2013-01-01 | BWBR0007376 | Archiefwet 1995

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 842e9fef8d
commit c48244de93

View file

@ -64,7 +64,7 @@ De overheidsorganen zijn verplicht de onder hen berustende archiefbescheiden in
**2.**
De lijsten worden, nadat Onze minister de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, heeft gehoord, vastgesteld, voor zover het betreft:
De lijsten worden vastgesteld, voor zover het betreft:
a. archiefbescheiden van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de andere Hoge Colleges van Staat en het Kabinet van de Koning: bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze minister, in overeenstemming met het betrokken overheidsorgaan;
b. archiefbescheiden van de ministeries: door Onze minister en Onze minister wie het mede aangaat;
@ -78,7 +78,7 @@ Tot vernietiging van in een rijksarchiefbewaarplaats berustende archiefbescheide
### Artikel 7
De zorgdrager is bevoegd archiefbescheiden te vervangen door reprodukties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen. Voor de vervanging van archiefbescheiden die niet als te vernietigen worden aangemerkt in de in artikel 5 bedoelde lijsten, is een machtiging vereist van Onze minister dan wel, indien het archiefbescheiden betreft voor de bewaring waarvan een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats is aangewezen, van gedeputeerde staten. Deze machtiging houdt tevens een machtiging tot vernietiging in.
De zorgdrager is bevoegd archiefbescheiden te vervangen door reprodukties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen.
### Artikel 8
@ -121,7 +121,7 @@ Indien archiefbescheiden ten onrechte berusten onder een ander overheidsorgaan d
**2.** Een afwijzende beslissing krachtens het eerste lid kan door degene aan wie de beheerder onmiddellijk ondergeschikt is worden herzien.
**3.** Indien archiefbescheiden ouder dan twintig jaar door het overheidsorgaan nog veelvuldig worden gebruikt of geraadpleegd kan op verzoek van de zorgdrager machtiging tot opschorting van de overbrenging van die archiefbescheiden worden verleend door Onze minister dan wel, indien het archiefbescheiden betreft voor de bewaring waarvan een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats is aangewezen, door gedeputeerde staten.
**3.** Indien archiefbescheiden ouder dan twintig jaar door het overheidsorgaan nog veelvuldig worden gebruikt of geraadpleegd kan op verzoek van de zorgdrager machtiging tot opschorting van de overbrenging van die archiefbescheiden worden verleend door Onze minister dan wel, indien het archiefbescheiden betreft voor de bewaring waarvan een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats of een provinciale archiefbewaarplaats is aangewezen, door gedeputeerde staten.
**4.** De in het derde lid bedoelde machtiging, waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden, wordt verleend voor een periode van ten hoogste tien jaar, na afloop waarvan verlenging kan worden verkregen.
@ -139,11 +139,13 @@ a. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
b. het belang van de Staat of zijn bondgenoten;
c. het anderszins voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen danwel van derden.
Voor zover de beheerder van een archiefbewaarplaats een rijksarchivaris is als bedoeld in artikel 26, tweede lid, wordt het advies, bedoeld in de eerste volzin, gevraagd aan de algemene rijksarchivaris, bedoeld in artikel 25, eerste lid.
**2.** De zorgdrager ten aanzien van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden kan, na de in het eerste lid bedoelde overbrenging, niet alsnog beperkingen als bedoeld in het eerste lid stellen, tenzij zich na het tijdstip van overbrenging omstandigheden hebben voorgedaan die, waren zij op dat tijdstip bekend geweest, tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid ingevolge het eerste lid zouden hebben geleid.
**3.** De zorgdrager ten aanzien van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden, kan, gehoord degene op wiens last de archiefbescheiden zijn overgebracht, de ingevolge het eerste of het tweede lid aan de openbaarheid gestelde beperkingen opheffen, dan wel ten aanzien van een verzoeker buiten toepassing laten, indien het belang van de gestelde beperking niet opweegt tegen diens belang tot raadpleging of gebruik van de archiefbescheiden.
**4.** Ingevolge het eerste of het tweede lid aan de openbaarheid gestelde beperkingen hebben geen betrekking op archiefbescheiden die ouder zijn dan vijfenzeventig jaar, tenzij door Onze minister dan wel, indien het archiefbescheiden betreft voor de bewaring waarvan een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats is aangewezen, door gedeputeerde staten anders wordt beslist.
**4.** Ingevolge het eerste of het tweede lid aan de openbaarheid gestelde beperkingen hebben geen betrekking op archiefbescheiden die ouder zijn dan vijfenzeventig jaar, tenzij door Onze minister dan wel, indien het archiefbescheiden betreft voor de bewaring waarvan een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats of een provinciale archiefbewaarplaats is aangewezen, door gedeputeerde staten anders wordt beslist.
**5.** Het derde lid is niet van toepassing op archiefbescheiden aan de openbaarheid waarvan beperkingen zijn gesteld met het oog op het belang van de Staat of zijn bondgenoten.
@ -185,7 +187,7 @@ c. het anderszins voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van betr
**3.** De beheerder is bevoegd een verzoek tot uitlening als bedoeld in het tweede lid af te wijzen, indien naar zijn oordeel de toestand van de archiefbescheiden zich daartegen verzet of deze aan de verzoeker niet veilig kunnen worden toevertrouwd.
**4.** Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een schriftelijk verzoek tot raadpleging of gebruik vindt schriftelijk plaats. In geval van een mondeling verzoek vindt een afwijzing schriftelijk plaats, indien de verzoeker daarom vraagt. De verzoeker wordt op deze mogelijkheid gewezen.
**4.** Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een schriftelijk verzoek tot uitlening als bedoeld in het tweede lid vindt schriftelijk plaats. In geval van een mondeling verzoek vindt een afwijzing schriftelijk plaats, indien de verzoeker daarom vraagt. De verzoeker wordt op deze mogelijkheid gewezen.
**5.** Indien de aard of de mate van raadpleging of gebruik van de archiefbescheiden bij de in het tweede lid bedoelde uitlening een ernstige bedreiging vormt voor hun toestand, is de beheerder bevoegd te bepalen dat in de plaats van die archiefbescheiden reprodukties worden uitgeleend.
@ -262,7 +264,7 @@ b. het verrichten van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of door On
**1.** Te 's-Gravenhage is gevestigd de algemene rijksarchiefbewaarplaats, welke is bestemd voor de bewaring van de archiefbescheiden der overheidsorganen, waarvan de functies zich over het gehele rijk uitstrekken of hebben uitgestrekt. De algemene rijksarchivaris is daarvan de beheerder.
**2.** In de hoofdplaats van elke provincie is gevestigd een rijksarchiefbewaarplaats, welke is bestemd voor de bewaring van de archiefbescheiden van de provinciale organen. Voorts is de rijksarchiefbewaarplaats in de hoofdplaats van een provincie bestemd voor de bewaring van de archiefbescheiden van de in die provincie gevestigde organen van het rijk, van de voormalige provinciale en departementale besturen en van de in artikel 41, eerste lid, bedoelde overheidsorganen, waarvan de functies zich niet over het gehele rijk uitstrekken of hebben uitgestrekt. Een rijksarchivaris, die in het bezit dient te zijn van een diploma archivistiek, is daarvan de beheerder.
**2.** In de hoofdplaats van elke provincie is gevestigd een rijksarchiefbewaarplaats, welke is bestemd voor de bewaring van de archiefbescheiden van de in die provincie gevestigde organen van het rijk, van de voormalige provinciale en departementale besturen en van de in artikel 41, eerste lid, bedoelde overheidsorganen, waarvan de functies zich niet over het gehele rijk uitstrekken of hebben uitgestrekt. Een rijksarchivaris, die in het bezit dient te zijn van een diploma archivistiek, is daarvan de beheerder.
**3.** Bij koninklijk besluit kunnen andere rijksarchiefbewaarplaatsen worden aangewezen of gevestigd dan de in het eerste en tweede lid bedoelde.
@ -278,21 +280,25 @@ b. het verrichten van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of door On
### Artikel 27
**1.** Overeenkomstig een door provinciale staten vast te stellen verordening dragen gedeputeerde staten zorg voor de archiefbescheiden van de provinciale organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
**1.** Overeenkomstig een door provinciale staten vast te stellen verordening dragen gedeputeerde staten zorg voor de archiefbescheiden van de provinciale organen.
**2.** De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van de provincie.
**3.** Onze minister kan in bijzondere gevallen een subsidie verstrekken voor de kosten van het beheer van de in de provinciale archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden, indien de aard of de omvang van de archiefbescheiden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geeft.
**4.** In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van die wet van toepassing op de subsidie, bedoeld in het derde lid.
### Artikel 28
**1.** Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in artikel 27, is, onder de bevelen van gedeputeerde staten, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belast de provinciale inspecteur. Met betrekking tot dit toezicht op de naleving stellen provinciale staten een verordening vast.
**2.** De provinciale inspecteur, die in het bezit dient te zijn van een diploma archivistiek, wordt door gedeputeerde staten benoemd, geschorst en ontslagen.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, over te brengen archiefbescheiden van de provinciale organen wijzen gedeputeerde staten een provinciale archiefbewaarplaats aan.
### Artikel 29
**1.** Gedeputeerde staten kunnen Onze minister voorstellen doen omtrent het beheer van de in een rijksarchiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden van de provinciale organen.
**1.** De provinciale archiefbewaarplaats wordt beheerd door een provinciearchivaris, die in het bezit dient te zijn van een diploma archivistiek of, zo geen zodanige archivaris mocht zijn benoemd, door de secretaris.
**2.** Onze minister wijkt van dat voorstel niet af dan na overleg met gedeputeerde staten.
**2.** Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van de provinciale organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van gedeputeerde staten, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belast de provinciearchivaris. Met betrekking tot dit toezicht stellen provinciale staten een verordening vast.
**3.** De provinciearchivaris wordt door gedeputeerde staten benoemd, geschorst en ontslagen.
## Hoofdstuk V. Archiefbescheiden van gemeenten