2008-07-19 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer

This commit is contained in:
Coornhert 2008-07-19 12:00:00 +00:00
parent abd0bb432e
commit c3e53ad8d8

View file

@ -29,11 +29,11 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: de Arbeidstijdenwet.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:
a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102);
b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102);
c. *verordening (EEG) nr. 3821/85:*
verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370);
d. *verordening (EG) nr. 2135/98:*
verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85;
verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85;
e. *vrachtauto: *motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet goederenvervoer over de weg, alsmede een losse trekker als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel bb, van het Voertuigreglement;
f. *bus:* motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet personenvervoer 2000;
g. *taxi:* auto waarmee taxivervoer wordt verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet personenvervoer 2000;
@ -44,8 +44,8 @@ k. *bestuurderskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, o
l. *werkplaatskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
m. *bedrijfskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
n. *controlekaart:* tachograafkaart, als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder o, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80);
p. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123).
o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80);
p. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123).
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «bestuurder» en «week» verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 4, onderdelen c en i, van verordening (EG) nr. 561/2006.
@ -474,7 +474,7 @@ c. *lid van het boordpersoneel:* lid van het cockpitpersoneel en cabinepersoneel
### Artikel 4.1:2
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van § 4.5, wordt verstaan onder:
a. *vliegwerktijd:* de periode van het ogenblik af, waarop een lid van het boordpersoneel zich dient te melden voor de uitoefening van zijn functie tot het einde van zijn werkzaamheden;
b. *werktijd: *de som van de vliegwerktijd en de luchthavenreservetijd;
@ -488,13 +488,12 @@ g. *rustgelegenheid: *de deugdelijke accommodatie aan boord van het luchtvaartui
### Artikel 4.1:3
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van § 4.5, wordt verstaan onder:
a. *vlieguren:* de periode van het ogenblik af dat een vleugelvliegtuig zijn vliegtuigopstelplaats verlaat, met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het vleugelvliegtuig na de vlucht tot stilstand komt op de gekozen of aangewezen vliegtuigopstelplaats en de motoren zijn afgezet;
b. *vliegtijd:* de periode van het ogenblik af dat het hefschroefvliegtuig zich op eigen kracht voortbeweegt tot het ogenblik waarop de hefschroef of hefschroeven tot stilstand komt of komen;
c. *verkeersvlucht:* een vlucht die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft;
d. *rondvlucht: *een verkeersvlucht welke aanvangt en eindigt op hetzelfde terrein en welke een tijdsduur heeft van ten hoogste 60 minuten;
e. *luchtarbeid: *werkzaamheden uitgevoerd door een lid van het boordpersoneel tijdens de vlucht, niet zijnde een verkeersvlucht.
a. *vliegtijd:* de periode van het ogenblik af dat de helikopter zich op eigen kracht voortbeweegt tot het ogenblik waarop de hefschroef of hefschroeven tot stilstand komt of komen;
b. *verkeersvlucht:* een vlucht die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft;
c. *rondvlucht: *een verkeersvlucht welke aanvangt en eindigt op hetzelfde terrein en welke een tijdsduur heeft van ten hoogste 60 minuten;
d. *luchtarbeid: *werkzaamheden uitgevoerd door een lid van het boordpersoneel tijdens de vlucht, niet zijnde een verkeersvlucht.
#### Paragraaf . Overige begrippen
@ -503,10 +502,20 @@ e. *luchtarbeid: *werkzaamheden uitgevoerd door een lid van het boordpersoneel t
Tenzij anders is bepaald, wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
a. *luchtvaartmaatschappij:* onderneming, welke geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen tegen vergoeding;
b. *luchtvaartuig:* een toestel als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Luchtvaartwet;
c. *dag: *een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur Universal Time Coordinated voor vleugelvliegtuigen en van 00.00 uur tot 24.00 uur lokale tijd voor hefschroefvliegtuigen;
b. *luchtvaartuig:* een luchtvaartuig als bedoeld in de Wet luchtvaart;
c. *dag: *een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur Universal Time Coordinated voor vliegtuigen en van 00.00 uur tot 24.00 uur lokale tijd voor helikopters;
d. *luchthaven: *een terrein, dat is ingericht voor het opstijgen en het landen alsmede de daarmede verband houdende beweging op dat terrein van luchtvaartuigen.
#### Paragraaf . Begrippen in § 4.5 Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91
### Artikel 4.1:5
In § 4.5 wordt verstaan onder:
a. *EG-verordening 3922/91:* verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373);
b. *vliegdienstperiode:* een vliegdienstperiode (FDP) als bedoeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1095, onder 1.6;
c. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
### Paragraaf 4.2. Toepassingsgebied van de wet
#### Paragraaf . Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet
@ -517,7 +526,7 @@ Artikel 4.3 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn ni
a. arbeid, verricht door een lid van het boordpersoneel van 18 jaar of ouder dat vluchten, niet zijnde verkeersvluchten maakt ten behoeve van het eigen bedrijf, of van de overheid;
b. luchtarbeid, verricht door een lid van het boordpersoneel van 18 jaar of ouder;
c. arbeid, verricht door een lid van het cabinepersoneel van 18 jaar of ouder van hefschroefvliegtuigen dat verkeersvluchten maakt;
c. arbeid, verricht door een lid van het cabinepersoneel van 18 jaar of ouder van helikopters dat verkeersvluchten maakt;
d. arbeid, verricht door personen van 18 jaar of ouder aan boord van luchtvaartuigen, niet zijnde boordpersoneel.
#### Paragraaf . Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet
@ -540,7 +549,7 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofd
### Artikel 4.4:1
**1.** Elk lid van het boordpersoneel op verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten, houdt van zijn arbeids- en rusttijden een deugdelijke registratie bij of doet die bijhouden.
**1.** Elk lid van het boordpersoneel op verkeersvluchten met helikopters met uitzondering van rondvluchten, houdt van zijn arbeids- en rusttijden een deugdelijke registratie bij of doet die bijhouden.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van registratie.
@ -550,153 +559,39 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofd
De werkgever, de persoon, bedoeld in artikel 4.2:2, en het lid van het boordpersoneel, bedoeld in artikel 4.4:1, eerste lid, bewaren de gegevens en bescheiden met betrekking tot artikel 4.4:1, eerste en tweede lid, en de in artikel 4.3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben.
### Paragraaf 4.5. Arbeids-, rust- en reservetijden cockpitpersoneel verkeersvluchten van vleugelvliegtuigen met uitzondering van rondvluchten
#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf
### Paragraaf 4.5. Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91
### Artikel 4.5:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cockpitpersoneel op verkeersvluchten van vleugelvliegtuigen, met uitzondering van rondvluchten.
#### Paragraaf . Gelijkstelling met vliegwerktijd
In plaats van § 5.2 van de wet is deze paragraaf en EG-verordening 3922/91 van toepassing op bemanningsleden op vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91.
### Artikel 4.5:2
**1.** De vliegwerktijd duurt tot ten minste 30 minuten na het beëindigen van de laatste vlucht in die periode, waarin het lid van het cockpitpersoneel als lid van het boordpersoneel optreedt.
**2.** Als vliegwerktijd wordt tevens aangemerkt de tijdsduur van een door de werkgever gegeven opdracht, anders dan tot het als lid van het cockpitpersoneel maken van een verkeersvlucht.
**3.** Indien een opdracht als bedoeld in het tweede lid het maken van één of meer opeenvolgende vluchten als passagier inhoudt, geldt als tijdsduur van deze opdracht de tijd vanaf het tijdstip van aanmelding voor de vlucht tot 30 minuten na het beëindigen van de vlucht. Artikel 4.5:3, eerste lid, is dan niet van toepassing, met uitzondering van correcties ten aanzien van de grondtijd.
**4.** Bij opdrachten als bedoeld in het derde lid, is meerdere malen achtereen een bekorte rust als bedoeld in artikel 4.5:9 toegestaan. Na afloop dient dan een rusttijd in acht te worden genomen, gelijk aan de normale minimale rusttijd, bedoeld in artikel 4.5:6, vermeerderd met het totaal der bekortingen van de voorafgaande rusten ten opzichte van de normale minimale rusttijd.
**5.** Indien de vliegwerktijd anders dan als lid van het cockpitpersoneel, gevolgd wordt door vliegwerktijd waarin men werkzaam is als cockpitpersoneel, zonder dat deze vliegwerktijden zijn gescheiden door ten minste één minimum rusttijd, is de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd, bedoeld in artikel 4.5:3, van toepassing. De vliegwerktijd wordt in dat geval geacht in te gaan bij aanvang van de opdracht anders dan tot het als lid van het cockpitpersoneel maken van een verkeersvlucht.
**6.** Indien de vliegwerktijd waarin men werkzaam is als cockpitpersoneel wordt gevolgd door vliegwerktijd anders dan als lid van het cockpitpersoneel, zonder dat deze vliegwerktijden zijn gescheiden door ten minste één minimum rusttijd, zijn de maximum gecorrigeerde vliegwerktijden, genoemd in bijlage B, tabel A, onder III, van toepassing. Ten aanzien van de periode dat men werkzaam is als cockpitpersoneel, dient ten aanzien van de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd te worden voldaan aan artikel 4.5:3.
#### Paragraaf . Vliegwerktijd en maximum gecorrigeerde vliegwerktijd
De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat voor een lid van het boordpersoneel de werktijd niet meer dan 2000 uur per jaar bedraagt en zo gelijk mogelijk over het kalenderjaar wordt verspreid.
### Artikel 4.5:3
**1.**
In bijlage A behorend bij dit besluit wordt de wijze van berekening vastgesteld van de vliegwerktijd en van de wijze waarop de gecorrigeerde vliegwerktijd daarvan wordt afgeleid onder toepassing van de volgende correcties:
a. voor landingen onder verschillende weersomstandigheden en met vliegtuigen met een verschillende startmassa,
b. het aantal landingen,
c. voor andere verzwarende omstandigheden dan bedoeld in de onderdelen a en b, en
d . voor grondtijd.
**2.**
In bijlage B behorend bij dit besluit worden de tabellen vastgesteld volgens welke de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd wordt bepaald, afhankelijk van:
a. het tijdstip van aanvang van de vliegwerktijd uitgedrukt in lokale tijd van de luchthaven waar de vliegwerktijd aanvangt,
b. of de oproep tot aanmelding voor de vliegwerktijd valt in een reservetijd,
c. de mogelijkheden om af te lossen,
d. om in geval van aflossing van een rustgelegenheid, dan wel van een zitplaats in de cabine, gebruik te maken, en
e. de lengte van de eventuele voorafgaande bekorte rust.
**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overstemming met het eerste en tweede lid.
#### Paragraaf . Maximale werktijd en maximun aantal vlieguren
Bij regeling van Onze Ministers kan worden bepaald op welke wijze de vliegdienstperiode kan worden verlengd bij gesplitste dienst.
### Artikel 4.5:4
De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat voor een werkend lid van het cockpitpersoneel:
**1.** Bij regeling van Onze Ministers wordt bepaald op welke wijze de effecten van tijdzoneverschillen op bemanningsleden met extra rust worden gecompenseerd.
a. de werktijd niet meer dan 2000 uur per jaar bedraagt en zo gelijk mogelijk over het kalenderjaar wordt verspreid, en
b. het aantal vlieguren in een aaneengesloten periode van 30 dagen maximaal 120, per kalenderkwartaal maximaal 320 en per kalenderjaar maximaal 900 bedraagt.
#### Paragraaf . Reservetijd
**2.** Bij regeling van Onze Ministers kan, met inachtneming van het bepaalde in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1110, onder 1.1 en 1.2, worden bepaald onder welke voorwaarden de rustregeling kan worden verkort.
### Artikel 4.5:5
**1.**
**1.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het verlengen van de vliegdienstperiode, met overschrijding van de limieten vermeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1105, voor zover sprake is van uitbreiding van de basiscockpitbemanning. Hierbij wordt ten minste rekening gehouden met het aantal uren genoten rust en de rustgelegenheid aan boord.
De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat:
a. een reservetijd ten hoogste 12 uren bedraagt;
b. gedurende ten minste 8 uren na een reservetijd geen nieuwe reservetijd aanvangt.
**2.** Op een opdracht gegeven voor de aanvang van een reservetijd tot het uitvoeren van een vliegwerktijd waarvan het tijdstip van aanmelding ligt binnen 8 uren na afloop van die reservetijd is voor de bepaling van de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd artikel 4.5:3, eerste en tweede lid, van toepassing. De opdracht wordt dan gezien als een opdracht die is ontvangen op het tijdstip, onmiddellijk voorafgaand aan het einde van de reservetijd.
**3.** Indien het aanvangstijdstip van een vliegwerktijd wordt opgeschort, wordt de tijd tussen het oorspronkelijke meldingstijdstip en het werkelijke meldingstijdstip aangemerkt als reservetijd en zijn de correcties, bedoeld in het tweede lid, daarop van toepassing.
#### Paragraaf . Normale minimum rusttijd
**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld aan het verlengen van de vliegdienstperiode van cabinepersoneel, met overschrijding van de limieten vermeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1105. Hierbij wordt ten minste rekening gehouden met het aantal uren genoten rust en de rustgelegenheid aan boord.
### Artikel 4.5:6
**1.** In bijlage C behorend bij dit besluit, wordt de tabel vastgesteld volgens welke de normale minimum rusttijd, afhankelijk van de duur van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd, wordt bepaald.
Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld ten aanzien van:
**2.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste lid.
#### Paragraaf . Rusttijden
### Artikel 4.5:7
**1.** Drie opeenvolgende rustperiodes bedragen tezamen ten minste 36 uren.
**2.** Een lid van het cockpitpersoneel heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 dagen, hetzij een onafgebroken rusttijd van ten minste 48 uren in elke aaneengesloten periode van 10 dagen.
**3.** Indien een lid van het cockpitpersoneel in een aaneengesloten periode van 8 dagen ten minste 128 uren rust heeft genoten, kan van het tweede lid worden afgeweken, mits hij in de aaneengesloten periode van 7 dagen volgend op de afwijking een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 72 uren. Afwijkingen als bedoeld in de vorige volzin worden niet direct achter elkaar toegepast.
**4.** Bij toepassing van het tweede en derde lid vangt een nieuwe periode aan zodra de bedoelde rust is genoten.
**5.** De rustperiodes kunnen opschuiven, ten behoeve van een reis als niet-werkend bemanningslid in opdracht van een luchtvaartmaatschappij, tot het einde van een reis.
**6.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste tot en met vijfde lid.
#### Paragraaf . Totale rusttijd over langere periode
### Artikel 4.5:8
De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat:
a. een lid van het cockpitpersoneel in beginsel zodanig wordt ingedeeld dat de rusttijd in een aaneengesloten periode van 7 dagen ten minste 126 uur bedraagt;
b. indien het lid van het cockpitpersoneel, in afwijking van onderdeel a, minder dan 18 uren per dag rust geniet, een periode van maximaal 15 dagen aanvangt, waarin bijlage D behorend bij dit besluit van toepassing is.
#### Paragraaf . Bekorte rusttijd
### Artikel 4.5:9
**1.** Een normale minimum rusttijd van een lid van het cockpitpersoneel kan worden bekort tot niet minder dan 7,5 uur.
**2.** Na een bekorte rust is de rusttijd van een lid van het cockpitpersoneel na de vliegwerktijd volgend op de bekorte rust, ten minste gelijk aan de normale minimum rusttijd volgens de tabel, bedoeld in artikel 4.5:6, vermeerderd met de tijd waarmee de normale minimum rust is bekort.
**3.** Een rusttijd van minder dan 7,5 uur geldt als grondtijd.
**4.** In afwijking van het tweede lid, kan een rust van een lid van het cockpitpersoneel meerdere malen achtereen worden bekort indien de vliegwerktijd bestaat uit opdrachten als bedoeld in artikel 4.5:2, derde lid. In dat geval wordt na afloop van de opdrachten een rusttijd genoten, die gelijk is aan de normale minimum rusttijd, vermeerderd met het totaal der bekortingen van de voorafgaande rustperiodes ten opzichte van de normale rust.
**5.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste tot en met vierde lid.
#### Paragraaf . Dagen op de standplaats
### Artikel 4.5:9a
De werkgever deelt de arbeid van een lid van het cockpitpersoneel zodanig in, dat een lid van het cockpitpersoneel, onverminderd zijn aanspraak op vakantiedagen maar met inbegrip van eventuele rusttijd, ten minste 7 dagen in elke kalendermaand en ten minste 96 dagen in elk kalenderjaar op de standplaats heeft, welke vrij zijn van vliegwerktijd en reservetijd. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder «dag»: een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur lokale tijd.
#### Paragraaf . Planning vliegwerktijd
### Artikel 4.5:10
**1.** De werkgever maakt een planning voor de vliegwerktijd.
**2.** Bij de planning van een vliegwerktijd neemt de werkgever een verantwoorde marge in acht ten opzichte van de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd, berekend volgens artikel 4.5:3.
**3.** Indien de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd ten minste 14 en ten hoogste 16 uren bedraagt, bedraagt deze marge ten minste 1,5 uur. Indien de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd meer dan 16 uren bedraagt, bedraagt deze marge ten minste 2 uren.
**4.** Bij optredende afwijkingen van de oorspronkelijke planning kan bij het opzetten van de nieuwe planning van de in het derde lid genoemde marges worden afgeweken, indien na afweging van alle belangen het verantwoord wordt geacht een kleinere marge in acht te nemen.
**5.** Afwijkingen als bedoeld in het vierde lid worden terstond aan de Minister van Verkeer en Waterstaat gemeld.
**6.** De planning eindigt bij de aanvang van de vliegwerktijd.
#### Paragraaf . Onverwachte opdrachten
### Artikel 4.5:11
Indien een lid van het cockpitpersoneel geen opdracht tot het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot het uitvoeren van een verkeersvlucht behoeft te verwachten en de werkgever onverwacht een opdracht geeft tot het verrichten van deze werkzaamheden en deze werkzaamheden dienen aan te vangen binnen 10 uren nadat dit aan het lid van het cockpitpersoneel is medegedeeld, behoeft hij deze opdracht slechts te aanvaarden voor zover deze een door hem zelf te bepalen tijdsduur binnen de grenzen van dit besluit niet overschrijdt.
a. de relatie tussen luchthavenparaatheid en de onmiddellijk daarop volgende vliegdienst;
b. de minimumrustperiode volgend op luchthavenparaatheid die niet wordt gevolgd door een vliegdienst;
c. de overige vormen van paraatheid.
### Paragraaf 4.6. Arbeids-, rust en reservetijden cabinepersoneel vleugelvliegtuigen van verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten
@ -704,62 +599,39 @@ Indien een lid van het cockpitpersoneel geen opdracht tot het verrichten van wer
### Artikel 4.6:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten van vleugelvliegtuigen, met uitzondering van rondvluchten.
Vervallen
#### Paragraaf . Overeenkomstige van toepassingverklaring
### Artikel 4.6:2
**1.** Artikel 4.5:2 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten met dien verstande dat daar waar wordt verwezen naar artikel 4.5:3, gelezen moet worden artikel 4.6:3.
**2.** In afwijking van het eerste lid, vangt de vliegwerktijd van een lid van het cabinepersoneel dat werkzaam is als dierenbegeleider, aan twee uur voor het begin van een vlucht waarin dat lid van het cabinepersoneel als dierenbegeleider werkzaam is, en eindigt deze twee uur na het beëindigen van die vlucht.
Vervallen
#### Paragraaf . Vliegwerktijd en maximum gecorrigeerde vliegwerktijd
### Artikel 4.6:3
**1.**
In bijlage E behorend bij dit besluit wordt de wijze van berekening vastgesteld van de vliegwerktijd en van de wijze waarop de gecorrigeerde vliegwerktijd voor het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten daarvan wordt afgeleid onder toepassing van de volgende correcties:
a. het aantal landingen,
b. andere verzwarende omstandigheden, en
c. grondtijd.
**2.**
In bijlage F behorend bij dit besluit worden de tabellen en wijzen van berekening vastgesteld volgens welke de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd wordt bepaald afhankelijk van:
a. het tijdstip van aanvang van de vliegwerktijd uitgedrukt in lokale tijd van de luchthaven waar de vliegwerktijd aanvangt,
b. of de oproep tot aanmelding voor de vliegwerktijd valt in een reservetijd;
c. de mogelijkheid om af te lossen,
d. om in geval van aflossing van een rustgelegenheid, dan wel van een zitplaats in de cabine, gebruik te maken,
e. de lengte van de eventuele voorafgaande bekorte rust, en
f. het aan- en afmeldingstijdstip.
**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste en tweede lid.
Vervallen
#### Paragraaf . Arbeidstijd, rusttijd en reservetijd
### Artikel 4.6:4
**1.** de artikelen 4.5:4 tot en met 4.5:10 zijn van overeenkomstige toepassing op het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten met dien verstande dat in de artikelen 4.5:5 en 4.5:10 voor «artikel 4.5.3» wordt gelezen: artikel 4.6.3, en dat ten aanzien van artikel 4.5.4, onderdeel b, alleen het maximum per kalenderjaar van toepassing is.
**2.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste lid.
Vervallen
#### Paragraaf . Onverwachte opdrachten
### Artikel 4.6:5
In de omstandigheid dat een lid van het cabinepersoneel geen opdracht tot het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot het uitvoeren van een verkeersvlucht behoeft te verwachten en de werkgever onverwacht een opdracht geeft tot het verrichten van deze werkzaamheden en deze werkzaamheden dienen aan te vangen binnen 10 uren nadat dit aan het lid van het cabinepersoneel is medegedeeld, houdt de werkgever bij het vaststellen van de aard en de tijdsduur van die opdracht rekening met het onverwachte karakter van die opdracht.
Vervallen
### Paragraaf 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten
### Paragraaf 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten met helikopters
#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf
### Artikel 4.7:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het boordpersoneel op rondvluchten.
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het boordpersoneel op rondvluchten met helikopters.
#### Paragraaf . Arbeids- en rusttijden
@ -771,19 +643,19 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het l
**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met de regels waarvoor Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister instemming hebben gegeven.
### Paragraaf 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel hefschroefvliegtuigen
### Paragraaf 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel helikopters
#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf
### Artikel 4.8:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cockpitpersoneel op verkeersvluchten van hefschroefvliegtuigen, met uitzondering van rondvluchten.
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cockpitpersoneel op verkeersvluchten van helikopters, met uitzondering van rondvluchten.
#### Paragraaf . Begrip landing
### Artikel 4.8:2
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder «landing» verstaan: een nadering, gevolgd door het tot stilstand op een landingsplaats hetzij in een hovervlucht brengen van een hefschroefvliegtuig met:
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder «landing» verstaan: een nadering, gevolgd door het tot stilstand op een landingsplaats hetzij in een hovervlucht brengen van een helikopter met:
1°. het doel:
@ -871,7 +743,7 @@ c. 900 uren per jaar.
**1.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat bij de planning van de vliegwerktijd een verantwoorde marge in acht wordt genomen ten opzichte van de maximum vliegwerktijd en de vliegtijd.
**2.** Artikel 4.5:9a en artikel 4.5:11 zijn van overeenkomstige toepassing op het cockpitpersoneel van hefschroefvliegtuigen.
**2.** Artikel 4.5:9a en artikel 4.5:11 zijn van overeenkomstige toepassing op het cockpitpersoneel van helikopters.
#### Paragraaf . Reservetijd
@ -893,7 +765,7 @@ c. 900 uren per jaar.
**1.** De normale minimum rusttijd, voorafgaande aan een vliegwerktijd, bedraagt 12 uren.
**2.** Een lid van het cockpitpersoneel van hefschroefvliegtuigen heeft in elke aaneengesloten periode van 7 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 36 uren dan wel in elke aaneengesloten periode van 10 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 48 uren.
**2.** Een lid van het cockpitpersoneel van helikopters heeft in elke aaneengesloten periode van 7 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 36 uren dan wel in elke aaneengesloten periode van 10 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 48 uren.
**3.** Indien in een aaneengesloten periode van 3 dagen de som van de vliegwerktijden meer dan 32 uren bedraagt, wordt één der tussenliggende normale minimum rusttijden genoten tussen 20.00 uur en 12.00 uur lokale tijd.
@ -917,7 +789,7 @@ c. 900 uren per jaar.
### Artikel 4.9:1
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door het lid van het boordpersoneel van hefschroefvliegtuigen, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoer van traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening.
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door het lid van het boordpersoneel van helikopters, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoer van traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening.
**2.** De werkgever leeft de aan de ontheffing verbonden voorschriften na.
@ -925,7 +797,7 @@ c. 900 uren per jaar.
### Artikel 4.10:1
**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig, bij vluchten die niet vallen onder § 4.5, kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
**2.** Zodra de situatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemer die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt.
@ -971,7 +843,7 @@ Paragraaf 5.1 en voorzover aangeduid als beboetbare of strafbare feiten
**1.** Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op arbeid, verricht door een bemanningslid aan boord van schepen waarop de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart van toepassing is.
**2.** In afwijking van het eerste lid en met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing op arbeid, verricht door bemanningsleden aan boord van de in dat lid bedoelde schepen gedurende de tijd dat dit schip dienst doet in havensleepdienst als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel b.
**2.** In afwijking van het eerste lid en met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing op arbeid, verricht door bemanningsleden aan boord van de in dat lid bedoelde schepen gedurende de tijd dat dit schip dienst doet in havensleepdienst als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel b.
### Paragraaf 5.4. Registratie
@ -1165,7 +1037,7 @@ De scheepsbeheerder bewaart de werklijsten ten minste 3 jaren, gerekend vanaf he
### Artikel 6.5:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet.
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet.
#### Paragraaf . Schepelingen van 18 jaar en ouder
@ -1234,7 +1106,7 @@ De kapitein organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodani
### Artikel 6.6:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, gedurende de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet, alsmede, in aanvulling op artikel 6.3:1, eerste lid, op arbeid, verricht aan boord van een havensleepboot als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, gedurende de tijd waarin deze havensleepboot in havensleepdienst dienst doet.
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, gedurende de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet, alsmede, in aanvulling op artikel 6.3:1, eerste lid, op arbeid, verricht aan boord van een havensleepboot als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, gedurende de tijd waarin deze havensleepboot in havensleepdienst dienst doet.
#### Paragraaf . Wekelijkse onafgebroken rusttijd kapitein en schepelingen van 18 jaar of ouder
@ -1529,7 +1401,7 @@ Vervallen
### Artikel 8.3
Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:3, derde lid, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, tweede lid, 4.5:7, zesde lid, 4.5:8, 4.5:9, vijfde lid, 4.5:9a, 4.5:10, eerste, tweede en vijfde lid, 4.6:3, derde lid, 4.6:4, tweede lid, 4.7:2, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, achtste lid, 4.8.6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9.1, tweede lid, 4.10.1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens artikel 4.4:1, tweede lid, levert een beboetbaar feit op.
Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:2, 4.5:3, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, achtste lid, 4.8:6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9:1, tweede lid, 4.10:1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede van de EG-verordening, genoemd in artikel 4.1:5, bijlage III, onderdelen 1.1090 onder 1 en 2, 1.1100, 1.1105, 1.1110 onder 1.3 en 1.4.2, 1.1115, 1.1125 en 1.1135 levert een beboetbaar feit op.
### Paragraaf . Strafbaarstelling binnenvaart
@ -1573,51 +1445,27 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Arbeidstijdenbesluit vervoer.
## Bijlage A
Vervallen
## Bijlage B
I. Voorzover het gestelde onder II, III en IV en het bepaalde in artikel 4.5:5, tweede lid niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld:
II. In het geval, behoudens het gestelde onder IV, dat een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:
dan wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld:
III. Na een bekorte rust wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel C, met dien verstande dat in het geval dat zowel voor als na de bekorte rust de mogelijkheid tot aflossen aanwezig is en over een daartoe geschikte, buiten de cockpit gelegen zitplaats dan wel een rustgelegenheid kan worden beschikt, de tabelwaarden met drie uren dienen te worden verhoogd.
IV. In het geval dat na een bekorte rust een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:
dan wordt de maximale vliegwerktijd bepaald zoals aangegeven in tabel C, noot 2.
V. Indien de onafgebroken rust wordt genoten op een daartoe geschikte zitplaats, wordt daaronder verstaan een zitplaats ten minste gelijkwaardig aan een passagiersstoel, waarbij de hinder door passagiers en overige storende invloeden zo veel mogelijk moet worden beperkt.
Vervallen
## Bijlage C
De normale minimum rusttijd, die voorafgaat aan een vliegwerktijd wordt bepaald door de lengte van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd zoals aangegeven in de volgende tabel.
Vervallen
## Bijlage D
Vervallen
## Bijlage E
Vervallen
## Bijlage F
I. Indien een cockpitbemanning een vliegwerktijd aanvangt op dezelfde luchthaven als het cabinepersoneel, en dit cabinepersoneel de vliegwerktijd uitvoert gezamenlijk met genoemde cockpitbemanning, dan geldt voor het bepalen van de maximale gecorrigeerde vliegwerktijd als aanmeldingstijdstip voor het cabinepersoneel het aanmeldingstijdstip van genoemde cockpitbemanning.
II. Bij verschillen in aanmeldings- en afmeldingstijdstippen van kajuit- en cockpitpersoneel zal de som der verschillen in aanmeldings- en afmeldingstijdstip niet gelden als vliegwerktijd tot een maximum van 1 uur.
III. Voorzover het gestelde onder IV, V en VI van deze bepaling en het gestelde in artikel 4.5:5, tweede lid, niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld;
IV. In het geval, behoudens het gestelde onder VII, dat een beroep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:
V. Indien tijdens de uitvoering van een vlucht blijkt, dat de vliegwerktijd meer zal bedragen dan de geplande maximale vliegwerktijd ingevolge artikel 4.6:3, tweede lid, onderdelen a en b, en indien, door de aanwezigheid van een verzwaarde cockpitbemanning, de mogelijkheid bestaat de vlucht tot boven dit maximum voort te zetten, dan is zulks toegestaan, mits aan het cabinepersoneel een onafgebroken rust wordt gegeven, die ten minste gelijk is aan de verwachte overschrijding van genoemd maximum; deze rust dient te worden genoten op een wijze die identiek is aan die van het cockpitpersoneel.
Deze overschrijding zal echter de 1½ uur niet te boven mogen gaan.
Indien alsnog aan het cabinepersoneel een onafgebroken rust van 3 uur kan worden gegeven mag de vlucht worden voortgezet tot een maximale vliegwerktijd ingevolge artikel 4.6:3, tweede lid, onderdelen c en d.
VI.
VII. In het geval dat na een bekorte rust een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:
VIII. Indien de onafgebroken rust wordt genoten op een daartoe geschikte zitplaats, wordt daaronder verstaan: een zitplaats ten minste gelijkwaardig aan een passagiersstoel, waarbij de hinder door passagiers en overige storende invloeden zo veel mogelijk moet worden beperkt.
Vervallen
## Bijlage G. Maximum vliegwerktijden