2003-07-01 | BWBR0007326 | Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel

This commit is contained in:
Coornhert 2003-07-01 12:00:00 +00:00
parent 734bad0f96
commit c649dc0ca9

View file

@ -23,7 +23,7 @@ b. betrokkene:
1. een personeelslid benoemd bij een openbare of uit openbare kas bekostigde basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs voor wie de salarissen en toelagen worden vastgesteld in het Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid, onder b, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op het primair onderwijs;
2. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra voor wie de salarissen en toelagen worden vastgesteld in het Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid onder b, van de Wet op de expertisecentra, een personeelslid benoemd aan een bijzondere school voor voortgezet speciaal onderwijs in de zin van deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor wie de salarissen en toelagen worden vastgesteld in het Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 153, tweede lid onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op de expertisecentra of artikel 154 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
3. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit openbare kas bekostigde bijzondere school voor voortgezet onderwijs in de zin van deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling, voor wie de salarissen en de toelagen bij of krachtens Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 38 van de Wet op het voortgezet onderwijs worden vastgesteld, alsmede een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 39a van de Wet op het voortgezet onderwijs;
4. Een personeelslid benoemd aan een openbare of uit openbare kas bekostigde instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 1.3.2, 1.3.3, 1.3.4, 1.5.1, 12.3.8, 12.3.9, 12.3.12, 12.3.13 en 12.3.14 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
4. vervallen;
5. Een personeelslid benoemd bij een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen *f* en *g*, dan wel derde lid, onderdeel *b*, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze minister van toepassing is verklaard.
6. een personeelslid benoemd aan een verzorgingsinstelling als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de onderwijsverzorging;
7. een personeelslid benoemd bij een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra, artikel 53a van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 187 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
@ -37,7 +37,7 @@ c. medebetrokkene:
1. de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner die behoort tot het huishouden van betrokkene en die aan dit besluit dan wel een naar aard en strekking daarmee overeenkomende regeling niet zelfstandig aanspraken ontleent en van wie de inkomsten lager zijn dan die van betrokkene
2. het kind jonger dan 16 jaar, bedoeld in artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet voor wie de betrokkene de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald;
3. het kind van 16 tot 18 jaar en van 16 tot 25 jaar, bedoeld in artikel 7 respectievelijk 26 van de Algemene Kinderbijslagwet , voor wie de betrokkene de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald;
3. het kind van 16 tot 18 jaar en van 16 tot 25 jaar, bedoeld in artikel 7 respectievelijk 26 van de Algemene Kinderbijslagwet, voor wie de betrokkene de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald;
4. het kind van 25 en 26 jaar dat behoudens de leeftijdseis voldoet aan artikel 26, eerste lid, onder *a*, respectievelijk tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, voor wie de betrokkene de premie voor een ziektekostenverzekering heeft betaald. De ter uitvoering van artikel 7 en 26 van de Algemene Kinderbijslagwet gestelde regelen zijn wat betreft de medebetrokkenen, bedoeld onder *c*2, *c*3 en *c*4 van overeenkomstige toepassing.
5. het kind van 18 tot 27 jaar dat in aanmerking komt voor studiefinanciering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000 en voor wie betrokkene de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald.
d. orgaan: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, onderdeel f van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC.