2014-01-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent 99c4ed73e1
commit c451ee0279

View file

@ -57,7 +57,24 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: het hoofd van het betrokken ministerie;
b. hoofd van dienst: de door Ons of door Onze Minister als zodanig aangewezen autoriteit;
c. volledige arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld 36 werkuren per week omvat;
d. arbeidsduurfactor: een breuk, waarvan de teller bestaat uit de voor de ambtenaar vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36.
d. arbeidsduurfactor: een breuk, waarvan de teller bestaat uit de voor de ambtenaar vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36;
e. *sector Rijk:* de ambtelijke diensten van:
1° elk ministerie, met uitzondering van het Ministerie van Defensie;
2° de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal;
3° de Raad van State;
4° de Algemene Rekenkamer;
5° de Nationale ombudsman;
6° de Hoge Raad van Adel;
7° het Kabinet van de Koning;
8° de Kanselarij der Nederlandse Orden;
9° het secretariaat van de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
10° de Raad voor de rechtspraak, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van beroep voor het bedrijfsleven, de niet rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en van de besturen van voornoemde gerechten daaronder begrepen, en de gemeenschappelijke diensten die twee of meer van de in dit onderdeel genoemde organisaties in stand houden;
f. *bevoegd gezag:*
1° het tot aanstelling bevoegd gezag, bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid;
2° Onze Minister, indien aanstelling bij koninklijk besluit als bedoeld in artikel 7, derde lid geschiedt, of
3° de vicepresident van de Raad van State, het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, voor zover de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt en betrekking heeft op een functie bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, respectievelijk de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
**2.** Tenzij anders is bepaald wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder salaris onderscheidenlijk bezoldiging, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering, hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
@ -170,8 +187,6 @@ b. meer dan drie door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst
**2.** Indien de aanstelling geschiedt voor een variabel aantal uren wordt daarbij een aantal garantie-uren bepaald.
**3.** Indien het dienstbelang zich in bijzondere gevallen verzet tegen het bepalen van een aantal garantie-uren kan Onze Minister regels stellen waarbij wordt afgeweken van het tweede lid.
### Artikel 7
**1.** De aanstelling van de ambtenaar vindt plaats door Onze Minister. Indien het een ambtenaar betreft als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, vindt de aanstelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
@ -202,9 +217,7 @@ De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze
### Artikel 8
**1.** In deze paragraaf wordt verstaan onder "het bevoegd gezag": het tot aanstelling bevoegd gezag of, indien de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt, Onze Minister.
**2.** Voor zover de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt en betrekking heeft op een functie bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het bureau van de Nationale ombudsman of het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt verstaan onder het bevoegd gezag: de vice-president van de Raad van State respectievelijk het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Vervallen
### Artikel 9
@ -499,9 +512,11 @@ b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste
**10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt in het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing.
**11.** In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in uitzonderlijke gevallen van het bepaalde in het tweede tot en met negende lid, alsmede van het bepaalde in de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voorzover dat niet in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet.
**11.** Indien de ambtenaar gedurende vier aaneengesloten weken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst heeft verricht, geldt met ingang van de dag onmiddellijk aansluitend op die vier weken voor zolang wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht een werktijdregeling waarin het aantal te werken uren per week gelijk is aan 36 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
**12.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd ter zake van de uitvoering van het bepaalde in dit artikel nadere regels vast te stellen.
**12.** In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in uitzonderlijke gevallen van het bepaalde in het tweede tot en met negende lid, alsmede van het bepaalde in de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voorzover dat niet in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet.
**13.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd ter zake van de uitvoering van het bepaalde in dit artikel nadere regels vast te stellen.
### Artikel 21a
@ -619,7 +634,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 21c van dit besluit bedoeld
**13.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
**14.** Het bevoegd gezag stelt vast voor welke datum aanvragen als bedoeld in het dertiende lid kunnen worden ingediend en geeft op of na die datum gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
**14.** Aanvragen als bedoeld in het dertiende lid worden voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Het bevoegd gezag geeft op of na 1 november gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
**15.** De ambtenaar wordt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het dertiende en zeventiende lid wordt verlaagd, een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de door het bevoegd gezag krachtens het veertiende lid vastgestelde datum.
@ -770,15 +785,11 @@ c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Funct
### Artikel 33c
**1.**
Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend:
a. voor het zoeken van een woning in geval van overplaatsing: ten hoogste twee dagen;
b. bij verhuizing ingeval van overplaatsing: aan hen, die een eigen huishouding hebben: twee dagen, zo nodig te verlengen tot drie en in zeer bijzondere gevallen tot vier dagen en aan hen, die niet een eigen huishouding hebben: ten hoogste twee dagen.
**2.** Onze Minister kan regels stellen in aanvulling op of in afwijking van het eerste lid.
### Artikel 33d
**1.**
@ -799,8 +810,6 @@ d. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste twee dagen.
**3.** Buitengewoon verlof dat aan de ambtenaar op grond van het eerste lid wordt verleend in verband met aanverwantschap die door zijn huwelijk is ontstaan met bloedverwanten van zijn echtgenote wordt op gelijke wijze verleend aan de ambtenaar die ongehuwd samenwoont als bedoeld in artikel 4, vierde lid, of aan de ambtenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan, met betrekking tot dezelfde bloedverwanten van zijn levenspartner of van zijn geregistreerde partner.
**4.** Onze Minister kan regels stellen in aanvulling op of in afwijking van de vorige leden.
### Artikel 33e
**1.** Buitengewoon verlof van korte duur, al dan niet met behoud van volle bezoldiging, kan bovendien worden verleend in de gevallen, waarin hij, die tot verlenen van dat verlof bevoegd is verklaard, oordeelt, dat daartoe aanleiding bestaat.
@ -2091,13 +2100,29 @@ Vervallen
### Artikel 58a
**1.** De ambtenaar die door het bevoegd gezag is aangewezen als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet en die naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren heeft uitgevoerd, ontvangt een toelage.
**1.** De ambtenaar die door het bevoegd gezag is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet ontvangt een vergoeding indien hij de taken in verband met bedrijfshulpverlening in voldoende omvang verricht.
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door Onze Minister vast te stellen regels en bedraagt tenminste € 195,35 per jaar.
**2.**
**3.** De vast te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar:
**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan het in het tweede lid genoemde bedrag aanpassen overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het rijkspersoneel.
a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 220,00;
b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 440,00;
c. voor de bedrijfshulpverlener die door het bevoegd gezag is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 660,00.
**3.** De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd.
**4.**
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt vijf jaar na diens aanwijzing tot bedrijfshulpverlener en vervolgens elke vijf jaar daarna zolang de aanwijzing duurt, een jubileumtoeslag ten bedrage van:
a. € 360,00 na vijf jaar;
b. € 440,00 na tien jaar;
c. € 525,00 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend.
**5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7.
**6.** Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst past de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, aan overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het rijkspersoneel.
### Artikel 58b
@ -2116,14 +2141,24 @@ Vervallen
De in het eerste en tweede lid bedoelde faciliteiten zijn:
a. een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide scholingskosten;
b. 100% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding, en het afleggen van examens.
b. 100% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met:
1° het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
2° contacturen die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
3° zelfstudie van maximaal een dag per week, en
4° het afleggen van examens.
**4.**
Aan de ambtenaar, niet zijnde de ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, die een studie volgt of gaat volgen die naar het oordeel van het bevoegd gezag aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van vastgelegde loopbaanafspraken worden de volgende studiefaciliteiten toegekend:
a. een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide scholingskosten;
b. 50% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding, en het afleggen van examens.
b. 50% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met:
1° het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
2° contacturen die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
3° zelfstudie van maximaal een dag per week, en
4° het afleggen van examens.
**5.**
@ -2141,7 +2176,11 @@ b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en in bijzondere gevallen bij
**7.** De verplichting tot terugbetaling wordt niet opgelegd aan de ambtenaar die binnen de in artikel 49g bedoelde termijn nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 49d en 49e, op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend wegens de aanvaarding van een functie buiten de rijksdienst.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels worden gesteld.
**8.** Het bevoegd gezag kan toestaan dat het verlof voor zelfstudie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 3°, en vierde lid, onderdeel b, onder 3°, geldt voor meer dan maximaal een dag per week.
**9.** De reis- en verblijfkosten, die de ambtenaar in het kader van scholing als bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid maakt, worden vergoed overeenkomstig het bepaalde in het Reisbesluit binnenland of het Reisbesluit buitenland. In afwijking van artikel 6, tweede lid, van het Reisbesluit binnenland en artikel 6, tweede lid, van het Reisbesluit buitenland, geldt dat de vergoeding van reiskosten, voor zover met de trein wordt gereisd, gelijk is aan de gemaakte kosten op basis van het tarief van de tweede klasse.
**10.** In deze bepaling wordt onder scholingskosten verstaan de kosten voor de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde onderwijsmiddelen, les- en examengelden en verplicht gestelde excursies of studiereizen.
### Artikel 60
@ -2230,7 +2269,46 @@ e. de wijze waarop het overleg met de vertegenwoordigers van het personeel wordt
### Artikel 68a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De ambtenaar die een functie als bedoeld in het derde lid uitoefent of ten minste drie maanden waarneemt, ontvangt een maandelijkse tegemoetkoming in verband met representatiekosten.
**2.**
In deze bepaling wordt onder representatiekosten verstaan de door de ambtenaar gemaakte of te maken kosten in verband met de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien van het onderhouden van externe contacten en het verrichten van representatieve activiteiten, waaronder worden begrepen de kosten in verband met:
a. huur of aanschaf van kleding en schoeisel of andere persoonlijke attributen;
b. aanpassing en inrichting van de eigen woning;
c. persoonlijke verzorging;
d. contributies en lidmaatschappen;
e. ontvangsten van bescheiden omvang in de eigen woning;
f. het aanbieden van lunches, diners en overige consumpties, persoonlijke attenties en geschenken, en
g. fooien.
**3.**
De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. voor een functie, genoemd in artikel 7, vierde lid: € 533,33;
b. voor het structurele plaatsvervangerschap van een functie als bedoeld onder a: 75% van het onder a genoemde bedrag;
c. voor de functie van directeur of daarmee door het bevoegd gezag voor de toepassing van dit artikel gelijk te stellen functie: 50% van het onder a genoemde bedrag;
d. voor een andere functie waaraan representatiekosten zijn verbonden, voor zover deze functie is vermeld op een daartoe door het bevoegd gezag vastgestelde lijst: het bij die functie vermelde bedrag dat maximaal 25% van het onder a genoemde bedrag kan zijn.
**4.** Indien de ambtenaar op grond van het derde lid in aanmerking zou komen voor meer dan één tegemoetkoming ontvangt hij uitsluitend de tegemoetkoming met het hoogste bedrag.
**5.** In afwijking van het derde lid, aanhef en onder d, kan in bijzondere gevallen een hogere tegemoetkoming aan de betrokken ambtenaar worden toegekend, die maximaal gelijk is aan het bedrag, bedoeld in het derde lid, onder c.
**6.** De tegemoetkoming wordt niet uitbetaald vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de ambtenaar in het geheel geen dienst heeft verricht, tenzij het niet verrichten van de dienst het gevolg is van vakantieverlof of ziekte voor zover het de eerste vier weken van de ziekte betreft. De uitbetaling wordt hervat in de kalendermaand volgend op die waarin de ambtenaar zijn dienst heeft hervat.
**7.** De ambtenaar die een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid ontvangt, kan geen representatiekosten declareren.
**8.**
Aan de ambtenaar die geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid ontvangt, of de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die kosten voor representatieve activiteiten heeft gemaakt, die niet zijn genoemd in het tweede lid, kunnen daadwerkelijk gemaakte representatiekosten geheel of gedeeltelijk worden vergoed, indien:
a. het onderhouden van externe contacten en het verrichten van representatieve activiteiten plaatsvindt met voorafgaande toestemming van of in opdracht van het bevoegd gezag;
b. de declaratie van representatiekosten is ingediend binnen zes maanden na de kalendermaand waarin de kosten zijn gemaakt, en
c. daarbij door de ambtenaar bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
**9.** Het bedrag, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt per 1 januari van elk jaar bij regeling van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst aangepast voor zover de consumentenprijsindex van het Centraal bureau voor de statistiek, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar, daartoe aanleiding geeft.
### Artikel 69
@ -2320,7 +2398,7 @@ Het is den ambtenaar verboden gedurende den werktijd alcoholhoudende dranken te
**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 96 of 98, eerste lid, onder f, wordt een diensttijdgratificatie toegekend, indien binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. De diensttijdgratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. De berekeningsgrondslag van de gratificatie wordt bij een ontslag op grond van artikel 98, eerste lid, onder f, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller overeenkomt met het aantal uren waarvoor de ambtenaar ontslag is verleend en de noemer met het aantal uren waarvoor hij voorafgaand aan het ontslag was aangesteld.
**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 96 of 98, eerste lid, onder f, wordt een diensttijdgratificatie toegekend, indien binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. De diensttijdgratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid.
## Hoofdstuk VIIb. Melden van een misstand
@ -3134,6 +3212,14 @@ In afwijking van artikel 97, tweede lid, wordt aan de ambtenaar die is geboren v
Op personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in het genot zijn van een wachtgeld, toegekend krachtens het Koninklijk besluit van 24 Juli 1869 (*Staatsblad* n°. 142), zooals dat besluit laatstelijk is gewijzigd, blijven de bepalingen van dat besluit van toepassing.
### Artikel 131a
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van (...) tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 000) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding.
**2.** De compensatievergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt tweemaal het positieve verschil tussen de vergoeding, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, op jaarbasis van het jaar voor inwerkingtreding en de vergoeding op jaarbasis van het jaar na inwerkingtreding van genoemd besluit.
**3.** Indien de ambtenaar op het moment van inwerkingtreding van genoemd besluit, korter dan één jaar als bedrijfshulpverlener is aangewezen, wordt het verschil, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met de breuk van het aantal maanden dat hij is aangewezen als bedrijfshulpverlener in de teller en twaalf in de noemer.
### Artikel 132
Voor zover voor ambtenaren bij een dienstvak nadere regels ter uitwerking of aanvulling van de bepalingen van dit besluit worden vereist, worden die regels door Ons, of in overeenstemming met Ons door Onze Minister, vastgesteld.