diff --git a/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md b/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md index ce57161e9e6..ef1e8c665fb 100644 --- a/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md +++ b/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md @@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Wet medezeggenschap op scholen Deze wet verstaat onder: -a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; +a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Economische Zaken; b. «school»: een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Experimentenwet onderwijs; c. «centrale dienst»: een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs; d. «regionaal expertisecentrum»: een regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra; @@ -24,7 +24,7 @@ e. «bevoegd gezag» voor wat betreft: 1. een school: het bevoegd gezag, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Experimentenwet onderwijs; 2. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs; -3. een regionaal expertisecentrum: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra; +3. een samenwerkingsverband: het bestuur van een samenwerkingsverband; f. «leerlingen»: leerlingen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; g. «ouders»: de ouders, voogden en verzorgers van de leerlingen; h. «schoolleiding»: de directeur, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra en de rector, directeur of de leden van de centrale directie, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, alsmede de conrectoren of de adjunct-directeuren; @@ -87,7 +87,7 @@ b. leden die worden gekozen: **1.** Het samenwerkingsverband stelt naast de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, een ondersteuningsplanraad in. -**2.** De leden van de ondersteuningsplanraad worden afgevaardigd uit en door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de in artikel 18a, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk van de in artikel 17a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, bedoelde scholen en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedraagt. +**2.** De leden van de ondersteuningsplanraad worden afgevaardigd door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de in artikel 18a, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk van de in artikel 17a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, bedoelde scholen en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedraagt. **3.** Artikel 3, zevende, achtste, twaalfde en dertiende lid, is van overeenkomstige toepassing op de ondersteuningsplanraad. @@ -144,7 +144,7 @@ h. aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot ### Artikel 9 -De artikelen 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft, en op de medezeggenschapsraad van een regionaal expertisecentrum, een centrale dienst en de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, zesde lid. +De artikelen 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft, op de medezeggenschapsraad van een regionaal expertisecentrum, een centrale dienst en de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, zesde lid, en op de ondersteuningsplanraad. ## Hoofdstuk 3. Instemmings- en adviesbevoegdheden @@ -539,7 +539,7 @@ Wijzigt de Experimentenwet onderwijs, de Arbeidstijdenwet en de Wet op de rechte ### Artikel 46 -Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. +Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. ### Artikel 47