2009-01-01 | BWBR0006534 | Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden
This commit is contained in:
parent
995ec1c985
commit
c55e42bfee
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -36,13 +36,13 @@ b. indien door provinciale staten toepassing is gegeven aan artikel 4, dit lid e
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die ten hoogste € 9 991,79 per 1 januari 2008: € 11.774,27 per jaar bedraagt.
|
||||
**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die ten hoogste € 9 991,79 per 1 januari 2009: € 12.433,63 per jaar bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen en bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die ten hoogste € 70,79 per 1 januari 2008: € 82,31 per maand bedraagt.
|
||||
**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die ten hoogste € 70,79 per 1 januari 2009: € 84,86 per maand bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van een lid van provinciale staten van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het derde lid een onkostenvergoeding die ten hoogste 147,48 per 1 januari 2008: € 171,48 per maand bedraagt.
|
||||
**4.** Ten aanzien van een lid van provinciale staten van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het derde lid een onkostenvergoeding die ten hoogste 147,48 per 1 januari 2009: € 176,80 per maand bedraagt.
|
||||
|
||||
**5.** De bedragen van de vergoeding van de kosten, bedoeld in het derde en vierde lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -135,7 +135,7 @@ Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat een lid van provinciale st
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag van € 80,32 per 1 januari 2008: € 94,64. Het artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Provinciale Staten kunnen bij verordening bepalen dat artikel 6a geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag van € 80,32 per 1 januari 2009: € 99,94. Het artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Provinciale Staten kunnen bij verordening bepalen dat artikel 6a geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue