2023-08-01 | BWBR0011400 | Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000
This commit is contained in:
parent
39731f740a
commit
c4e03e8e95
1 changed files with 28 additions and 14 deletions
|
|
@ -26,8 +26,6 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**lesgeldplichtige**: degene die krachtens de wet lesgeld is verschuldigd,
|
||||
|
||||
**onderwijsovereenkomst:** onderwijsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
|
||||
**schooljaar**: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend,
|
||||
|
||||
**teldatum**: bij of krachtens de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Experimentenwet onderwijs aangewezen tijdstip in het schooljaar waarop ten behoeve van de bekostiging uit 's Rijks kas het aantal leerlingen van een dagschool wordt vastgesteld,
|
||||
|
|
@ -38,16 +36,24 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag schrijft een leerling in voor een opleiding na ondertekening van een onderwijsovereenkomst. In de onderwijsovereenkomst verklaart de leerling zich bekend met de verplichting tot het betalen van lesgeld op grond van de wet.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag schrijft een leerling in voor een opleiding. Het bevoegd gezag zorgt dat de leerling bekend is met de verplichting tot het betalen van lesgeld op grond van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** De lesgeldplicht gaat in op de eerste dag van het desbetreffende schooljaar of, indien de leerling in de loop van het schooljaar wordt ingeschreven, op de datum van inschrijving.
|
||||
|
||||
**3.** Inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag. Na medeondertekening door of namens het bevoegd gezag geldt de onderwijsovereenkomst als bewijs van inschrijving.
|
||||
**3.** Inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag beëindigt de inschrijving van de leerling op zijn aanvraag of zodra de leerling de opleiding met goed gevolg heeft afgesloten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** Het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, bedraagt voor het cursusjaar 2024–2025 € 1419.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. De ministeriële regeling wordt vastgesteld voor 1 oktober voorafgaand aan het cursusjaar waarvoor het gewijzigde lesgeld zal gelden. De wijziging wordt bepaald door de gemiddelde procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de periode mei tot en met april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. De aldus verkregen wijziging van het lesgeldbedrag wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
|
||||
|
||||
**3.** Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -182,7 +188,7 @@ b. in verband met de inschrijving bij een dagschool, mits die inschrijving plaat
|
|||
c. wegens overlijden of ernstige ziekte van de cursist, ter beoordeling van het bevoegd gezag, of
|
||||
d. wegens bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere familieomstandigheden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan teruggave van cursusgeld plaatsvinden op grond van door het bevoegd gezag opgestelde bepalingen als bedoeld in artikel 8.1.3, derde lid, onder e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan teruggave van cursusgeld plaatsvinden op grond van door het bevoegd gezag opgestelde bepalingen als bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag om teruggave van cursusgeld wordt voor het einde van dat cursusjaar gedaan bij het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,25 +198,33 @@ d. wegens bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere familieomstandigheden
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het cursusgeldtarief voor de volgende categorieën cursussen bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2006:
|
||||
Het cursusgeld, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de wet, bedraagt voor de volgende categorieën cursussen voor het cursusjaar 2024–2025:
|
||||
|
||||
a. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding, de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding: € 199,71 per 1 augustus 2022: € 258 per cursusjaar,
|
||||
b. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: € 485,60 per 1 augustus 2022: € 624 per cursusjaar, en
|
||||
c. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of onderdelen van dat diploma: € 0,62 per 1 augustus 2022: € 0,82 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden.
|
||||
a. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding, de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding: € 295;
|
||||
b. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: € 715;
|
||||
c. voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of onderdelen van dat diploma: € 0,94 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** De cursusgeldtarieven worden jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld aan de hand van de consumentenprijsindex. De tarieven, met uitzondering van het in het eerste lid, onder c, bedoelde tarief, worden afgerond op het naastbij gelegen gehele getal. De ministeriële regeling wordt voor 1 oktober voorafgaande aan het cursusjaar waarop de herziening van het cursusgeldtarief betrekking heeft, vastgesteld.
|
||||
**2.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. De ministeriële regeling wordt vastgesteld voor 1 oktober voorafgaand aan het cursusjaar waarvoor het gewijzigde cursusgeld zal gelden. De wijziging wordt bepaald door de gemiddelde procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de periode mei tot en met april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. De aldus verkregen wijziging van de cursusgeldbedragen, met uitzondering van het in het eerste lid, onder c, bedoelde bedrag, wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder de consumentenprijsindex wordt verstaan.
|
||||
**3.** Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Indien de aard van het onderwijs, de cursusduur, het aantal lessen of de doelgroep van de cursus daartoe aanleiding geeft, kunnen bij ministeriële regeling de in artikel 15 genoemde cursusgeldtarieven worden verlaagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slot- en overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, bedraagt voor het cursusjaar 2023–2024 € 1.357.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het cursusgeld, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de wet, bedraagt voor de volgende categorieën cursussen voor het cursusjaar 2023–2024:
|
||||
|
||||
a. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding, de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding: € 270;
|
||||
b. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: € 654;
|
||||
c. voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of onderdelen van dat diploma: € 0,86 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slot- en overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue