacht te zijn ingegaan op de dag, volgende op de dag waarop de ambtenaar is overleden. Is na diens overlijden met toepassing van artikel 108, zesde lid, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 36, eerste lid, doorbetaald, dan wordt over dat tijdvak de eerstgenoemde tegemoetkoming geacht voor de laatstgenoemde in de plaats te zijn getreden. +**3.** Indien de ambtenaar overlijdt gedurende een plaatsing buiten Nederland en de nagelaten gezinsleden verkiezen naar Nederland terug te keren, gelden de in het derde lid van artikel 36 bedoelde regels eveneens voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. Voor de berekening van de hoogte en de duur van de in die regels voorziene tegemoetkoming in de bijzondere kosten wordt de toepassing van de regels dan geacht te zijn ingegaan op de dag, volgende op de dag waarop de ambtenaar is overleden. Is na diens overlijden met toepassing van het eerste lid, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 36, eerste lid, doorbetaald, dan wordt over dat tijdvak de eerstgenoemde tegemoetkoming geacht voor de laatstgenoemde in de plaats te zijn getreden. ### Artikel 113 **1.** Bij vermissing van de ambtenaar vinden, behoudens het bepaalde in het tweede lid, de bepalingen van de artikelen 108 tot en met 112 overeenkomstige toepassing. De ambtenaar wordt daarbij geacht te zijn overleden op een door Onze Minister te bepalen dag. -**2.** Het tweede lid van artikel 108 vindt geen toepassing indien gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg is van ongeoorloofde afwezigheid. +**2.** Het derde lid van artikel 108 vindt geen toepassing indien gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg is van ongeoorloofde afwezigheid. **3.** Indien blijkt dat de als vermist beschouwde ambtenaar in leven is, kan ter beoordeling van Onze Minister, de bezoldiging alsnog worden uitbetaald, tenzij gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg was van ongeoorloofde afwezigheid. @@ -2425,7 +2451,7 @@ cc. suppletie op oudedags-, nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen ### Artikel 124 -Het bepaalde in of krachtens de artikelen 119 tot en met 122 is slechts van toepassing respectievelijk van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met dwingende bepalingen van lokaal geldend arbeidsrecht. +Het bepaalde in of krachtens de artikelen 121 en 122 is slechts van toepassing respectievelijk van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met dwingende bepalingen van lokaal geldend arbeidsrecht. ### Artikel 125 @@ -2765,7 +2791,7 @@ Onze Minister kan de bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk techni ### Artikel 149b -**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen 28, 35 en 38 en hoofdstuk X van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken van toepassing zoals deze luidden op 30 november 2005, met dien verstande dat voor artikel 54cb in genoemd hoofdstuk X in de plaats treedt artikel 54g zoals dat thans luidt. +**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen 28, 35, 38, 104, 105a, 108 en 109 en hoofdstuk X van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken van toepassing zoals deze luidden op 30 november 2005, met dien verstande dat voor artikel 54cb in genoemd hoofdstuk X in de plaats treedt artikel 54g zoals dat thans luidt. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede lid en derde lid, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van artikel 3:8, of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.