2004-04-01 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
This commit is contained in:
parent
0ea21052cb
commit
c52f46fe9d
1 changed files with 6 additions and 59 deletions
|
|
@ -384,23 +384,23 @@ b. een geneeskundig onderzoek, indien
|
|||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt vast voor welke functies een onderzoek naar de medische geschiktheid van de betrokkene noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in het zevende en achtste lid, van de betrokkene vergen dat deze een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag overlegt.
|
||||
**6.** Onze Minister kan, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in het zevende en achtste lid, van de betrokkene vergen dat deze een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële gegevens overlegt.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het, anders dan een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, een functie betreft die bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, wordt naar de betrokkene een antecedentenonderzoek ingesteld. Aanstelling in een zodanige functie is slechts mogelijk, indien op grond van een ten aanzien van de betrokkene ingesteld antecedentenonderzoek tegen diens vervulling van de desbetreffende functie geen bezwaar blijkt te bestaan.
|
||||
**7.** Indien een functie niet zijnde een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, bijzondere eisen stelt aan de integriteit of de verantwoordelijkheid van degene die deze functie vervult en indien een zwaarwegend algemeen belang dit vordert, kunnen aan Onze Minister justitiële gegevens worden verstrekt voor het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van een kandidaat voor die functie. Aanstelling in een zodanige functie is slechts mogelijk, indien op grond van het onderzoek tegen de vervulling door betrokkene van de desbetreffende functie geen bezwaar blijkt te bestaan.
|
||||
|
||||
**8.** Aanstelling in een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, waaronder mede begrepen wordt aanstelling welke geschiedt met het oogmerk van wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, is slechts mogelijk indien ten aanzien van de betrokkene een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van die wet is afgegeven.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het antecedentenonderzoek. Deze nadere regels dienen in ieder geval waarborgen te bevatten omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene.
|
||||
**9.** Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in het zevende lid. Deze nadere regels dienen in ieder geval waarborgen te bevatten omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.
|
||||
|
||||
**10.** Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, mag pas plaatsvinden, indien de betrokkene naar het oordeel van Onze Minister op grond van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, en eventueel na het psychologisch onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, overigens voldoende bekwaam en geschikt is. Ook een verklaring omtrent het gedrag mag dan pas worden gevraagd.
|
||||
|
||||
**11.** Een antecedentenonderzoek of een veiligheidsonderzoek wordt pas ingesteld als naar het oordeel van Onze Minister de betrokkene bekwaam en geschikt is voor de desbetreffende functie of voor wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland.
|
||||
**11.** Een onderzoek als bedoeld in het zevende lid of een veiligheidsonderzoek wordt pas ingesteld als naar het oordeel van Onze Minister de betrokkene bekwaam en geschikt is voor de desbetreffende functie of voor wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland.
|
||||
|
||||
**12.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde nadere regels omtrent het onderzoek, bedoeld in het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
Bij wijziging van een tijdelijke in een vaste aanstelling dan wel in geval van wijziging van tewerkstelling of van tewerkstelling in een andere niet-vertrouwensfunctie wordt geen verklaring omtrent het gedrag verlangd of, indien het een functie betreft die bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, vindt geen antecedentenonderzoek plaats, tenzij door gewijzigde omstandigheden betreffende de functie of de tewerkstelling een verklaring omtrent het gedrag dan wel een antecedentenonderzoek nodig is.
|
||||
Bij wijziging van omstandigheden, zoals bij omzetting van een tijdelijke in een vaste aanstelling of bij plaatsing of tijdelijke tewerkstelling in een andere functie, niet zijnde een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, kan een verklaring omtrent het gedrag verlangd worden of, indien het een functie betreft die bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, kan om justitiële gegevens worden verzocht, indien de wijziging van omstandigheden zodanig is dat dat nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 23b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1014,28 +1014,6 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki
|
|||
|
||||
**4.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 45aa
|
||||
|
||||
**1.** De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier tijdstip van ingang van haar ontslag is gelegen in de periode, bedoeld in artikel 45a, eerste lid, behoudt haar aanspraak op haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering. De aanspraak eindigt na 16 weken, te rekenen vanaf de eerste dag waarop haar zwangerschapsverlof als bedoeld in artikel 45a, eerste lid, een aanvang heeft genomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar aanspraak op haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en
|
||||
b. eindigt op de 70e dag na de datum van bevalling.
|
||||
|
||||
**3.** De periode, bedoeld in het tweede lid, wordt verlengd tot 16 weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die periode bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de datum van bevalling; en
|
||||
b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 45a, vijfde en zesde lid, 54c, tweede lid, en 57, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 45b
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind, heeft aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof.
|
||||
|
|
@ -1401,12 +1379,6 @@ c. indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zic
|
|||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon of bezoldiging, dan wel op een ZW-uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 54cb
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister zal zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen treffen en voorschriften geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, wordt de inschakeling van de ambtenaar bevorderd in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** In overeenstemming met de ambtenaar wordt een plan van aanpak opgesteld als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 54d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1535,31 +1507,6 @@ d. geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van ar
|
|||
|
||||
**5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
|
||||
### Artikel 54h
|
||||
|
||||
**1.** Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk met een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van artikel 56 of 56a betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ten aanzien van de ZW-uitkering, die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door Onze Minister zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de aanspraken op grond van dit hoofdstuk waarop de ZW-uitkering in mindering is gebracht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar tevens een ZW-uitkering of een WAO-uitkering ontvangt uit een dienstbetrekking buiten het gezagsbereik van Onze Minister, wordt voor de vermeerdering of vermindering van de aanspraken op grond van dit hoofdstuk slechts rekening gehouden met de ZW-uitkering of de WAO-uitkering, die voortvloeit uit de dienstbetrekking bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de WAO-uitkering, vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bezoldiging te boven gaan.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden op het bedrag, waarop de gewezen ambtenaar ingevolge dit hoofdstuk recht heeft, in mindering gebracht, tenzij:
|
||||
|
||||
a. de gewezen ambtenaar deze inkomsten reeds vóór het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte genoot, en
|
||||
b. de omvang van die arbeid niet is toegenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
**1.** Indien de gewezen vrouwelijke ambtenaar na de datum waarop de periode afloopt gedurende welke zij ingevolge artikel 45aa, eerste, tweede of vierde lid, haar bezoldiging en vakantie-uitkering ontvangt, wegens ziekte ongeschikt is tot werken, dan wel binnen een maand na die datum wegens ziekte ongeschikt wordt tot werken, heeft zij gedurende een tijdvak van 52 weken recht op doorbetaling van haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering overeenkomstig artikel 54a, zolang zij wegens ziekte ongeschikt is tot werken. De termijn van 52 weken vangt aan na beëindiging van voornoemde periode respectievelijk met ingang van de eerste dag waarop zij ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen.
|
||||
|
||||
**2.** Ongeschikt tot werken wegens ziekte in de zin van het eerste lid is de vrouwelijke gewezen ambtenaar die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken niet in staat is om een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen als zij vervulde.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Bijzondere situaties
|
||||
|
||||
### Artikel 54h
|
||||
|
|
@ -2426,7 +2373,7 @@ h. de bepalingen, in of krachtens dit reglement gesteld, welke op de arbeidsover
|
|||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
||||
Naast de in artikel 16, derde lid, van toepassing verklaarde hoofdstukken, zijn de artikelen 23, eerste, zevende tot en met negende en elfde lid, alsmede 48 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Naast de in artikel 16, derde lid, van toepassing verklaarde hoofdstukken, zijn de artikelen 23, eerste, zesde tot en met negende en elfde lid, alsmede 48 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue