2025-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008
This commit is contained in:
parent
a1d1a93eb6
commit
c3d260b4be
1 changed files with 37 additions and 56 deletions
|
|
@ -28,7 +28,6 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin
|
|||
| Awb | Algemene wet bestuursrecht |
|
||||
| Awir | Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen |
|
||||
| AWR | Algemene wet inzake rijksbelastingen |
|
||||
| B/CA | Belastingdienst/Centrale administratie, sector betalingsverwerking |
|
||||
| BW | Burgerlijk Wetboek |
|
||||
| DWU | Douanewetboek van de Unie |
|
||||
| FW | Faillissementswet |
|
||||
|
|
@ -44,6 +43,7 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin
|
|||
|
||||
#### 1.1.2. Definities
|
||||
|
||||
– belangenbehartiger: de onafhankelijke belangenbehartiger, bedoeld in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020;
|
||||
– belastingen: belastingen die van rijkswege door de Belastingdienst worden geheven alsmede de opcenten;
|
||||
– besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990;
|
||||
– directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst: de in artikel 4, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde (algemeen) directeur van het relevante organisatieonderdeel van de Belastingdienst;
|
||||
|
|
@ -84,7 +84,6 @@ Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal
|
|||
Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb). Het laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
– bezwaarschriften tegen beschikkingen vaststelling executiewaarde bodemzaak als bedoeld in artikel 22bis, negende lid, van de wet;
|
||||
– bezwaarschriften tegen beschikkingen betalingskorting als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet;
|
||||
– bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet;
|
||||
– bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet;
|
||||
– bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
|
@ -311,8 +310,6 @@ Als de aangegeven bestemming van de betaling een belastingaanslag betreft die al
|
|||
|
||||
Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg.
|
||||
|
||||
Onder betalingskorting wordt in dit verband verstaan: de teruggenomen betalingskorting wegens een verleende vermindering die abusievelijk niet op grond van artikel 24, vierde lid, van de wet is verrekend met het uit te betalen bedrag van de vermindering van de belastingaanslag waarvoor de betalingskorting is verleend. Omdat in voorkomende gevallen tevens kosten in rekening kunnen worden gebracht voor de invordering van de teruggenomen betalingskorting, is de betalingskorting tevens opgenomen in de toerekeningsregel van artikel 7, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
Onder rente als bedoeld in artikel 7 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente.
|
||||
|
||||
### 7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen
|
||||
|
|
@ -1544,7 +1541,7 @@ In dat besluit – de zogenoemde leaseregeling – is aangegeven onder welke voo
|
|||
|
||||
##### 22.9.2.1. Leaseregeling
|
||||
|
||||
De lessor zal uitsluitend voor de toepassing van het bodemrecht ex artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990, alsmede voor de toepassing van artikel 3.30, eerste lid, van de Wet IB 2001 en de investeringsfaciliteiten in ieder geval als eigenaar van een door hem op basis van leasing ter beschikking gesteld leaseobject worden aangemerkt indien hij:
|
||||
De lessor zal uitsluitend voor de toepassing van het bodemrecht ex artikel 22, derde lid, van de wet, alsmede voor de toepassing van artikel 3.30, eerste lid, van de Wet IB 2001 en de investeringsfaciliteiten in ieder geval als eigenaar van een door hem op basis van leasing ter beschikking gesteld leaseobject worden aangemerkt indien hij:
|
||||
|
||||
a. zich als zodanig gedraagt,
|
||||
b. de juridische eigendom van het leaseobject heeft, én
|
||||
|
|
@ -1771,7 +1768,7 @@ Een belastingteruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, van de Wet op de omz
|
|||
|
||||
Verrekening van een uit te betalen bedrag door de ontvanger gebeurt bij beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekendgemaakt door toezending of uitreiking van een kennisgeving.
|
||||
|
||||
Deze bekendmaking kan ook namens de ontvanger door de B/CA worden gedaan. Het achterwege laten van de bekendmaking heeft niet tot gevolg dat de verrekening nietig is.
|
||||
Het achterwege laten van de bekendmaking heeft niet tot gevolg dat de verrekening nietig is.
|
||||
|
||||
### 24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting
|
||||
|
||||
|
|
@ -1795,7 +1792,7 @@ Voor zover een belastingteruggaaf ten name van een onderdeel van een fiscale een
|
|||
|
||||
#### 24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding
|
||||
|
||||
In artikel 24, vierde lid, van de wet is een instemmingsregeling opgenomen die verrekening uitsluit als de ontvanger instemt met cessie (artikel 3:94 BW) of stille verpanding (artikel 3:239 BW) van een uit te betalen bedrag.
|
||||
In artikel 24, derde lid, van de wet is een instemmingsregeling opgenomen die verrekening uitsluit als de ontvanger instemt met cessie (artikel 3:94 BW) of stille verpanding (artikel 3:239 BW) van een uit te betalen bedrag.
|
||||
|
||||
Als de ontvanger niet heeft ingestemd, kan hij tot verrekening met openstaande schulden overgaan ook al is de cessie of verpanding aan hem meegedeeld. De ontvanger verrekent het uit te betalen bedrag met de belastingschulden die openstaan op het moment van formalisering van het uit te betalen bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1861,7 +1858,7 @@ Bij toewijzing van het verzoek vermeldt de ontvanger de voorwaarden waaronder hi
|
|||
|
||||
Een verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als:
|
||||
|
||||
a. het verzoek niet schriftelijk is ingediend, tenzij sprake is van een verzoek om uitstel als bedoeld in artikel 25.5.3 of 25.6.2d;
|
||||
a. het verzoek niet schriftelijk is ingediend, tenzij sprake is van een verzoek om uitstel als bedoeld in artikel 25.5.3 of 25.6.2d of indien het verzoek via een daartoe opengesteld kanaal is ingediend;
|
||||
b. de medewerking van de verzoeker aan de Belastingdienst naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is;
|
||||
c. onjuiste gegevens worden verstrekt;
|
||||
d. de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de ontvanger daartoe gestelde termijn zijn verstrekt. Als de verstrekte gegevens onvolledig zijn, stelt de ontvanger de belastingschuldige in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog binnen twee weken te verstrekken;
|
||||
|
|
@ -1952,7 +1949,7 @@ De ontvanger willigt geen enkel verzoek om uitstel meer in als de belastingdeurw
|
|||
|
||||
#### 25.1.15. Verzoekschriften aan andere instellingen
|
||||
|
||||
De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer der Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën tot op dat verzoekschrift is beslist. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kan de ontvanger na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen treffen.
|
||||
De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer der Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën tot op dat verzoekschrift is beslist. De ontvanger houdt de invordering ten laste van een belastingschuldige ook aan als de Belangenbehartiger zijn casus in behandeling heeft genomen. De ontvanger doet dit tot het moment waarop behandeling van de casus door de Belangenbehartiger definitief is afgerond. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kan de ontvanger na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen treffen.
|
||||
|
||||
### 25.2. Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag
|
||||
|
||||
|
|
@ -2286,12 +2283,15 @@ De belastingschuldige kan beroep instellen bij de directeur tegen het niet tijdi
|
|||
|
||||
Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de ontvanger uitstel van betaling had moeten verlenen, dan hoeft de directeur niet te volstaan met de uitspraak dat de ontvanger niet tijdig heeft beslist, maar kan hij op het beroepschrift van de belastingschuldige inhoudelijk beslissen.
|
||||
|
||||
#### 25.7.5. Beroep, bezwaar, of nieuw verzoek om uitstel van betaling bij de ontvanger
|
||||
#### 25.7.5. Administratief beroep of nieuw verzoek om uitstel van betaling bij de ontvanger
|
||||
|
||||
1. De ontvanger merkt een door de belastingschuldige ingediend bezwaarschrift tegen de beslissing op het verzoek om uitstel aan als een beroepschrift. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel indient voor dezelfde belastingschuld als waarvoor de ontvanger eerder een verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk had afgewezen, zonder daarbij andere feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
|
||||
2. In de in het eerste lid bedoelde situaties geeft de ontvanger een nieuwe beschikking af, als hij op dat moment aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij de directeur.
|
||||
3. Als de belastingschuldige in zijn nieuwe verzoek om uitstel voor dezelfde belastingschuld andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt, beslist de ontvanger zelf op dat verzoek. Bij zijn beslissing houdt hij rekening met deze feiten of veranderde omstandigheden. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, dan kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij de directeur.
|
||||
4. Als de belastingschuldige opnieuw verzoekt om uitstel van betaling, ter zake van een belastingschuld waarvoor de directeur reeds op een administratief beroep afwijzend heeft beslist, zonder daarbij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, wijst de ontvanger dit verzoek af onder verwijzing naar de uitspraak van de directeur. Als de belastingschuldige het met deze beschikking niet eens is, dan kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij de directeur.
|
||||
De ontvanger merkt een door de belastingschuldige gemaakt bezwaar tegen de beslissing op het verzoek om uitstel van betaling aan als een administratief beroep dat is gericht aan de directeur. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel van betaling indient voor dezelfde belastingschuld waarvoor de ontvanger eerder een verzoek om uitstel van betaling geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen en daarbij geen andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt.
|
||||
|
||||
In de hiervoor genoemde situaties geeft de ontvanger een nieuwe voor administratief beroep vatbare beschikking af als hij aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen.
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel van betaling doet voor dezelfde belastingschuld en hij vermeldt hierin andere feiten of veranderde omstandigheden, dan beslist de ontvanger op dat verzoek bij voor administratief beroep vatbare beschikking. Bij deze beslissing houdt hij rekening met deze andere feiten of veranderde omstandigheden. Dit geldt ook als het een belastingschuld betreft waarvoor de directeur al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist.
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige opnieuw verzoekt om uitstel van betaling ter zake van een belastingschuld waarvoor de directeur al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist zonder daarbij andere feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, wijst de ontvanger dit verzoek af onder verwijzing naar de uitspraak van de directeur bij voor administratief beroep vatbare beschikking.
|
||||
|
||||
## 25a. Uitstel van betaling exitheffingen inkomstenbelasting
|
||||
|
||||
|
|
@ -2480,8 +2480,6 @@ De betalingscapaciteit wordt gevormd door het positieve verschil tussen het gemi
|
|||
|
||||
Het netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van zijn echtgenoot in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend. De vaststelling van het totale netto besteedbaar inkomen staat los van de aansprakelijkheid tot betaling van de aanslagen waarvoor kwijtschelding wordt verzocht.
|
||||
|
||||
Bij het vaststellen van de nettowoonlasten, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de regeling, vermindert de ontvanger het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, met € 37,72.
|
||||
|
||||
De verantwoordelijkheid van de echtgenoot voor schulden van de belastingschuldige, wordt beperkt tot de (materiële) belastingschulden die betrekking hebben op de huwelijkse periode dan wel uit de periode waarin de gezamenlijke huishouding is gevoerd. Dat kan tot gevolg hebben dat in voorkomende gevallen de belastingaanslag moet worden gesplitst. Het vermogen en de betalingscapaciteit van de echtgenoot van belastingschuldige, worden dus buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige ingediend verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan buiten de huwelijkse periode dan wel de gezamenlijke huishouding. Het toe te passen normbedrag is in dit geval het normbedrag voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder (zie artikel 16 van de regeling).
|
||||
|
||||
#### 26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren
|
||||
|
|
@ -2498,8 +2496,8 @@ Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbu
|
|||
|
||||
De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag.
|
||||
|
||||
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 86.
|
||||
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 66 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
|
||||
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 77.
|
||||
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 68 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B. Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan worden om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2553,7 +2551,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft
|
|||
|
||||
#### 26.2.19. Normpremie zorgverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
|
||||
|
||||
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 42 per maand en voor echtgenoten € 95 per maand.
|
||||
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 45 per maand en voor echtgenoten € 101 per maand.
|
||||
|
||||
#### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland
|
||||
|
||||
|
|
@ -2649,13 +2647,15 @@ Als de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking van de ontv
|
|||
|
||||
Als de belastingschuldige het nader toegezonden verzoekformulier niet terugzendt, stelt de ontvanger hem in de gelegenheid dit alsnog te doen. Als de belastingschuldige hieraan geen gevolg geeft, stelt de ontvanger de directeur daarvan in kennis. De ontvanger adviseert de directeur dan om niet aan het beroepschrift tegemoet te komen.
|
||||
|
||||
#### 26.4.2. Herhaald verzoek om kwijtschelding
|
||||
#### 26.4.2. Administratief beroep of nieuw verzoek om kwijtschelding bij de ontvanger
|
||||
|
||||
De ontvanger merkt een herhaald verzoek om kwijtschelding aan als een beroepschrift dat gericht is aan de directeur. Als de ontvanger zelf aanleiding ziet om een gunstigere beslissing te nemen dan in zijn eerdere beschikking, handelt hij het herhaalde verzoek zelf af.
|
||||
De ontvanger merkt een door de belastingschuldige gemaakt bezwaar tegen de beslissing op het verzoek om kwijtschelding aan als een administratief beroep dat is gericht aan de directeur. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om kwijtschelding indient voor dezelfde belastingschuld waarvoor de ontvanger eerder een verzoek om kwijtschelding geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen en daarbij geen andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt.
|
||||
|
||||
De ontvanger behandelt een herhaald verzoek om kwijtschelding als een eerste verzoek als het verzoek is afgewezen als gevolg van een duidelijke, ambtelijke fout.
|
||||
In de hiervoor genoemde situaties geeft de ontvanger een nieuwe voor administratief beroep vatbare beschikking af als hij aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen.
|
||||
|
||||
In deze gevallen kan de belastingschuldige na de beslissing van de ontvanger een beroepschrift indienen bij de directeur.
|
||||
Als de belastingschuldige een nieuw verzoek om kwijtschelding doet voor dezelfde belastingschuld en hij vermeldt hierin andere feiten of veranderde omstandigheden, dan beslist de ontvanger op dat verzoek bij voor administratief beroep vatbare beschikking. Bij deze beslissing houdt hij rekening met deze andere feiten of veranderde omstandigheden. Dit geldt ook als het een belastingschuld betreft waarvoor de directeur al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist.
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige opnieuw verzoekt om kwijtschelding ter zake van een belastingschuld waarvoor de directeur al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist zonder daarbij andere feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, wijst de ontvanger dit verzoek af onder verwijzing naar de uitspraak van de directeur bij voor administratief beroep vatbare beschikking.
|
||||
|
||||
#### 26.4.3. Beroepsfase kwijtschelding
|
||||
|
||||
|
|
@ -2834,39 +2834,20 @@ Er zijn in deze leidraad op artikel 28c van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
|||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op artikel 29 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
## 30. Beschikking betalingskorting en invorderingsrente
|
||||
## 30. Beschikking invorderingsrente
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
|
||||
– beschikking terug te nemen betalingskorting;
|
||||
– verzoek tot vermindering rente is bezwaar;
|
||||
– betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie;
|
||||
– teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling;
|
||||
– geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting.
|
||||
– invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie.
|
||||
|
||||
### 30.1. Beschikking terugnemen betalingskorting
|
||||
|
||||
De ontvanger informeert de belastingschuldige ook bij voor bezwaar vatbare beschikking over de terug te nemen betalingskorting na een vermindering en de verrekening van die betalingskorting met de vermindering.
|
||||
|
||||
### 30.2. Verzoek tot vermindering rente is bezwaar
|
||||
### 30.1. Verzoek tot vermindering rente is bezwaar
|
||||
|
||||
Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van in rekening gebrachte rente merkt de ontvanger aan als een bezwaarschrift.
|
||||
|
||||
### 30.3. Betalingskorting en invorderingsrente – (hoger) beroep en cassatie
|
||||
### 30.2. Invorderingsrente – (hoger) beroep en cassatie
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de ontvanger overeenkomstig de voorschriften van het Besluit beroep in belastingzaken, met dien verstande dat de ontvanger in een procedure niet dezelfde stukken hoeft over te leggen als de inspecteur. De ontvanger kan zich beperken tot de stukken die in de procedure over de toepassing van de regeling betalingskorting dan wel invorderingsrente relevant zijn.
|
||||
|
||||
### 30.4. Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling
|
||||
|
||||
Als om uitstel van betaling wordt verzocht voor een teruggenomen betalingskorting is het beleid van artikel 25 van deze leidraad van overeenkomstige toepassing. Hiervan kan sprake zijn als de ontvanger de teruggenomen betalingskorting bij vergissing niet heeft verrekend met het uit te betalen bedrag van de vermindering.
|
||||
|
||||
Indiening van een bezwaar- of beroepschrift (in hoger beroep) schort de verplichting om de invorderingsrente te betalen niet op. Als om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid van artikel 25 van deze leidraad en artikel 34 van de regeling van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### 30.5. Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting
|
||||
|
||||
De wet voorziet niet in een voor bezwaar vatbare beschikking waarbij de ontvanger de betalingskorting niet verleent. Dit heeft tot gevolg dat tegen het besluit van de ontvanger om de vastgestelde betalingskorting niet in aanmerking te nemen, het rechtsmiddel van bezwaar niet openstaat.
|
||||
|
||||
Als een bezwaarschrift wordt ingediend tegen het niet verlenen van de betalingskorting, verklaart de ontvanger de belanghebbende niet-ontvankelijk.
|
||||
Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de ontvanger overeenkomstig de voorschriften van het Besluit beroep in belastingzaken, met dien verstande dat de ontvanger in een procedure niet dezelfde stukken hoeft over te leggen als de inspecteur. De ontvanger kan zich beperken tot de stukken die in de procedure over de toepassing van de invorderingsrente relevant zijn.
|
||||
|
||||
## 31. en
|
||||
|
||||
|
|
@ -3010,6 +2991,8 @@ Een beroep op onrechtmatig handelen behoort eveneens tot de mogelijkheden. Dit b
|
|||
|
||||
Er is al sprake van in strijd handelen met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer gepast is, als een g-rekeninghouder bedragen stort of ontvangt terwijl hij wist dat er geen sprake was van inlening en hij deze bedragen niet heeft teruggestort. De schade bestaat uit de niet op de g-rekening verhaalbare loonheffingen en omzetbelasting zoals die ten tijde van de onttrekking verschuldigd zijn en/of later verschuldigd worden, één en ander tot ten hoogste het onttrokken bedrag.
|
||||
|
||||
Betaling op de g-rekening van een uitlener/opdrachtnemer die ook een zelfstandige zonder personeel levert, levert in beginsel geen oneigenlijk gebruik van de g-rekening op.
|
||||
|
||||
#### 34.4.4. Surseance en inlenersaansprakelijkheid
|
||||
|
||||
Zodra de ontvanger bekend is met een surseanceverlening, verzoekt hij de bewindvoerder schriftelijk of hij – binnen een door de ontvanger te stellen termijn – schriftelijk wil instemmen met de vestiging van een pandrecht op de saldi op de g-rekening die ontstaan vanaf de datum van surseanceverlening.
|
||||
|
|
@ -3232,7 +3215,7 @@ Een bedrijf dat bij de feitelijke uitvoering van een bepaald werk zelf geen werk
|
|||
|
||||
#### 35.3.5. Woningcorporaties en eigenbouwerschap
|
||||
|
||||
Woningcorporaties en andere op grond van artikel 70, eerste lid, van de Woningwet ‘toegelaten instellingen’ oefenen in beginsel een bedrijf uit. Als voor eigen rekening en risico een nieuwbouwproject wordt uitgevoerd – hetzij voor de verkoop, hetzij voor de verhuur – en het realiseren van een nieuwbouwproject meer dan incidenteel gebeurt, is de corporatie eigenbouwer. De corporatie moet dan een zodanige ervaring en kennis hebben met betrekking tot het bouwen, dat zij door hiervan gebruik te maken feitelijk op dezelfde wijze optreedt als een hoofdaannemer die het gehele werk uitbesteedt.
|
||||
Woningcorporaties en andere op grond van artikel 19, eerste lid, van de Woningwet ‘toegelaten instellingen’ oefenen in beginsel een bedrijf uit. Als voor eigen rekening en risico een nieuwbouwproject wordt uitgevoerd – hetzij voor de verkoop, hetzij voor de verhuur – en het realiseren van een nieuwbouwproject meer dan incidenteel gebeurt, is de corporatie eigenbouwer. De corporatie moet dan een zodanige ervaring en kennis hebben met betrekking tot het bouwen, dat zij door hiervan gebruik te maken feitelijk op dezelfde wijze optreedt als een hoofdaannemer die het gehele werk uitbesteedt.
|
||||
|
||||
#### 35.3.6. Gemeentelijke grondbedrijven en eigenbouwerschap
|
||||
|
||||
|
|
@ -3573,8 +3556,6 @@ In deze omstandigheden moet de belastingschuldige de betalingsonmacht melden aan
|
|||
|
||||
Bij de beoordeling of sprake is van betalingsonmacht speelt het begrip ‘liquide middelen’ een rol. Voor de toepassing van artikel 36, tweede lid, van de wet worden onder liquide middelen verstaan de kasmiddelen, waaronder de banktegoeden, en de direct opneembare kredietruimte van het lichaam. De melding van betalingsonmacht dient schriftelijk te geschieden door de bestuurder of de gemachtigde van de belastingschuldige. De wijze waarop de schriftelijke melding moet plaatsvinden, is vormvrij. Artikel 7, derde lid, van het besluit is echter onverminderd van toepassing. Voor de melding kan gebruik worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst in het zogenoemde Persoonlijk Domein van de belastingschuldige beschikbaar stelt.
|
||||
|
||||
De melding van betalingsonmacht kan niet worden gedaan voor zover het betreft een naheffingsaanslag die is opgelegd vanwege de omstandigheid dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen of voldaan, waarbij die omstandigheid is te wijten aan opzet of grove schuld van het lichaam.
|
||||
|
||||
#### 36.5.2. Verzoek waaruit betalingsproblemen blijken en melding betalingsonmacht
|
||||
|
||||
Een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling dan wel een schriftelijk verzoek of brief – niet zijnde de melding van betalingsonmacht als bedoeld in artikel 36.5.1 – waaruit betalingsproblemen blijken, merkt de ontvanger in beginsel aan als een schriftelijke melding van betalingsonmacht. Daarbij geldt dat in het verzoek of de brief inzicht gegeven moet worden in de oorzaak van de betalingsproblemen. Wanneer in het schriftelijke verzoek of de brief geen inzicht wordt gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald, gelden het verzoek en de brief niet als melding van betalingsonmacht.
|
||||
|
|
@ -4005,7 +3986,7 @@ Als de ontvanger een derde aansprakelijk stelt op grond van artikel 34, 35, 35a
|
|||
– het loonbestanddeel dat in die omzet is begrepen of naar aanleiding van die omzet is berekend;
|
||||
– de loonheffingen die over dat loonbestanddeel zijn verschuldigd;
|
||||
– de loonheffingen die door de uitlener/onderaannemer zijn afgedragen en/of zijn betaald over de werkzaamheden/het werk;
|
||||
– de in aanmerking te nemen vrijwarende betalingen van de inlener/aannemer (rechtstreekse stortingen en/of betalingen via de g-rekening);
|
||||
– de in aanmerking te nemen vrijwarende betalingen van de inlener/aannemer (betalingen via de g-rekening);
|
||||
– voor zover het de aansprakelijkstelling van de koper van reeds vervaardigde kleding betreft, wordt gemotiveerd aangegeven waarom geen beroep op de disculpatiemogelijkheid kan worden gedaan.
|
||||
|
||||
### 49.5. Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden
|
||||
|
|
@ -4420,7 +4401,7 @@ Het beleid in deze leidraad en in de regeling dat ziet op kwijtschelding van bel
|
|||
2. De ontvanger houdt bij de beoordeling van een aan hem aangeboden bedrag in het kader van een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, rekening met de zogenoemde 20%-regel als bedoeld in artikel 374, tweede lid, FW. De ontvanger kan daardoor onder omstandigheden medewerking verlenen aan een akkoord ondanks dat hij niet het dubbele percentage ontvangt van hetgeen aan concurrente schuldeisers als bedoeld in artikel 374, tweede lid, FW op hun vorderingen zal worden uitgekeerd.
|
||||
3. De ontvanger kan ook instemmen met een aan hem aangeboden akkoord als bedoeld in artikel 370 FW, als dit niet ziet op alle schuldeisers van de belastingschuldige. De ontvanger kan eveneens instemmen met een akkoord als er nog een redelijke mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen. Zie in dit verband artikel 73.3a.3.
|
||||
4. De ontvanger kan instemmen met een aan hem aangeboden akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, waarbij een of meer schuldeisers het gedeelte van hun vordering dat niet wordt voldaan, niet kwijtschelden maar omzetten in aandelen. De ontvanger stemt echter niet in met een akkoord als de betaling van het akkoordbedrag aan hem, geschiedt door omzetting van de belastingschuld in aandelenkapitaal of enige andere betalingsvorm van gelijke strekking.
|
||||
5. Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvoor in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend (zoals belastingaanslagen motorrijtuigenbelasting), met uitzondering van de communautaire middelen.
|
||||
5. Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvoor in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend, met uitzondering van de communautaire middelen.
|
||||
|
||||
#### 73.3a.2a. Tijdelijk uitkeringspercentage WHOA
|
||||
|
||||
|
|
@ -4541,7 +4522,7 @@ Als na beëindiging van faillissement daaruit ontvangen gelden moeten worden ter
|
|||
|
||||
#### 73.4.15. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige woont of gevestigd is in een lidstaat van de EU – niet Denemarken – en aldaar in staat van insolventie verkeert terwijl in Nederland sprake is van een nevenvestiging, kan in Nederland op grond van de EG-insolventieverordening een zogenoemde territoriale of secundaire procedure worden geopend.
|
||||
Als de belastingschuldige woont of gevestigd is in een lidstaat van de EU – niet Denemarken – en aldaar in staat van insolventie verkeert terwijl in Nederland sprake is van een nevenvestiging, kan in Nederland op grond van de EU-insolventieverordening een zogenoemde territoriale of secundaire procedure worden geopend.
|
||||
|
||||
Onmiddellijk na kennisname van de in het buitenland geopende hoofdprocedure, beoordeelt de ontvanger of hij baat heeft bij het openen van een secundaire of territoriale procedure in Nederland. Een secundaire procedure betreft alleen de liquidatieprocedure – dus niet de surseance van betaling – en wordt afgewikkeld volgens het in Nederland geldende recht. De staat van insolventie behoeft daarbij niet te worden aangetoond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4575,7 +4556,7 @@ De ontvanger kan in bijzondere omstandigheden een langere termijn voor uitstel v
|
|||
|
||||
Het uitstel vangt aan met ingang van de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na totstandkoming van een schuldregelingsovereenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener of een schuldregeling met de schuldeisers tot stand kan worden gebracht. De schuldhulpverlener streeft ernaar dit onderzoek af te ronden binnen 120 dagen, maar uiterlijk binnen 240 dagen, gerekend vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Wanneer de schuldregeling met de schuldeisers tot stand is gebracht, zet de schuldhulpverlener de schuldregelingsovereenkomst voort; hij stelt de schuldeisers daarvan schriftelijk op de hoogte. Slaagt de schuldhulpverlener niet tijdig in het tot stand brengen van de schuldregeling, dan beëindigt hij de schuldregelingsovereenkomst.
|
||||
|
||||
Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvan in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend (zoals belastingaanslagen motorrijtuigenbelasting), omdat de wettelijke schuldsaneringsregeling ook van toepassing is op die belastingaanslagen.
|
||||
Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvan in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend, omdat de wettelijke schuldsaneringsregeling ook van toepassing is op die belastingaanslagen.
|
||||
|
||||
De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking hebben op de (materieel) verschuldigde belasting tot en met de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst en is definitief in die zin dat daarop van de zijde van de ontvanger in beginsel niet meer kan worden teruggekomen. In voorkomend geval wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen door middel van schatting bepaald. In het geval de in de vorige volzin bedoelde schatting naar achteraf blijkt substantieel te laag mocht zijn, kan de ontvanger daarop alleen terugkomen indien terzake van die belasting ten tijde van de schatting ten onrechte geen aangifte was gedaan danwel indien de belastingschuldige of de schuldhulpverlener wisten of behoorden te weten dat de schatting te laag was.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4792,7 +4773,7 @@ Naast de normale vormen van zekerheid, kan zekerheidstelling ook plaatsvinden do
|
|||
|
||||
In dit verband wordt gewezen op artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel a., van de Pensioenwet dat een zodanige verpanding voor pensioenen mogelijk maakt. Overigens geldt dat verpanding van het pensioenkapitaal in het kader van artikel 25, vijfde lid, van de wet geen handeling is die tot invordering van de conserverende belastingaanslag leidt.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 1e, tweede lid, van de regeling kan zekerheidstelling door de belastingschuldige achterwege blijven, als er sprake is van emigratie én waardeoverdracht van kapitaal aan een buitenlandse, niet in een EU-lidstaat gevestigde, aangewezen verzekeraar of pensioenfonds, welke zich heeft verplicht tot het verschaffen van inlichtingen en tot het stellen van zekerheid.
|
||||
In aanvulling op artikel 1e, tweede lid, van de regeling kan zekerheidstelling door de belastingschuldige achterwege blijven, als er sprake is van emigratie én waardeoverdracht van kapitaal aan een buitenlandse, niet in een EU-lidstaat, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland gevestigde, aangewezen verzekeraar of pensioenfonds, welke zich heeft verplicht tot het verschaffen van inlichtingen en tot het stellen van zekerheid.
|
||||
|
||||
#### 74.2.2. Verscheidene contracten en
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue