diff --git a/wet/herinrichtingswet-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veenkoloniën/BWBR0003143/README.md b/wet/herinrichtingswet-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veenkoloniën/BWBR0003143/README.md index 6ec04bc35c1..20668560d9c 100644 --- a/wet/herinrichtingswet-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veenkoloniën/BWBR0003143/README.md +++ b/wet/herinrichtingswet-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veenkoloniën/BWBR0003143/README.md @@ -159,9 +159,9 @@ Voor Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën wordt een herinrichting ### Artikel 13 -**1.** Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stellen, gehoord de Rijksplanologische Commissie en in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken, van Financiën en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, het herinrichtingsprogramma vast binnen zes maanden nadat zij het ontwerp herinrichtingsprogramma of het laatst vastgestelde gedeelte daarvan hebben ontvangen. Indien en voor zover Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bij de vaststelling afwijken van het ontwerp, zoals dit door provinciale staten is vastgesteld, geven zij de redenen daarvoor aan. Onze Minister doet hiervan schriftelijk mededeling aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, uiterlijk dertig dagen nadat het in dit lid bedoelde besluit is genomen. +**1.** Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stellen, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken, van Financiën en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het herinrichtingsprogramma vast binnen zes maanden nadat zij het ontwerp herinrichtingsprogramma of het laatst vastgestelde gedeelte daarvan hebben ontvangen. Indien en voor zover Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij de vaststelling afwijken van het ontwerp, zoals dit door provinciale staten is vastgesteld, geven zij de redenen daarvoor aan. Onze Minister doet hiervan schriftelijk mededeling aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, uiterlijk dertig dagen nadat het in dit lid bedoelde besluit is genomen. -**2.** De vaststelling van het herinrichtingsprogramma vindt niet eerder plaats dan nadat de streekplannen voor Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn vastgesteld. +**2.** De vaststelling van het herinrichtingsprogramma vindt niet eerder plaats dan nadat de structuurvisies voor Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening zijn vastgesteld. **3.** Onze Minister deelt zijn standpunt naar aanleiding van de ingebrachte bedenkingen en het in eerste lid van artikel 12 bedoelde rapport schriftelijk en met redenen omkleed aan degenen die bedenkingen hebben ingebracht mede, uiterlijk dertig dagen nadat het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen. @@ -175,6 +175,8 @@ Voor Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën wordt een herinrichting **2.** Een in gang gezette procedure tot wijziging van het herinrichtingsprogramma ontneemt aan het tot dan toe geldende programma, voor zover niet tot voorwerp van wijziging gemaakt, niet de betekenis van grondslag voor de herinrichtingsplannen. +**3.** Bij een herziening van het herinrichtingsprogramma wordt rekening gehouden met een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, die betrekking heeft op Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën. + ### Artikel 15 Het herinrichtingsprogramma dient als grondslag voor de herinrichtingsplannen.