2013-01-01 | BWBR0025996 | Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 98dba86a50
commit c50d0fe8a4

View file

@ -61,14 +61,11 @@ Onze Minister verricht hetgeen in aanmerking komt ter uitvoering van de artikele
### Artikel 8
Met het toezicht op de naleving van het bij deze wet bepaalde en met het daartoe nodige onderzoek zijn, belast:
a. de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, en de ambtenaren, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet;
b. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
Met het toezicht op de naleving van het bij deze wet bepaalde en met het daartoe nodige onderzoek zijn belast de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, en de ambtenaren, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet.
### Artikel 9
De in artikel 8 onder a bedoelde ambtenaren zijn bevoegd:
De in artikel 8 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd:
a. met medeneming van de nodige apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner;
b. te vorderen dat de bewoner hun de cultuurgoederen die in de woning aanwezig zijn, toont;
@ -87,7 +84,7 @@ d. zonodig met behulp van de sterke arm de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5:17
### Artikel 11
Op de in artikel 8 onder b bedoelde ambtenaren zijn de hoofdstukken 2 en 3 van de Douanewet, met uitzondering van artikel 10 van hoofdstuk 2 van die wet, van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen