2026-01-01 | BWBR0041895 | Besluit beslagvrije voet

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-01 12:00:00 +00:00
parent 974043903c
commit c66aae8113

View file

@ -60,10 +60,11 @@ b. waarvan de aangiftetermijn op het moment van bevraging is verstreken.
De ophoging, bedoeld in artikel 475da, zevende lid, van de wet is afhankelijk van de woonkosten, waarbij:
a. de woonkosten met een hoogte tot de kwaliteitskortingsgrens, genoemd in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, in aanmerking worden genomen voor het percentage, genoemd in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. de woonkosten met een hoogte vanaf de normhuur, bedoeld in onderdeel a, tot de in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde aftoppingsgrens in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van die wet; en
c. de woonkosten met een hoogte vanaf de aftoppingsgrens, bedoeld in onderdeel b, tot de in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde rekenhuur in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van die wet.
b. de woonkosten met een hoogte vanaf de kwaliteitskortingsgrens, bedoeld in onderdeel a, tot de in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde aftoppingsgrens in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
c. de woonkosten met een hoogte vanaf de aftoppingsgrens, bedoeld in onderdeel b, tot het in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedrag in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van die wet;
d. de woonkosten met een hoogte vanaf het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, worden niet in aanmerking genomen.
**2.** De ophoging is gelijk aan de op basis van het eerste lid in aanmerking genomen woonkosten verminderd met de op basis van het belastbaar inkomen geldende normhuur, bedoeld in artikel 19 van de Wet op de huurtoeslag, maar minimaal de in artikel 17, tweede lid, van die wet genoemde normhuur.
**2.** De ophoging is gelijk aan de op basis van het eerste lid in aanmerking genomen woonkosten verminderd met de basishuur, bedoeld in artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag, en verminderd met de uitkomst van de formule, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag.
**3.** Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 475da, zevende lid, derde zin, van de wet wordt aangewezen een beschikking van de Dienst Toeslagen op een aanvraag om huurtoeslag, dan wel een schriftelijke beoordeling van de Dienst Toeslagen over de aard van de woning.