2005-04-06 | BWBR0005672 | Bekostigingsbesluit W.V.O.

This commit is contained in:
Coornhert 2005-04-06 12:00:00 +00:00
parent 57afe18b7b
commit c6610a8998

View file

@ -18,41 +18,28 @@ citeertitel: Bekostigingsbesluit W.V.O.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op het voortgezet onderwijs;
b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor zover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
c. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
d. school: een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, de aan de school verbonden afdelingen en het aan de school verzorgde leerwegondersteunend onderwijs daaronder begrepen, een school voor praktijkonderwijs die niet is aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, de aan de school verbonden afdelingen en het aan de school verzorgde leerwegondersteunend onderwijs daaronder begrepen, een school voor praktijkonderwijs die niet is aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, of een scholengemeenschap voor zover het betreft een of meer van deze scholen, tenzij het tegendeel blijkt;
e. inrichting voor voortgezet onderwijs: een inrichting als bedoeld in artikel 5, onderdeel e, van de wet;
f. openbare school:
- **aanvullende bekostiging:** aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 85a of artikel 89 van de wet;
- **accountant:** accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- **bevoegd gezag:** bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- **bijzondere school:** bijzondere school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- **eerste schooldag:**
1°. een school in stand gehouden door een gemeente, dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
2°. een door een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 42a van de wet in stand gehouden school;
3°. een door een stichting als bedoeld in artikel 42b van de wet of artikel 53c in stand gehouden school;
g. bijzondere school: een door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand gehouden school;
h. openbare rechtspersoon: een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld als bedoeld in artikel 42a van de wet;
i. bevoegd gezag: voor wat betreft:
1°. een openbare school:
a. het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen;
b. het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;
c. de openbare rechtspersoon, bedoeld in artikel 42a van de wet, dan wel
d. de stichting, bedoeld in artikel 42b van de wet of artikel 53c ;
2°. een bijzondere school: het schoolbestuur;
j. ouders: ouders, voogden of verzorgers;
k. teldatum: de datum van 1 oktober, bedoeld in artikel 8, tweede lid;
l. leerling: een leerling of cursist die op grond van artikelen 10g en 27 van de wet tot een school is toegelaten;
m. eerste schooldag: a. bij opening van de school aan het begin van het schooljaar: 1 augustus; b. bij opening van de school tijdens het schooljaar: de dag waarop het onderwijs aan de school is aangevangen;
n. leerlingenadministratie: leerlingen- of cursistenadministratie;
o. schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;
p. aanvullende bekostiging: een aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 85a of artikel 89 van de wet;
q. accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
r. leerlinggebonden budget: het budget, dat beschikbaar is op grond van artikel 77a van de wet;
s. IB-Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.
1°. bij opening van de school aan het begin van het schooljaar: 1 augustus,
2°. bij opening van de school tijdens het schooljaar: de dag waarop het onderwijs aan de school is aangevangen;
- **IB-Groep:** Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
- **Onze Minister:** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of, voorzover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- **openbare school:** openbare school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- **ouders:** ouders, voogden of verzorgers;
- **school:** school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van scholen voor praktijkonderwijs die zijn aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging;
- **scholengemeenschap:** scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen;
- **schooljaar:** tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend;
- **teldatum:** datum van 1 oktober, bedoeld in artikel 8, tweede lid, en
- **wet:**
Wet op het voortgezet onderwijs.
### Artikel 2
Het bevoegd gezag doet binnen twee weken na een besluit tot opheffing van de school daarvan mededeling aan Onze Minister, gedeputeerde staten, de inspecteur, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gelegen.
Het bevoegd gezag doet binnen twee weken na een besluit tot opheffing van de school daarvan mededeling aan Onze Minister, gedeputeerde staten, de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gelegen.
### Titel 2. Leerlingenadministratie en leerlingentelling
@ -106,7 +93,7 @@ De gegevens die in de leerlingenadministratie zijn opgenomen, blijven daarvan in
**3.** Indien de teldatum valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld, die op de teldatum als werkelijk schoolgaand stonden ingeschreven.
**4.** Een leerling niet zijnde een cursist, kan slechts op één school voor de bekostiging meetellen.
**4.** Een leerling kan slechts op één school voor de bekostiging meetellen.
### Artikel 7a
@ -132,13 +119,13 @@ b. als leerling van de school waaraan die afdeling is verbonden in andere gevall
### Artikel 8
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag, bedoeld in artikel 96d, eerste lid, van de wet vast. Het bedrag heeft betrekking op een schooljaar.
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag, bedoeld in artikel 96d, eerste lid, van de wet vast. Het bedrag heeft betrekking op een kalenderjaar.
**2.** Bij de vaststelling van het in artikel 96d, eerste lid, van de wet bedoelde bedrag, neemt Onze Minister wat het aantal leerlingen betreft in aanmerking het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het schooljaar waarop het in de eerste volzin bedoeld bedrag betrekking heeft, als werkelijk schoolgaand aan de school stond ingeschreven, onverminderd artikel 7.
**2.** Bij de vaststelling van het in artikel 96d, eerste lid, van de wet bedoelde bedrag, neemt Onze Minister wat het aantal leerlingen betreft in aanmerking het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop het in de eerste volzin bedoeld bedrag betrekking heeft, als werkelijk schoolgaand aan de school stond ingeschreven, onverminderd artikel 7.
**3.** Het Rijk betaalt elke maand van het schooljaar in verband met de kosten voor het personeel en voor de voorzieningen ten behoeve van de exploitatie aan het bevoegd gezag van een school een gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 96d, eerste lid, van de wet, waarop het over dat jaar recht heeft.
**3.** Het Rijk betaalt elke maand van het kalenderjaar in verband met de kosten voor het personeel en voor de voorzieningen ten behoeve van de exploitatie aan het bevoegd gezag van een school een gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 96d, eerste lid, van de wet, waarop het over dat jaar recht heeft.
**4.** Onze Minister kan op het in het eerste lid bedoelde bedrag in mindering brengen, verwachte bedragen als bedoeld in artikel 96m, tweede lid, onder a tot en met f, van de wet.
**4.** Onze Minister kan op het in het eerste lid bedoelde bedrag in mindering brengen, verwachte bedragen als bedoeld in artikel 96m, tweede lid, onder a tot en met d, van de wet.
**5.** In geval van oprichting, verplaatsing of splitsing van een school kan Onze Minister afwijken van de teldatum en de op die afwijkende datum getelde leerlingen toerekenen aan de nieuwe scholen. Hij kan daarbij nadere voorschriften geven.
@ -146,7 +133,7 @@ b. als leerling van de school waaraan die afdeling is verbonden in andere gevall
**1.**
Voor elke leerling met een leerlinggebonden budget die op de school is ingeschreven wordt een bedrag toegekend volgens de onderstaande tabel:
Voor elke leerling met een leerlinggebonden budget, dat beschikbaar is op grond van artikel 77a van de wet, die op de school is ingeschreven wordt een bedrag verstrekt volgens de onderstaande tabel:
| toelaatbaar verklaard tot (voortgezet) speciaal onderwijs aan/van | LWOO/PRO EURO | overig EURO | waarvan verplicht her te besteden bedrag o.g.v. art. 77a WVO EURO |
| --- | --- | --- | --- |
@ -172,47 +159,27 @@ Het Rijk bekostigt de exploitatiekosten met ingang van de eerste schooldag van e
### Artikel 11
**1.** Indien gebouwen ten gevolge van brand of een andere omstandigheid zodanige schade hebben opgelopen dat deze geheel of gedeeltelijk moeten worden vervangen, is met betrekking tot de uitkering ingevolge een terzake gesloten verzekeringsovereenkomst artikel 99, tweede lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
**2.** Indien een uitkering als bedoeld in het eerste lid is verstrekt, voorziet het bevoegd gezag op doelmatige wijze in de huisvesting of inventaris met inachtneming van de omstandigheden waarin de school verkeert.
**3.** Indien het uitgekeerde bedrag ingevolge de verzekeringsovereenkomst minder bedraagt dat het bedrag aan schade, dient de rechtspersoon die de school in stand houdt, de schade voor eigen rekening te herstellen dan wel voor eigen rekening te voorzien in een nieuwe voorziening in de huisvesting, voor zover dat noodzakelijk is ter uitvoering van het tweede lid.
**4.** De voorzieningen, gerealiseerd met toepassing van dit artikel, worden aangemerkt als met rijksmiddelen te zijn gerealiseerd.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II van de wet.
### Titel 2. Bekostiging van uitgaven voor nascholing
### Titel 2. (vervallen)
### Artikel 12
Het Rijk bekostigt de uitgaven voor nascholing van het personeel, bedoeld in artikel 96d.2 van de wet, met ingang van de eerste schooldag van een school waarvan het bekostigd onderwijs op grond van afdeling I van titel III van de wet een aanvang neemt.
Vervallen
### Artikel 13
Onze Minister stelt tegelijk met het bedrag, bedoeld in artikel 96d, eerste lid, van de wet, het bedrag vast, bedoeld in artikel 96d.2 van de wet. Het laatstbedoelde bedrag heeft betrekking op een schooljaar en wordt in dat schooljaar betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
Vervallen
### Titel 3. Wijze van vaststelling en wijziging van de bekostiging
### Artikel 14
**1.** Het bevoegd gezag van een school doet jaarlijks voor 22 november aan Onze Minister mededeling van de in artikel 85, vierde lid, tweede volzin, van de wet bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd van de personeelscategorie van de leraren van die school op 1 oktober daaraan voorafgaand.
**2.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van het eerste lid.
**3.**
Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister voor het daaropvolgende schooljaar in:
a. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de in het eerste lid bedoelde opgave, of
b. indien de onder a bedoelde opgave naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist is, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde opgave, alsmede
c. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de opgave, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
**4.** Bij ministeriële regeling kan een model voor de in het derde lid, onder a en c, bedoelde verklaringen worden vastgesteld. Onze Minister kan een leidraad vaststellen voor de controle door de accountant, bedoeld in het derde lid, onder c.
Vervallen
### Artikel 14a
**1.** Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 8 en 13, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks voor 15 januari volgend op de teldatum overzichten toekomen van de gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, onderdelen b, c, d, e, h en i, van de wet, over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging voor het daarop volgende schooljaar in aanmerking wordt genomen.
**1.** Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 8, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks voor 15 januari volgend op de teldatum overzichten toekomen van de gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, onderdelen b, c, d, e, h en i, van de wet, over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging voor het daarop volgende kalenderjaar in aanmerking wordt genomen.
**2.**
@ -239,9 +206,9 @@ d. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de onder a tot en
### Artikel 15
**1.** Onze Minister stelt de in artikel 8 en artikel 13 bedoelde bekostiging vast zo mogelijk voor 1 maart doch uiterlijk op 15 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop zij betrekking hebben. Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14, derde lid, onder c, 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, daartoe aanleiding geeft, wijzigt Onze Minister de bekostiging of aanvullende bekostiging.
**1.** Onze Minister maakt de in artikel 8 bedoelde bekostiging bekend voorafgaand aan het kalenderjaar, waarop deze betrekking heeft. Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, daartoe aanleiding geeft, wijzigt Onze Minister de bekostiging of aanvullende bekostiging.
**2.** De in artikel 8 bedoelde bekostiging kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
**2.** De in artikel 8 bedoelde bekostiging kan door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
### Artikel 15a
@ -259,9 +226,9 @@ c. het niet leveren van de gegevens, bedoeld in de onderdelen a of b, niet heeft
### Artikel 15b
**1.** Indien artikel 15a van toepassing is, doet het bevoegd gezag ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 8 en 13, aan Onze Minister de gegevens over het aantal leerlingen op de teldatum toekomen overeenkomstig het Besluit informatievoorziening WVO.
**1.** Indien artikel 15a van toepassing is, doet het bevoegd gezag ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 8, aan Onze Minister de gegevens over het aantal leerlingen op de teldatum toekomen overeenkomstig het Besluit informatievoorziening WVO.
**2.** Onze Minister doet jaarlijks aan het bevoegd gezag overzichten toekomen van de hem ter beschikking staande gegevens over het aantal leerlingen op de teldatum dat voor de bekostiging voor het daarop volgende schooljaar in aanmerking moet worden genomen. Toezending van de overzichten aan het bevoegd gezag vindt plaats voor 15 november volgend op de teldatum.
**2.** Onze Minister doet jaarlijks aan het bevoegd gezag overzichten toekomen van de hem ter beschikking staande gegevens over het aantal leerlingen op de teldatum dat voor de bekostiging voor het daarop volgende kalenderjaar in aanmerking moet worden genomen. Toezending van de overzichten aan het bevoegd gezag vindt plaats voor 15 november volgend op de teldatum.
**3.** Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, kan het bevoegd gezag bij Onze Minister binnen 10 dagen na verzending van de in dat lid bedoelde overzichten de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens indienen.
@ -341,9 +308,9 @@ De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 10b5, tweede lid, van de wet omvat een bij
### Artikel 19
**1.** De accountant die door Onze Minister is belast met het onderzoek van de jaarrekening en met het onderzoek van de juistheid van de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, artikel 14a, tweede en vierde lid, en artikel 15b, zesde en achtste lid, heeft met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang tot elke school. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden gegeven en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.
**1.** De accountant die door Onze Minister is belast met het onderzoek van de jaarrekening en met het onderzoek van de juistheid van de gegevens, bedoeld in artikel 14a, tweede en vierde lid, en artikel 15b, zesde en achtste lid, heeft met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang tot elke school. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden gegeven en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.
**2.** Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, artikel 14a, tweede en vierde lid, en artikel 15b, zesde en achtste lid, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast, alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden.
**2.** Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in artikel 14a, tweede en vierde lid, en artikel 15b, zesde en achtste lid, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast, alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden.
### Artikel 20
@ -363,11 +330,17 @@ De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 10b5, tweede lid, van de wet omvat een bij
Een in artikel 21, eerste lid, bedoelde correctie wordt verrekend met de bekostiging of aanvullende bekostiging waarop het bevoegd gezag aanspraak heeft of wordt, indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in artikel 21, eerste lid, door Onze Minister betaald.
## Hoofdstuk 4. Voorschriften betreffende inrichtingen voor voortgezet onderwijs
## Hoofdstuk 4. Voorschriften inzake samenvoeging
### Artikel 23
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de bepaling van de omvang en inzake de wijze van vaststelling en uitkering van bekostiging voor exploitatiekosten, personeelskosten, huisvestingskosten en inventariskosten ten behoeve van inrichtingen voor voortgezet onderwijs.
Bij samenvoeging van scholen op 1 augustus van enig kalenderjaar worden:
a. de bekostiging van de personeelskosten op grond van de artikelen 84 en 84b van de wet,
b. de bekostiging van de exploitatiekosten op grond van artikel 86 van de wet, en
c. aanvullende bekostiging op grond van de artikelen 85a of 89 van de wet,
van alle bij de samenvoeging betrokken scholen gehandhaafd tot het einde van dat kalenderjaar.
## Hoofdstuk 5. Voorschriften betreffende verrekening van overschotten bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van scholen