diff --git a/wet/wet-uitkeringen-burger-oorlogsslachtoffers-1940-1945/BWBR0003664/README.md b/wet/wet-uitkeringen-burger-oorlogsslachtoffers-1940-1945/BWBR0003664/README.md index 3c15dff6feb..2d887d8da08 100644 --- a/wet/wet-uitkeringen-burger-oorlogsslachtoffers-1940-1945/BWBR0003664/README.md +++ b/wet/wet-uitkeringen-burger-oorlogsslachtoffers-1940-1945/BWBR0003664/README.md @@ -138,7 +138,7 @@ Recht op een garantie-uitkering heeft het burger-oorlogsslachtoffer, dat ten tij **1.** Indien aanspraak bestaat op een periodieke uitkering, wordt de grondslag vastgesteld, waarnaar de uitkering wordt berekend. **2.** a. Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in artikel 7, onder a, wordt de grondslag vastgesteld naar het inkomen uit arbeid, dat het burger-oorlogsslachtoffer ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 35, in Nederland, ware hij niet invalide geweest, zou hebben genoten uit het door hem uitgeoefende beroep of bedrijf, waarin hij voor het eerst ten gevolge van zijn invaliditeit zijn werkzaamheden moest beëindigen of blijvend verminderen; -b. indien het burger-oorlogsslachtoffer, bedoeld onder *a*, na het tot uiting komen van de invaliditeit ten gevolge waarvan hij zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf heeft moeten beëindigen of blijvend verminderen, arbeid heeft aanvaard in een ander beroep of bedrijf, kan, indien dat voor hem gunstiger is, de grondslag worden vastgesteld naar het inkomen, dat het burger-oorlogsslachtoffer ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 35, in Nederland uit arbeid in laatstbedoeld beroep of bedrijf zou hebben genoten, indien hij zijn werkzaamheden door of in verband met zijn invaliditeit niet had moeten beëindigen of blijvend verminderen; +b. indien het burger-oorlogsslachtoffer, bedoeld onder a, na het tot uiting komen van de invaliditeit ten gevolge waarvan hij zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf heeft moeten beëindigen of blijvend verminderen, arbeid heeft aanvaard in een ander beroep of bedrijf, kan, indien dat voor hem gunstiger is, de grondslag worden vastgesteld naar het inkomen, dat het burger-oorlogsslachtoffer ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 35, in Nederland uit arbeid in laatstbedoeld beroep of bedrijf zou hebben genoten, indien hij zijn werkzaamheden door of in verband met zijn invaliditeit niet had moeten beëindigen of blijvend verminderen; c. onder arbeid in een ander beroep of bedrijf, bedoeld onder b, wordt verstaan: arbeid, welke gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren in de voor dat beroep of bedrijf gebruikelijke arbeidstijd is verricht; d. de Raad kan, bij beschikking, van het bepaalde onder c afwijken indien naar zijn oordeel de onverkorte toepassing daarvan, gelet op alle omstandigheden, in een individueel geval onredelijk zou zijn. @@ -148,18 +148,18 @@ d. de Raad kan, bij beschikking, van het bepaalde onder c afwijken indien naar z **5.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf, als bedoeld in het tweede lid, moet worden verstaan. -**6.** Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in artikel 7, onder *b*, wordt de grondslag vastgesteld met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen. +**6.** Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in artikel 7, onder b, wordt de grondslag vastgesteld met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen. -**7.** Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in artikel 7, onder *c*, wordt de grondslag vastgesteld op het bedrag, bedoeld in het achtste lid, onder *a*, tenzij de Raad, rekening houdende met alle omstandigheden, in een individueel geval van oordeel is, dat een hogere grondslag gerechtvaardigd is. Deze grondslag kan niet op een hoger bedrag worden vastgesteld dan de grondslag die zou zijn vastgesteld, indien het burger-oorlogsslachtoffer zou voldoen aan het bepaalde in het tweede lid, onder *a* of *b*. +**7.** Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in artikel 7, onder c, wordt de grondslag vastgesteld op het bedrag, bedoeld in het achtste lid, onder *a*, tenzij de Raad, rekening houdende met alle omstandigheden, in een individueel geval van oordeel is, dat een hogere grondslag gerechtvaardigd is. Deze grondslag kan niet op een hoger bedrag worden vastgesteld dan de grondslag die zou zijn vastgesteld, indien het burger-oorlogsslachtoffer zou voldoen aan het bepaalde in het tweede lid, onder a of b. **8.** De grondslag wordt bepaald op: -a. ten minste een bedrag van € 1.743,65 per maand per 1 januari 1983 voor een nabetaling over december 2004: € 1.766,64; -b. ten hoogste een bedrag van € 3.619,74 per maand per 1 januari 1983 voor een nabetaling over december 2004: € 3.667,46. +a. ten minste een bedrag van € 1746,61 per maand per 1 januari 1983 voor een nabetaling over december 2005: € 1793,87; +b. ten hoogste een bedrag van € 3625,89 per maand per 1 januari 1983 voor een nabetaling over december 2005: € 3723,99. -**9.** De grondslag, waarnaar de uitkering aan de weduwe of weduwnaar bedoeld in artikel 7, onder *d* tot en met f, wordt berekend, wordt vastgesteld op hetzelfde bedrag als waarop de grondslag voor het burger-oorlogsslachtoffer zou zijn vastgesteld, indien hij op de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 35, nog in leven zou zijn geweest en op die datum voldaan zou hebben aan het bepaalde in artikel 7, onder a of b. +**9.** De grondslag, waarnaar de uitkering aan de weduwe of weduwnaar bedoeld in artikel 7, onder d tot en met f, wordt berekend, wordt vastgesteld op hetzelfde bedrag als waarop de grondslag voor het burger-oorlogsslachtoffer zou zijn vastgesteld, indien hij op de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 35, nog in leven zou zijn geweest en op die datum voldaan zou hebben aan het bepaalde in artikel 7, onder a of b. ### Artikel 11 @@ -274,13 +274,13 @@ G voorstelt: de grondslag, waarnaar de uitkering wordt berekend. ### Artikel 20 -**1.** Op de overeenkomstig het bepaalde in artikel 18, eerste lid, vastgestelde uitkering wordt een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de ten laste van de uitkeringsgerechtigde blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot het bedrag van de premie, welke hij ten hoogste ter zake van een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 verschuldigd is of zou zijn. +**1.** Op de overeenkomstig het bepaalde in artikel 18, eerste lid, vastgestelde uitkering wordt een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de ten laste van de uitkeringsgerechtigde blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag dat per categorie van uitkeringsgerechtigden kan verschillen. **2.** Indien de in artikel 18, eerste lid, bedoelde kosten van verpleging of verzorging met toepassing van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten worden betaald en de uitkeringsgerechtigde in die kosten een eigen bijdrage verschuldigd is, wordt op de overeenkomstig het bepaalde in dat artikel vastgestelde uitkering een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de eigen bijdrage. ### Artikel 21 -De periodieke uitkering of de garantie-uitkering van de uitkeringsgerechtigde wordt vermeerderd met een toeslag wegens de te zijnen laste blijvende premie, welke hij ten hoogste ter zake van een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 verschuldigd is of zou zijn, indien en voor zover deze premie meer bedraagt dan het overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 14 en 15 vastgestelde percentage van het verschil tussen de grondslag en het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder *a*. +De periodieke uitkering of de garantie-uitkering van de uitkeringsgerechtigde wordt vermeerderd met een toeslag gelijk aan de te zijnen laste blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag dat per categorie van uitkeringsgerechtigden kan verschillen, indien en voor zover deze premie meer bedraagt dan het overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 14 en 15 vastgestelde percentage van het verschil tussen de grondslag en het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a. ### Artikel 22 @@ -294,9 +294,9 @@ De periodieke uitkering of de garantie-uitkering van de uitkeringsgerechtigde wo Op de periodieke uitkering wordt, indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, een toeslag verleend. Deze toeslag bedraagt: -a. voor de gehuwde uitkeringsgerechtigde 60% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; -b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, die tevens een pensioengerechtigde is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Algemene Ouderdomswet, 20% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder c, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; -c. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, anders dan die, bedoeld onder b, 20% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet. +a. voor de gehuwde uitkeringsgerechtigde 60% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; +b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, die tevens een pensioengerechtigde is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Algemene Ouderdomswet, 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; +c. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, anders dan die, bedoeld onder b, 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet. **2.** @@ -345,11 +345,11 @@ b. voor het burger-oorlogsslachtoffer, dat de leeftijd van 65 jaren heeft bereik ### Artikel 26 -**1.** Op de periodieke uitkering, waaronder begrepen de met de in artikel 23 genoemde toeslag verhoogde uitkering, wordt, na toepassing van de artikelen 28 en 30, een bedrag ingehouden, dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever ingevolge de Werkloosheidswet op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is ingevolge die wet, inhoudt. +**1.** Op de periodieke uitkering, waaronder begrepen de met de in artikel 23 genoemde toeslag verhoogde uitkering, wordt, na toepassing van de artikelen 28 en 30, een bedrag ingehouden, dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is ingevolge die wet, inhoudt. **2.** Op de garantie-uitkering wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag ingehouden. -**3.** Indien ingevolge een van de sociale verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Onze Minister voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. +**3.** Indien ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Onze Minister voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. **4.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkering is vastgesteld met toepassing van artikel 15, derde lid. @@ -361,6 +361,10 @@ b. voor het burger-oorlogsslachtoffer, dat de leeftijd van 65 jaren heeft bereik Het bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder *a*, wordt door Onze Minister herzien, indien en voor zover de ontwikkeling van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft. +### Artikel 27a + +De op grond van de artikelen 20, eerste lid, en 21 bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen worden door Onze Minister herzien naar evenredigheid van de ontwikkeling van de standaardpremie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de zorgtoeslag. + ### Paragraaf 7. Verrekening van inkomsten ### Artikel 28 @@ -370,7 +374,7 @@ Het bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder *a*, wordt door Onze Minist Op de over enig kalenderjaar toegekende periodieke uitkering vermeerderd met de toeslagen, bedoeld in de artikelen 21 en 23, worden, voor zover deze over de overeenkomstige periode werden genoten, in mindering gebracht: a. indien de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, de bruto-inkomsten uit tegenwoordige arbeid in beroep of bedrijf, na aftrek van de daarop drukkende verwervingskosten, voor zover deze inkomsten 20% van de grondslag waarnaar de uitkering is berekend te boven gaan; -b. Indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, en pensioengerechtigd ingevolge de Algemene Ouderdomswet, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet van de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot met inbegrip van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van die wet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, voor zover dit niet meer bedraagt dan tweemaal het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder b, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; +b. Indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, en pensioengerechtigd ingevolge de Algemene Ouderdomswet, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet van de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot met inbegrip van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van die wet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, voor zover dit niet meer bedraagt dan tweemaal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; c. de inkomsten uit vermogen van de uitkeringsgerechtigde en van diens echtgenoot; d. de overige inkomsten van de uitkeringsgerechtigde. @@ -384,7 +388,7 @@ c. Wijziging van het vermogen, anders dan bedoeld onder b, geeft geen aanleiding **5.** Bij bedrijfsbeëindiging vindt het bepaalde in het eerste lid, onder c, en het vierde lid, van dat tijdstip af overeenkomstige toepassing. -**6.** Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op enig pensioen als bedoeld in artikel 23, derde lid, en op dat pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van tenminste 40% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met 40% van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, zijn het eerste tot en met vierde lid van toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van het eerste lid, onder b, op schriftelijk verzoek van de uitkeringsgerechtigde 50% van het aan de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot toegekende bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, met inbegrip van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, op de uitkering in mindering wordt gebracht. +**6.** Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op enig pensioen als bedoeld in artikel 23, derde lid, en op dat pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van tenminste 40% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met 40% van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, zijn het eerste tot en met vierde lid van toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van het eerste lid, onder *b*, op schriftelijk verzoek van de uitkeringsgerechtigde 50% van het aan de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot toegekende bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, met inbegrip van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, op de uitkering in mindering wordt gebracht. **7.** @@ -428,7 +432,7 @@ b. doelgerichte subsidies of tegemoetkomingen, waaronder begrepen de vermeerderi **4.** Indien de in het eerste lid bedoelde kosten betrekking hebben op verpleging of verzorging van een alleenstaande of een echtpaar in een daartoe bestemde inrichting en niet worden betaald met toepassing van een der sociale verzekeringswetten, worden deze kosten vergoed voor zover de inkomsten daartoe ontoereikend zijn. Van de inkomsten blijft buiten beschouwing een bedrag ter grootte van de met toepassing van het bepaalde in de artikelen 18, eerste lid, en 20, eerste lid, vastgestelde uitkering. -**5.** Een vergoeding ter zake van de kosten bedoeld in de voorgaande leden wordt slechts verleend voor zover deze niet ten laste kunnen worden gebracht van een ziekenfondsverzekering krachtens de Ziekenfondswet of van een ziektekostenverzekering, indien een zodanige verzekering is of zou zijn afgesloten. De Raad kan van het bepaalde in de voorgaande volzin afwijken, indien, gezien de individuele omstandigheden van de aanvrager, naar het oordeel van die Raad daartoe gegronde redenen aanwezig zijn. +**5.** Een vergoeding ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt slechts verleend voor zover deze niet ten laste kunnen worden gebracht van een zorgverzekering ingevolge de Zorgverzekeringswet of een andere ziektekostenverzekering of ten laste daarvan zouden kunnen worden gebracht indien een zodanige verzekering is of zou zijn gesloten. De Raad kan van de eerste volzin afwijken, indien, gezien de individuele omstandigheden van de aanvrager, naar het oordeel van de Raad daartoe gegronde redenen aanwezig zijn. **6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot de aard, de duur en de wijze van verstrekking van de voorzieningen bedoeld in de voorgaande leden.