diff --git a/amvb/ambtsinstructie-voor-de-politie-de-koninklijke-marechaussee-en-de-buitengewoon-o/BWBR0006589/README.md b/amvb/ambtsinstructie-voor-de-politie-de-koninklijke-marechaussee-en-de-buitengewoon-o/BWBR0006589/README.md index c1907940486..57774f2bc9b 100644 --- a/amvb/ambtsinstructie-voor-de-politie-de-koninklijke-marechaussee-en-de-buitengewoon-o/BWBR0006589/README.md +++ b/amvb/ambtsinstructie-voor-de-politie-de-koninklijke-marechaussee-en-de-buitengewoon-o/BWBR0006589/README.md @@ -268,17 +268,17 @@ Vervallen De meerdere licht de ambtenaar zo spoedig mogelijk in over de afhandeling van de melding. Desgevraagd worden aan de ambtenaar tussentijds inlichtingen verstrekt. -## Hoofdstuk 3. Veiligheidsfouillering +## Hoofdstuk 3. Veiligheids- en vervoersfouillering ### Artikel 20 -**1.** Het onderzoek, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Politiewet 2012, geschiedt door het oppervlakkig aftasten van de kleding en wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen. +**1.** Het onderzoek aan de kleding, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Politiewet 2012, en het onderzoek aan de kleding van een te vervoeren persoon, bedoeld in het vierde lid van dat artikel, geschiedt door het oppervlakkig aftasten van de kleding en wordt zo veel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen. -**2.** Het onderzoek, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Politiewet 2012 wordt uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen. +**2.** Als de ambtenaar bij het onderzoek, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Politiewet 2012, of bij het onderzoek, bedoeld in het vierde lid van dat artikel, ten behoeve van het vervoer van een persoon, voorwerpen aantreft die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen, neemt hij die voorwerpen in bewaring. ### Artikel 21 -De ambtenaar die een onderzoek als bedoeld in artikel 7, derde of vierde lid, van de Politiewet 2012 heeft uitgevoerd, meldt dit onverwijld schriftelijk aan de meerdere, onder vermelding van de redenen die tot dit onderzoek hebben geleid. +De ambtenaar die een onderzoek aan kleding of voorwerpen heeft uitgevoerd als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Politiewet 2012 meldt dit onverwijld schriftelijk aan de meerdere, onder vermelding van de redenen die tot dit onderzoek hebben geleid. ## Hoofdstuk 4. Handboeien @@ -378,30 +378,48 @@ e. informatie over de gang van zaken in het politiecellencomplex. ### Artikel 28 -**1.** De ambtenaar onderzoekt de ingeslotene direct voorafgaand aan de insluiting, door het aftasten en doorzoeken van diens kleding op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen vormen. +**1.** De ambtenaar onderzoekt de ingeslotene direct voorafgaand aan de insluiting, door het aftasten en doorzoeken van diens kleding en van de voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich mee voert op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen vormen. -**2.** Bij het aantreffen van voorwerpen als bedoeld in het eerste lid, neemt de ambtenaar deze in bewaring. +**2.** Bij het aantreffen van voorwerpen die een gevaar kunnen vormen als bedoeld in het eerste lid, neemt de ambtenaar deze in bewaring. **3.** Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen. +**4.** De ambtenaar die het onderzoek heeft uitgevoerd, maakt hiervan onverwijld schriftelijk rapport op ten behoeve van de meerdere. + ### Artikel 29 **1.** De ambtenaar kan slechts van de ingeslotene verlangen dat deze zich ontkleedt indien: -a. de kleding tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of van anderen kan vormen en een hulpofficier van justitie daarvoor toestemming heeft gegeven; -b. de kleding tijdens de insluiting naar het oordeel van de arts een gevaar voor de gezondheid van betrokkene of van anderen kan vormen. +a. met toepassing van artikel 7, vijfde of zesde lid, van de Politiewet 2012 is bepaald dat betrokkene aan of in zijn lichaam wordt onderzocht, +b. de kleding tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of van anderen kan vormen en een hulpofficier van justitie daarvoor toestemming heeft gegeven, of +c. de kleding tijdens de insluiting naar het oordeel van de arts een gevaar voor de gezondheid van betrokkene of van anderen kan vormen. -**2.** De ambtenaar neemt de kleding, bedoeld in het eerste lid, in bewaring en draagt zorg voor vervangende kleding. +**2.** Bij toepassing van het eerste lid, onder b of c, neemt de ambtenaar de kleding in bewaring en draagt hij zorg voor vervangende kleding. + +### Artikel 29a + +**1.** Voordat de officier van justitie met toepassing van artikel 7, zesde lid, van de Politiewet 2012 bepaalt dat de ingeslotene in het lichaam wordt onderzocht, wordt de ingeslotene gehoord, zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal. + +**2.** Zo nodig geschiedt het horen met bijstand van een tolk. Van het horen wordt aantekening gehouden. + +**3.** + +Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien: + +a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; +b. de gemoedstoestand van de ingeslotene daaraan in de weg staat. + +**4.** De ingeslotene ontvangt van de beslissing tot toepassing van artikel 7, zesde lid, van de Politiewet 2012 onverwijld schriftelijk en zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. + +**5.** De mededeling vermeldt bij welke functionaris een klacht kan worden ingediend. ### Artikel 30 -**1.** De ambtenaar die een onderzoek als bedoeld in artikel 28, eerste lid, heeft uitgevoerd, maakt hiervan onverwijld schriftelijk rapport op ten behoeve van de meerdere. +**1.** De ambtenaar tekent nauwkeurig alle voorwerpen en kledingstukken die hij in bewaring heeft genomen, op. Bij voorwerpen van een geringe omvang en waarde kan worden volstaan met een globale aanduiding. -**2.** De ambtenaar tekent nauwkeurig alle voorwerpen en kledingstukken die hij in bewaring heeft genomen, op. Bij voorwerpen van een geringe omvang en waarde kan worden volstaan met een globale aanduiding. - -**3.** Een afschrift van de aantekening, bedoeld in het tweede lid, wordt door de ingeslotene en de ambtenaar ondertekend en aan de ingeslotene overhandigd. +**2.** Een afschrift van de aantekening, bedoeld in het eerste lid, wordt door de ingeslotene en de ambtenaar ondertekend en aan de ingeslotene overhandigd. ### Paragraaf 3. Permanente camera-observatie @@ -455,7 +473,7 @@ De ambtenaar zorgt ervoor dat bij de invrijheidstelling van een persoon die zich ### Artikel 36a -**1.** De ambtenaarvan een bijzondere opsporingsdienst handelt overeenkomstig de artikelen 2, 4, 5, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 10, 10a, 12a, 12b, 12c, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16,17, 19, 20, eerste lid, 21, 22 en 23 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de politiechef» gelezen: het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst. In artikel 20, eerste lid, wordt voor «artikel 7, derde lid, van de Politiewet 2012» gelezen: artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. In artikel 21 wordt voor «artikel 7, derde of vierde lid, van de Politiewet 2012» gelezen: artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. +**1.** De ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst handelt overeenkomstig de artikelen 2, 4, 5, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 10, 10a, 12a, 12b, 12c, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16, 17 en 19 tot en met 23 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de politiechef» gelezen: het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst. In artikel 20 wordt voor «artikel 7, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012» gelezen: artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. In artikel 21 wordt voor «onderzoek aan kleding of voorwerpen» gelezen «onderzoek aan kleding» en wordt voor «artikel 7, derde lid, van de Politiewet 2012» gelezen «artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten». **2.** @@ -473,7 +491,7 @@ De ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst maakt bij de uitoefening van zi ### Artikel 37 -**1.** Indien Onze Minister ingevolge artikel 7, zevende lid, van de Politiewet 2012, heeft bepaald dat een buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is tot de uitoefening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste en derde lid van dat artikel, handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar overeenkomstig de artikelen 5, 17, 19, 20, eerste lid, en 21 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de politiechef» gelezen: de meerdere. +**1.** Indien Onze Minister ingevolge artikel 7, negende lid, van de Politiewet 2012, heeft bepaald dat een buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is tot de uitoefening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid van dat artikel, handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar overeenkomstig de artikelen 5, 17, 19, 20 en 21 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de politiechef» gelezen: de meerdere. **2.** Indien de aanwijzing mede omvat het gebruik van een wapen, een surveillancehond dan wel handboeien handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar mede overeenkomstig de artikelen 4, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 8, 9, 10, 10a, 12a, 12b, 12c, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16 respectievelijk 22 en 23 van dit besluit. @@ -491,13 +509,13 @@ De buitengewoon opsporingsambtenaar die bevoegd is tot het gebruik van een wapen ### Artikel 39 -De buitengewoon opsporingsambtenaar is niet eerder bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 bedoelde bevoegdheden dan nadat die bevoegdheid is aangetekend op de akte van beëdiging en is gebleken van zijn bekwaamheid in de uitoefening daarvan. +De buitengewoon opsporingsambtenaar is niet eerder bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 bedoelde bevoegdheden dan nadat die bevoegdheid is aangetekend op de akte van beëdiging en is gebleken van zijn bekwaamheid in de uitoefening daarvan. ## Hoofdstuk 8. Slotbepalingen ### Artikel 39a -Dit besluit berust op artikel 7, zevende lid, en artikel 9 van de Politiewet 2012 en artikel 6, vijfde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. +Dit besluit berust op artikel 7, negende lid, en artikel 9 van de Politiewet 2012 en artikel 6, vijfde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. ### Artikel 40