2005-12-28 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2005-12-28 12:00:00 +00:00
parent 9020d53c11
commit c4b1a19e97

View file

@ -80,7 +80,7 @@ gevaarlijke afvalstoffen: bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afva
gpbv-installatie: installatie als bedoeld in bijlage 1 van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging;.
huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;
huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;
huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens;
@ -192,7 +192,7 @@ c. regels over de samenstelling en de werkwijze van de provinciale milieucommiss
**4.** Bij de verordening kan worden bepaald dat bij de verordening gestelde regels slechts gelden voor een of meer daarbij aan te wijzen delen van het grondgebied van de provincie.
**5.** De verordening bevat geen regels met betrekking tot de samenstelling of eigenschappen van produkten. Ten aanzien van gebieden die door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn aangewezen, houdt de verordening geen regels in, die betrekking hebben op de agrarische bedrijfsvoering.
**5.** De verordening bevat geen regels met betrekking tot de samenstelling of eigenschappen van produkten. Ten aanzien van gebieden die door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn aangewezen, houdt de verordening geen regels in, die betrekking hebben op de agrarische bedrijfsvoering.
**6.**
@ -345,9 +345,7 @@ De commissie brengt elk jaar aan Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Na
**3.** De leden worden, met uitzondering van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters, benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij zijn terstond wederbenoembaar.
**4.** Aan de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters wordt als zodanig ontslag verleend met ingang van het kalenderjaar, volgende op dat waarin zij de leeftijd van zeventig jaar bereiken.
**5.** De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
**4.** De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
### Artikel 2.20
@ -457,7 +455,7 @@ Telkens binnen een termijn van vier jaren brengt de commissie een rapport uit aa
**1.** De commissie en haar subcommissies kunnen zich bij hun werkzaamheden doen bijstaan door personen die geen lid zijn van de commissie.
**2.** Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kunnen, ieder voor hun ministerie, ambtenaren aanwijzen, die bevoegd zijn tot het bijwonen van de door de commissie en haar subcommissies te houden vergaderingen, met dien verstande dat in de vergaderingen van de commissie voor ieder van die ministeries ten hoogste één ambtenaar aanwezig is.
**2.** Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kunnen, ieder voor hun ministerie, ambtenaren aanwijzen, die bevoegd zijn tot het bijwonen van de door de commissie en haar subcommissies te houden vergaderingen, met dien verstande dat in de vergaderingen van de commissie voor ieder van die ministeries ten hoogste één ambtenaar aanwezig is.
### Artikel 2.36
@ -866,7 +864,7 @@ voor zover deze voor de vaststelling van de milieukwaliteitseis van belang zijn.
**4.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat een daarbij gestelde milieukwaliteitseis slechts geldt voor een of meer bij of krachtens de maatregel aan te wijzen gebieden, dan wel voor gebieden die behoren tot een bij de maatregel aangegeven categorie. Een tijdstip als bedoeld in het eerste lid kan voor verschillende bij of krachtens de maatregel aan te geven gebieden of categorieën van gebieden verschillend zijn.
**5.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van de daarbij gestelde milieukwaliteitseisen een termijn bepaald, voor het verstrijken waarvan Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dienen aan te geven in hoeverre de desbetreffende milieukwaliteitseis naar hun oordeel herziening behoeft. Indien een gestelde milieukwaliteitseis niet een zodanige waarde heeft dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat, indien aan die eis is voldaan, de risicos voor het milieu als gevolg van de bij het stellen van de eis in aanmerking genomen milieubelastende factoren verwaarloosbaar klein zijn, bedraagt de termijn, bedoeld in de vorige volzin, ten hoogste acht jaar.
**5.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van de daarbij gestelde milieukwaliteitseisen een termijn bepaald, voor het verstrijken waarvan Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dienen aan te geven in hoeverre de desbetreffende milieukwaliteitseis naar hun oordeel herziening behoeft. Indien een gestelde milieukwaliteitseis niet een zodanige waarde heeft dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat, indien aan die eis is voldaan, de risicos voor het milieu als gevolg van de bij het stellen van de eis in aanmerking genomen milieubelastende factoren verwaarloosbaar klein zijn, bedraagt de termijn, bedoeld in de vorige volzin, ten hoogste acht jaar.
### Artikel 5.2
@ -2583,7 +2581,7 @@ f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EE
**1.**
Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e, registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f, registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
a. de datum van afgifte;
b. de naam en het adres van degene aan wie de afvalstoffen worden afgegeven;
@ -2611,7 +2609,7 @@ b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren,
**1.**
Een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot elke aan hem verrichte afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
Een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
a. de datum van afgifte;
b. de naam en het adres van degene van wie de afvalstoffen afkomstig zijn;
@ -2638,9 +2636,9 @@ f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had
### Artikel 10.43
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor de in de artikelen 10.38 tot en met 10.40 gestelde verplichtingen niet gelden.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor verplichtingen als bedoeld in de artikelen 10.38 tot en met 10.40 niet gelden.
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in artikel 10.40, eerste lid, de verplichting opgelegd de in die bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in artikel 10.40, eerste lid, de verplichting opgelegd de in de betrokken bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
### Artikel 10.43a
@ -3681,7 +3679,7 @@ c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend beslui
**3.** Alvorens een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder *a*, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
**4.** Op de voorbereiding van een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder b of c, is artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
**4.** Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder b of c, is artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 15.40
@ -4425,7 +4423,7 @@ Artikel 16.46 is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 16.62
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van de wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de invoering van een systeem van handel in emissierechten met het oog op het beperken van de emissies van stikstofoxiden (handel in NOx-emissierechten) (Stb. 233), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze titel in de praktijk.
Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van de wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de invoering van een systeem van handel in emissierechten met het oog op het beperken van de emissies van stikstofoxiden (handel in NOx-emissierechten) (Stb. 233), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze titel in de praktijk.
## Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
@ -4564,7 +4562,8 @@ d. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in artikel 10.55.
Burgemeester en wethouders hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens:
a. de afvalstoffenverordening;
b. artikel 10.29.
b. artikel 10.29;
c. artikel 10.52.
**2.**
@ -4572,8 +4571,7 @@ Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuur
a. het zich ontdoen van afvalwater als bedoeld in de artikelen 10.30 en 10.32;
b. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.37;
c. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.51;
d. het beheer van bedrijfsafvalstoffen als bedoeld in artikel 10.52.
c. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.51.
### Artikel 18.2e
@ -5290,7 +5288,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
**1.** Bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet wordt rekening gehouden met het geldende nationale milieubeleidsplan.
**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 5.1, eerste lid, 5.3, vijfde lid, of 18.3 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in artikel 18.1a, eerste lid, bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie.
**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 5.1, eerste lid, 5.3, vijfde lid, of 18.3 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in artikel 18.1a, eerste lid, bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie.
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.