2004-09-22 | BWBR0004996 | Besluit politieregisters
This commit is contained in:
parent
cce20149bc
commit
c5d9c418af
1 changed files with 23 additions and 17 deletions
|
|
@ -60,7 +60,7 @@ c. met het oog op de verlening van hulp door de politie.
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Koppeling is slechts toegestaan van een politieregister met een ander politieregister of met een persoonsregistratie als bedoeld in artikel 17, aanhef en onder *a*, van de Wet persoonsregistraties (*Stb.* 1988, 665).
|
||||
**1.** Koppeling is slechts toegestaan van een politieregister met een ander politieregister of met een bestand van het Rijk, provincies, gemeenten en andere openbare lichamen met inbegrip van de daaronder ressorterende diensten, instellingen en bedrijven.
|
||||
|
||||
**2.** Koppeling van een tijdelijk register, met een ander register vindt slechts plaats voor zover dit noodzakelijk is voor het doel waarvoor het eerstbedoelde register is aangelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -73,7 +73,7 @@ Van een koppeling wordt een proces-verbaal opgemaakt dat zo nauwkeurig mogelijk
|
|||
a. het doel van de koppeling;
|
||||
b. de datum van de koppeling;
|
||||
c. degeen in wiens opdracht de koppeling plaatsvond;
|
||||
d. de registraties die zijn gekoppeld, alsmede de naam van de beheerder of de houder van die registraties;
|
||||
d. de bestanden die zijn gekoppeld, alsmede de naam van de beheerder of de houder van die bestanden;
|
||||
e. of de koppeling heeft geleid tot nieuwe persoonsgegevens en zo ja, welke;
|
||||
f. of de gegevens, bedoeld onder *e*, zijn opgenomen in een register en zo ja, in welk;
|
||||
g. eventuele bijzonderheden.
|
||||
|
|
@ -129,7 +129,7 @@ b. de datum waarop met het aanleggen van het tijdelijke register wordt begonnen.
|
|||
|
||||
**2.** De beheerder stelt binnen een week nadat is begonnen met het aanleggen van het tijdelijke register, het gezag dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de politietaak ten dienste waarvan het is aangelegd, daarvan in kennis, tenzij het inmiddels is vernietigd.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 6, tweede lid, en 9, eerste lid, van de wet, alsmede artikel 3, eerste lid, van dit besluit zijn op het tijdelijke register niet van toepassing gedurende twaalf maanden na de datum, bedoeld in het eerste lid, onder *b*. Het bevoegd gezag kan deze termijn één of meer malen verlengen voor de duur van ten hoogste zes maanden, indien het doel waarvoor het tijdelijke register is aangelegd door de bekendmaking en de terinzagelegging van een reglement ernstig in gevaar zou worden gebracht en de beheerder een regeling heeft getroffen met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 10 van de wet. Van elke beslissing tot verlenging wordt melding gemaakt aan de Registratiekamer.
|
||||
**3.** De artikelen 6, tweede lid, en 9, eerste lid, van de wet, alsmede artikel 3, eerste lid, van dit besluit zijn op het tijdelijke register niet van toepassing gedurende twaalf maanden na de datum, bedoeld in het eerste lid, onder *b*. Het bevoegd gezag kan deze termijn één of meer malen verlengen voor de duur van ten hoogste zes maanden, indien het doel waarvoor het tijdelijke register is aangelegd door de bekendmaking en de terinzagelegging van een reglement ernstig in gevaar zou worden gebracht en de beheerder een regeling heeft getroffen met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 10 van de wet. Van elke beslissing tot verlenging wordt melding gemaakt aan het College bescherming persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**4.** Indien dit uit het doel waarvoor het tijdelijke register is aangelegd, voortvloeit, kan het tijdelijke register worden overgedragen aan een andere beheerder of worden samengevoegd met een ander register als bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is alsdan van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het nieuwe gezag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -142,7 +142,7 @@ b. de burgemeester, indien het betreft een register dat is aangelegd met het oog
|
|||
|
||||
**6.** Bij dringende noodzakelijkheid kan in plaats van de officier van justitie de hulpofficier van justitie en in plaats van de burgemeester een door hem schriftelijk aangewezen politie-ambtenaar de toestemming als bedoeld in het vijfde lid, geven, onder de verplichting om van de ondernomen handeling onverwijld schriftelijk kennis te geven aan de officier van justitie onderscheidenlijk de burgemeester.
|
||||
|
||||
**7.** De Registratiekamer wordt van een samenvoeging of een overdracht zo spoedig mogelijk in kennis gesteld, onder vermelding van de datum daarvan.
|
||||
**7.** Het College bescherming persoonsgegevens wordt van een samenvoeging of een overdracht zo spoedig mogelijk in kennis gesteld, onder vermelding van de datum daarvan.
|
||||
|
||||
**8.** Indien het doel met het oog waarop het tijdelijke register is aangelegd, is bereikt, worden de daarin opgenomen persoonsgegevens zo spoedig mogelijk vernietigd voor zover deze geen betekenis hebben voor een eventueel verder strafrechtelijk onderzoek in het bepaalde geval als omschreven krachtens het eerste lid, onder *a*, dan wel het vijfde of zesde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,10 +159,10 @@ b. ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor zover dit noodzakel
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Antecedenten worden op hun verzoek, voor zover zij deze behoeven voor de uitoefening van hun taak, verstrekt aan:
|
||||
Antecedenten worden op hun verzoek, voorzover zij deze behoeven voor de uitoefening van hun taak, verstrekt aan:
|
||||
|
||||
a. reclasseringswerkers als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1986 (*Stb.* 1);
|
||||
b. ambtenaren die zijn verbonden aan het bureau van een Raad voor de kinderbescherming en zijn benoemd krachtens artikel 21, eerste lid, van het Organisatiebesluit raden voor de kinderbescherming 1982 (*Stb.* 16).
|
||||
a. reclasseringswerkers als bedoeld in artikel 6 van de Reclasseringsregeling 1995;
|
||||
b. personeel, verbonden aan de raad voor de kinderbescherming als bedoeld in artikel 2 van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -260,15 +260,19 @@ d. ten behoeve van een onderzoek naar feiten als bedoeld in artikel 552*m* van h
|
|||
|
||||
Gegevens worden desgevraagd uit een politieregister verstrekt, voorzover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, aan
|
||||
|
||||
a. de personen, anders dan die bedoeld in artikel 14, onder *a*, van de wet, die bij de politie, het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties of bij de Centrale Justitiële Dienst Koninklijke marechaussee werkzaam zijn ten dienste van de uitvoering van de politietaak, voor zover zij daartoe door de desbetreffende beheerder schriftelijk zijn geautoriseerd;
|
||||
b. de Commissie schadefonds geweldsmisdrijven als bedoeld in artikel 2 van de Wet voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven (*Stb.* 1975, 382);
|
||||
a. de personen, anders dan die bedoeld in artikel 14, onder *a*, van de wet, die bij de politie, het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties of bij de Koninklijke marechaussee werkzaam zijn ten dienste van de uitvoering van de politietaak, voor zover zij daartoe door de desbetreffende beheerder schriftelijk zijn geautoriseerd;
|
||||
b. De commissie, bedoeld in artikel 8 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven;
|
||||
c. de Directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen voor zover dit noodzakelijk is met het oog op het onderzoek, bedoeld in de artikelen 101 en 142 van het Reglement rijbewijzen, en het betreft overtreding van artikel 6 of artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994;
|
||||
d. personen, werkzaam bij een advies- en meldpunt kindermishandeling als bedoeld in de Bijlage onder I, onder 4, behorende bij de Wet op de jeugdhulpverlening (*Stb.* 1989, 360);
|
||||
e. personen, belast met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover het betreft gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de identiteit van personen;
|
||||
f. personen die de beheerder heeft benoemd in een commissie van toezicht, voor zover zij de beheerder bijstaan bij het toezicht op het beheer en het gebruik van politieregisters;
|
||||
g. de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 6 van de Beginselenwet gevangeniswezen, de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 37d van het Wetboek van Strafrecht, en directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, voor zover zij deze behoeven voor het nemen van beslissingen inzake hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij voor de toelating tot de inrichting van personen die niet worden ingesloten in de inrichting voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting respectievelijk de voorziening;
|
||||
g. de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet, van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, voorzover zij deze behoeven:
|
||||
|
||||
1°. voor het nemen van beslissingen over hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij de toelating tot de inrichting van personen die niet worden ingesloten in de inrichting voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting respectievelijk de voorziening;
|
||||
2°. voor het nemen van beslissingen over het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof;
|
||||
3°. in verband met het nemen van beslissingen over de erkenning van een penitentiair programma, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een scholings- en trainingsprogramma, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
|
||||
h. Onze Minister van Justitie, voor zover dit in het kader van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de inrichtingen, genoemd onder g, noodzakelijk is teneinde na te gaan of er bezwaren bestaan tegen de benoeming van betrokkene;
|
||||
i. personen die optreden namens een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid op ideële grondslag die krachtens zijn doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden in het bijzonder de belangen van slachtoffers van strafbare feiten of van verkeersongevallen behartigt, voor zover de gegevens betrekking hebben op deze slachtoffers en die rechtspersoon tot het ontvangen van dergelijke gegevens is gemachtigd door de Minister van Justitie, de Registratiekamer gehoord;
|
||||
i. personen die optreden namens een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid op ideële grondslag die krachtens zijn doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden in het bijzonder de belangen van slachtoffers van strafbare feiten of van verkeersongevallen behartigt, voor zover de gegevens betrekking hebben op deze slachtoffers en die rechtspersoon tot het ontvangen van dergelijke gegevens is gemachtigd door de Minister van Justitie, het College bescherming persoonsgegevens gehoord;
|
||||
j. het bestuur van de Stichting Processen Verbaal, voor zover het betreft gegevens inzake aanrijdingen of aanvaringen;
|
||||
k. personen en instanties met een publieke taak belast, voor zover het betreft gegevens die op hun verzoek met het oog op de signalering van personen zijn opgenomen;
|
||||
l. Onze Minister van Justitie, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op:
|
||||
|
|
@ -287,9 +291,11 @@ u. het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van het Beslui
|
|||
v. Onze Minister van Justitie ten behoeve van het verwerken van deze gegevens in het Cliënt-Volgsysteem Jeugdcriminaliteit;
|
||||
w. korpschefs van een regionaal politiekorps voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 3.3.2, zevende lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
x. de Raad voor de Transportveiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Wet Raad voor de Transportveiligheid;
|
||||
y. de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet, voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 26, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet.
|
||||
y. ambtenaren aan wie bevoegdheden zijn toegekend met het oog op het toezicht op de naleving van de regels die zijn gesteld bij of krachtens de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet voor zover het gegevens over overtredingen van deze wetten betreft en zij deze behoeven voor een goede uitoefening van hun toezichthoudende bevoegdheden;
|
||||
z. het college van burgemeester en wethouders, indien aan het college bevoegdheden zijn toegekend met het oog op het toezicht op de naleving van de regels die zijn gesteld in de gemeentelijke verordening inzake het escortbedrijf, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit BIBOB, voorzover het gegevens betreft die het college behoeft voor een goede uitoefening van die toezichthoudende bevoegdheden;
|
||||
aa. Onze Ministers, voorzover het betreft gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dreigings- en risico-evaluaties en het vaststellen van bewakings- en beveiligingsopdrachten en adviezen door de evaluatiedriehoek, met het oog op het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid worden uit een register zware criminaliteit desgevraagd gegevens verstrekt aan de personen of instanties, genoemd in artikel 14, eerste lid, onder a, f, g, h, l, p, q, r, u en w, in de in die onderdelen aangegeven gevallen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak.
|
||||
**2.** In aanvulling op de verstrekking als bedoeld in het eerste lid worden uit een register zware criminaliteit desgevraagd gegevens verstrekt aan de personen of instanties, genoemd in het eerste lid, onder a, f, g, h, l, p, q, r, u en w, in de in die onderdelen aangegeven gevallen, voorzover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, en aan de personen, genoemd in het eerste lid, onder aa, in de in die onderdelen aangegeven gevallen, voorzover zij deze behoeven voor het verrichten van dreigings- en risico-evaluaties en het vaststellen van bewakings- en beveiligingsopdrachten en adviezen door de evaluatiedriehoek, met het oog op het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten.
|
||||
|
||||
**3.** Uit een politieregister worden gegevens verstrekt aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, voor zover het die behoeft voor een goede uitvoering van zijn taak.
|
||||
|
||||
|
|
@ -367,7 +373,7 @@ d. de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden niet onevenredig wordt ges
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Een gegeven kan rechtstreeks langs geautomatiseerde weg uit een politieregister worden verstrekt aan de personen die daartoe een schriftelijke autorisatie voor een daarbij bepaald omschreven doel van de beheerder hebben gekregen. De autorisatie kan slechts worden verleend aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 14, onder *a* en *b*, van de wet, alsmede aan de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder *a*, van dit besluit.
|
||||
**1.** Een gegeven kan rechtstreeks langs geautomatiseerde weg uit een politieregister worden verstrekt aan de personen die daartoe een schriftelijke autorisatie voor een daarbij bepaald omschreven doel van de beheerder hebben gekregen. De autorisatie kan slechts worden verleend aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 14, onder *a* en *b*, van de wet, aan de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder *a*, van dit besluit, alsmede aan de leden van het openbaar ministerie bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a, van de wet voorzover noodzakelijk voor strafvorderlijke beslissingen omtrent opsporing en vervolging en de hulp aan slachtoffers van strafbare feiten.
|
||||
|
||||
**2.** De autorisatie kan tijdelijk of voor onbepaalde tijd worden verleend. Daaraan kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -379,7 +385,7 @@ d. de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden niet onevenredig wordt ges
|
|||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Indien de handhaving van het verstrekkingenregime anderszins afdoende is gewaarborgd, kan, de Registratiekamer gehoord, van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, vrijstelling of ontheffing worden verleend door
|
||||
Indien de handhaving van het verstrekkingenregime anderszins afdoende is gewaarborgd, kan, het College bescherming persoonsgegevens gehoord, van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, vrijstelling of ontheffing worden verleend door
|
||||
|
||||
a. Onze Minister van Justitie, indien het verstrekkingen betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie of
|
||||
b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het verstrekkingen betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de burgemeester.
|
||||
|
|
@ -398,7 +404,7 @@ b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het verst
|
|||
|
||||
**5.** De ingevolge artikel 13a, zesde lid, van de wet vastgelegde gegevens worden gedurende drie jaren bewaard. De tweede volzin van het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent de uitvoering van dit artikel, de Registratiekamer gehoord.
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent de uitvoering van dit artikel, het College bescherming persoonsgegevens gehoord.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6a. Bijzondere opsporingsdiensten
|
||||
|
||||
|
|
@ -435,7 +441,7 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit politieregisters.
|
|||
|
||||
2. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 240b, 247, 248a, 248b, 249, 250 en 250a van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
|
||||
3. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 178, 361 en 363 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 179 en 180 van het Wetboek van Strafrecht in verband met de artikelen 181 en 182 van dat wetboek;
|
||||
3. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 177, 178, 361 en 363 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 179 en 180 van het Wetboek van Strafrecht in verband met de artikelen 181 en 182 van dat wetboek;
|
||||
|
||||
4. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 225, 226, 227, 231 en 232 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de feiten een schade van ten minste € 50 000 veroorzaakt hebben;
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue