From c3f3290b8fb06bd4a444b5be859a9f3e857474f0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 29 Jan 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-01-29 | BWBR0034864 | Vennootschapsbelasting, dividendbelasting; fiscale beleggingsinstelling --- .../BWBR0034864/README.md | 53 +++++++++---------- 1 file changed, 25 insertions(+), 28 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md index 7a90510feee..4ddc221596f 100644 --- a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md +++ b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md @@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Vennootschapsbelasting, dividendbelasting; fiscale beleggingsinstel De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. -*Dit besluit bevat het beleid dat ziet op de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het is een herziene versie van het besluit van 15 september 2009, nr. CPP2009/813M. Gewijzigd is het volgende. Het besluit is aangepast aan het vervallen van de zogenoemde verklaring van geen bezwaar van de minister van Justitie. Toegevoegd is een goedkeuring die voorkomt dat bepaalde resultaten van vastgoedfondsen materieel beschouwd dubbel moeten worden uitgedeeld (5.1.2.). Ook is de ontheffing van de uitdelingsverplichting bij overschrijding van het zogenoemde civielrechtelijke dividendmaximum aangepast aan de wijziging van artikel 216 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (6.1.2.). Verder is een (aanvullende) ontheffing verleend van de vereiste gelijke winstverdeling bij (onder andere) verschillende zogenoemde distributievergoedingen (6.2. onder d).* +*Dit besluit bevat het beleid dat ziet op de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het is een herziene versie van het besluit van 15 september 2009, nr. CPP2009/813M. Gewijzigd is het volgende. Het besluit is aangepast aan het vervallen van de zogenoemde verklaring van geen bezwaar van de minister van Justitie. Toegevoegd is een goedkeuring die voorkomt dat bepaalde resultaten van vastgoedfondsen materieel beschouwd dubbel moeten worden uitgedeeld (5.1.2.). Ook is de ontheffing van de uitdelingsverplichting bij overschrijding van het zogenoemde civielrechtelijke dividendmaximum aangepast aan de wijziging van artikel 216 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (6.1.2.). Verder is een (aanvullende) ontheffing verleend van de vereiste gelijke winstverdeling bij (onder andere) verschillende zogenoemde distributievergoedingen (6.2. onder d).* ## 1. Inleiding @@ -48,7 +48,7 @@ Beleggingsinstellingen zijn niet volledig vrij in de keuze van hun aandeelhouder ### 3.1. Aandeelhoudersvereisten en stapelstructuren -Beleggingsinstellingen zonder beursnotering of Wft-vergunning (dan wel vrijstelling daarvan) kunnen volgens de wet geen moeder zijn van een andere beleggingsinstelling. In de Tweede Kamer is de toezegging gedaan dat als een niet ter beurze genoteerde beleggingsinstelling voor meer dan een vierde gedeelte participeert in een andere niet ter beurze genoteerde beleggingsinstelling in de uitvoeringssfeer een oplossing zou worden gevonden voor het dreigende statusverlies (Vaste Commissie voor Financiën, 4 december 1989, UCV 4 37). Naar aanleiding hiervan hanteer ik het volgende goedkeurende beleid. +Beleggingsinstellingen zonder beursnotering of Wft-vergunning (dan wel vrijstelling daarvan) kunnen volgens de wet geen moeder zijn van een andere beleggingsinstelling. In de Tweede Kamer is de toezegging gedaan dat als een niet ter beurze genoteerde beleggingsinstelling voor meer dan een vierde gedeelte participeert in een andere niet ter beurze genoteerde beleggingsinstelling in de uitvoeringssfeer een oplossing zou worden gevonden voor het dreigende statusverlies (Vaste Commissie voor Financiën, 4 december 1989, UCV 4 37). Naar aanleiding hiervan hanteer ik het volgende goedkeurende beleid. Ik keur goed dat de status van beleggingsinstelling niet wordt verhinderd door de omstandigheid dat een vierde gedeelte of meer van het totale aantal aandelen in dat lichaam berust bij een andere beleggingsinstelling zonder beursnotering of Wft-vergunning (dan wel vrijstelling daarvan). Aan deze goedkeuring is de voorwaarde verbonden dat eerstbedoelde beleggingsinstelling al in het lopende boekjaar ten minste 95 percent van de ter beschikking te stellen winst uitdeelt. @@ -65,7 +65,7 @@ b. De beleggingsinstelling informeert de inspecteur zo spoedig mogelijk als bij ### 3.3. Ontheffing van de bestuurdersvereisten als voldaan wordt aan de verzwaarde aandeelhoudersvereisten -Voor beursgenoteerde lichamen bevat artikel 28 lichtere aandeelhoudersvereisten. Aan deze lichtere aandeelhoudersvereisten verbindt artikel 28 wel bepaalde bestuurdersvereisten. Met ingang van 1 augustus 2007 geldt dit regime voor beursgenoteerde lichamen ook voor lichamen met een Wft vergunning (of vrijstelling daarvan). Sommige van deze lichamen blijken hierdoor niet langer te voldoen aan de vereisten voor toepassing van artikel 28. Namelijk die lichamen die voldeden aan de tot 1 augustus 2007 voor hen geldende zwaardere aandeelhoudersvereisten, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 augustus 2007 voor hen geldende bestuurdersvereisten. Onverkorte wetstoepassing brengt mee dat deze lichamen de status van beleggingsinstelling verliezen. Dit is een door de wetgever niet beoogd gevolg. De wetswijziging beoogt juist een versoepeling van het regime voor niet beursgenoteerde lichamen met een Wft vergunning. Om hieraan recht te doen heb ik besloten tot de volgende goedkeuring. +Voor beursgenoteerde lichamen bevat artikel 28 lichtere aandeelhoudersvereisten. Aan deze lichtere aandeelhoudersvereisten verbindt artikel 28 wel bepaalde bestuurdersvereisten. Met ingang van 1 augustus 2007 geldt dit regime voor beursgenoteerde lichamen ook voor lichamen met een Wft vergunning (of vrijstelling daarvan). Sommige van deze lichamen blijken hierdoor niet langer te voldoen aan de vereisten voor toepassing van artikel 28. Namelijk die lichamen die voldeden aan de tot 1 augustus 2007 voor hen geldende zwaardere aandeelhoudersvereisten, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 augustus 2007 voor hen geldende bestuurdersvereisten. Onverkorte wetstoepassing brengt mee dat deze lichamen de status van beleggingsinstelling verliezen. Dit is een door de wetgever niet beoogd gevolg. De wetswijziging beoogt juist een versoepeling van het regime voor niet beursgenoteerde lichamen met een Wft vergunning. Om hieraan recht te doen heb ik besloten tot de volgende goedkeuring. Ik keur goed dat de inspecteur op verzoek ontheffing verleent van de bestuurdersbeperkingen van artikel 28, tweede lid, onderdeel f. Deze goedkeuring geldt slechts indien en zolang belastingplichtige voldoet aan de (verzwaarde) aandeelhoudersvereisten van artikel 28, tweede lid, onderdeel d. @@ -75,7 +75,7 @@ Zoals vermeld kunnen lichamen die zijn onderworpen aan een winstbelasting slecht Ik keur goed – onder de hierna vermelde voorwaarden – dat lichamen die subjectief belastingplichtig zijn voor een belasting naar de winst, maar door de werking van een objectieve vrijstelling geen belaste activiteiten kennen, voor de toepassing van artikel 28, tweede lid, niet worden aangemerkt als lichamen onderworpen aan een in enige vorm naar de winst geheven belasting. -Deze goedkeuring stoelt mede op grond van het gestelde in de Memorie van antwoord, Tweede Kamer, 1988/89, 20 701, nr. 6, blz. 18, over een pensioenfonds met een in het buitenland aan een winstbelasting onderworpen vaste inrichting. +Deze goedkeuring stoelt mede op grond van het gestelde in de Memorie van antwoord, Tweede Kamer, 1988/89, 20 701, nr. 6, blz. 18, over een pensioenfonds met een in het buitenland aan een winstbelasting onderworpen vaste inrichting. De goedkeuring is van toepassing onder de volgende voorwaarden: @@ -98,7 +98,7 @@ Aan de Belastingdienst worden situaties voorgelegd waarin een aan een winstbelas Dergelijke verzoeken wijs ik af. Alleen als een juridisch eigenaar geen enkel economisch belang heeft bij de aandelen keur ik goed dat zijn belang en stemrecht buiten aanmerking blijven en in plaats daarvan aan de economische belanghebbende(n) worden toegerekend. -Bij deze uitleg heb ik mij onder andere laten leiden door de vergelijkbare opstelling van de wetgever met betrekking tot de juridische eigendom van verzekeraars bij de totstandkoming van de aandeelhoudersvereisten. De wetgever heeft toen uitdrukkelijk aangegeven dat ook een zeer beperkt economisch belang van de verzekeraar onvoldoende reden is om aan de juridische eigendom van de verzekeraar voorbij te gaan1Eerste Kamer, vergaderjaar, 1989–1990, 20 701, nr. 78d, blz. 16: ‘Wil er sprake zijn van economische eigendom dan is vereist dat het koersrisico volledig voor rekening van de economische eigenaar ligt. Ik ben echter bereid voor bestaande contracten waarbij sprake is van een zeer geringe afwijking van het hiervoor weergegeven uitgangspunt, toe te zeggen dat dit geen belemmering behoeft te zijn voor het aanmerken van de polishouders als economische eigenaar van de aandelen uitgegeven door de beleggingsinstelling. Een algemene verruiming gaat mij te ver.’*Eerste Kamer Vennootschapsbelasting 12 juni 1990 EK27, 27-1094*‘De heer Boorsma vroeg naar een overgangsregeling voor fractieverzekeringen, waarbij het belang bij de vermogenswinsten niet voor honderd procent bij de verzekerden ligt. In antwoord daarop kan ik mededelen dat ik bereid ben om voor bestaande contracten, waarbij sprake is van een geringe afwijking van die uitgangspunten, toe te zeggen dat dit geen belemmering behoeft te zijn voor het aanmerken van polishouders als economische eigenaren. Ik verwijs daarvoor volledigheidshalve naar bladzijde 16 van de nadere memorie van antwoord. Het lijkt mij dat deze toezegging voldoende mogelijkheid biedt als overgangsmaatregel.’. Voor de duidelijkheid merk ik nog op dat dit beleidsonderdeel niet meebrengt dat voor de aandeelhoudersvereisten in beginsel de juridische eigendom van een aandeel relevant is en het economische belang alleen in aanmerking moet worden genomen als sprake is van een volledig economisch belang. Doel en strekking van de aandeelhoudersvereisten brengen mee dat zowel de juridische eigenaar als de economische belanghebbende(n) in de beoordeling worden betrokken. Als bijvoorbeeld de juridische eigendom van alle aandelen is ondergebracht bij een niet aan een winstbelasting onderworpen lichaam, maar het economisch belang van de aandelen voor 45% of meer berust bij een wel aan een winstbelasting onderworpen lichaam, wordt niet voldaan aan de aandeelhoudersvereisten van artikel 28, tweede lid, onderdeel c. +Bij deze uitleg heb ik mij onder andere laten leiden door de vergelijkbare opstelling van de wetgever met betrekking tot de juridische eigendom van verzekeraars bij de totstandkoming van de aandeelhoudersvereisten. De wetgever heeft toen uitdrukkelijk aangegeven dat ook een zeer beperkt economisch belang van de verzekeraar onvoldoende reden is om aan de juridische eigendom van de verzekeraar voorbij te gaan1Eerste Kamer, vergaderjaar, 1989–1990, 20 701, nr. 78d, blz. 16: ‘Wil er sprake zijn van economische eigendom dan is vereist dat het koersrisico volledig voor rekening van de economische eigenaar ligt. Ik ben echter bereid voor bestaande contracten waarbij sprake is van een zeer geringe afwijking van het hiervoor weergegeven uitgangspunt, toe te zeggen dat dit geen belemmering behoeft te zijn voor het aanmerken van de polishouders als economische eigenaar van de aandelen uitgegeven door de beleggingsinstelling. Een algemene verruiming gaat mij te ver.’*Eerste Kamer Vennootschapsbelasting 12 juni 1990 EK27, 27-1094*‘De heer Boorsma vroeg naar een overgangsregeling voor fractieverzekeringen, waarbij het belang bij de vermogenswinsten niet voor honderd procent bij de verzekerden ligt. In antwoord daarop kan ik mededelen dat ik bereid ben om voor bestaande contracten, waarbij sprake is van een geringe afwijking van die uitgangspunten, toe te zeggen dat dit geen belemmering behoeft te zijn voor het aanmerken van polishouders als economische eigenaren. Ik verwijs daarvoor volledigheidshalve naar bladzijde 16 van de nadere memorie van antwoord. Het lijkt mij dat deze toezegging voldoende mogelijkheid biedt als overgangsmaatregel.’. Voor de duidelijkheid merk ik nog op dat dit beleidsonderdeel niet meebrengt dat voor de aandeelhoudersvereisten in beginsel de juridische eigendom van een aandeel relevant is en het economische belang alleen in aanmerking moet worden genomen als sprake is van een volledig economisch belang. Doel en strekking van de aandeelhoudersvereisten brengen mee dat zowel de juridische eigenaar als de economische belanghebbende(n) in de beoordeling worden betrokken. Als bijvoorbeeld de juridische eigendom van alle aandelen is ondergebracht bij een niet aan een winstbelasting onderworpen lichaam, maar het economisch belang van de aandelen voor 45% of meer berust bij een wel aan een winstbelasting onderworpen lichaam, wordt niet voldaan aan de aandeelhoudersvereisten van artikel 28, tweede lid, onderdeel c. ## 4. Aanvang status @@ -143,7 +143,7 @@ e. de inschrijving in het schuldregister kan op verzoek van de houder van die in f. het onder e bedoelde recht tot omzetting kan door de houder van de inschrijving worden uitgeoefend tot ieder door hem gewenst bedrag; g. voor de omzetting van de inschrijving in het schuldregister in schuldbewijzen is niet de goedkeuring van de schuldenaar vereist. -Wellicht ten overvloede merk ik op dat aan bovenstaande voorwaarden voldoen de inschrijvingen in het schuldregister bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën ter zake van staatsleningen waarop de ‘Regeling schuldregisters Nederlandse staatsleningen 2003’ van 17 december 2003 (Stcrt. 2004, 16) van toepassing is. +Wellicht ten overvloede merk ik op dat aan bovenstaande voorwaarden voldoen de inschrijvingen in het schuldregister bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën ter zake van staatsleningen waarop de ‘Regeling schuldregisters Nederlandse staatsleningen 2003’ van 17 december 2003 (Stcrt. 2004, 16) van toepassing is. #### 5.2.2. Interimdividend ten laste van de herbeleggingsreserve @@ -175,7 +175,7 @@ Op het moment waarop de commerciële winst van een beleggingsinstelling wordt va Het kan voorkomen dat positieve beleggingsresultaten worden behaald die tot een uitdelingsverplichting leiden (zoals de ontvangst van dividenden, huur en rente), maar dat daarnaast (grote) vermogensverliezen worden geleden. De uitdelingsverplichting kan dan groter zijn dan het volgens Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde eigen vermogen verminderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden. De uitdelingsverplichting dwingt dan tot een dividend dat groter is dan de zogenoemde vrije reserves. Dit acht ik ongewenst. -Voor de volledigheid merk ik op dat de voor deze situatie (in 6.1.3.) opgenomen goedkeuring (mede) ongewijzigde voortzetting beoogt van de in de vorige versie van dit besluit opgenomen goedkeuring met betrekking tot het zogenoemde civielrechtelijke dividendmaximum van artikel 216 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Met ingang van 1 oktober 2012 is dit artikel zodanig gewijzigd dat onder omstandigheden uitdeling ook mogelijk is zonder vrije reserves, tenzij – kort gezegd – het bestuur vindt dat de vennootschap daarna haar opeisbare schulden niet zal kunnen betalen. Mede om te voorkomen dat de Belastingdienst bij afwezigheid van vrije reserves moet beoordelen of de betalingscapaciteit toch uitdeling toestaat, heb ik besloten om voor de onderhavige goedkeuring aan te blijven sluiten bij de afwezigheid van zogenoemde vrije reserves en heb ik de goedkeuring aangepast zoals hierboven vermeld. +Voor de volledigheid merk ik op dat de voor deze situatie (in 6.1.3.) opgenomen goedkeuring (mede) ongewijzigde voortzetting beoogt van de in de vorige versie van dit besluit opgenomen goedkeuring met betrekking tot het zogenoemde civielrechtelijke dividendmaximum van artikel 216 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Met ingang van 1 oktober 2012 is dit artikel zodanig gewijzigd dat onder omstandigheden uitdeling ook mogelijk is zonder vrije reserves, tenzij – kort gezegd – het bestuur vindt dat de vennootschap daarna haar opeisbare schulden niet zal kunnen betalen. Mede om te voorkomen dat de Belastingdienst bij afwezigheid van vrije reserves moet beoordelen of de betalingscapaciteit toch uitdeling toestaat, heb ik besloten om voor de onderhavige goedkeuring aan te blijven sluiten bij de afwezigheid van zogenoemde vrije reserves en heb ik de goedkeuring aangepast zoals hierboven vermeld. #### 6.1.3. Goedkeuring voor situaties vermeld in 6.1.1. en 6.1.2. @@ -189,51 +189,48 @@ Onder omstandigheden kan vanwege de fiscale winst sprake zijn van een uitdelings Een beleggingsinstelling moet de ter beschikking te stellen winst gelijkelijk verdelen over alle aandelen en bewijzen van deelgerechtigdheid (artikel 28, tweede lid, onderdeel b). In de volgende situaties keur ik goed dat deze eis buiten aanmerking blijft. -a. De eis van een gelijke winstverdeling per aandeel mag buiten aanmerking blijven als alle aandelen in één hand zijn, of als alle aandeelhouders in dezelfde mate zijn gerechtigd tot de verschillende soorten aandelen. -b. De eis van een gelijke winstverdeling per aandeel mag ook buiten aanmerking blijven als de ongelijke winstverdeling samenhangt met het bestaan van prioriteitsaandelen, mits: +Goedkeuring -1. het nominaal gestorte kapitaal op het totaal van de prioriteitsaandelen niet meer bedraagt dan € 500; en +a) De eis van een gelijke winstverdeling per aandeel mag buiten aanmerking blijven als alle aandelen in één hand zijn, of als alle aandeelhouders in dezelfde mate zijn gerechtigd tot de verschillende soorten aandelen. +b) De eis van een gelijke winstverdeling per aandeel mag ook buiten aanmerking blijven als de ongelijke winstverdeling samenhangt met het bestaan van prioriteitsaandelen, mits: + +1. het nominaal gestorte kapitaal op het totaal van de prioriteitsaandelen niet meer bedraagt dan € 500; en 2. de vergoeding op de prioriteitsaandelen niet meer beloopt dan 7 percent. -c. Ook bij NV’s met een zogenoemde paraplustructuur mag de eis van een gelijke winstverdeling buiten aanmerking blijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: +c) Ook bij NV’s met een zogenoemde paraplustructuur mag de eis van een gelijke winstverdeling buiten aanmerking blijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. elk (sub-)fonds van de NV dient te voldoen aan alle voorwaarden van artikel 28; -2. geen (sub)fonds van de NV belegt in enig ander (sub-)fonds van de NV; en. +2. geen (sub-)fonds van de NV belegt in enig ander (sub-)fonds van de NV; en 3. overigens voldoet de NV aan alle voorwaarden van artikel 28. Zie voor een nadere toelichting op deze goedkeuring het slot van deze paragraaf. -d. De eis van gelijke winstverdeling vindt verder geen toepassing voor zover een ongelijke verdeling van winst het gevolg is van een door de beleggingsinstelling gemaakt onderscheid tussen aandelenklassen. Dit verschil tussen de aandelenklassen mag alleen betreffen: - -i. de hoogte van de managementfee, gericht op het tevens kunnen aanbieden zonder distributievergoeding (de zogenoemde zero rebate aandelenklasse); -ii. de registratie van de aandelenklassen in verschillende valuta; -iii. de kosten die verband houdende met de wijze waarop de aandelen aan het publiek worden aangeboden. - -De goedkeuring onder d geldt onder de volgende voorwaarden: +d) De eis van gelijke winstverdeling vindt verder geen toepassing voor zover een ongelijke verdeling van winst het gevolg is van een door de beleggingsinstelling gemaakt onderscheid tussen aandelenklassen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. door de beleggingsinstelling wordt bijgehouden in welke mate de verschillende aandelenklassen hebben bijgedragen aan de herbeleggingsreserve en de afrondingsreserve die (eventueel) is gevormd krachtens het BBI; -2. de toepassing van artikel 3b en artikel 4d van de Wet DB vindt plaats met inachtneming van de in de vorige volzin bedoelde (eventuele) verschillen in bijdrage aan de herbeleggingsreserve; en -3. de beoordeling of voldaan is aan de voorwaarden met betrekking tot de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid zoals deze zijn gesteld in onderdeel c, respectievelijk onderdeel d, van artikel 28, tweede lid, vindt niet plaats per klasse van aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid, maar vindt plaats ten aanzien van alle klassen van aandelen respectievelijk bewijzen van deelgerechtigdheid gezamenlijk. +2. de toepassing van artikel 3b en artikel 4d van de Wet DB vindt plaats met inachtneming van de in de vorige volzin bedoelde (eventuele) verschillen in bijdrage aan de herbeleggingsreserve; +3. de beoordeling of voldaan is aan de voorwaarden met betrekking tot de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid zoals deze zijn gesteld in onderdeel c, respectievelijk onderdeel d, van artikel 28, tweede lid, vindt niet plaats per klasse van aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid, maar vindt plaats ten aanzien van alle klassen van aandelen respectievelijk bewijzen van deelgerechtigdheid gezamenlijk; en +4. het gebruik van verschillende aandelenklassen is niet in belangrijke mate gericht op ontgaan van dividendbelasting. -Voor de duidelijkheid merk ik op dat deze goedkeuring ook toestaat dat genoemde verschillende aandelenklassen bestaan binnen de subfondsen van de zogenoemde paraplufondsen. +Voor de duidelijkheid merk ik op dat de goedkeuring onder d. ook toestaat dat genoemde verschillende aandelenklassen bestaan binnen de subfondsen van de zogenoemde paraplufondsen. Ter toelichting op de goedkeuring voor paraplufondsen (hierboven onder c) merk ik het volgende op. -Een paraplustructuur houdt in dat het aandelenkapitaal is onderverdeeld in verschillende series (onderdeel-)aandelen. Elke serie aandelen representeert een afzonderlijk geadministreerde effectenportefeuille op basis van een eigen beleggingsbeleid. Aldus kan binnen de ene NV een veelheid aan (sub-)fondsen worden onderscheiden. Deze veelheid van subfondsen is onverenigbaar met de eis van gelijke winstverdeling van artikel 28. Door bovenstaande goedkeuring is artikel 28 toch – zij het onder voorwaarden – toegankelijk voor paraplufondsen. +Een paraplustructuur houdt in dat het aandelenkapitaal is onderverdeeld in verschillende series aandelen. Elke serie aandelen representeert een afzonderlijk geadministreerde effectenportefeuille op basis van een eigen beleggingsbeleid. Aldus kan binnen de ene NV een veelheid aan (sub-)fondsen worden onderscheiden. Deze veelheid van subfondsen is onverenigbaar met de eis van gelijke winstverdeling van artikel 28. Door bovenstaande goedkeuring is artikel 28 toch – zij het onder voorwaarden – toegankelijk voor paraplufondsen. -Gesteld zou kunnen worden dat door de gekozen structuur de verschillende (sub-)fondsen van de NV in zekere zin borg staan voor elkaar. Of borgstelling kan worden aangemerkt als beleggen hangt af van de omstandigheden. In het geval van een paraplufonds kan daaraan echter worden voorbijgegaan. Als enig (sub-)fonds wordt aangesproken voor de schulden van een ander (sub-)fonds zal dit laatste fonds immers de financieringsvereisten van artikel 28, tweede lid, onderdeel a, hebben overschreden. Gevolg daarvan is statusverlies voor de NV als geheel en tevens voor alle (sub-)fondsen. Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, in dergelijke omstandigheden zie ik in beginsel geen aanleiding. +Gesteld zou kunnen worden dat door de gekozen structuur de verschillende (sub-) fondsen van de NV in zekere zin borg staan voor elkaar. Of borgstelling kan worden aangemerkt als beleggen hangt af van de omstandigheden. In het geval van een paraplufonds kan daaraan echter worden voorbijgegaan. Als enig (sub-)fonds wordt aangesproken voor de schulden van een ander (sub-)fonds zal dit laatste fonds immers de financieringsvereisten van artikel 28, tweede lid, onderdeel a, hebben overschreden. Gevolg daarvan is statusverlies voor de NV als geheel en tevens voor alle (sub-)fondsen. Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, in dergelijke omstandigheden zie ik in beginsel geen aanleiding. Het beleid met betrekking tot de aandeelhouders- en bestuurdersvereisten, zoals neergelegd in dit besluit, vindt overeenkomstige toepassing op nieuwe (sub-)fondsen van de NV; daarbij wordt een reeds bestaand fonds, dat wordt omgezet in een (sub-)fonds van de NV niet als nieuw beschouwd. Voor alle duidelijkheid zij er bovendien op gewezen dat de tijdelijke ontheffing van deze vereisten die wordt verleend aan een nieuw (sub-)fonds, onverlet laat dat de NV als geheel wel aan deze eisen dient te voldoen (behoudens voor zover dit beleid op de NV als geheel van toepassing is). Het onderscheiden van de verschillende (sub-)fondsen binnen de NV met het oog op de winstverdeling doet niet af aan het feit dat er sprake is van één belastingplichtige voor de heffing van vennootschapsbelasting, op welke belastingplichtige het BBI van toepassing is. Aldus is er formeel één aangifte, één (keuze voor een) herbeleggingsreserve, één uitdelingsverplichting, enzovoort. Daarnaast zal voor ieder (sub-)fonds een berekening dienen te worden gemaakt op basis van een overeenkomstige toepassing van het BBI uit hoofde van voorwaarde 1. Onder omstandigheden kan het zich daarbij voordoen dat de som van de voor de (sub-)fondsen berekende uitdelingsverplichtingen de uitdelingsverplichting van de NV te boven gaat. Vanuit de NV als geheel bezien wordt dan op grond van voorwaarde 1 meer uitgedeeld dan krachtens artikel 2 BBI nodig is. Als dit leidt tot problemen met het vormen van een herbeleggingsreserve kunnen deze worden voorgelegd aan de Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing op fondsen voor gemene rekening. -Opgemerkt wordt dat de goedkeuringen onder b en c zich naast elkaar kunnen voordoen. Wellicht ten overvloede wordt erop gewezen dat bij een paraplufonds de goedkeuring onder b niet wordt toegepast per subfonds maar op het fonds als geheel. +Opgemerkt wordt dat de goedkeuringen onder b, c en d zich naast elkaar kunnen voordoen. Wellicht ten overvloede wordt erop gewezen dat bij een paraplufonds de goedkeuring onder b niet wordt toegepast per subfonds maar op het fonds als geheel. ## 7. Dividendbelasting; herbeleggingsreserve De herbeleggingsreserve wordt aangemerkt als gestort kapitaal (artikel 3b van de Wet DB). Deze bepaling is ingevoerd om koers- en vervreemdingswinsten vrij van dividendbelasting ten laste van de herbeleggingsreserve te kunnen uitdelen. -### 7.1. Gevolgen keuze om per 1 januari 2001 geen herbeleggingsreserve te vormen +### 7.1. Gevolgen keuze om per 1 januari 2001 geen herbeleggingsreserve te vormen -Een op 1 januari 2001 bestaande beleggingsinstelling had de mogelijkheid om met ingang van die datum geen herbeleggingsreserve meer te vormen. Deze keuze heeft geen gevolgen voor een al bestaande herbeleggingsreserve. De in het verleden gevormde herbeleggingsreserve kan in stand blijven. In de overgangsregeling is namelijk niet bepaald dat in dat geval de bestaande herbeleggingsreserve in het resultaat van 2000 moet vrijvallen. Op grond van artikel 3b van de Wet DB wordt ook de bestaande herbeleggingsreserve aangemerkt als gestort kapitaal. De keuze om vervolgens vanaf 1 januari 2001 geen herbeleggingsreserve meer te vormen heeft slechts gevolgen voor ná 1 januari 2001 behaalde koers- en vervreemdingsresultaten. Deze worden in dat geval tot het fiscale resultaat gerekend en kunnen niet aan de herbeleggingsreserve worden toegevoegd. +Een op 1 januari 2001 bestaande beleggingsinstelling had de mogelijkheid om met ingang van die datum geen herbeleggingsreserve meer te vormen. Deze keuze heeft geen gevolgen voor een al bestaande herbeleggingsreserve. De in het verleden gevormde herbeleggingsreserve kan in stand blijven. In de overgangsregeling is namelijk niet bepaald dat in dat geval de bestaande herbeleggingsreserve in het resultaat van 2000 moet vrijvallen. Op grond van artikel 3b van de Wet DB wordt ook de bestaande herbeleggingsreserve aangemerkt als gestort kapitaal. De keuze om vervolgens vanaf 1 januari 2001 geen herbeleggingsreserve meer te vormen heeft slechts gevolgen voor ná 1 januari 2001 behaalde koers- en vervreemdingsresultaten. Deze worden in dat geval tot het fiscale resultaat gerekend en kunnen niet aan de herbeleggingsreserve worden toegevoegd. ### 7.2. Vrij van dividendbelasting uitkeren van de herbeleggingsreserve @@ -263,7 +260,7 @@ Voor de heffing van dividendbelasting wordt de herbeleggingsreserve aangemerkt a ## 9. Ingetrokken regelingen -Het besluit van 15 september 2009, nr. CPP2009/813M is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit. +Het besluit van 15 september 2009, nr. CPP2009/813M is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit. ## 10. Inwerkingtreding