2020-10-31 | BWBR0040632 | Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten
This commit is contained in:
parent
5ea4ae98cd
commit
c61bc7cc5c
1 changed files with 15 additions and 20 deletions
|
|
@ -186,7 +186,7 @@ b. verzet, indien de cliënt of de vertegenwoordiger zich verzet.
|
|||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 38, 39, 40, 45 tot en met 48, 50, eerste lid, en 51 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing op de toevoeging en de taak van de advocaat, bedoeld in deze wet.
|
||||
**1.** De artikelen 38, 39, 40, 43 tot en met 45 en 48 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing op de toevoeging en de taak van de advocaat, bedoeld in deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** De advocaat is tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de uitoefening van zijn taak op grond van deze wet aan hem is toevertrouwd, tenzij enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. De advocaat kan zich op grond van zijn geheimhoudingsplicht verschonen van het geven van getuigenis of het beantwoorden van vragen in een klachtprocedure of rechterlijke procedure.
|
||||
|
||||
|
|
@ -415,8 +415,8 @@ p. de beoordeling van de Wzd-functionaris, bedoeld in artikel 11a.
|
|||
|
||||
De zorgaanbieder zorgt ten behoeve van het toezicht door de inspectie voor het digitaal beschikbaar zijn van in ieder geval de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. de vorm van de aan de cliënt verleende onvrijwillige zorg;
|
||||
b. de zorgverantwoordelijke;
|
||||
a. de namen van de cliënt, de zorgverantwoordelijke en de Wzd-functionaris;
|
||||
b. de vorm van de aan de betrokken cliënt verleende onvrijwillige zorg;
|
||||
c. de noodzaak voor de onvrijwillige zorg;
|
||||
d. een schriftelijke beslissing als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
|
||||
e. het zorgplan of een schriftelijke beslissing als bedoeld in artikel 15, eerste of vijfde lid, die legitimeert tot de vorm van onvrijwillige zorg;
|
||||
|
|
@ -660,18 +660,11 @@ Het CIZ overlegt bij het verzoek tot het verlenen van een machtiging:
|
|||
a. het indicatiebesluit dat op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg door het CIZ is vastgesteld, dan wel de verklaring, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c;
|
||||
b. de aanvraag, bedoeld in artikel 25;
|
||||
c. de bescheiden, bedoeld in artikel 25, vierde lid, en
|
||||
d. een verklaring van een ter zake kundige arts die de cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was.
|
||||
d. een verklaring van een ter zake kundige arts die de cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar die ten minste gedurende één jaar geen zorg heeft verleend aan de cliënt en ten opzichte van de zorgaanbieder onafhankelijk functioneert.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**6.** Ingeval het verzoek tot het verlenen van een machtiging een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft, overlegt het CIZ naast de bescheiden, genoemd in het vijfde lid, een afschrift van het zorgplan, bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
Ingeval het verzoek tot het verlenen van een machtiging een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft, overlegt het CIZ, naast de bescheiden genoemd in het vijfde lid:
|
||||
|
||||
a. een verklaring van de zorgaanbieder van de accommodatie waarin de cliënt is opgenomen, waaruit blijkt dat het geval, bedoeld in artikel 24, derde lid, zich voordoet, en
|
||||
b. een afschrift van het zorgplan, als bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het verzoek een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft, kan de in het vijfde lid, onderdeel d, bedoelde verklaring niet worden verstrekt door de arts die verbonden is aan de desbetreffende zorgaanbieder.
|
||||
|
||||
**8.** Het CIZ vermeldt in het verzoek de gewenste duur van de machtiging.
|
||||
**7.** Het CIZ vermeldt in het verzoek de gewenste duur van de machtiging.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -824,21 +817,23 @@ f. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstige nadeel te voork
|
|||
|
||||
**3.** De beschikking gaat in op de onvrijwilligheid, als bedoeld in artikel 24, tweede lid, de omstandigheden waaruit deze onvrijwilligheid bestaat en alle onderdelen genoemd in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** De beschikking heeft een geldigheidsduur van ten hoogste 3 dagen, tenzij het CIZ voor het verstrijken van de geldigheidsduur een verzoek tot het verlenen van een machtiging, als bedoeld in artikel 37 heeft gedaan of er een aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, is gedaan. In dat geval vervalt de beschikking op het moment waarop de rechter heeft beslist op het verzoek, respectievelijk het CIZ heeft beslist op de aanvraag.
|
||||
**4.** De beschikking heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie dagen. Indien de termijn, bedoeld in de eerste volzin, eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
|
||||
**5.** Een afschrift van de beschikking wordt uitgereikt aan de betrokkene en zijn vertegenwoordiger.
|
||||
**5.** Onverminderd het vierde lid, vervalt de beschikking op het moment waarop de rechter heeft beslist op een verzoek tot het verlenen van een machtiging als bedoeld in artikel 37 respectievelijk het CIZ heeft beslist op de aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 21, eerste lid, indien het CIZ voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de beschikking een verzoek tot het verlenen van een machtiging als bedoeld in artikel 37 heeft gedaan dan wel er voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de beschikking een aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 21, eerste lid, is gedaan.
|
||||
|
||||
**6.** De burgemeester kan de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend mandateren aan een wethouder.
|
||||
**6.** Een afschrift van de beschikking wordt uitgereikt aan de betrokkene en zijn vertegenwoordiger.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de beschikking tot inbewaringstelling.
|
||||
**7.** De burgemeester kan de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend mandateren aan een wethouder.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de beschikking tot inbewaringstelling betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt de beschikking tot inbewaringstelling als machtiging, als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de beschikking tot inbewaringstelling.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de beschikking tot inbewaringstelling betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt de beschikking tot inbewaringstelling als machtiging, als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester gelast een inbewaringstelling pas nadat een ter zake deskundig arts een verklaring heeft verstrekt, waaruit blijkt waaruit de onvrijwilligheid bestaat en waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in artikel 29, tweede lid, gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft, kan de in het eerste lid bedoelde verklaring niet worden verstrekt door de arts die verbonden is aan desbetreffende zorgaanbieder.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt verstrekt door een arts die gedurende ten minste één jaar geen zorg heeft verleend aan de cliënt en onafhankelijk ten opzichte van de zorgaanbieder functioneert.
|
||||
|
||||
**3.** De arts die de verklaring afgeeft pleegt van tevoren overleg met de zorgaanbieder die de betrokkene zorg verleent of, indien deze ontbreekt, met de huisarts van de cliënt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -884,7 +879,7 @@ De burgemeester stelt de ouders die het gezag uitoefenen, de echtgenoot, de gere
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Indien het CIZ, na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van oordeel is dat ten aanzien van de in bewaring gestelde persoon sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 29, doet het uiterlijk op de dag na de datum van ontvangst van deze stukken, die niet is een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, als bedoeld in de Algemene termijnenwet, bij de rechter een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van die persoon. Indien het CIZ heeft besloten geen verzoekschrift in te dienen deelt het dit schriftelijk mee aan de zorgaanbieder van de accommodatie waarin de betrokkene verblijft.
|
||||
**1.** Indien het CIZ, na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van oordeel is dat ten aanzien van de in bewaring gestelde persoon sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 29, doet het voordat de geldigheidsduur van de inbewaringstelling is verstreken bij de rechter een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van die persoon. Indien het CIZ heeft besloten geen verzoekschrift in te dienen deelt het dit schriftelijk mee aan de zorgaanbieder van de accommodatie waarin de betrokkene verblijft.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het verzoek van het CIZ worden overgelegd de beschikking van de burgemeester, bedoeld in artikel 29, eerste lid, en de medische verklaring, bedoeld in artikel 30, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue