2024-01-01 | BWBR0014394 | Mijnbouwbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 7da09c2941
commit c3e1495715

View file

@ -107,7 +107,7 @@ d. aan de ontheffing of vergunning verbonden beperkingen of voorschriften niet w
### Artikel 8
**1.** Indien bij mijnbouwactiviteiten op het continentaal plat een archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet of een vermoedelijk archeologisch monument wordt gevonden of een archeologische vondst als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangetroffen, is artikel 5.10 van de Erfgoedwet van toepassing en zijn de artikelen 56, 58, eerste lid, en 59 van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet, van overeenkomstige toepassing.
**1.** Indien bij mijnbouwactiviteiten op het continentaal plat een archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet of een vermoedelijk archeologisch monument wordt gevonden of een archeologische vondst als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangetroffen, is artikel 5.10 van de Erfgoedwet van toepassing en zijn de artikelen 19.9 en 15.1, eerste lid, aanhef en onder k, van de Omgevingswet, van overeenkomstige toepassing.
**2.** De uitvoerder onderscheidenlijk de beheerder stelt de onderzoeksgegevens, bedoeld in artikel 48, onderscheidenlijk de gegevens voortvloeiend uit onderzoek naar de aanleg en ligging van een pijpleiding als bedoeld in artikel 92, onderdeel a, ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor zover die gegevens informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid van archeologische monumenten dan wel vermoedelijke archeologische monumenten in of op de bodem van de territoriale zee of het continentaal plat.
@ -125,23 +125,13 @@ d. aan de ontheffing of vergunning verbonden beperkingen of voorschriften niet w
**1.**
Tenminste vier weken voor de aanvang van een verkenningsonderzoek, verstrekt de onderzoeker aan de inspecteur-generaal der mijnen:
Tenminste vier weken voor de aanvang van een verkenningsonderzoek op land, verstrekt de onderzoeker aan de inspecteur-generaal der mijnen:
a. gegevens omtrent de wijze waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht;
b. een kaart waarop is aangegeven het gebied waarin en de lijnen waarlangs het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de naam van de opdrachtnemer;
c. de data waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht;
d. indien bij het verkenningsonderzoek op zee gebruik gemaakt zal worden van vaartuigen: de namen, nationaliteit en registratiekenmerken van die vaartuigen;
e. indien het verkenningsonderzoek wordt verricht in oppervlaktewater dat matig of druk wordt bevaren als bedoeld in artikel 16, respectievelijk artikel 17:
c. de data waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht.
1°. informatie over de bekwaamheid en ervaring van de persoon die contact houdt met de overige scheepvaart in en om het onderzoeksgebied;
2°. informatie over het vaartuig en de uitrusting van het vaartuig met betrekking tot radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur, waarop de persoon, bedoeld onder 1°, zich bevindt, en
f. indien het verkenningsonderzoek wordt verricht in oppervlaktewater dat druk wordt bevaren wordt tevens informatie als bedoeld in onderdeel e verstrekt over de persoon en de vaartuigen die de persoon, bedoeld in onderdeel e, onder 1°, bijstaan.
**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef, kan de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en f, na instemming van Onze Minister op een later tijdstip voorafgaande aan het verkenningsonderzoek worden verstrekt.
**3.** De onderzoeker doet de inspecteur-generaal der mijnen onmiddellijk mededeling van wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde gegevens.
**4.** Indien een onderzoeker het verkenningsonderzoek in oppervlaktewater uitvoert, kan de inspecteur-generaal der mijnen een onderzoeker verplichten door de inspecteur-generaal aangewezen ambtenaren te vervoeren met een daartoe geschikt vervoermiddel naar door deze ambtenaren aan te duiden plaatsen waar een verkenningsonderzoek wordt of zal worden uitgevoerd.
**2.** De onderzoeker doet de inspecteur-generaal der mijnen onmiddellijk mededeling van wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde gegevens.
### Paragraaf 2.2. Algemene regels voor verkenningsonderzoek in oppervlaktewater
@ -157,67 +147,37 @@ Deze paragraaf is van toepassing op een verkenningsonderzoek in oppervlaktewater
### Artikel 13
De onderzoeker informeert het Kustwachtcentrum dagelijks over de voortgang van een verkenningsonderzoek in het gebied waarin het onderzoek wordt verricht, voor zover dat gebied is gelegen binnen de territoriale zee of het continentaal plat, onder vermelding van in ieder geval op welk tijdstip van de dag het onderzoek zal aanvangen en waarop het onderzoek zal worden gestaakt.
Vervallen
### Artikel 14
Het is verboden zonder toestemming van een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen bevoegde autoriteit verkenningsonderzoek te verrichten, indien het zicht vanaf het verkenningsvaartuig minder is dan de lengte van de bij het onderzoek te gebruiken of gebruikte kabels.
Vervallen
### Artikel 15
**1.** Het is verboden verkenningsonderzoek te verrichten met gebruikmaking van kabels met een lengte van meer dan 1500 meter en met kabels die in de breedte meer dan 150 meter van elkaar verwijderd zijn.
**2.** Het verbod geldt niet indien het verkenningsvaartuig wordt begeleid door een ander vaartuig dat tot taak heeft de overige scheepvaart in en om het onderzoeksgebied op veilige afstand te houden en daartoe is uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur en voldoende pyrotechnische middelen.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, nadere regels worden gesteld omtrent de in het tweede lid bedoelde uitrusting.
Vervallen
### Paragraaf 2.3. Bijzondere regels voor verkenningsonderzoek in oppervlaktewater
### Artikel 16
**1.** Het is verboden verkenningsonderzoek te verrichten in of boven de delen van de territoriale zee en het continentaal plat die matig worden bevaren en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
**2.**
Het verbod geldt niet indien:
a. zich aan boord van het verkenningsvaartuig een persoon bevindt die contact houdt met de overige scheepvaart in en om het onderzoeksgebied in het belang van de veiligheid van de scheepvaart, en
b. het vaartuig waarop de in onderdeel a bedoelde persoon zich bevindt, is uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur, bestemd voor de begeleiding van en de communicatie met de overige scheepvaart in en om het onderzoeksgebied.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, regels worden gesteld omtrent de vereiste bekwaamheid en ervaring van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon, alsmede nadere regels omtrent de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde uitrusting.
Vervallen
### Artikel 17
**1.** Het is verboden verkenningsonderzoek te verrichten in of boven de delen van de territoriale zee en het continentaal plat die druk worden bevaren en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
**2.**
Het verbod geldt niet indien:
a. is voldaan aan de bij of krachtens artikel 16, tweede en derde lid, gestelde regels;
b. het verkenningsvaartuig wordt begeleid door ten minste twee vaartuigen die tot taak hebben de persoon, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, bij te staan bij de begeleiding of het op afstand houden van de overige scheepvaart en daartoe zijn uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur alsmede voldoende pyrotechnische middelen.
**3.** Op de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde uitrusting is artikel 15, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 18
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, verkenningsonderzoek te verrichten in of boven de delen van de territoriale zee en het continentaal plat die worden gebruikt als ankergebieden nabij aanloophavens en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
**2.** Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Een vergunning wordt slechts geweigerd in het belang van de scheepvaart.
Vervallen
### Artikel 19
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, verkenningsonderzoek te verrichten in of boven de delen van oppervlaktewater die worden gebruikt als oefen- en schietgebied en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
**2.** Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Een vergunning wordt slechts geweigerd in het belang van de landsverdediging.
Vervallen
### Artikel 20
Het is verboden verkenningsonderzoek te verrichten in gebieden die deel uit maken van de territoriale zee en het continentaal plat, die bij ministeriële regeling zijn aangewezen als aanloopgebied Hoek van Holland.
Vervallen
### Paragraaf 2.4. Gebruik ontplofbare stoffen bij verkenningsonderzoek
@ -960,7 +920,7 @@ e. het niet kunnen uitvoeren van werkzaamheden door een van buiten komende oorza
Een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met g, dat een gedeelte is van een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is een geval als bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de wet, voor de toepassing van artikel 44, eerste lid, van de wet, tenzij:
a. Onze Minister voor dat mijnbouwwerk een aanvraag om een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet, of een verandering van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht heeft ontvangen;
a. Onze Minister voor dat mijnbouwwerk een aanvraag om een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet, of een verandering van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet heeft ontvangen;
b. de inspecteur-generaal der mijnen voor dat mijnbouwwerk:
1°. een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van een boorgat als bedoeld in artikel 74, eerste lid, heeft ontvangen;
@ -1018,7 +978,7 @@ m. in geval van een gedeeltelijke verwijdering van het mijnbouwwerk voor welk do
**2.** Het verwijderingsplan vermeldt binnen welke perioden de beschreven werkzaamheden beginnen en eindigen en kan in een fasering van de verwijdering voorzien.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef, kan bij het overleggen van informatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met k, worden volstaan met een verwijzing naar informatie die is of wordt overgelegd bij een aanvraag om een vergunning, een melding of de naleving van een verplichting tot het overleggen van gegevens en bescheiden krachtens de wet, de Waterwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, respectievelijk de Wet bodembescherming, in het geval die informatie de relevante feiten bevat of zal bevatten die nodig zijn voor een besluit tot instemming met het verwijderingsplan, respectievelijk een besluit tot instemming met het verwijderingsplan onder het stellen van voorwaarden of voorschriften.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef, kan bij het overleggen van informatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met k, worden volstaan met een verwijzing naar informatie die is of wordt overgelegd bij een aanvraag om een vergunning, een melding of de naleving van een verplichting tot het overleggen van gegevens en bescheiden krachtens de wet, respectievelijk de Omgevingswet, in het geval die informatie de relevante feiten bevat of zal bevatten die nodig zijn voor een besluit tot instemming met het verwijderingsplan, respectievelijk een besluit tot instemming met het verwijderingsplan onder het stellen van voorwaarden of voorschriften.
**4.** Onze Minister beslist binnen dertien weken na het overleggen van een verwijderingsplan over de instemming.
@ -1037,7 +997,7 @@ b. het verwachte resultaat van de uitvoering van het verwijderingsplan onvoldoen
c. het mijnbouwwerk in aanmerking komt voor hergebruik;
d. het mijnbouwwerk niet in aanmerking komt voor het in de aanvraag beschreven gedeeltelijk hergebruik als mijnbouwwerk;
e. in het geval van hergebruik het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 44a, tweede lid, van de wet, voor zover het hergebruik betreft, geen verklaring van geen bedenkingen heeft gegeven;
f. naar het oordeel van het bevoegde gezag krachtens de Waterwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Wet bodembescherming het voorstel tot onderzoeken of saneren van de bodem niet voldoet;
f. naar het oordeel van het bevoegde gezag krachtens de Omgevingswet het voorstel tot onderzoeken of saneren van de bodem niet voldoet;
g. de bestemming van de af te voeren materialen en afvalstoffen onduidelijk is;
h. de planning van de uitvoering van de verwijdering niet duidelijk is of voorziet in een onredelijk lange termijn;
i. de verwijdering van een mijnbouwwerk voor de winning van zout leidt tot:
@ -1123,37 +1083,19 @@ Deze paragraaf heeft betrekking op mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewat
### Artikel 44
**1.** Het is verboden een mijnbouwinstallatie, daaronder mede begrepen een veiligheidszone als bedoeld in artikel 43 van de wet, te plaatsen in gebieden die worden gebruikt als oefen- en schietgebied en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
**2.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de landsverdediging of veiligheid.
**4.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
Vervallen
### Artikel 44a
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag voor een ontheffing, als bedoeld in artikel 43, vierde lid, van de wet en omtrent de wijziging of intrekking van deze ontheffing.
Vervallen
### Artikel 45
**1.** Het is verboden een mijnbouwinstallatie, daaronder mede begrepen een veiligheidszone als bedoeld in artikel 43 van de wet, te plaatsen in gebieden die druk worden bevaren en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
**2.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de scheepvaart of veiligheid.
**4.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
Vervallen
### Artikel 45a
**1.** Het is verboden een mijnbouwinstallatie, daaronder mede begrepen een veiligheidszone als bedoeld in artikel 43 van de wet, te plaatsen in een gebied, dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, respectievelijk 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee.
**2.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de elektriciteitsopwekking of de veiligheid.
**4.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
Vervallen
### Artikel 46
@ -1328,7 +1270,7 @@ e. het niet kunnen uitvoeren van werkzaamheden door een van buiten komende oorza
Een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met g, dat verbonden is aan of onderdeel is van een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de wet is een geval als bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de wet, voor de toepassing van artikel 44, eerste lid, van de wet, tenzij:
a. Onze Minister voor dat mijnbouwwerk een aanvraag om een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet, of een verandering van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht heeft ontvangen;
a. Onze Minister voor dat mijnbouwwerk een aanvraag om een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet, of een verandering van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet heeft ontvangen;
b. de inspecteur-generaal der mijnen voor dat mijnbouwwerk:
1°. een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van een boorgat als bedoeld in artikel 74, eerste lid, heeft ontvangen;
@ -1382,7 +1324,7 @@ m. in geval van een gedeeltelijke verwijdering van het mijnbouwwerk voor welk do
**2.** Het verwijderingsplan vermeldt binnen welke perioden de beschreven werkzaamheden beginnen en eindigen en kan in een fasering van de verwijdering voorzien.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef, kan bij het overleggen van informatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met k, worden volstaan met een verwijzing naar informatie die is of wordt overgelegd bij een aanvraag om een vergunning, een melding of de naleving van een verplichting tot het overleggen van gegevens en bescheiden krachtens de wet, de Waterwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, respectievelijk de Wet bodembescherming, in het geval die informatie de relevante feiten bevat of zal bevatten die nodig zijn voor een besluit tot instemming met het verwijderingsplan, respectievelijk een besluit tot instemming met het verwijderingsplan onder het stellen van voorwaarden of voorschriften.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef, kan bij het overleggen van informatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met k, worden volstaan met een verwijzing naar informatie die is of wordt overgelegd bij een aanvraag om een vergunning, een melding of de naleving van een verplichting tot het overleggen van gegevens en bescheiden krachtens de wet, respectievelijk de Omgevingswet, in het geval die informatie de relevante feiten bevat of zal bevatten die nodig zijn voor een besluit tot instemming met het verwijderingsplan, respectievelijk een besluit tot instemming met het verwijderingsplan onder het stellen van voorwaarden of voorschriften.
**4.** Onze Minister beslist binnen dertien weken na het overleggen van een verwijderingsplan over de instemming.
@ -1401,7 +1343,7 @@ b. het verwachte resultaat van de uitvoering van het verwijderingsplan onvoldoen
c. het mijnbouwwerk in aanmerking komt voor hergebruik;
d. het mijnbouwwerk niet in aanmerking komt voor een gedeeltelijk hergebruik als mijnbouwwerk;
e. in het geval van hergebruik het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 44a, tweede lid, van de wet, niet heeft verklaard dat het bevoegde gezag daartegen, voor zover het hergebruik betreft, geen bedenkingen heeft;
f. naar het oordeel van het bevoegd gezag krachtens de Waterwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Wet bodembescherming het voorstel tot onderzoeken of saneren van de bodem niet voldoet;
f. naar het oordeel van het bevoegd gezag krachtens de Omgevingswet het voorstel tot onderzoeken of saneren van de bodem niet voldoet;
g. de bestemming van de af te voeren materialen en afvalstoffen onduidelijk is; of
h. de planning van de uitvoering van de verwijdering niet duidelijk is of voorziet in een onredelijk lange termijn.
@ -1475,7 +1417,7 @@ c. niet is verwijderd overeenkomstig de voorschriften die aan de instemming zijn
### Artikel 64
**1.** De artikelen 44 tot en met 49 en paragraaf 5.2.3 zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63, eerste lid.
**1.** De artikelen 46 tot en met 49 en paragraaf 5.2.3 zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63, eerste lid.
**2.** Als de inspecteur-generaal der mijnen voor een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van een boorgat als bedoeld in artikel 74, eerste lid, heeft ontvangen, is artikel 44, eerste, tweede en derde lid, van de wet niet van toepassing, indien het boorgat naar het oordeel van de inspecteur-generaal der mijnen in overeenstemming met het werkprogramma buiten gebruik is gesteld. De inspecteur-generaal der mijnen informeert Onze Minister over het oordeel.
@ -1916,22 +1858,17 @@ e. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 94.
### Artikel 94
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in artikel 44 of 45 wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in de artikelen 7.67, onderdeel b, onder 1°, of 7.67, onderdeel b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
**2.** De vergunning wordt geweigerd indien de pijpleiding niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 93 gestelde eisen.
**3.** De vergunning kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden in verband met risico op schade.
**4.**
Indien de vergunning betrekking heeft op een pijpleiding waarvoor op grond van het Besluit milieueffectrapportage het maken van een milieueffectrapport verplicht is, zijn:
a. hoofdstuk 7 en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, en
b. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de voorbereiding van het besluit omtrent de aanvraag om een vergunning.
**4.** Indien de vergunning betrekking heeft op een project voor het aanleggen van een pijpleiding waarvoor op grond van artikel 16.43 van de Omgevingswet een milieueffectrapport moet worden gemaakt, is afdeling 16.4 van die wet van toepassing.
### Artikel 95
Artikel 94 is van overeenkomstige toepassing op een pijpleiding waarvan het aanleggen zal plaatsvinden in of op een ander gebied dan bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, van dat artikel, en waarvoor op grond van het Besluit milieueffectrapportage het maken van een milieueffectrapport verplicht is.
Artikel 94 is van overeenkomstige toepassing op een pijpleiding waarvan het aanleggen zal plaatsvinden in of op een ander gebied dan bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, van dat artikel, en waarvoor op grond van artikel 16.43 van de Omgevingswet een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
### Artikel 96
@ -2582,18 +2519,18 @@ Indien een groeve tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld, is artikel 160, eerste
**2.**
De bedragen, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden in rekening gebracht voor het op aanvraag verlenen, wijzigen of intrekken van:
De bedragen, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden in rekening gebracht voor het op aanvraag verlenen, wijzigen, intrekken of beoordelen van:
a. een besluit als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 24d van de wet;
b. een instemming met een winningsplan, een verwijderingsplan, of een rapport dan wel een beoordeling van een melding als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, 44, eerste lid, 44a, eerste lid, 44c, derde lid, respectievelijk artikel 44, eerste lid, van de wet en een ontheffing als bedoeld artikel 44b, eerste lid, van de wet;
c. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingswet met betrekking tot een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht;
d. een vergunning en ontheffing als bedoeld in artikel 40, tweede lid, eerste volzin, respectievelijk, artikel 43, vierde lid, van de wet;
c. een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
d. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet;
e. een vergunning als bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, en 94, eerste lid;
f. een instemming als bedoeld in artikel 55, eerste lid;
g. een ontheffing, instemming of beoordeling van een melding krachtens dit besluit of een krachtens dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, die betrekking heeft op een productie-installatie, een niet-productie-installatie, een pijpleiding, een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet of een mijnbouwwerk bedoeld voor het opsporen of winnen van aardwarmte;
h. een instemming als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw;
i. een melding als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw;
j. een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
h. een melding als bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
i. een toestemming als bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
j. gegevens en bescheiden als bedoeld in de artikelen 4.1117, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
k. een instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, derde lid, van de wet.
**3.**