From c5b8bd268e5f72d85007debb06275081cd81a129 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Apr 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-04-01 | BWBR0033027 | Richtsnoeren samenwerking ondernemingen --- .../BWBR0033027/README.md | 36 +++++++++---------- 1 file changed, 18 insertions(+), 18 deletions(-) diff --git a/zbo/richtsnoeren-samenwerking-ondernemingen/BWBR0033027/README.md b/zbo/richtsnoeren-samenwerking-ondernemingen/BWBR0033027/README.md index 0701d4d0a19..956f900406e 100644 --- a/zbo/richtsnoeren-samenwerking-ondernemingen/BWBR0033027/README.md +++ b/zbo/richtsnoeren-samenwerking-ondernemingen/BWBR0033027/README.md @@ -12,21 +12,21 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen ## 1. Inleiding -1. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) staat positief tegenover samenwerking tussen ondernemingen als zij daardoor in staat zijn efficiënter te werken, meer te innoveren en beter te concurreren. Samenwerkingsverbanden zoals brancheorganisaties kunnen bij verschillende vormen van samenwerking, met name in het midden- en kleinbedrijf, een nuttige rol vervullen en activiteiten uitvoeren waartoe individuele ondernemingen zelfstandig niet in staat zijn. Naast belangenbehartiging, het geven van voorlichting en het fungeren als aanspreekpunt voor de branche gaat het daarbij ook om bijvoorbeeld het gemeenschappelijk uitvoeren van onderzoek naar factoren en omstandigheden die in algemene zin van invloed zijn op ondernemingen in een bepaalde branche en het bevorderen van de kwaliteit van het aanbod van goederen en diensten. +1. De Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) staat positief tegenover samenwerking tussen ondernemingen als zij daardoor in staat zijn efficiënter te werken, meer te innoveren en beter te concurreren. Samenwerkingsverbanden zoals brancheorganisaties kunnen bij verschillende vormen van samenwerking, met name in het midden- en kleinbedrijf, een nuttige rol vervullen en activiteiten uitvoeren waartoe individuele ondernemingen zelfstandig niet in staat zijn. Naast belangenbehartiging, het geven van voorlichting en het fungeren als aanspreekpunt voor de branche gaat het daarbij ook om bijvoorbeeld het gemeenschappelijk uitvoeren van onderzoek naar factoren en omstandigheden die in algemene zin van invloed zijn op ondernemingen in een bepaalde branche en het bevorderen van de kwaliteit van het aanbod van goederen en diensten. 2. Het bedrijfsleven is gebaat bij een effectieve en heldere toepassing van de Mededingingswet. Dit geldt in het bijzonder voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf, die over het algemeen niet over marktmacht beschikken. Samenwerking tussen deze ondernemingen is veelal niet strijdig met de mededingingsregels. Bovendien heeft juist het midden- en kleinbedrijf baat bij het aanpakken van verboden kartels, bij het bestrijden van misbruik van economische machtsposities en bij het voorkomen van het ontstaan of versterken van machtsposities. -3. Op 8 juni 2001 heeft de NMa richtsnoeren voor de beoordeling van vormen van samenwerking tussen bedrijven binnen en buiten brancheorganisaties gepubliceerd. Gelet op, onder andere, ontwikkelingen in de jurisprudentie en signalen, verzoeken en behoeften vanuit brancheorganisaties, hun leden en hun koepelorganisaties heeft de NMa nieuwe richtsnoeren opgesteld.1 Voorafgaand aan de vaststelling van deze Richtsnoeren is een eerdere versie ter commentaar voorgelegd aan de ondernemersorganisaties VNONCW, MKB-Nederland, LTO Nederland, Het Branche Bureau alsook aan het Ministerie van Economische Zaken en de Consumentenbond. Bovendien is op 1 mei 2004 het Europese mededingingsbeleid gemoderniseerd. Dit houdt in dat alle lidstaten van de Europese Unie het Europese kartelverbod en het Europese verbod op misbruik van een economische machtspositie handhaven. Ook is per die datum de mogelijkheid vervallen om een ontheffing voor mededingingsbeperkende afspraken met interstatelijk effect bij de Europese Commissie aan te vragen.2 Zie de brochure ‘Modernisering Europese mededingingsregels’ op www.nmanet.nl. In deze herziene richtsnoeren wordt meer aandacht besteed aan het onderwerp (prijs)adviezen van brancheorganisaties en worden meer voorbeelden gegeven van gedragingen die wel zijn toegestaan onder de Mededingingswet. Deze richtsnoeren zullen worden gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant en zijn van toepassing met ingang van de dag na publicatie ervan. +3. Op 8 juni 2001 heeft de ACM richtsnoeren voor de beoordeling van vormen van samenwerking tussen bedrijven binnen en buiten brancheorganisaties gepubliceerd. Gelet op, onder andere, ontwikkelingen in de jurisprudentie en signalen, verzoeken en behoeften vanuit brancheorganisaties, hun leden en hun koepelorganisaties heeft de ACM nieuwe richtsnoeren opgesteld.1 Voorafgaand aan de vaststelling van deze Richtsnoeren is een eerdere versie ter commentaar voorgelegd aan de ondernemersorganisaties VNONCW, MKB-Nederland, LTO Nederland, Het Branche Bureau alsook aan het Ministerie van Economische Zaken en de Consumentenbond. Bovendien is op 1 mei 2004 het Europese mededingingsbeleid gemoderniseerd. Dit houdt in dat alle lidstaten van de Europese Unie het Europese kartelverbod en het Europese verbod op misbruik van een economische machtspositie handhaven. Ook is per die datum de mogelijkheid vervallen om een ontheffing voor mededingingsbeperkende afspraken met interstatelijk effect bij de Europese Commissie aan te vragen.2 Zie de brochure ‘Modernisering Europese mededingingsregels’ op www.acm.nl. In deze herziene richtsnoeren wordt meer aandacht besteed aan het onderwerp (prijs)adviezen van brancheorganisaties en worden meer voorbeelden gegeven van gedragingen die wel zijn toegestaan onder de Mededingingswet. Deze richtsnoeren zullen worden gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant en zijn van toepassing met ingang van de dag na publicatie ervan. -4. Deze richtsnoeren voor de beoordeling van vormen van samenwerking tussen ondernemingen (hierna: Richtsnoeren) hebben tot doel vóóraf inzicht te verschaffen in de criteria die gehanteerd zullen worden bij handhaving van het in artikel 6, eerste lid, Mededingingswet neergelegde kartelverbod (hierna: kartelverbod). Met de publicatie van deze Richtsnoeren en de bijbehorende leeswijzer wil de NMa het voor ondernemingen en brancheorganisaties eenvoudiger maken om samenwerkingsvormen en gedragingen zelf in het licht van de Mededingingswet te beoordelen.3 De Richtsnoeren en de leeswijzer zijn te downloaden van de website www.nmanet.nl. Ondernemingen en brancheorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de naleving van de Mededingingswet. +4. Deze richtsnoeren voor de beoordeling van vormen van samenwerking tussen ondernemingen (hierna: Richtsnoeren) hebben tot doel vóóraf inzicht te verschaffen in de criteria die gehanteerd zullen worden bij handhaving van het in artikel 6, eerste lid, Mededingingswet neergelegde kartelverbod (hierna: kartelverbod). Met de publicatie van deze Richtsnoeren en de bijbehorende leeswijzer wil de ACM het voor ondernemingen en brancheorganisaties eenvoudiger maken om samenwerkingsvormen en gedragingen zelf in het licht van de Mededingingswet te beoordelen.3 De Richtsnoeren en de leeswijzer zijn te downloaden van de website www.acm.nl. Ondernemingen en brancheorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de naleving van de Mededingingswet. 5. De Richtsnoeren behandelen de belangrijkste punten van de mededingingsrechtelijke beoordeling, maar bevatten geen uitputtende beschrijving van alle bestaande wettelijke bepalingen en jurisprudentie. Bovendien kunnen ook afspraken die niet in deze Richtsnoeren zijn opgenomen in strijd zijn met de Mededingingswet. Andersom kunnen afspraken waarvan niet uitdrukkelijk wordt vermeld dat zij zijn toegestaan, met de Mededingingswet verenigbaar zijn. 6. De voorbeelden die in deze Richtsnoeren zijn opgenomen, dienen alleen ter illustratie van de wijze waarop een mededingingsrechtelijke analyse in concrete gevallen moet worden aangepakt. Het is inherent aan de Mededingingswet dat de beoordeling van een concrete zaak afhankelijk is van de omstandigheden. Het is derhalve niet altijd mogelijk om naast de bestaande wet- en regelgeving – die bijvoorbeeld algemene aanknopingspunten in de vorm van marktaandelen noemt – voor alle gevallen geldige oplossingen te geven. -7. Deze Richtsnoeren lopen niet vooruit op rechterlijke oordelen, waarmee de NMa uiteraard rekening dient te houden. Bovendien wordt er in deze Richtsnoeren niet ingegaan op de toepassing van het in artikel 24 Mededingingswet, respectievelijk artikel 82 EG, neergelegde verbod op het maken van misbruik van een economische machtspositie. +7. Deze Richtsnoeren lopen niet vooruit op rechterlijke oordelen, waarmee de ACM uiteraard rekening dient te houden. Bovendien wordt er in deze Richtsnoeren niet ingegaan op de toepassing van het in artikel 24 Mededingingswet, respectievelijk artikel 82 EG, neergelegde verbod op het maken van misbruik van een economische machtspositie. -8. In een later stadium kunnen eventueel aanvullende of herziene richtsnoeren worden gepubliceerd. Deze Richtsnoeren vervangen de richtsnoeren van de NMa voor de beoordeling van vormen van samenwerking tussen bedrijven binnen en buiten brancheorganisaties, gepubliceerd op 8 juni 2001. +8. In een later stadium kunnen eventueel aanvullende of herziene richtsnoeren worden gepubliceerd. Deze Richtsnoeren vervangen de richtsnoeren van de ACM voor de beoordeling van vormen van samenwerking tussen bedrijven binnen en buiten brancheorganisaties, gepubliceerd op 8 juni 2001. 9. De opbouw van de Richtsnoeren is als volgt. Allereerst wordt in hoofdstuk 2 het juridisch kader geschetst waarbinnen de Richtsnoeren moeten worden geplaatst. Hoofdstuk 3 geeft het algemene toepassingsgebied en beoordelingskader. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de beoordeling van een aantal specifieke samenwerkingsvormen. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven waar nadere informatie kan worden verkregen en hoofdstuk 6 ten slotte geeft aan wanneer deze Richtsnoeren in werking treden. @@ -34,7 +34,7 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen ### 2.1 -10. De NMa is bevoegd samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen te toetsen aan het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet. Op grond van dit kartelverbod zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen verboden als zij ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst. +10. De ACM is bevoegd samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen te toetsen aan het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet. Op grond van dit kartelverbod zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen verboden als zij ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst. 11. Volgens hoofdstuk 1 van de Memorie van Toelichting op de Mededingingswet dient voor de interpretatie van artikel 6 Mededingingswet de Europese beschikkingspraktijk en jurisprudentie als leidraad. De wetgever heeft uitdrukkelijk gekozen voor een nauwe aansluiting van de nationale mededingingsregels bij de Europese. In de Memorie van Toelichting bij de Mededingingswet is aangegeven dat de Mededingingswet niet strenger of soepeler zal zijn dan de Europese mededingingsregels.4 Tweede Kamer, vergaderjaar 1995-1996, 24707, nr. 3, p. 10 e.v. @@ -54,9 +54,9 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen 19. Het is mogelijk dat een mededingingsbeperking die boven de bagatelgrenzen van artikel 7 Mededingingswet uitkomt niet leidt tot een ‘merkbare’ beperking van de concurrentie en derhalve toch buiten de reikwijdte van het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet valt. -20. Bij de beoordeling of een overeenkomst de concurrentie merkbaar beperkt, zijn met name twee factoren van belang: ten eerste de positie van de betrokken partijen op de markt en ten tweede de aard van de overeenkomst. 16 Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragraaf 1.3.1. Zie ook op www.nmanet.nl. +20. Bij de beoordeling of een overeenkomst de concurrentie merkbaar beperkt, zijn met name twee factoren van belang: ten eerste de positie van de betrokken partijen op de markt en ten tweede de aard van de overeenkomst. 16 Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragraaf 1.3.1. Zie ook op www.acm.nl. -21. De positie van de betrokken ondernemingen op de markt is van belang, omdat afspraken met name dan schadelijk zijn voor de concurrentie indien partijen over ‘marktmacht’ beschikken.17 Zie ook het Visiedocument Inkoopmacht van de NMa op www.nmanet.nl. Inkoopmacht is marktmacht aan de inkoopzijde van de markt. Marktmacht betekent dat de aanbieder het vermogen heeft om de prijs tot boven het door concurrentie bepaalde peil te verhogen en, althans op korte termijn, bovennormale winst te maken.18 Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake verticale beperkingen, Pb. 2000, C 291 van 13 oktober 2000, p. 1, rnr. 119. Zie ook op www.nmanet.nl. +21. De positie van de betrokken ondernemingen op de markt is van belang, omdat afspraken met name dan schadelijk zijn voor de concurrentie indien partijen over ‘marktmacht’ beschikken.17 Zie ook het Visiedocument Inkoopmacht van de ACM op www.acm.nl. Inkoopmacht is marktmacht aan de inkoopzijde van de markt. Marktmacht betekent dat de aanbieder het vermogen heeft om de prijs tot boven het door concurrentie bepaalde peil te verhogen en, althans op korte termijn, bovennormale winst te maken.18 Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake verticale beperkingen, Pb. 2000, C 291 van 13 oktober 2000, p. 1, rnr. 119. Zie ook op www.acm.nl. 22. Een belangrijke eerste indicator voor marktmacht in het mededingingsrecht is het marktaandeel van de betreffende ondernemingen. Andere factoren zijn bijvoorbeeld de positie van concurrenten, toetredingsdrempels19 Toetredingsdrempels zijn belemmeringen die ondernemingen ondervinden als zij zich op een bepaalde markt willen begeven. , de onderhandelingsmacht van de afnemers, technologische voorsprong, capaciteit, de toegang tot grondstoffen, merkbekendheid en financiële middelen. @@ -64,7 +64,7 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen 24. De aard van de overeenkomst is belangrijk omdat de onderwerpen die direct invloed hebben op bijzonder belangrijke concurrentiefactoren – met name de prijs en de hoeveelheid – snel de concurrentie merkbaar beperken. -25. Er bestaat overigens een wisselwerking tussen deze twee factoren. Indien een groot deel van de sector bij een afspraak betrokken is, zal een afspraak die op het eerste gezicht minder belangrijke concurrentiefactoren betreft, toch snel merkbaar de concurrentie beperken. Er bestaan dan immers op dat punt geen verschillen meer tussen al die concurrenten. Dit verklaart mede waarom de NMa kritisch kijkt naar het gedrag van branche- of beroepsorganisaties die doorgaans groot gezag onder hun leden hebben. Anderzijds zullen afspraken betreffende de bijzonder belangrijke concurrentiefactoren, zoals prijsafspraken tussen ondernemingen die een relatief zwakke marktpositie hebben, de concurrentie in het algemeen toch merkbaar beperken. +25. Er bestaat overigens een wisselwerking tussen deze twee factoren. Indien een groot deel van de sector bij een afspraak betrokken is, zal een afspraak die op het eerste gezicht minder belangrijke concurrentiefactoren betreft, toch snel merkbaar de concurrentie beperken. Er bestaan dan immers op dat punt geen verschillen meer tussen al die concurrenten. Dit verklaart mede waarom de ACM kritisch kijkt naar het gedrag van branche- of beroepsorganisaties die doorgaans groot gezag onder hun leden hebben. Anderzijds zullen afspraken betreffende de bijzonder belangrijke concurrentiefactoren, zoals prijsafspraken tussen ondernemingen die een relatief zwakke marktpositie hebben, de concurrentie in het algemeen toch merkbaar beperken. 26. Artikel 6, derde lid, Mededingingswet vormt een wettelijke uitzondering op het kartelverbod. Indien aan alle criteria is voldaan, zijn de afspraken niet verboden. De uitzonderingscriteria zijn: @@ -73,15 +73,15 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen 3. de concurrentie mag niet verder worden beperkt dan strikt noodzakelijk is; 4. er moet in de markt voldoende concurrentie overblijven.21Zie voor nadere informatie de Richtsnoeren van de Europese Commissie betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag Pb. 2004, C 101 van 27 april 2004, p. 8. Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragraaf 1.3.1. -27. Ondernemingen dienen zelf te bepalen of hun mededingingsbeperkende afspraken voldoen aan de wettelijke uitzonderingscriteria. Artikel 6, vierde lid, van de Mededingingswet bepaalt dat een onderneming die zich beroept op de wettelijke uitzonderingscriteria, dient te bewijzen dat aan de criteria is voldaan. Ondernemingen kunnen hierbij gebruik maken van de grote hoeveelheid Europese jurisprudentie die beschikbaar is over de toepassing van de mededingingsregels in vele sectoren. Daarnaast heeft de Europese Commissie door middel van verordeningen, richtsnoeren en bekendmakingen ondernemingen inzicht verschaft in de toepassing van de mededingingsregels. Op nationaal niveau heeft de NMa sinds haar oprichting in 1998 een groot aantal uitspraken gedaan. Ten slotte hebben ook de rechtbank Rotterdam en het College voor Beroep van het bedrijfsleven richtinggevende uitspraken gedaan die ondernemingen kunnen gebruiken. 22 Zie www.nmanet.nl voor nadere uitleg. +27. Ondernemingen dienen zelf te bepalen of hun mededingingsbeperkende afspraken voldoen aan de wettelijke uitzonderingscriteria. Artikel 6, vierde lid, van de Mededingingswet bepaalt dat een onderneming die zich beroept op de wettelijke uitzonderingscriteria, dient te bewijzen dat aan de criteria is voldaan. Ondernemingen kunnen hierbij gebruik maken van de grote hoeveelheid Europese jurisprudentie die beschikbaar is over de toepassing van de mededingingsregels in vele sectoren. Daarnaast heeft de Europese Commissie door middel van verordeningen, richtsnoeren en bekendmakingen ondernemingen inzicht verschaft in de toepassing van de mededingingsregels. Op nationaal niveau heeft de ACM sinds haar oprichting in 1998 een groot aantal uitspraken gedaan. Ten slotte hebben ook de rechtbank Rotterdam en het College voor Beroep van het bedrijfsleven richtinggevende uitspraken gedaan die ondernemingen kunnen gebruiken. 22 Zie www.acm.nl voor nadere uitleg. -28. Voor een aantal soorten afspraken, die in het bijzonder het middenen kleinbedrijf betreffen, zijn generieke vrijstellingen op grond van artikel 15 Mededingingswet vastgesteld. Het gaat hier om het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten23 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 592. , het Besluit vrijstelling branchebeschermingsovereenkomsten24 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 596. en het Besluit vrijstellingen samenwerkingsovereenkomsten detailhandel25 Besluit van 12 december 1997, Stb. 1997, 704.. Voorts geldt het kartelverbod op grond van artikel 16 van de Mededingingswet niet voor collectieve arbeidsovereenkomsten, voor overeenkomsten tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties uitsluitend met betrekking tot pensioen en voor overeenkomsten of besluiten van een organisatie van beoefenaren van een vrij beroep houdende uitsluitend de deelname aan een beroepspensioenregeling26*Indien het arbeidsvoorwaardenoverleg resulteert in een CAO, vormt de inhoud hiervan voor het mededingingsrecht een onaantastbaar gegeven voor zover hierin geen zaken worden geregeld die in wezen buiten de sociale doelstelling liggen. Dit laatste is aan de orde bij het in de CAO opnemen van tariefbepalingen voor zelfstandigen, zoals besproken in het Visiedocument ‘Cao-tariefbepalingen voor zelfstandigen en de Mededingingswet’ van december 2007, te vinden op www.nmanet.nl. Het kartelverbod kan ook van toepassing zijn in gevallen waarbij een CAO weliswaar is beoogd, maar niet tot stand is gekomen en de werkgeversorganisatie vervolgens op eigen initiatief haar leden over het arbeidsvoorwaardenbeleid adviseert. De NMa zal overigens in zo’n geval niet lichtvaardig tot de conclusie komen dat sprake is van een overtreding (zie Rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2007, CNV Dienstenbond vs. NMa, MEDED 06/4638STRN). +28. Voor een aantal soorten afspraken, die in het bijzonder het middenen kleinbedrijf betreffen, zijn generieke vrijstellingen op grond van artikel 15 Mededingingswet vastgesteld. Het gaat hier om het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten23 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 592. , het Besluit vrijstelling branchebeschermingsovereenkomsten24 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 596. en het Besluit vrijstellingen samenwerkingsovereenkomsten detailhandel25 Besluit van 12 december 1997, Stb. 1997, 704.. Voorts geldt het kartelverbod op grond van artikel 16 van de Mededingingswet niet voor collectieve arbeidsovereenkomsten, voor overeenkomsten tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties uitsluitend met betrekking tot pensioen en voor overeenkomsten of besluiten van een organisatie van beoefenaren van een vrij beroep houdende uitsluitend de deelname aan een beroepspensioenregeling26*Indien het arbeidsvoorwaardenoverleg resulteert in een CAO, vormt de inhoud hiervan voor het mededingingsrecht een onaantastbaar gegeven voor zover hierin geen zaken worden geregeld die in wezen buiten de sociale doelstelling liggen. Dit laatste is aan de orde bij het in de CAO opnemen van tariefbepalingen voor zelfstandigen, zoals besproken in het Visiedocument ‘Cao-tariefbepalingen voor zelfstandigen en de Mededingingswet’ van december 2007, te vinden op www.acm.nl. Het kartelverbod kan ook van toepassing zijn in gevallen waarbij een CAO weliswaar is beoogd, maar niet tot stand is gekomen en de werkgeversorganisatie vervolgens op eigen initiatief haar leden over het arbeidsvoorwaardenbeleid adviseert. De ACM zal overigens in zo’n geval niet lichtvaardig tot de conclusie komen dat sprake is van een overtreding (zie Rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2007, CNV Dienstenbond vs. NMa, MEDED 06/4638STRN). ### 2.2. Artikel 81 EG -29. De NMa heeft de bevoegdheid om het Europese kartelverbod, zoals neergelegd in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag (hierna: EG), toe te passen. De inhoudelijke toetsing van artikel 81, eerste lid, EG is gelijk aan de inhoudelijke toetsing van artikel 6, eerste lid, Mededingingswet. Er is echter één verschil: het Europese kartelverbod kent een extra vereiste. Dit betreft de mogelijk ongunstige beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten. Dit zogenaamde ‘interstatelijke effect’ is aanwezig wanneer de handel tussen lidstaten wordt of kan worden beïnvloed. Dit is bijvoorbeeld het geval bij grensoverschrijdend economisch verkeer. Meer informatie over het begrip ‘interstatelijk effect’ is te vinden in de Richtsnoeren van de Europese Commissie betreffende het begrip ‘beïnvloeding van de handel’ in de artikelen 81 en 82 EG.26 Zie voor nadere informatie de Richtsnoeren van de Europese Commissie betreffende het begrip ‘beïnvloeding van de handel’ in de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag, Pb. 2004, C 101 van 27 april 2004, p. 7, rnrs. 81-96. Met uitzondering van de ‘geen merkbaar effect op de handel’, zie de Bekendmaking van de Europese Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperkingen in de zin van artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag (‘de minimis’), Pb. 2001, C368/7 van 22 december 2001. +29. De ACM heeft de bevoegdheid om het Europese kartelverbod, zoals neergelegd in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag (hierna: EG), toe te passen. De inhoudelijke toetsing van artikel 81, eerste lid, EG is gelijk aan de inhoudelijke toetsing van artikel 6, eerste lid, Mededingingswet. Er is echter één verschil: het Europese kartelverbod kent een extra vereiste. Dit betreft de mogelijk ongunstige beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten. Dit zogenaamde ‘interstatelijke effect’ is aanwezig wanneer de handel tussen lidstaten wordt of kan worden beïnvloed. Dit is bijvoorbeeld het geval bij grensoverschrijdend economisch verkeer. Meer informatie over het begrip ‘interstatelijk effect’ is te vinden in de Richtsnoeren van de Europese Commissie betreffende het begrip ‘beïnvloeding van de handel’ in de artikelen 81 en 82 EG.26 Zie voor nadere informatie de Richtsnoeren van de Europese Commissie betreffende het begrip ‘beïnvloeding van de handel’ in de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag, Pb. 2004, C 101 van 27 april 2004, p. 7, rnrs. 81-96. Met uitzondering van de ‘geen merkbaar effect op de handel’, zie de Bekendmaking van de Europese Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperkingen in de zin van artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag (‘de minimis’), Pb. 2001, C368/7 van 22 december 2001. -30. Naast de Europese Commissie zijn ook de nationale mededingingsautoriteiten van de lidstaten bevoegd artikel 81 EG integraal toe te passen. De NMa is verplicht om het Europese kartelverbod te handhaven. Bij het oordeel van de NMa omtrent de toepassing van artikel 81 EG blijft het standpunt van de Europese Commissie omtrent de toepassing van artikel 81 EG van kracht. +30. Naast de Europese Commissie zijn ook de nationale mededingingsautoriteiten van de lidstaten bevoegd artikel 81 EG integraal toe te passen. De ACM is verplicht om het Europese kartelverbod te handhaven. Bij het oordeel van de ACM omtrent de toepassing van artikel 81 EG blijft het standpunt van de Europese Commissie omtrent de toepassing van artikel 81 EG van kracht. 31. Artikel 81, derde lid, EG vormt een wettelijke uitzondering op het Europese kartelverbod. Ondernemingen dienen zelf te beoordelen of hun afspraken voldoen aan alle vier de wettelijke uitzonderingscriteria. Indien aan alle criteria is voldaan, zijn de afspraken niet verboden. De uitzonderingscriteria zijn dezelfde als de criteria van artikel 6, derde lid, Mededingingswet, te weten: @@ -102,7 +102,7 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen 36. Op grond van artikel 12 Mededingingswet werken de Europese groepsvrijstellingen door in de Nederlandse Mededingingswet. Als een bepaalde afspraak is vrijgesteld van de toepassing van het Europese kartelverbod, omdat deze valt onder een Europese groepsvrijstelling, dan is deze afspraak ook vrijgesteld van de toepassing van het Nederlandse kartelverbod. Dit geldt tevens voor afspraken die de interstatelijke handel niet beïnvloeden en waarop het Europese kartelverbod niet van toepassing is maar, indien zij dat wel zouden doen, binnen de werkingssfeer van een Europese groepsvrijstelling zouden vallen (artikel 13 Mededingingswet). Op grond van artikel 14 Mededingingswet werken ook door de Europese Commissie in het verleden verleende individuele ontheffingen op grond van het Europese kartelverbod door. Als artikel 12, 13 of 14 Mededingingswet op een overeenkomst van toepassing is, dan kan het kartelverbod hier dus niet meer op van toepassing zijn. -37. De groepsvrijstellingen van de Europese Commissie werken krachtens artikel 12 en 13 Mededingingswet automatisch door, zodat de desbetreffende overeenkomsten van het kartelverbod zijn vrijgesteld. Voor bekendmakingen en richtsnoeren van de Europese Commissie geldt geen automatische doorwerking. Aangezien de Mededingingswet niet strenger of soepeler zal zijn dan de Europese mededingingsregels, past de NMa artikel 6 Mededingingswet toe conform de door de Europese Commissie opgestelde bekendmakingen en richtsnoeren. +37. De groepsvrijstellingen van de Europese Commissie werken krachtens artikel 12 en 13 Mededingingswet automatisch door, zodat de desbetreffende overeenkomsten van het kartelverbod zijn vrijgesteld. Voor bekendmakingen en richtsnoeren van de Europese Commissie geldt geen automatische doorwerking. Aangezien de Mededingingswet niet strenger of soepeler zal zijn dan de Europese mededingingsregels, past de ACM artikel 6 Mededingingswet toe conform de door de Europese Commissie opgestelde bekendmakingen en richtsnoeren. ## 3. Algemeen toepassingsgebied en beoordelingskader van samenwerkingsvormen @@ -221,7 +221,7 @@ Een brancheorganisatie geeft een onderzoeksbureau opdracht maandelijks de verkoo 80. De mededingingsregels voor erkenningsregelingen zijn ook van toepassing op andersoortige kwaliteitsregelingen zoals certificeringsregelingen (waarbij de certificering en de controle op de kwaliteitseisen geschiedt door een onafhankelijke instantie), keurmerkregelingen, kwaliteitsregisters of kwaliteitsregelingen die bijvoorbeeld deel uitmaken van statuten of van lidmaatschapscriteria van een brancheorganisatie of onderdeel uitmaken van een integraal ketenbeheersingssysteem, zoals bijvoorbeeld in de landbouwsector. -81. Erkenningsregelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de productie, dienstverlening en distributie en de informatievoorziening en keuzemogelijkheden van de afnemer. De NMa beoordeelt dergelijke regelingen derhalve in beginsel positief. +81. Erkenningsregelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de productie, dienstverlening en distributie en de informatievoorziening en keuzemogelijkheden van de afnemer. De ACM beoordeelt dergelijke regelingen derhalve in beginsel positief. 82. Erkenningsregelingen kunnen evenwel de concurrentie in de zin van het kartelverbod beperken. Onderstaand zal worden beschreven wanneer dit het geval kan zijn. @@ -293,7 +293,7 @@ Een brancheorganisatie houdt een lijst bij van dubieuze debiteuren. Een keer per ### 4.8. Gemeenschappelijke inkoop -106. Veel brancheorganisaties ondersteunen hun leden door voor leden gunstige voorwaarden te bedingen bij de inkoop van goederen of diensten. Gedacht kan worden aan verzekeringen, pakketbezorgdiensten, energie et cetera. Normaal gesproken zal gezamenlijke inkoop, al dan niet via een brancheorganisatie, niet leiden tot een beperking van de mededinging en dus niet vallen onder het kartelverbod.91Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragrafen 115-138. Zie ook het Visiedocument Inkoopmacht van de NMa op www.nmanet.nl. Inkoopmacht is marktmacht aan de inkoopzijde van de markt. Hiervan zou wel sprake kunnen zijn indien de gemeenschappelijke inkoop zou leiden tot aanzienlijke inkoopmacht op de markten waarop wordt ingekocht, de gemeenschappelijke inkoop zou leiden tot een aanzienlijke mate van gemeenschappelijke kosten92Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragraaf 128. of de leden van de brancheorganisatie zouden zijn gedwongen of het voor hen noodzakelijk zou zijn via de brancheorganisatie in te kopen. +106. Veel brancheorganisaties ondersteunen hun leden door voor leden gunstige voorwaarden te bedingen bij de inkoop van goederen of diensten. Gedacht kan worden aan verzekeringen, pakketbezorgdiensten, energie et cetera. Normaal gesproken zal gezamenlijke inkoop, al dan niet via een brancheorganisatie, niet leiden tot een beperking van de mededinging en dus niet vallen onder het kartelverbod.91Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragrafen 115-138. Zie ook het Visiedocument Inkoopmacht van de NMa op www.acm.nl. Inkoopmacht is marktmacht aan de inkoopzijde van de markt. Hiervan zou wel sprake kunnen zijn indien de gemeenschappelijke inkoop zou leiden tot aanzienlijke inkoopmacht op de markten waarop wordt ingekocht, de gemeenschappelijke inkoop zou leiden tot een aanzienlijke mate van gemeenschappelijke kosten92Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragraaf 128. of de leden van de brancheorganisatie zouden zijn gedwongen of het voor hen noodzakelijk zou zijn via de brancheorganisatie in te kopen. ### 4.9. Gemeenschappelijke reclame @@ -303,9 +303,9 @@ De leveranciers van een consumentenproduct merken op dat de afzet van dat produc ## 5. Verdere informatie -108. Ondernemingen die vragen hebben over de Mededingingswet of informatie willen ontvangen, kunnen terecht bij de Informatielijn van de NMa. De Informatielijn is speciaal in het leven geroepen voor brancheorganisaties, MKB-ondernemingen en consumenten. De Informatielijn van de NMa is bereikbaar via het (gratis) telefoonnummer 0800-0231885 en per e-mail via info@nmanet.nl. Meer informatie is tevens te vinden op de website van de NMa: www.nmanet.nl. Tevens kunnen ondernemingen met specifieke inhoudelijke vragen via de Informatielijn worden doorverwezen naar het ondernemersloket. +108. Ondernemingen die vragen hebben over de Mededingingswet of informatie willen ontvangen, kunnen terecht bij de Informatielijn van de ACM. De Informatielijn is speciaal in het leven geroepen voor brancheorganisaties, MKB-ondernemingen en consumenten. De Informatielijn van de ACM is bereikbaar via het (gratis) telefoonnummer 0800-0231885 en per e-mail via info@acm.nl. Meer informatie is tevens te vinden op de website van de ACM: www.acm.nl. Tevens kunnen ondernemingen met specifieke inhoudelijke vragen via de Informatielijn worden doorverwezen naar het ondernemersloket. -109. Ondernemingen die hun betrokkenheid bij een kartel willen beëindigen en de NMa van het kartel op de hoogte willen stellen, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor boetevermindering die kan oplopen tot volledige boete-immuniteit. Meer hierover vindt u in de ‘Richtsnoeren Clementietoezegging’ op de website van de NMa: www.nmanet.nl. Het Clementiebureau is bereikbaar onder telefoonnummer 070-330 1710, faxnummer 070-330 1700 en per e-mail via NMa_clementie@ nmanet.nl. +109. Ondernemingen die hun betrokkenheid bij een kartel willen beëindigen en de ACM van het kartel op de hoogte willen stellen, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor boetevermindering die kan oplopen tot volledige boete-immuniteit. Meer hierover vindt u in de ‘Richtsnoeren Clementietoezegging’ op de website van de ACM: www.acm.nl. Het Clementiebureau is bereikbaar onder telefoonnummer 070-330 1710, faxnummer 070-330 1700 en per e-mail via clementie@acm.nl. ## 6. Inwerkingtreding