diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 95631876ac8..84ede2f6588 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -218,7 +218,20 @@ Vervallen ### Artikel 2.2 -Vervallen +**1.** De emissieautoriteit heeft de in de hoofdstukken 16 en 18 opgedragen taken. + +**2.** + +De emissieautoriteit heeft voorts tot taak: + +a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft; +b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop titel 16.2 van toepassing is; +c. het verzamelen van andere gegevens die met het oog op de uitoefening van haar taken van belang zijn; +d. het rapporteren aan Onze Minister en aan andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen instanties over de ontwikkeling van de onder a bedoelde emissies in Nederland. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de emissieautoriteit, voorzover die taken niet de uitoefening van openbaar gezag inhouden, worden belast met andere taken dan in het eerste of tweede lid bedoeld, in het bijzonder taken betreffende de uitvoering door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de inhoud van de taken van de emissieautoriteit nadere regels worden gesteld. ### Artikel 2.3 @@ -276,13 +289,13 @@ Vervallen Vervallen -### Artikel +### Artikel 2.16a -Vervallen +Onverminderd de artikelen 16.8 en 18.3 stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 te verlenen voor een inrichting waarop hoofdstuk 16 betrekking heeft, dan wel Onze Minister van Economische Zaken in geval voor een inrichting waarop dat hoofdstuk betrekking heeft, het in artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet vervatte verbod geldt, onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens hoofdstuk 16, onderscheidenlijk hoofdstuk 8, onderscheidenlijk artikel 40 van de Mijnbouwwet. ### Artikel 2.16b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De emissieautoriteit draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van haar gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens. ### Artikel 2.16c @@ -1624,7 +1637,16 @@ b. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vijf ### Artikel 8.13a -Aan een vergunning worden geen voorschriften verbonden, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten. +**1.** Aan een vergunning worden geen voorschriften verbonden, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten. + +**2.** + +Aan een vergunning worden, indien het een inrichting betreft waarop de in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verboden betrekking hebben, geen voorschriften verbonden: + +a. inhoudende een emissiegrenswaarde voor de directe emissie van broeikasgassen, tenzij zulks noodzakelijk is om te verzekeren dat geen significante gevolgen voor het milieu in de onmiddellijke omgeving van de inrichting worden veroorzaakt; +b. ter bevordering van een zuinig gebruik van energie in de inrichting. + +**3.** Voorzover aan een vergunning die betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in het tweede lid voorschriften zijn verbonden als in dat lid bedoeld, vervallen die voorschriften. ### Artikel 8.14 @@ -2521,7 +2543,7 @@ f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht heef **2.** De geregistreerde gegevens worden tenminste vijf jaar bewaard en gedurende die periode ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de wet. -**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**3.** Een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie. ### Artikel 10.39 @@ -3780,16 +3802,184 @@ kalenderjaar: jaar als bedoeld in artikel 2, onder y, van de EG-verordening regi **2.** Een emissie van een broeikasgas in de lucht wordt uitgedrukt in tonnen kooldioxide-equivalent. +**3.** Voor de toepassing van titel 16.2 wordt onder brandstofverbruik en grondstofgebruik verstaan het verbruik van brandstoffen, onderscheidenlijk het gebruik van grondstoffen, voorzover dat verbruik, onderscheidenlijk gebruik, waarschijnlijk tot emissies van een broeikasgas zal leiden. + ### Artikel 16.3 Onder inrichtingen als bedoeld in artikel 16.2, eerste lid, worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone. ### Artikel 16.4 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een wijziging van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten of van een bijlage bij die richtlijn gaat voor de toepassing van deze titel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. #### Afdeling 16.2.2. Vergunning +### Artikel 16.5 + +**1.** + +Het is verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit: + +a. een inrichting in werking te hebben; +b. een inrichting uit te breiden; +c. een inrichting te veranderen of de werking daarvan te veranderen op zodanige wijze dat dit significante gevolgen heeft voor de emissie van broeikasgassen in de lucht dan wel voor het monitoringsprotocol dat van de vergunning deel uitmaakt; +d. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsprotocol ingrijpend te veranderen. + +**2.** Artikel 8.4, eerste, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.6 + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. + +**2.** + +Bij of krachtens de maatregel wordt in ieder geval bepaald dat de aanvrager bij de aanvraag een protocol indient, dat voor de inrichting een beschrijving bevat van de wijze waarop: + +a. de jaarvracht wordt bepaald, +b. het brandstofverbruik en het grondstofgebruik worden bepaald, +c. gegevens die op het bepaalde onder a en b betrekking hebben, worden geregistreerd en bewaard, en +d. aan het bestuur van de emissieautoriteit verslag wordt gedaan van de jaarvracht en de gegevens betreffende het brandstofverbruik en het grondstofgebruik. + +**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van het bepaalde krachtens het eerste of tweede lid. Deze regels voldoen in elk geval aan de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten. + +**4.** Voor het bepalen van de jaarvracht van een inrichting worden uitsluitend de emissies in aanmerking genomen, die worden veroorzaakt door activiteiten die in een broeikasgasinstallatie worden verricht en die krachtens artikel 16.1, tweede lid, zijn aangewezen. + +### Artikel 16.7 + +Op de voorbereiding van een besluit krachtens artikel 16.5, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. + +### Artikel 16.8 + +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsprotocol dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, aan het bestuursorgaan dat voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is te beschikken op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 8.1, dan wel, in geval voor de inrichting het in artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken. + +**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken gedurende vier weken in de gelegenheid advies aan hem uit te brengen over het in het eerste lid bedoelde monitoringsprotocol en de samenhang van het monitoringsprotocol met de vergunning krachtens artikel 8.1 onderscheidenlijk artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet, die voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, is verleend. + +### Artikel 16.9 + +Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk of hoofdstuk 8. + +### Artikel 16.10 + +De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsprotocol niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de houder van de vergunning in staat is het monitoringsprotocol naar behoren uit te voeren. + +### Artikel 16.11 + +**1.** In een vergunning wordt duidelijk aangegeven waarop zij betrekking heeft. De vergunning vermeldt de naam en het adres van degene die de inrichting drijft, waarop de vergunning betrekking heeft. + +**2.** Het monitoringsprotocol maakt in ieder geval deel uit van de vergunning. De overige onderdelen van de aanvraag om de vergunning maken deel uit van de vergunning, voorzover dat in de vergunning is aangegeven. + +### Artikel 16.12 + +**1.** + +Aan een vergunning worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Deze voorschriften houden voorts in ieder geval de verplichting in dat: + +a. gedurende ieder kalenderjaar de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik worden bepaald en geregistreerd overeenkomstig het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsprotocol; +b. met betrekking tot ieder kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit voor 1 april van het daarop volgende kalenderjaar een verslag wordt ingediend, waarin voor de inrichting waarvoor krachtens artikel 16.5, eerste lid, een vergunning is verleend, alsmede voor elke broeikasgasinstallatie die zich in de inrichting bevindt, met betrekking tot het kalenderjaar waarop het verslag betrekking heeft, worden vermeld: + +1°. de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en de wijze waarop deze zijn bepaald en geregistreerd; +2°. de uitbreidingen en de veranderingen van de inrichting en de veranderingen van de werkwijze die hebben plaatsgevonden; +3°. de veranderingen van het monitoringsprotocol die hebben plaatsgevonden; +4°. de gevallen waarin van het monitoringsprotocol is afgeweken, de redenen daarvoor en de wijze waarop het meten en registreren van de emissies in die gevallen heeft plaatsgevonden; +c. het emissieverslag vergezeld gaat van een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling van het verslag overeenkomstig artikel 16.14, eerste en derde lid; +d. aan het bestuur van de emissieautoriteit een verandering van de naam of het adres van de houder van de vergunning wordt gemeld; +e. aan het bestuur van de emissieautoriteit binnen een in het voorschrift aangegeven termijn het voornemen wordt gemeld: + +1°. de inrichting waarop de vergunning betrekking heeft, te veranderen of de werking daarvan te veranderen of +2°. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsprotocol te veranderen, in gevallen waarin voor deze verandering geen vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, is vereist; +f. een afwijking van het monitoringsprotocol onverwijld aan de emissieautoriteit wordt gemeld, onder vermelding van de reden voor de afwijking en de wijze waarop het meten en registreren van de emissies in dat geval heeft plaatsgevonden of plaats zal vinden. + +**2.** + +In het voorschrift, bedoeld in het eerste lid, onder e, kan worden bepaald dat de verandering, voordat zij ten uitvoer mag worden gebracht, de goedkeuring behoeft van het bestuur van de emissieautoriteit. Indien toepassing is gegeven aan de eerste volzin, kan de goedkeuring worden onthouden: + +a. in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten; +b. indien de verandering naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit noopt tot wijziging van de vergunning die krachtens artikel 16.5, eerste lid, voor de inrichting is verleend. + +**3.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot: + +a. een andere persoon dan de houder van een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, die bij de uitvoering van het monitoringsprotocol is betrokken; +b. de bepaling en de registratie van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, bedoeld in het eerste lid, onder a; +c. het emissieverslag. + +**4.** Eisen die krachtens het derde lid worden gesteld, voldoen in elk geval aan de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten. + +### Artikel 16.13 + +**1.