2004-06-01 | BWBR0001903 | Wetboek van Strafvordering
This commit is contained in:
parent
cd0a96541f
commit
c525ce40a9
1 changed files with 148 additions and 14 deletions
|
|
@ -1913,6 +1913,91 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
#### Afdeling Achtste. Vorderen van gegevens van instellingen in de financiële sector
|
||||
|
||||
### Artikel 126nc
|
||||
|
||||
**1.** In geval van verdenking van een misdrijf kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent vorderen bepaalde opgeslagen of vastgelegde identificerende gegevens van een persoon te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onder identificerende gegevens wordt verstaan:
|
||||
|
||||
a. naam, adres, woonplaats en postadres;
|
||||
b. geboortedatum en geslacht;
|
||||
c. rekeningnummers en andere administratieve kenmerken;
|
||||
d. in geval van een rechtspersoon, in plaats van de gegevens, bedoeld in a en b: rechtsvorm en vestigingsplaats.
|
||||
|
||||
**3.** Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een vordering als bedoeld in het eerste lid is schriftelijk en vermeldt:
|
||||
|
||||
a. een aanduiding van de persoon op wiens identificerende gegevens de vordering betrekking heeft;
|
||||
b. de identificerende gegevens die worden gevorderd;
|
||||
c. de termijn waarbinnen en de wijze waarop de gegevens dienen te worden verstrekt;
|
||||
d. de titel van de vordering.
|
||||
|
||||
**5.** Bij dringende noodzaak kan een vordering als bedoeld in het eerste lid mondeling worden gegeven. De opsporingsambtenaar stelt de vordering in dat geval achteraf op schrift en verstrekt deze binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan aan degene tot wie de vordering is gericht.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Van de verstrekking van identificerende gegevens maakt de opsporingsambtenaar proces-verbaal op, waarin hij vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in het vierde lid;
|
||||
b. de verstrekte gegevens;
|
||||
c. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;
|
||||
d. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens worden gevorderd en verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 126nd
|
||||
|
||||
**1.** In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent en van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De vordering kan geen betrekking hebben op persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, of lidmaatschap van een vakvereniging.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De vordering, bedoeld in het eerste lid, is schriftelijk en vermeldt:
|
||||
|
||||
a. indien bekend, de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon of de personen over wie gegevens worden gevorderd;
|
||||
b. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de gegevens die worden gevorderd en de termijn waarbinnen, alsmede de wijze waarop deze dienen te worden verstrekt;
|
||||
c. de titel van de vordering.
|
||||
|
||||
**4.** Bij dringende noodzaak kan de vordering mondeling worden gegeven. De officier van justitie stelt de vordering in dat geval achteraf op schrift en verstrekt deze binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan aan degene tot wie de vordering is gericht.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de in het derde lid bedoelde gegevens;
|
||||
b. de verstrekte gegevens;
|
||||
c. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;
|
||||
d. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
|
||||
e. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.
|
||||
|
||||
**6.** In geval van verdenking van een ander strafbaar feit dan bedoeld in het eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek de in het eerste lid bedoelde vordering doen met voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris verleent de machtiging op vordering van de officier van justitie. Het tweede tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens worden gevorderd en verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 126ne
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat de vordering, bedoeld in artikel 126nd, eerste lid, betrekking kan hebben op gegevens die eerst na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. Artikel 126nd, tweede tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van de vordering wordt beëindigd zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 126nd, eerste lid. Van een wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging van de vordering maakt de officier van justitie proces-verbaal op.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, kan de officier van justitie in een geval als bedoeld in het eerste lid in de vordering bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor een voorafgaande schriftelijke machtiging, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
### Artikel 126nf
|
||||
|
||||
**1.** In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent en van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot de gegevens bedoeld in artikel 126nd, tweede lid, derde volzin, deze gegevens vorderen.
|
||||
|
||||
**2.** De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 126nd, derde, vierde, vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Titel V. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband
|
||||
|
||||
### Artikel 126o
|
||||
|
|
@ -2096,19 +2181,62 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 126uc
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent vorderen bepaalde opgeslagen of vastgelegde identificerende gegevens van een persoon te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 126nc, tweede tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Van de verstrekking van identificerende gegevens maakt de opsporingsambtenaar proces-verbaal op, waarin hij vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 126nc, vierde lid;
|
||||
b. de verstrekte gegevens;
|
||||
c. een omschrijving van het georganiseerd verband;
|
||||
d. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 126ud
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent en van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 126nd, tweede tot en met vierde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 126nd, derde lid;
|
||||
b. de verstrekte gegevens;
|
||||
c. een omschrijving van het georganiseerd verband;
|
||||
d. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
|
||||
e. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 126ue
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bepalen dat de vordering, bedoeld in artikel 126ud, eerste lid, betrekking kan hebben op gegevens die eerst na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. Artikel 126ud, tweede en derde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van de vordering wordt beëindigd zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 126ud, eerste lid. Van een wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging van de vordering maakt de officier van justitie proces-verbaal op.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, kan de officier van justitie in een geval als bedoeld in het eerste lid in de vordering bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor een voorafgaande schriftelijke machtiging, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
### Artikel 126uf
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent en van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot de gegevens, bedoeld in artikel 126nd, tweede lid, derde volzin, deze gegevens vorderen.
|
||||
|
||||
**2.** De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 126nd, derde, vierde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 126nd, derde lid;
|
||||
b. de verstrekte gegevens;
|
||||
c. een omschrijving van het georganiseerd verband;
|
||||
d. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
|
||||
e. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.
|
||||
|
||||
### Titel VA. Bijstand aan opsporing door burgers
|
||||
|
||||
|
|
@ -2247,6 +2375,10 @@ c. de rechthebbende van een besloten plaats als bedoeld in de artikelen 126g, tw
|
|||
|
||||
**3.** Indien de betrokkene de verdachte is, kan mededeling achterwege blijven, indien hij op grond van artikel 126aa, eerste of vierde lid, met de bevoegdheidstoepassing op de hoogte komt.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 126nc en 126uc.
|
||||
|
||||
**5.** Degene tot wie een vordering als bedoeld in de artikelen 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf is gericht neemt in het belang van het onderzoek geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem terzake van de vordering bekend is.
|
||||
|
||||
#### Afdeling Derde. De bewaring en de vernietiging van processen-verbaal en andere voorwerpen en het gebruik van gegevens voor een ander doel
|
||||
|
||||
### Artikel 126cc
|
||||
|
|
@ -6774,17 +6906,19 @@ De in artikel 141 bedoelde ambtenaren hebben toegang tot elke plaats, waarvan re
|
|||
|
||||
### Artikel 552a
|
||||
|
||||
**1.** De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125*i* en 125*j*.
|
||||
**1.** De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.
|
||||
|
||||
**2.** Het klaagschrift wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.
|
||||
**2.** De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.
|
||||
**3.** Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.
|
||||
|
||||
**4.** De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.
|
||||
**4.** Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.
|
||||
|
||||
**5.** De behandeling van het klaagschrift door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.
|
||||
**5.** De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.
|
||||
|
||||
**6.** Acht het gerecht het beklag gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.
|
||||
**6.** De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.
|
||||
|
||||
**7.** Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.
|
||||
|
||||
### Artikel 552ab
|
||||
|
||||
|
|
@ -6898,7 +7032,7 @@ c. voor zover het is gedaan ten behoeve van een onderzoek naar feiten terzake wa
|
|||
|
||||
**1.** Aan verzoeken ten behoeve van een onderzoek naar strafbare feiten van politieke aard, of daarmede verband houdende feiten, wordt niet voldaan dan krachtens een machtiging van de Minister van Justitie. Die machtiging kan alleen worden gegeven voor verzoeken die op een verdrag zijn gegrond en slechts na overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken. De beslissing op het verzoek wordt langs diplomatieke weg ter kennis van de autoriteiten van de verzoekende staat gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een verzoek door autoriteiten van een staat die partij is bij het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (*Trb.* 1977, 63) of bij de Overeenkomst betreffende de toepassing van dat Verdrag tussen de lid-staten van de Europese Gemeenschappen (*Trb.* 1980, 14) met betrekking tot een van de strafbare feiten, bedoeld in artikel 1 of artikel 2 van dat Europees Verdrag.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een verzoek door autoriteiten van een staat die partij is bij het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (*Trb.* 1977, 63) of bij de Overeenkomst betreffende de toepassing van dat Verdrag tussen de lid-staten van de Europese Gemeenschappen (*Trb.* 1980, 14) met betrekking tot een van de strafbare feiten, bedoeld in artikel 1 of artikel 2 van dat Europees Verdrag, dan wel op een verzoek door autoriteiten van een staat die partij is bij het op 16 oktober 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Lid-Staten van de Europese Unie (Trb. 2001, 187).
|
||||
|
||||
**3.** Aan verzoeken, die zijn gedaan ten behoeve van een onderzoek naar strafbare feiten met betrekking tot retributies, belastingen, douane, deviezen, of daarmede verband houdende feiten, en waarvan de inwilliging van belang kan zijn voor ’s Rijks belastingdienst, dan wel aan verzoeken betrekking hebbende op gegevens welke onder ’s Rijks belastingdienst berusten of aan ambtenaren van deze dienst in de uitoefening van hun bediening bekend zijn geworden, wordt niet voldaan dan krachtens machtiging van de Minister van Justitie. Die machtiging kan alleen worden gegeven voor verzoeken die op een verdrag zijn gegrond en slechts na overleg met de Minister van Financiën.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6936,13 +7070,13 @@ e. de verrichtingen van de griffier.
|
|||
|
||||
### Artikel 552oa
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover een voor inwilliging vatbaar en op een verdrag gegrond verzoek van een buitenlandse autoriteit daartoe strekt, kunnen de in de artikelen 126l, 126m, 126s en 126t omschreven bevoegdheden worden uitgeoefend.
|
||||
**1.** Voor zover een voor inwilliging vatbaar en op een verdrag gegrond verzoek van een buitenlandse autoriteit daartoe strekt, kunnen de in de artikelen 126l, 126m, 126nd, zesde lid, 126ne, derde lid, 126nf, 126s, 126t, 126ue, derde lid, en 126uf omschreven bevoegdheden worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**2.** Andere bevoegdheden, omschreven in de titels IVa, V, Va en Vc van het Eerste Boek, kunnen worden uitgeoefend, en aan artikel 126ff kan toepassing worden gegeven, indien een voor inwilliging vatbaar rechtshulpverzoek daartoe strekt.
|
||||
|
||||
**3.** Tenzij het toepasselijke verdrag anders bepaalt kan, ter voldoening aan een verzoek om rechtshulp, geen gebruik van de in de titels IVa, V, Va en Vc omschreven bevoegdheden worden gemaakt, en aan artikel 126ff geen toepassing kan worden gegeven, anders dan overeenkomstig de voorgaande leden.
|
||||
|
||||
**4.** Processen-verbaal en andere voorwerpen, verkregen door toepassing van een in de artikelen 126l, 126m, 126s en 126t omschreven bevoegdheid, kunnen door de officier van justitie worden afgegeven aan de buitenlandse autoriteiten voor zover de rechtbank, met inachtneming van het toepasselijke verdrag, daartoe verlof verleent.
|
||||
**4.** Processen-verbaal en andere voorwerpen, verkregen door toepassing van een in de de artikelen 126l, 126m, 126nd, zesde lid, 126ne, derde lid, 126nf, 126s, 126t, 126ue, derde lid, en 126uf omschreven bevoegdheid, kunnen door de officier van justitie worden afgegeven aan de buitenlandse autoriteiten voor zover de rechtbank, met inachtneming van het toepasselijke verdrag, daartoe verlof verleent.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 126aa, tweede lid, alsmede 126bb tot en met 126dd zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 126cc is slechts van toepassing voor zover de betreffende processen-verbaal en andere voorwerpen niet aan de buitenlandse autoriteiten zijn afgegeven. De officier van justitie draagt er zorg voor dat een betrokkene de processen-verbaal en andere voorwerpen die op hem betrekking hebben op enig moment kan inzien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -7651,7 +7785,7 @@ Een en ander vindt overeenkomstige toepassing op rechtsgedingen tot herkenning v
|
|||
|
||||
**1.** De kosten van uitlevering of overbrenging van voorwerpen ingevolge een bevel van de rechter-commissaris of van de officier van justitie kunnen de betrokken persoon op de begroting van de rechter-commissaris of van de officier van justitie uit ’s Rijks kas worden vergoed.
|
||||
|
||||
**2.** De kosten van het nakomen van een bevel van de rechter-commissaris, gedaan krachtens artikel 125*i*, kunnen de betrokkene op de begroting van de rechter-commissaris worden vergoed. Hierbij kan een lager bedrag worden vergoed voor zover degene tot wie het bevel zich richt, niet de administratie heeft gevoerd en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers heeft bewaard als voorgeschreven in artikel 10 van Boek 2 en artikel 15*a* van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**2.** De kosten van het nakomen van een bevel van de rechter-commissaris, gedaan krachtens artikel 125*i*, kunnen de betrokkene op de begroting van de rechter-commissaris worden vergoed. De kosten van het nakomen van een vordering van gegevens van de opsporingsambtenaar of de officier van justitie, gedaan krachtens de artikelen 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf, kunnen de betrokkene op de begroting van de officier van justitie uit 's Rijks kas worden vergoed. Hierbij kan een lager bedrag worden vergoed voor zover degene tot wie het bevel zich richt, niet de administratie heeft gevoerd en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers heeft bewaard als voorgeschreven in artikel 10 van Boek 2 en artikel 15*a* van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter-commissaris of de officier van justitie geeft een bevelschrift van tenuitvoerlegging af.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue