2005-09-01 | BWBR0012438 | Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
This commit is contained in:
parent
58d980e0ee
commit
c48e59a7f5
1 changed files with 37 additions and 55 deletions
|
|
@ -30,18 +30,18 @@ c. een- of tweejarige opleiding vavo die opleidt tot het diploma vwo of havo,
|
|||
|
||||
**deelnemer vavo**: degene die vavo volgt als bedoeld in de artikelen 2.6, tweede lid, en 2.10,
|
||||
|
||||
**gecorrigeerde belastbare loon**: belastbare loon als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
**gecorrigeerde belastbare loon**: belastbare loon als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met twee derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
|
||||
b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–,
|
||||
a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
|
||||
b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–,
|
||||
|
||||
**gecorrigeerde verzamelinkomen**: verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 verminderd met:
|
||||
|
||||
a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1 355,–,
|
||||
b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 903,–,
|
||||
b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten: twee derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
1°. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan €1 605,–,
|
||||
2°. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,-,
|
||||
1º. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
|
||||
2º. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–,
|
||||
|
||||
**havo**: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de WVO,
|
||||
|
||||
|
|
@ -62,10 +62,7 @@ d. voor de toepassing van afdeling 5.2, voorzover het een uit 's Rijks kas beko
|
|||
|
||||
**Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
|
||||
|
||||
**partner**:
|
||||
|
||||
a. degene met wie de aanvrager of TOS-ouder in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt meer dan 6 maanden is gehuwd of met wie hij meer dan 6 maanden een geregistreerd partnerschap is aangegaan en van wie hij niet duurzaam gescheiden leeft, of
|
||||
b. persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie de aanvrager of TOS-ouder in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt meer dan 6 maanden duurzaam een gezamenlijke huishouding voert maar met wie hij niet gehuwd is noch een geregistreerd partnerschap is aangegaan, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat,
|
||||
**partner**: degene die in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt gedurende meer dan 6 maanden partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van de aanvrager is, met dien verstande dat voor de toepassing van hoofdstuk 4 voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
|
||||
|
||||
**peiljaar**: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het schooljaar of studiejaar aanvangt,
|
||||
|
||||
|
|
@ -82,6 +79,8 @@ f. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, hierna aangeduid al
|
|||
|
||||
**schooljaar**: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend,
|
||||
|
||||
**sociaal-fiscaal nummer**: nummer als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
|
||||
|
||||
**student**: degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in de artikelen 2.11 en 2.12,
|
||||
|
||||
**studiejaar**: tijdvak dat aanvangt op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend,
|
||||
|
|
@ -101,6 +100,8 @@ b. indien geen wettelijke vertegenwoordiger de in onderdeel a bedoelde tegemoetk
|
|||
|
||||
**voortgezet onderwijs**: onderwijs in de zin van de WVO, en, tenzij anders is bepaald, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC,
|
||||
|
||||
**vreemdeling**: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000,
|
||||
|
||||
**vwo**: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de WVO.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -113,17 +114,6 @@ c. indien de onderdelen a en b niet van toepassing zijn: wettelijke vertegenwoor
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In onderdeel b van de begripsbepaling «partner» is sprake van een gezamenlijke huishouding, indien 2 personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij er blijk van geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of anderszins. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval verondersteld indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
|
||||
|
||||
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toekenning van tegemoetkoming als gehuwden zijn aangemerkt,
|
||||
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander,
|
||||
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of
|
||||
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met een gezamenlijke huishouding bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het derde lid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld:
|
||||
|
||||
a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen behoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, en
|
||||
|
|
@ -152,7 +142,7 @@ b. in de zin van de overige hoofdstukken door een leerling of student.
|
|||
|
||||
### Artikel 1.4
|
||||
|
||||
Een minderjarige die de leeftijd van 17 jaren heeft bereikt is bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om toekenning van tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 4 of 5 te verkrijgen. Hij is voorts bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn met betrekking tot de uitoefening, onderscheidenlijk de nakoming van de rechten en verplichtingen die voor hem voortvloeien uit de toekenning van tegemoetkoming.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 1.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -180,7 +170,11 @@ c. teneinde de gegevens van die leerling, student of debiteur te vergelijken met
|
|||
|
||||
### Artikel 1.8
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Op deze wet, met uitzondering van hoofdstuk 10, zijn van toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen:
|
||||
|
||||
a. artikel 6,
|
||||
b. artikel 9, eerste en tweede lid, met dien verstande dat het tweede lid niet van toepassing is op hoofdstuk 3 van deze wet, en
|
||||
c. artikel 10, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op hoofdstuk 3 van deze wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Werkingssfeer
|
||||
|
||||
|
|
@ -352,7 +346,7 @@ De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, in
|
|||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is afhankelijk van de hoogte van het toetsingsinkomen.
|
||||
|
||||
**2.** Volledige tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 3, 4 en 5 bestaat tot en met het grensbedrag van het toetsingsinkomen. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2001–2002 bedraagt het grensbedrag € 24 950,–Met ingang van het schooljaar 2005-2006: € 28.648,92.
|
||||
**2.** Volledige tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 3, 4 en 5 bestaat tot en met het grensbedrag van het toetsingsinkomen. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2004–2005 bedraagt het grensbedrag € 28 616,26.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het toe te kennen bedrag per aanvrager minder bedraagt dan € 10,–, wordt de tegemoetkoming op nihil gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1029,40 +1023,22 @@ Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet.
|
|||
|
||||
### Artikel 11.4
|
||||
|
||||
De IB-Groep kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**1.** De IB-Groep kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. het begrip partner,
|
||||
b. het begrip sociaal-fiscaal nummer,
|
||||
c. het begrip vreemdeling, en
|
||||
d. artikel 1.8.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12. Overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1
|
||||
|
||||
**1.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid luiden in afwijking van artikel 1.1, eerste lid, voor de berekening van het gecorrigeerde belastbare loon en van het gecorrigeerde verzamelinkomen over de kalenderjaren 2001 tot en met 2003 de begripsbepalingen daarvan als volgt:
|
||||
|
||||
**gecorrigeerde belastbare loon**: belastbare loon als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964 verminderd met het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,- en niet meer dan € 1 605,-,
|
||||
b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,-,
|
||||
c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939,-,
|
||||
d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119,- en met niet meer dan € 1 605,-
|
||||
e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
|
||||
f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804,-, verminderd met € 1 036,-, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804,- en € 1 036,- verhoogd tot € 5 608,-, onderscheidenlijk € 2 072,-,
|
||||
g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
|
||||
|
||||
**gecorrigeerde verzamelinkomen**: verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 verminderd met:
|
||||
|
||||
a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1 355,-,
|
||||
b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
1°. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,- en niet meer dan € 1 605,-,
|
||||
2°. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,-, en
|
||||
c. de bedragen, bedoeld in de begripsbepaling van gecorrigeerde belastbare loon, onderdelen c tot en met g.
|
||||
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** De correctieposten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c tot en met g, van de begripsbepaling gecorrigeerde belastbare loon, en die bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, van de begripsbepaling gecorrigeerde verzamelinkomen, worden indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2001 wordt berekend, voor het geheel in aanmerking genomen, indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2002 wordt berekend, voor 2/3 deel in aanmerking genomen en indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2003 wordt berekend, voor 1/3 deel in aanmerking genomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1120,7 +1096,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2005–2006 zijn de bepalingen die golden voor de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2006–2007 zijn de bepalingen, opgenomen in hoofdstuk 1, afdeling C, artikel IV, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2007–2008 zijn de bepalingen, opgenomen in hoofdstuk 1, afdeling C, artikel V, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2008–2009 en volgende zijn de bepalingen, opgenomen in hoofdstuk 1, afdeling C, artikel VI, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.12
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue