2021-01-01 | BWBR0041895 | Besluit beslagvrije voet
This commit is contained in:
parent
944e8c0c5b
commit
c4e9515440
1 changed files with 9 additions and 25 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit beslagvrije voet
|
|||
bwb_id: BWBR0041895
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-02-19'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041895
|
||||
citeertitel: Besluit beslagvrije voet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -17,7 +17,6 @@ citeertitel: Besluit beslagvrije voet
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aangiftetijdvak:* tijdvak van vier weken of één maand waarop de aangifte op basis waarvan de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen betrekking heeft of, als de inhoudingsplichtige over een afwijkend tijdvak aangifte doet, het tijdvak waarover loon is betaald herleid tot één maand;
|
||||
- *arbeidsvoorwaardenbedrag:* het aan de werknemer toegekende en in geld uitgedrukte toekomstige loonbestanddeel, niet zijnde een afzonderlijke opbouw van vakantiebijslag, dat is opgebouwd ingevolge afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover dit toekomstige loonbestanddeel kan leiden tot loon als bedoeld in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
- *inkomstenverhouding:* rechtsverhouding waaraan een vordering tot periodieke betaling is verbonden als bedoeld in artikel 475c, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van de wet;
|
||||
- *loon LB/PH:* inkomen waarover de loonbelasting en premie volksverzekeringen wordt berekend voor het aangiftetijdvak;
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
|
|
@ -35,8 +34,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
Het loon LB/PH wordt:
|
||||
|
||||
a. verminderd met een binnen het aangiftetijdvak uitbetaalde vakantiebijslag of een uitbetaald bedrag ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en
|
||||
b. vermeerderd met een reservering in verband met vakantiebijslag of opbouw ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag binnen het aangiftetijdvak.
|
||||
a. verminderd met een binnen het aangiftetijdvak uitbetaalde vakantiebijslag of extra periode salaris; en
|
||||
b. vermeerderd met een reservering in verband met vakantiebijslag of extra periode salaris binnen het aangiftetijdvak.
|
||||
|
||||
**3.** Als het aangiftetijdvak niet gelijk is aan een maand, wordt de uitkomst naar een maandinkomen herleid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -60,19 +59,16 @@ b. waarvan de aangiftetermijn op het moment van bevraging is verstreken.
|
|||
De ophoging, bedoeld in artikel 475da, zevende lid, van de wet is afhankelijk van de woonkosten, waarbij:
|
||||
|
||||
a. de woonkosten met een hoogte tot de kwaliteitskortingsgrens, genoemd in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, in aanmerking worden genomen voor het percentage, genoemd in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
|
||||
b. de woonkosten met een hoogte vanaf de kwaliteitskortingsgrens, bedoeld in onderdeel a, tot de in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde aftoppingsgrens in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
|
||||
c. de woonkosten met een hoogte vanaf de aftoppingsgrens, bedoeld in onderdeel b, tot het in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedrag in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van die wet;
|
||||
d. de woonkosten met een hoogte vanaf het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, worden niet in aanmerking genomen.
|
||||
b. de woonkosten met een hoogte vanaf de normhuur, bedoeld in onderdeel a, tot de in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde aftoppingsgrens in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van die wet; en
|
||||
c. de woonkosten met een hoogte vanaf de aftoppingsgrens, bedoeld in onderdeel b, tot de in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde rekenhuur in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van die wet.
|
||||
|
||||
**2.** De ophoging is gelijk aan de op basis van het eerste lid in aanmerking genomen woonkosten verminderd met de basishuur, bedoeld in artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag, en verminderd met de uitkomst van de formule, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag.
|
||||
|
||||
**3.** Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 475da, zevende lid, derde zin, van de wet wordt aangewezen een beschikking van de Dienst Toeslagen op een aanvraag om huurtoeslag, dan wel een schriftelijke beoordeling van de Dienst Toeslagen over de aard van de woning.
|
||||
**2.** De ophoging is gelijk aan de op basis van het eerste lid in aanmerking genomen woonkosten verminderd met de op basis van het belastbaar inkomen geldende normhuur, bedoeld in artikel 19 van de Wet op de huurtoeslag, maar minimaal de in artikel 17, tweede lid, van die wet genoemde normhuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De hoogte van het in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 475db, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet wordt berekend op basis van het loon LB/PH, de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage zoals bedoeld in de Zorgverzekeringwet en de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen in het aangiftetijdvak.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van het bedrag is gelijk aan het loon LB/PH, waarop van een uitbetaald recht op vakantiebijslag of een uitbetaald bedrag ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag, de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage zoals bedoeld in de Zorgverzekeringwet en de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen in mindering zijn gebracht.
|
||||
**2.** De hoogte van het bedrag is gelijk aan het loon LB/PH, waarop van een uitbetaald recht op vakantiebijslag of extra periode salaris, de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage zoals bedoeld in de Zorgverzekeringwet en de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen in mindering zijn gebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Als het gemiddeld belastbaar maandinkomen wordt gebruikt voor de berekening van de beslagvrije voet, wordt de hoogte van het in mindering te brengen bedrag berekend op basis van het gemiddelde van het loon LB/PH, het gemiddelde van de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in de Zorgverzekeringwet en het gemiddelde van de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen over de tijdvakken die op grond van artikel 3, eerste lid, worden betrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -93,7 +89,7 @@ Het model van de mededeling, bedoeld in artikel 475i, tweede lid, van de wet bev
|
|||
a. de leefsituatie en het belastbaar inkomen waar bij de berekening van uit is gegaan;
|
||||
b. factoren in de woonsituatie die van invloed zijn geweest op de hoogte van de beslagvrije voet;
|
||||
c. een vermelding in hoeverre rekening is gehouden met niet onder beslag liggende neveninkomsten; en
|
||||
d. een vermelding in hoeverre rekening is gehouden met een reeds gelegd beslag, een reeds lopende verrekening, een vordering als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990 of een verhaal zonder dwangbevel op grond van artikel 27 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften of artikel 6:4:6 van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
d. een vermelding in hoeverre rekening is gehouden met een reeds gelegd beslag, reeds lopende verrekening dan wel een vordering als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, een verhaal zonder dwangbevel op grond van artikel 27 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en artikel 6:4:6 van het Wetboek van Strafvordering of een inhouding in verband met de inning van de bestuursrechtelijke premie als bedoeld in artikel 18f van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
**2.** Het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -136,17 +132,7 @@ c. de verwerking van persoonsgegevens door de Stichting Inlichtingenbureau en he
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
De uitkeringen, bedoeld in artikel 475dc, tweede lid, van de wet, zijn:
|
||||
|
||||
a. algemene bijstand op grond van de Participatiewet, met uitzondering van algemene bijstand als bedoeld in artikel 47a van de Participatiewet;
|
||||
b. uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
|
||||
c. uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Indien bij de berekening van het belastbaar inkomen in de indicatieperiode aangiftetijdvakken zijn gelegen van voor 1 januari 2022, is op die aangiftetijdvakken de tekst van dit besluit van toepassing, zoals dit luidde op de dag voor die datum.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2027.
|
||||
Wijzigt het Besluit Suwi.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -157,5 +143,3 @@ Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
|||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beslagvrije voet.
|
||||
|
||||
## Bijlage . bij
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue