2026-01-01 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang
This commit is contained in:
parent
94f28cb7f8
commit
c4e7c10455
1 changed files with 13 additions and 7 deletions
|
|
@ -149,10 +149,10 @@ Een ouder heeft voor een berekeningsjaar aanspraak op een kinderopvangtoeslag, i
|
|||
|
||||
a. tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten,
|
||||
b. zonder enige vergoeding arbeid verricht in de onderneming van de partner in de zin van artikel 3.78 van de Wet inkomstenbelasting 2001,
|
||||
c. algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet, en gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt,
|
||||
c. algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet, en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onder a, of 7a, eerste lid, onder a, van de Participatiewet, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt,
|
||||
d. vervallen,
|
||||
e. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, scholing of een opleiding volgt en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste en twaalfde lid, van de Participatiewet algemene bijstand ontvangt of kan ontvangen,
|
||||
f. als niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende is geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet,
|
||||
f. als niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende is geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onder a, of 7a, eerste lid, onder a, van de Participatiewet,
|
||||
g. inburgeringsplichtig is op grond van de Wet inburgering 2021 en een cursus of opleiding volgt waarmee hij aan de op grond van artikel 15 van die wet vastgestelde leerroute kan voldoen, voor zover de inburgeringsplichtige het taalschakeltraject, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van die wet, volgt, dan wel de cursusinstelling waar die cursus of opleiding wordt gevolgd in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 28 van die wet of een keurmerk als bedoeld in artikel 32 van die wet, of, indien het een inburgeringsplichtige als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die wet betreft, de opleiding of cursus wordt aangeboden door het college als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van die wet,
|
||||
h. recht heeft op of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet en deelneemt aan scholing als bedoeld in artikel 76 van die wet of werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 76a of 77a van die wet met behoud van die uitkering dan wel op andere wijze deelneemt aan een traject gericht op arbeidsinschakeling,
|
||||
i. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of een uitkering op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of recht heeft op ziekengeld op grond van de Ziektewet:
|
||||
|
|
@ -203,11 +203,9 @@ a. tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin va
|
|||
b. een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onder c, e, h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een ander land; of
|
||||
c. een persoon is als bedoeld in het eerste lid, onder b, f, g, j, k of l.
|
||||
|
||||
**10.** Een ouder als bedoeld in het eerste en tweede lid, met een partner, heeft voor een berekeningsjaar aanspraak op een kinderopvangtoeslag, indien de partner is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel van langer dan drie maanden, gedurende de periode waarin die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd.
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Een ouder die is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel van langer dan drie maanden, heeft, gedurende de periode waarin die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd, voor een berekeningsjaar aanspraak op een kinderopvangtoeslag, indien de ouder een partner heeft die
|
||||
Een ouder jegens wie een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding is gegeven, of die is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, heeft, gedurende de periode waarin dit bevel of die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd voor zover die periode meer dan drie maanden bedraagt, voor een berekeningsjaar aanspraak op een kinderopvangtoeslag, indien de ouder een partner heeft die
|
||||
|
||||
a. tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten;
|
||||
b. een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onder c, e, h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een ander land; of
|
||||
|
|
@ -215,7 +213,7 @@ c. een persoon is als bedoeld in het eerste lid, onder b, f, g, j, k of l.
|
|||
|
||||
### Artikel 1.6a
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 1.5, 1.5a en 1.6, heeft een ouder als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel a, voor zover die ouder de arbeid verricht als gastouder, geen aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten van gastouderopvang in een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 1.6b
|
||||
|
||||
|
|
@ -842,6 +840,14 @@ f. het pedagogisch beleid en de pedagogische praktijk.
|
|||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het derde tot en met het zevende lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.56c
|
||||
|
||||
**1.** Een gastouder is per voorziening voor gastouderopvang aangesloten bij ten hoogste twee gastouderbureaus.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een gastouder tijdelijk per voorziening voor gastouderopvang aangesloten zijn bij drie gastouderbureaus.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de tijdelijke uitbreiding naar drie gastouderbureaus.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.57
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue