diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 1c2475e3d53..0e47079555d 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -1093,6 +1093,31 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ne De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen (model M107-A) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. +Als de vreemdeling zonder asielaanvraag stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsschouw uitvoeren. + +De leeftijdsschouw bestaat uit twee sessies die de volgende samenstelling hebben: + +– één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen; en +– één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van politie of van de Koninklijke marechaussee die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der Koninklijke marechaussee. + +De ambtenaren beoordelen per sessie onafhankelijk van de andere sessie of er sprake is van evidente: + +– meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn; en +– minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn. + +Er moet unaniem, in beide sessies, geoordeeld zijn dat sprake is van evidente meerder- of minderjarigheid. + +Als de betrokken ambtenaren tot evidente meerderjarigheid concluderen, wordt niet van de door de vreemdeling opgegeven leeftijd uitgegaan en wordt de vreemdeling als meerderjarig geregistreerd, tenzij de vreemdeling de minderjarige leeftijd alsnog met voldoende bewijsmiddelen ondersteunt. Als de ambtenaren tot evidente minderjarigheid concluderen, wordt van de opgegeven leeftijd uitgegaan. + +De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zorgen ervoor dat de conclusie van de leeftijdsschouw wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling. + +Bij de beoordeling worden alle volgende aspecten van de vreemdeling betrokken: + +• het uiterlijk; +• het gedrag; +• de verklaringen; en +• eventuele andere relevante omstandigheden. + ### 4. Rechtsbijstand De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat: @@ -1866,6 +1891,16 @@ Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wij Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door de DT&V te laten begeleiden bij de feitelijke terugkeer, wordt verwezen naar paragraaf A3/2 Vc. +De DT&V stelt uiterlijk 36 uur voorafgaand aan een door de DT&V georganiseerde uitzetting of gedwongen overdracht de volgende personen in kennis van de reisgegevens: + +• de vreemdeling; +• de gemachtigde die de vreemdeling bijstaat in de vertrekprocedure; en (indien van toepassing) +• de gemachtigde die de vreemdeling bijstaat in een nog openstaande verblijfsrechtelijke procedure. + +De DT&V laat enkel het informeren van de vreemdeling over de aanstaande uitzetting of gedwongen overdracht achterwege als er een risico aanwezig is dat de veiligheid of de gezondheid van de vreemdeling of diens eventuele gezinsleden door het informeren in gevaar komt. De gemachtigde van de vreemdeling wordt wel tijdig in kennis gesteld van de reisgegevens. + +De DT&V is niet verplicht om de vreemdeling en/of diens gemachtigde uiterlijk 36 uur voorafgaand aan de uitzetting of gedwongen overdracht in kennis te stellen van de nieuwe reisgegevens als de uitzetting of gedwongen overdracht op het aanvankelijk geplande moment geen doorgang vindt, maar alsnog uiterlijk op de tweede dag na de dag van het geannuleerde vertrek kan plaatsvinden. + #### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt: @@ -2784,15 +2819,13 @@ De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring: -a. strijdigheid met artikel 8 EVRM; +a. strijdigheid met het recht op familie- of gezinsleven dan wel privéleven, bedoeld in artikel 8 EVRM; b. strijdigheid met artikel 3 EVRM is duurzaam en het handhaven van de ongewenstverklaring is disproportioneel; c. artikel 3.105c of artikel 3.105e Vb is van toepassing. -Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf B7/3.8 Vc. +Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de paragrafen B7/3.8 en B9/14 Vc, voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd. -De IND beoordeelt bij de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring uitsluitend of er sinds de ongewenstverklaring een wijziging in de situatie van de vreemdeling met betrekking tot de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf B7/3.8 Vc, is opgetreden. - -In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken. +In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- of gezinsleven dan wel privéleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen de tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken. Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie: