2003-01-01 | BWBR0001827 | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-01 12:00:00 +00:00
parent fa8c9245a7
commit c68d029c08

View file

@ -421,7 +421,7 @@ Ten aanzien van curatoren in een faillissement, bewindvoerders in een surséance
Bij een betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene kan vermelding van hun namen en woonplaatsen achterwege blijven indien deze geschiedt:
a. aan de laatste woonplaats van de overledene, mits aldaar nog de overlevende echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, een broer, een zuster of een nabestaande in de rechte lijn woont,
b. aan de persoon of de woonplaats van een executeur-testamentair, van een ten tijde van het overlijden fungerend curator of bewindvoerder, of, indien bij een dagvaarding verzet, hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld, aan het kantoor van de advocaat, procureur of deurwaarder bij wie de overledene laatstelijk woonplaats heeft gekozen, of
b. aan de persoon of de woonplaats van een executeur of door de rechtbank benoemde vereffenaar van de nalatenschap, van een ten tijde van het overlijden fungerend curator of bewindvoerder, of, indien bij een dagvaarding verzet, hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld, aan het kantoor van de advocaat, procureur of deurwaarder bij wie de overledene laatstelijk woonplaats heeft gekozen, of
c. aan de persoon of de woonplaats van een van de erfgenamen, mits binnen een jaar na het overlijden, in welk geval het exploot tevens moet worden aangekondigd in een landelijk dagblad of een dagblad verschijnend in de streek waar de laatste woonplaats van de overledene was; een en ander onverminderd de mogelijkheid van betekening aan ieder van de erfgenamen afzonderlijk op de gewone wijze.
### Artikel 54
@ -959,7 +959,7 @@ Indien de eiser ten onrechte procureur heeft gesteld, wordt de zaak voortgezet m
**3.** De gedaagde brengt alle excepties en zijn antwoord ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen.
**4.** Erfgenamen die in termen van beraad zijn en zij die na ontbinding van een gemeenschap van goederen in termen van beraad zijn, kunnen echter hun verweer tot een beroep daarop beperken.
**4.** In afwijking van het derde lid kunnen zij die beroep willen doen op de termijn van artikel 104 van Boek 1 of van artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, hun verweer tot dit beroep beperken.
**5.** De conclusie van antwoord vermeldt de bewijsmiddelen waarover gedaagde kan beschikken tot staving van de gronden van zijn verweer, alsmede de getuigen die hij daartoe kan doen horen. De rechter kan gedaagde bevelen alsnog de ontbrekende gegevens te verstrekken.
@ -1970,7 +1970,7 @@ In zaken van afwezigheid of vermissing is bevoegd de rechter van de verlaten woo
### Artikel 268
In zaken betreffende nalatenschappen is mede bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de overledene.
In zaken betreffende nalatenschappen is bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de overledene. In afwijking van de eerste zin is in zaken die volgens afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, bevoegd de rechter van de woonplaats van de rechthebbende.
### Artikel 269
@ -2444,7 +2444,7 @@ Indien tijdig beroep in cassatie van een vonnis is ingesteld, doch dit vonnis vo
### Artikel 341
Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende den loop van den termijn voor het hooger beroep, kan het beroep door hare erfgenamen of rechtverkrijgenden nog worden ingesteld binnen drie maanden na het overlijden, of, zoo zij van het regt van beraad gebruik maken, binnen vier weken na afloop van den daarvoor gestelden termijn.
Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de termijn voor het hoger beroep, kan het beroep door haar erfgenamen of rechtverkrijgenden nog worden ingesteld binnen drie maanden na het overlijden, of binnen een maand na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 342
@ -2550,9 +2550,11 @@ Vervallen
**2.** Door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. De artikelen 340 en 350, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de nieuwe termijn van hoger beroep openstaat voor degene die beroep in cassatie heeft ingesteld. Bij het beroepschrift worden zoveel afschriften gevoegd als er anderen dan hij in eerste aanleg zijn opgeroepen.
**3.** Van tussenbeschikkingen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald of artikel 75, eerste lid, van toepassing is.
**3.** De termijn loopt in zaken die volgens afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, vanaf de dag van de uitspraak, behoudens voor zover het niet verschenen belanghebbenden betreft die, hoewel zij ten tijde van de indiening van het verzoekschrift bekend waren, niet bij name, en zo zij toen onbekend waren, in het geheel niet zijn opgeroepen. Voor de in de vorige zin bedoelde belanghebbenden loopt de termijn vanaf de betekening van de beschikking of het tijdstip waarop de beschikking hun op andere wijze bekend geworden is. Hetzelfde geldt in zaken betreffende executele en vereffening van een nalatenschap.
**4.** Indien hoger beroep is ingesteld, kan ondanks het verstrijken van de in de eerste zin van het tweede lid genoemde termijn en ondanks berusting ieder van de aldaar genoemde personen alsnog bij verweerschrift incidenteel hoger beroep instellen.
**4.** Van tussenbeschikkingen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald of artikel 75, eerste lid, van toepassing is.
**5.** Indien hoger beroep is ingesteld, kan ondanks het verstrijken van de in de eerste zin van het tweede lid genoemde termijn en ondanks berusting ieder van de aldaar genoemde personen alsnog bij verweerschrift incidenteel hoger beroep instellen.
### Artikel 359
@ -2779,7 +2781,7 @@ Vervallen
**1.** Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de cassatietermijn vangt voor de erfgenamen of rechtverkrijgenden een nieuwe termijn aan op de dag na die van het overlijden.
**2.** Maken zij van het recht van beraad gebruik, dan kan het beroep nog worden ingesteld binnen vier weken na afloop van de daarvoor gestelde termijn.
**2.** In ieder geval kan het beroep nog worden ingesteld binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 404
@ -5556,9 +5558,11 @@ Verlof tot verzegeling kan worden verzocht:
2°. zo zich onder 1° bedoelde personen onbekwamen bevinden, die geen wettelijke vertegenwoordiger hebben, of, indien deze afwezig is, door een bloed- of aanverwant van de onbekwame;
3°. in geval van een nalatenschap:
a. mede door de overgebleven echtgenoot of de overgebleven partner bij een geregistreerd partnerschap of door de uitvoerders van een uiterste wilsbeschikking;
a. mede door de overgebleven echtgenoot of de overgebleven partner bij een geregistreerd partnerschap of door een executeur van de nalatenschap;
b. zo noch de onder *a* bedoelde personen, noch een der erfgenamen aanwezig mocht zijn, door een dergenen die in dienst van de overledene waren of met hem samenwoonden;
4°. door een schuldeiser van de nalatenschap of gemeenschap, doch alleen indien hij zonder de verzegeling ernstig gevaar zou lopen zijn vordering niet te kunnen verhalen.
b. zo de nalatenschap onder bewind staat: door de bewindvoerder;
4°. door een schuldeiser van de nalatenschap of gemeenschap, doch alleen indien hij zonder de verzegeling ernstig gevaar zou lopen zijn vordering niet te kunnen verhalen;
5°. door een door de rechter benoemde vereffenaar van de nalatenschap of gemeenschap.
**2.** Het verlof wordt slechts gegeven, indien de verzoeker zijn recht of bevoegdheid en een voldoende ernstig belang bij de verzegeling summierlijk aannemelijk maakt.
@ -5671,6 +5675,41 @@ Indien partijen het niet eens worden over de aanwijzing van de schatters, worden
Geschillen die in verband met een verzegeling, ontzegeling of boedelbeschrijving rijzen, worden in kort geding gebracht voor de voorzieningenrechter van de rechtbank in welker rechtsgebied de verzegeling is geschiedt of de te beschrijven boedel zich geheel of grotendeels bevindt.
#### Afdeling A. Rechtsmiddelen tegen beschikkingen in procedures betreffende een nalatenschap
### Artikel 676a
Geen andere voorziening dan cassatie in het belang der wet staat open tegen beschikkingen ingevolge:
a. artikel 25, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
b. artikel 77 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
c. artikel 143 lid 1, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
d. artikel 147, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
e. artikel 149, tweede lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
f. artikel 150 lid 2, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
g. artikel 157, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
h. artikel 164, tweede lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
i. artikel 173, derde zin, van van Boek 4 het Burgerlijk Wetboek, waarbij een machtiging als in die bepaling bedoeld wordt verleend;
j. artikel 185 lid 2 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek waarbij maatregelen als in die bepaling bedoeld worden voorgeschreven;
k. artikel 185, derde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
l. artikel 191, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij maatregelen als in die bepaling bedoeld worden voorgeschreven;
m. artikel 192, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
n. artikel 196, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
o. artikel 197, tweede lid, eerste zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
p. artikel 201, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
q. artikel 202, eerste lid, onder a, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
r. artikel 206, vijfde lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
s. artikel 211, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
t. artikel 215, tweede lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
u. artikel 218, eerste lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
v. artikel 221, tweede lid, eerste zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
w. artikel 223, eerste lid, tweede zin, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek;
x. artikel 226, derde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij een machtiging als in die bepaling bedoeld wordt verleend.
### Artikel 676b
Van de beschikkingen van de rechter-commissaris ingevolge afdeling 3 van titel 6 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek is gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank toegelaten, behoudens voor zover het beschikkingen betreft waartegen, indien zij door de kantonrechter waren gegeven, geen hogere voorziening is toegelaten.
#### Afdeling Vijfde. Van de verdeling van een gemeenschap
### Artikel 677