** + +De houder van de vergunning beziet regelmatig of de in het monitoringsprotocol opgenomen gegevens met betrekking tot het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, het registreren en bewaren van de daarop betrekking hebbende gegevens en de verslaglegging aan het bestuur van de emissieautoriteit nog juist en volledig zijn, gezien: + +a. veranderingen die zijn opgetreden in de voor het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en het registreren van de daarop betrekking hebbende gegevens relevante omstandigheden; +b. de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden inzake het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en het registreren van de daarop betrekking hebbende gegevens. + +**2.** + +Hij wijzigt het monitoringsprotocol zo spoedig mogelijk, indien: + +a. de veranderingen of ontwikkelingen, bedoeld in het eerste lid, onder a onderscheidenlijk b, daartoe aanleiding geven; +b. wijziging van de krachtens artikel 16.6 gestelde regels daartoe aanleiding geeft; +c. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt. + +### Artikel 16.14 + +**1.** Bij de verificatie wordt nagegaan of het emissieverslag voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Indien het emissieverslag niet aan deze eisen voldoet, keurt de verificateur het verslag af. + +**2.** De verificateur mag niet betrokken zijn geweest bij het opstellen, beoordelen of uitvoeren van het monitoringsprotocol voor de betrokken inrichting. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, inhoudende eisen waaraan een verificateur en een verificatie moeten voldoen. Deze regels voldoen in elk geval aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage V bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van die richtlijn. + +### Artikel 16.15 + +Het bestuur van de emissieautoriteit zendt van elk bij hem ingediend emissieverslag een exemplaar aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 voor de betrokken inrichting te verlenen, dan wel, in geval voor de inrichting het in artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet vervatte verbod geldt, aan Onze Minister van Economische Zaken. Het verslag gaat vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c. + +### Artikel 16.16 + +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het emissieverslag overeenkomstig artikel 16.12, eerste lid, onder b, moet worden ingediend, verklaren dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het afgeven van de in de eerste volzin bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het emissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging. + +**2.** + +Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog verklaren dat het emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien: + +a. degene die overeenkomstig artikel 16.12, eerste lid, onder b, bij het bestuur van de emissieautoriteit een emissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere jaarvracht, +b. het betrokken emissieverslag anderszins onjuist was, + +en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten. + +**3.** De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 16.17 + +Indien degene die een inrichting drijft, waarop de in artikel 16.5, eerste lid, gestelde verboden betrekking hebben, niet tijdig een emissieverslag bij het bestuur van de emissieautoriteit heeft ingediend, of het bestuur van de emissieautoriteit ingevolge artikel 16.16, eerste of tweede lid, heeft verklaard dat het emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, kan het bestuur van de emissieautoriteit de betrokken gegevens op basis van een redelijke schatting ambtshalve vaststellen. + +### Artikel 16.18 + +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit geeft desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een emissieverslag dat bij hem is ingediend. + +**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage in en van de verkrijgbaarheid van het emissieverslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt. + +### Artikel 16.19 + +Een voor een inrichting verleende vergunning geldt voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. + +### Artikel 16.20 + +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit kan de voorschriften die aan een vergunning zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog voorschriften aan een vergunning verbinden, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. + +**2.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De artikelen 16.8 en 16.9 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** In een geval als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder d, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding. + +### Artikel 16.21 + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.44, vierde lid, vijfde lid, eerste en tweede volzin, en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.22 + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, inhoudende de verplichting voor het bestuur van de emissieautoriteit aan de vergunning beperkingen aan te brengen of voorschriften te verbinden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.45, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + #### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten ##### Paragraaf 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan @@ -3882,26 +4072,149 @@ d. indien het nationale toewijzingsplan hierin voorziet: het gedeelte van het to ### Artikel 16.32 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Dit artikel is van toepassing indien in het nationale toewijzingsplan broeikasgasemissierechten beschikbaar worden gehouden voor toewijzing voor inrichtingen als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder a. + +**2.** Onze Ministers beslissen gezamenlijk, op verzoek van degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid drijft, over de toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid voor de desbetreffende planperiode. + +**3.** Bij het nemen van een besluit krachtens het tweede lid nemen Onze Ministers het geldende nationale toewijzingsplan, voorzover het betreft het in artikel 16.25, eerste lid, onder b, bedoelde onderdeel, alsmede het geldende nationale toewijzingsbesluit, voorzover het betreft het in artikel 16.29, eerste lid, onder d, bedoelde onderdeel in acht. + +**4.** Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen voorzover door toewijzing van die rechten het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de toewijzing aan de in het geldende nationale toewijzingsplan aangegeven categorie van inrichtingen als bedoeld in het eerste lid waartoe de inrichting behoort, in de betrokken planperiode ten hoogste beschikbaar is, zou worden overschreden. + +**5.** + +Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid kan worden afgewezen indien: + +a. voor 1 juli van het betrokken kalenderjaar voor de inrichting, bedoeld in het eerste lid, geen vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, is verleend; +b. gerede twijfel bestaat of de inrichting, bedoeld in het eerste lid, voor 31 december van het betrokken kalenderjaar feitelijk in werking zal zijn gesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in het geldende nationale toewijzingsplan; +c. niet is voldaan aan de eisen die overeenkomstig artikel 16.25, eerste lid, onder b, in het geldende nationale toewijzingsplan zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor inrichtingen als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder a; +d. de verzoeker onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op het verzoek zou hebben geleid. + +**6.** De toewijzing van broeikasgasemissierechten heeft uitsluitend betrekking op het resterende gedeelte van de planperiode. Broeikasgasemissierechten worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de inrichting in werking is gesteld, of naar verwachting in werking zal worden gesteld. ### Artikel 16.33 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Verzoeken om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 16.32, tweede lid, die na 1 juli van een kalenderjaar zijn ingediend, worden op 1 juli van het daarop volgende kalenderjaar in behandeling genomen. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 16.32, tweede lid, moet worden gedaan en de gegevens die door de verzoeker moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op het verzoek. + +**3.** Op de voorbereiding van het besluit, bedoeld in artikel 16.32, tweede lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. + +**4.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +**5.** Onze Ministers nemen het besluit, bedoeld in artikel 16.32, tweede lid, uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp, doch in elk geval voor 1 oktober van het kalenderjaar waarin het betrokken verzoek in behandeling is genomen. ### Artikel 16.34 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In een geval als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder c, wijzen Onze Ministers ambtshalve de broeikasgasemissierechten die niet zijn toegewezen, voor 1 oktober van het een na laatste kalenderjaar van de desbetreffende planperiode toe aan degenen die een inrichting drijven en aan wie in de desbetreffende planperiode reeds eerder broeikasgasemissierechten zijn toegewezen. Het besluit omtrent toewijzing wordt genomen overeenkomstig de daaromtrent in het geldende nationale toewijzingsplan opgenomen regels. ### Artikel 16.35 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit verleent elk kalenderjaar binnen een planperiode aan degene die een inrichting drijft, voor 1 maart van dat jaar overeenkomstig hetgeen daarover is bepaald in het nationale toewijzingsbesluit een gedeelte van de broeikasgasemissierechten die voor de planperiode voor de betrokken inrichting in dat besluit zijn toegewezen. + +**2.** Onverminderd het eerste lid verleent het bestuur van de emissieautoriteit voor 1 juni van het eerste kalenderjaar binnen een planperiode aan degene op wiens naam op een rekening in het register voor handel in broeikasgasemissierechten broeikasgasemissierechten stonden ingeschreven die door het bestuur van de emissieautoriteit krachtens artikel 16.38, derde lid, zijn ingetrokken, een aantal broeikasgasemissierechten dat overeenkomt met het aantal ten aanzien van de betrokken persoon ingetrokken broeikasgasemissierechten. + +**3.** Voorzover het geldende nationale toewijzingsbesluit daarin voorziet, verleent het bestuur van de emissieautoriteit voor 1 maart van het tweede en volgende kalenderjaar binnen een planperiode voor inrichtingen als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder a, het aantal broeikasgasemissierechten dat met betrekking tot het betreffende kalenderjaar voor de betrokken inrichting is toegewezen in het besluit, bedoeld in artikel 16.32, tweede lid. + +**4.** Voorzover het geldende nationale toewijzingsplan daarin voorziet, verleent het bestuur van de emissieautoriteit, indien het geval, bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder c, zich voordoet, voor 1 maart van het laatste kalenderjaar in een planperiode voor inrichtingen als bedoeld in dat onderdeel, het aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken inrichtingen is toegewezen in het besluit, bedoeld in artikel 16.34, dat op die periode betrekking heeft. #### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar +### Artikel 16.36 + +**1.** Een broeikasgasemissierecht dat krachtens artikel 16.35 en overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is geldig gedurende de planperiode waarin of waarvoor het is verleend. + +**2.** Een broeikasgasemissierecht is geldig met ingang van het tijdstip waarop het krachtens artikel 16.35 is verleend. + +**3.** Een broeikasgasemissierecht verliest zijn geldigheid na afloop van de planperiode waarin het krachtens artikel 16.35 is verleend. + +### Artikel 16.37 + +**1.** Degene die een inrichting drijft, levert met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt. + +**2.** Ter bepaling van de hoeveelheid van een emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens betreffende de emissie in acht genomen, die overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten in het register voor handel in broeikasgasemissierechten zijn opgenomen of de emissiegegevens die overeenkomstig artikel 16.17 ambtshalve zijn vastgesteld. + +### Artikel 16.38 + +**1.** Indien degene die een inrichting drijft overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, een broeikasgasemissierecht heeft ingeleverd, trekt het bestuur van de emissieautoriteit dat broeikasgasemissierecht onverwijld in. + +**2.** Degene op wiens naam een rekening in het register voor handel in broeikasgasemissierechten staat, kan bij het bestuur van de emissieautoriteit een verzoek indienen om een broeikasgasemissierecht dat op zijn rekening staat bijgeschreven, in te trekken. Het bestuur van de emissieautoriteit trekt het broeikasgasemissierecht in overeenkomstig het verzoek. + +**3.** Broeikasgasemissierechten die na afloop van de planperiode waarvoor ze zijn verleend, niet krachtens het eerste lid zijn ingetrokken, worden door het bestuur van de emissieautoriteit ingetrokken. De intrekking, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt voor 1 mei van het eerste kalenderjaar van de daarop volgende planperiode. + +### Artikel 16.39 + +Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd. + #### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten +### Artikel 16.40 + +**1.** Een broeikasgasemissierecht dat krachtens artikel 16.35 en overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is vatbaar voor overdracht indien alle bij de overdracht betrokken personen op hun naam een rekening hebben in het register voor handel in broeikasgasemissierechten of in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op broeikasgasemissierechten die overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten in een andere lidstaat van de Europese Unie zijn verleend. + +**2.** Indien degene die voornemens is op of na 1 april van enig kalenderjaar een broeikasgasemissierecht over te dragen, een inrichting drijft, kan dat broeikasgasemissierecht niet worden overgedragen zolang de verificateur voor die inrichting met betrekking tot het daaraan voorafgaande kalenderjaar geen verklaring als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c, heeft afgegeven. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen broeikasgasemissierechten die zijn ontstaan in andere landen dan de lidstaten van de Europese Unie worden aangewezen als broeikasgasemissierechten die kunnen worden overgedragen of verkregen door een persoon op wiens naam in het register voor handel in broeikasgasemissierechten of in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld, een rekening staat. + +**4.** Een broeikasgasemissierecht is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.41 + +**1.** + +De voor overdracht van een broeikasgasemissierecht vereiste levering geschiedt door: + +a. afschrijving van het broeikasgasemissierecht van de rekening die in het register voor handel in broeikasgasemissierechten dan wel in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld, op naam staat van de persoon die het broeikasgasemissierecht overdraagt, en +b. bijschrijving op een rekening in een register als bedoeld onder a, die op naam staat van de persoon die het broeikasgasemissierecht verkrijgt. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht. + +**3.** Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat het bestuur van de emissieautoriteit de overgang heeft geregistreerd. + +### Artikel 16.42 + +**1.** Nietigheid, vernietiging of ontbinding van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht. + +**2.** Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen. + +**3.** In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op een broeikasgasemissierecht geen recht van pand worden gevestigd. + +**4.** Op een broeikasgasemissierecht kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd. + +**5.** Een broeikasgasemissierecht is niet vatbaar voor beslag. + #### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten +### Artikel 16.43 + +**1.** Er is een register inzake de handel in broeikasgasemissierechten, als bedoeld in de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten. + +**2.** + +De emissieautoriteit wordt met betrekking tot het register voor handel in broeikasgasemissierechten aangewezen: + +a. als bevoegd gezag als bedoeld in de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten, en +b. als beheerder van het register voor handel in broeikasgasemissierechten als bedoeld in de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten, + +en heeft de taken die in de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten zijn opgedragen aan het bevoegd gezag, onderscheidenlijk de beheerder van het register. + +**3.** De emissieautoriteit voert de taken die zij heeft als bevoegd gezag voor het register voor handel in broeikasgasemissierechten, onderscheidenlijk beheerder van het register voor handel in broeikasgasemissierechten, uit in overeenstemming met de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten en draagt er zorg voor dat het register voldoet aan de vereisten die daaraan ingevolge de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten worden gesteld. + +### Artikel 16.44 + +Een ieder kan broeikasgasemissierechten bezitten. + +### Artikel 16.45 + +Onze Minister kan regels stellen ter uitvoering van de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten. + +### Artikel 16.46 + +**1.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat betrokkenen wegens het openen van een rekening in het register voor handel in broeikasgasemissierechten of voor het onderhoud van een dergelijke rekening vergoedingen verschuldigd zijn overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels. + +**2.** Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt de hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van de werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd. + +**3.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt Onze Minister regels vast omtrent de wijze waarop de in dat lid bedoelde vergoeding wordt betaald. + ## Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden ### Artikel 17.1 @@ -3972,13 +4285,23 @@ b. in verband daarmee een voor de betrokkene krachtens hoofdstuk 8 geldende verg ### Artikel 18.1 -**1.** Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, alsmede met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten bepaalde, voor zover dit bij of krachtens de betrokken wet is bepaald. +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -**2.** De artikelen 18.4 tot en met 18.18 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen bepaalde. +overtreding: gedraging die in strijd is met het bij of krachtens hoofdstuk 16 bepaalde, artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of artikel 22, eerste lid, van de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten; + +overtreder: de persoon die de overtreding pleegt of medepleegt; + +bestuurlijke boete: bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, gericht op bestraffing van de overtreder; + +dwangbevel: schriftelijk bevel van een bestuursorgaan dat ertoe strekt de betaling van een geldsom af te dwingen, voorzover de verplichting tot betaling van de geldsom uitsluitend aan dat bestuursorgaan voortvloeit uit een bij of krachtens deze wet gestelde regel; + +onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan. ### Artikel 18.1a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, alsmede met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten bepaalde, voor zover dit bij of krachtens de betrokken wet is bepaald. + +**2.** De artikelen 18.4 tot en met 18.18 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen bepaalde. ### Artikel 18.2 @@ -4046,7 +4369,7 @@ Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in de artikelen 18.2 tot en met 18.2d, w ### Artikel 18.2f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 16 gestelde verplichtingen. ### Artikel 18.3 @@ -4071,11 +4394,15 @@ b. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken we **4.** Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid kan Onze betrokken Minister gevallen of categorieën van gevallen aanwijzen met betrekking waartoe, in afwijking van het derde lid, bij zijn besluit aangewezen ambtenaren uitsluitend belast zijn met het toezicht op de naleving. -**5.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. +**5.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk 16 bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. + +**6.** Van een besluit als bedoeld in het eerste en vijfde lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. ### Artikel 18.4a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in artikel 18.16a, eerste en tweede lid, zijn belast de krachtens artikel 18.4, vijfde lid, aangewezen ambtenaren. + +**2.** Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 18.5 @@ -4087,7 +4414,9 @@ Het bevoegd gezag is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van ### Artikel 18.6a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.5, eerste lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, artikel 16.12, derde lid, artikel 16.13, artikel 16.14 of artikel 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of van artikel 22, eerste lid, van de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen. + +**2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. ### Artikel 18.7 @@ -4098,7 +4427,7 @@ b. geen ander bestuursorgaan daartoe bevoegd is. ### Artikel 18.7a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Artikel 18.7, aanhef en onder b, is niet van toepassing voorzover het betreft de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk 16 bepaalde. ### Artikel 18.8 @@ -4124,7 +4453,9 @@ Indien een verzoek als bedoeld in artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht **2.** Een vergunning of ontheffing, die betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel van andere afvalstoffen die van elders afkomstig zijn, kan, voor zover zij het beheer van afvalstoffen betreft, tevens worden ingetrokken, indien op grond van hoofdstuk 10 voor de houder geldende voorschriften niet worden nageleefd. -**3.** Het bevoegd gezag gaat niet tot intrekking over dan nadat het de betrokkene de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de vergunning of ontheffing, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels, bedoeld in het eerste of tweede lid, na te leven. +**3.** Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, die de betrokken persoon houdt, intrekken. + +**4.** Het bevoegd gezag gaat niet tot intrekking als bedoeld in het eerste en tweede lid over dan nadat het de betrokkene de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de vergunning of ontheffing, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels, bedoeld in het eerste of tweede lid, na te leven. ### Artikel 18.13 @@ -4171,71 +4502,167 @@ b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen. ### Artikel 18.16a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.5, eerste lid, 16.12, derde lid, 16.13, 16.14 of 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen. + +**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid. Artikel 18.16b is niet van toepassing. + +**3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd. + +**4.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, in een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39 dient in te leveren. + +**5.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid. ### Artikel 18.16b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op voorzover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten. ### Artikel 18.16c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 18.16i, derde lid, onder a, is gedaan. ### Artikel 18.16d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging: + +a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of +b. het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht, dan wel ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delicten. + +**2.** Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is en de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd. + +**3.** + +Voor een gedraging die aan het openbaar ministerie moet worden voorgelegd, kan het bestuur van de emissieautoriteit alsnog een bestuurlijke boete opleggen indien: + +a. het openbaar ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien, of +b. sedert het voorleggen van de gedraging dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het openbaar ministerie is ontvangen. ### Artikel 18.16e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet. + +**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit stemt de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. + +**3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, tweede lid, het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, heeft ingeleverd. Het tweede lid is niet van toepassing. + +**4.** In afwijking van het derde lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgassen genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent. + +**5.** Artikel 16.4 is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet. ### Artikel 18.16f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Degene die aan een handeling van de emissieautoriteit redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet langer verplicht ten behoeve van deze oplegging inlichtingen omtrent de overtreding te verstrekken. + +**2.** De overtreder wordt op het bepaalde in het eerste lid gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken, en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen. ### Artikel 18.16g -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien een overtreding als bedoeld in artikel 18.16a, eerste of tweede lid, is gepleegd en het bestuur van de emissieautoriteit voornemens is in verband daarmee een bestuurlijke boete op te leggen, maakt het bestuur van de emissieautoriteit een rapport op. + +**2.** + +Het rapport is gedagtekend en vermeldt: + +a. de naam van de overtreder; +b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift; +c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd; +d. in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid: het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid. + +**3.** Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. + +**4.** Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van dit hoofdstuk in de plaats van het rapport. + +**5.** Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van artikel 18.16d, tweede lid, wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden. ### Artikel 18.16h -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt op verzoek afschriften daarvan beschikbaar. + +**2.** Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de emissieautoriteit er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. ### Artikel 18.16i -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder in de gelegenheid om zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot: + +a. het opleggen van een bestuurlijke boete; +b. in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid: het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid. + +**2.** Het rapport, bedoeld in artikel 18.16g, eerste lid, wordt reeds bij de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. + +**3.** + +Indien het bestuur van de emissieautoriteit nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat: + +a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of, in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, de naam van de overtreder niet wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid, of +b. de overtreding alsnog aan het openbaar ministerie zal worden voorgelegd, + +wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld. ### Artikel 18.16j -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport, bedoeld in artikel 18.16g, eerste lid, omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete en, in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid. + +**2.** De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuur van de emissieautoriteit bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen. ### Artikel 18.16k -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt: + +a. de naam van de overtreder; +b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift; +c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd; +d. het bedrag van de boete; +e. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden; +f. in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid: het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid. ### Artikel 18.16l -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, eerste en tweede lid, vervalt tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. + +**2.** Indien tegen de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist. ### Artikel 18.16m -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen zes weken nadat de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift of, indien gedurende die termijn bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, op dat verzoek is beslist, tenzij de beschikking, bedoeld in artikel 18.16k, een later tijdstip vermeldt. + +**2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het bedrag van de verschuldigde rente vast. + +**3.** Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, maant het bestuur van de emissieautoriteit degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd schriftelijk aan binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden, alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen. De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen. ### Artikel 18.16n -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de in artikel 18.16m, derde lid, genoemde termijn van twee weken kan het bestuur van de emissieautoriteit de verschuldigde boete invorderen bij dwangbevel. + +**2.** Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd. + +**3.** De uitvaardiging en betekening van het dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd. De kosten die het bestuur van de emissieautoriteit in rekening kan brengen, betreffen ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten. + +**4.** Bij het dwangbevel worden tevens de kosten van de aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening gebracht. + +**5.** De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De artikelen 3:41 tot en met 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing. Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden opgekomen. ### Artikel 18.16o -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 18.16m, derde lid, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid. ### Artikel 18.16p -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18.16k, onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 18.16q -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in artikel 18.4, vijfde lid, of artikel 18.4a, eerste lid, bedoelde personen in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500. + +**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen boete op als bedoeld in het eerste lid, indien de overtreder aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt. + +**3.** Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding. ### Artikel 18.17 @@ -4315,6 +4742,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **4.** Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, kan openbaarmaking van het betrokken milieuverslag achterwege blijven tot uiterlijk vier weken nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist. +**5.** Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een verslag als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b. + ## Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter ### Paragraaf 20.1. Algemeen @@ -4382,7 +4811,9 @@ a. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.27, b. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.31a, c. inzake een verklaring als bedoeld in artikel 8.36a, d. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39, of -e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid. +e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid; +f. inhoudende een aanmaning als bedoeld in artikel 18.16m, derde lid; +g. inhoudende een dwangbevel als bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid. **3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder b, c, d of e, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag. @@ -4390,7 +4821,7 @@ e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid. ### Artikel 20.3 -**1.** Een besluit als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift dan wel, indien ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar kan worden gemaakt, van een beroepschrift. Indien gedurende die termijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. +**1.** Een besluit als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift dan wel, indien ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar kan worden gemaakt, van een beroepschrift. Indien gedurende die termijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dan wel, in een geval waarin artikel 20.1, zevende lid, van toepassing is, de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. **2.** Indien het gebruik maken van een besluit als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, voordat op een beroep is beslist, wegens de daaraan verbonden kosten, dan wel wegens de daardoor veroorzaakte wijziging in feitelijke omstandigheden die bij de beslissing op het beroep een rol kunnen spelen, aanmerkelijke invloed kan hebben op die beslissing, wordt een zodanige voorlopige voorziening getroffen dat die invloed zich niet kan voordoen. @@ -4560,7 +4991,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken **3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan. -**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.2, vierde lid, 12.4, 12.5,15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, of 15.46, vijfde lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. +**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.2, vierde lid, 12.4, 12.5,15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, of 15.46, vijfde lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. **5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.