2002-06-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
This commit is contained in:
parent
eaf26d082f
commit
c44f4aff94
1 changed files with 16 additions and 40 deletions
|
|
@ -38,11 +38,11 @@ c. krachtens artikel 15 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een daarmee
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *salaris:* het bedrag, dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de ambtenaar is vastgesteld aan de hand van een der bijlagen van dit besluit;
|
||||
a. salaris: het bedrag, dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de ambtenaar is vastgesteld aan de hand van een van de bijlagen van dit besluit vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor;
|
||||
b. *salaris per uur:* 1/156 deel van het salaris bij een volledige werktijd;
|
||||
c. *salarisschaal:* een als zodanig in de bijlage B van dit besluit vermelde reeks van genummerde salarissen;
|
||||
d. *salarisnummer:* een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld;
|
||||
e. *maximumsalaris:* het hoogste bedrag van een salarisschaal, waarvan het salarisnummer uitsluitend uit een getal bestaat;
|
||||
d. salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld;
|
||||
e. maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;
|
||||
f. bezoldiging: de som van:
|
||||
|
||||
het salaris;
|
||||
|
|
@ -54,7 +54,7 @@ de periodieke toeslag, genoemd in artikel 22a;
|
|||
de maandelijkse toeslag, genoemd in artikel 22b;
|
||||
|
||||
waarop de ambtenaar aanspraak heeft;
|
||||
g. *volledige werktijd:* een werktijd welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat;
|
||||
g. volledige arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat;
|
||||
h. *functie:* het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen;
|
||||
j. “j.” moet zijn “i.” toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a;
|
||||
j. periodieke toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a die maandelijks wordt betaald.
|
||||
|
|
@ -106,12 +106,7 @@ d. indien hem op zijn aanvraag een andere functie wordt opgedragen waarvoor een
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij aanstelling wordt aan de in artikel 5 bedoelde ambtenaar het salaris toegekend, dat
|
||||
|
||||
a. wanneer hij 21 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0;
|
||||
b. wanneer hij jonger dan 21 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd.
|
||||
**1.** Bij aanstelling wordt aan de in artikel 5 bedoelde ambtenaar het salaris toegekend, dat in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0.
|
||||
|
||||
**2.** Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -123,20 +118,13 @@ b. wanneer hij jonger dan 21 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is v
|
|||
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in voldoende mate functioneert, blijft salarisverhoging achterwege.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend wanneer de ambtenaar het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar.
|
||||
|
||||
De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend:
|
||||
**5.** Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
|
||||
|
||||
a. wanneer de ambtenaar 21 jaar of ouder is en hij het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
|
||||
b. wanneer de ambtenaar jonger dan 21 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt.
|
||||
**6.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet kan worden beoordeeld omdat hij langdurig zijn functie niet uitoefent, kan zijn salaris worden verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat.
|
||||
|
||||
**5.** Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid, onder *a*, een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de in het vierde lid, onder *a*, bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 21e verjaardag was aangesteld, wordt, onverlet het in het vijfde lid bepaalde, de salarisverhoging toegekend met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet kan worden beoordeeld omdat hij langdurig zijn functie niet uitoefent, kan zijn salaris worden verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat.
|
||||
|
||||
**8.** Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorzover het betreft de in het eerste lid van dat artikel onder a en b genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
|
||||
**7.** Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorzover het betreft de in het eerste lid van dat artikel onder a en b genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -150,11 +138,11 @@ a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 17 van de bi
|
|||
|
||||
b. voor de ambtenaar, voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen:
|
||||
|
||||
€ 7 429,74;
|
||||
€ 7 697,47;
|
||||
|
||||
€ 7 589,47;
|
||||
€ 7 862,65;
|
||||
|
||||
€ 7 749,66.
|
||||
€ 8 028,73.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -302,7 +290,7 @@ a. 1% indien de ambtenaar nu en dan onder één of gelijktijdig onder twee typen
|
|||
b. 2% indien de ambtenaar nu en dan gelijktijdig onder drie of meer typen bezwarende omstandigheden dan wel regelmatig gelijktijdig onder twee typen bezwarende omstandigheden of voortdurend onder één type bezwarende omstandigheden arbeid verricht;
|
||||
c. 3% indien de ambtenaar regelmatig gelijktijdig onder drie of meer typen bezwarende omstandigheden of voortdurend gelijktijdig onder twee of meer typen bezwarende omstandigheden arbeid verricht.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de ambtenaar met onvolledige werktijd wordt de toelage vastgesteld op een evenredig deel van de toelage bij een volledige werktijd.
|
||||
**5.** De toelage wordt vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
|
||||
**6.** In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,7 +347,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van:
|
||||
|
||||
a. 0,3% van het door hem in het jaar genoten salaris; en
|
||||
a. 0,4% van het door hem in het jaar genoten salaris; en
|
||||
b. een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen nominaal bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien voor de ambtenaar op grond van artikel 18, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, of op grond van een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht geen salaris te genieten.
|
||||
|
|
@ -380,21 +368,9 @@ b. een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de door hem genoten bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de ambtenaar die 21 jaar of ouder is bedraagt de vakantie-uitkering tenminste € 128,26 per maand, met dien verstande dat dit bedrag bij een onvolledige werktijd of bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het vierde lid, naar evenredigheid wordt verminderd.
|
||||
**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 132,88 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de ambtenaar die jonger is dan 21 jaar bedraagt de vakantieuitkering tenminste het in het tweede lid genoemde bedrag verminderd met
|
||||
|
||||
– 15% voor de ambtenaar die 20 jaar is;
|
||||
|
||||
– 25% voor de ambtenaar die 19 jaar is;
|
||||
|
||||
– 35% voor de ambtenaar die 18 jaar is;
|
||||
|
||||
– 45% voor de ambtenaar die jonger dan 18 jaar is, met dien verstande dat het bedrag waarop hij alsdan aanspraak heeft bij een onvolledige werktijd of bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het vierde lid, naar evenredigheid wordt verminderd.
|
||||
|
||||
**4.** Wanneer de ambtenaar op grond van deartikelen 17 t/m 20*d* of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten.
|
||||
**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van deartikelen 17 t/m 20*d* of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue