From c719ee92e9243d38dcc8adcf586effd3fbd6f473 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-07-01 | BWBR0026054 | Wet investeren in jongeren --- .../BWBR0026054/README.md | 131 ++++++++++-------- 1 file changed, 75 insertions(+), 56 deletions(-) diff --git a/wet/wet-investeren-in-jongeren/BWBR0026054/README.md b/wet/wet-investeren-in-jongeren/BWBR0026054/README.md index 12d363d4c99..5f0148f5ef3 100644 --- a/wet/wet-investeren-in-jongeren/BWBR0026054/README.md +++ b/wet/wet-investeren-in-jongeren/BWBR0026054/README.md @@ -41,7 +41,7 @@ b. indien zij, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8 ### Artikel 2a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning mede verstaan een woonwagen of een woonschip. ### Artikel 3 @@ -83,7 +83,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1°. de gehuwden tezamen; 2°. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen; 3°. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen; -– *kind:* het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; +– *kind:* het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 17 en 35, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind; – *ten laste komend kind:* het kind voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; – *zelfstandige:* de persoon die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die: @@ -98,7 +98,8 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – *inkomensvoorziening:* de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 24; -– *werkleeraanbod:* het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen scholing, opleiding of sociale activering alsmede ondersteuning bij arbeidsinschakeling. +– *werkleeraanbod:* het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen scholing, opleiding of sociale activering alsmede ondersteuning bij arbeidsinschakeling; +– *inkomensvoorzieningsnorm:* de op grond van de artikelen 26 tot en met 29 op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van de artikelen 30 tot en met 35 door het college vastgestelde verhoging of verlaging. **2.** Onder scholing of opleiding als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs. @@ -115,12 +116,16 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: ### Artikel 7 +**1.** + In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -– *inkomen:* inkomen als bedoeld in de artikel 32, eerste en tweede lid, 33, eerste tot en met derde lid, van de Wet werk en bijstand; +– *inkomen:* inkomen als bedoeld in de artikelen 32, eerste en tweede lid, en 33, eerste tot en met derde lid, van de Wet werk en bijstand; – *middelen:* middelen als bedoeld in artikel 31 van de Wet werk en bijstand, met dien verstande dat de onderdelen c, j, k en n, van het tweede lid van dat artikel niet van toepassing zijn. – *vermogen:* vermogen als bedoeld in artikel 34, eerste tot en met derde lid, van de Wet werk en bijstand. +**2.** In het eerste lid wordt in de definitie van «middelen» tot 1 januari 2011 in plaats van «k en n» gelezen: k en o. + ### Artikel 8 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: @@ -184,7 +189,7 @@ c. de jongeren of vertegenwoordigers worden voorzien van de voor een adequate de Recht op een werkleeraanbod heeft desgevraagd: a. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 16 tot en met 17 jaar bevindt, geen scholing of opleiding volgt, minder dan 16 uur per week arbeid verricht en die heeft voldaan aan de kwalificatieplicht, bedoeld in paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969, dan wel aan wie een vrijstelling van die kwalificatieplicht is verleend; -b. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 26 jaar bevindt en wiens in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de op hem van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 29, waarbij voor het in aanmerking te nemen inkomen het inkomen van de echtgenoot buiten beschouwing wordt gelaten. +b. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 26 jaar bevindt en wiens in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm, waarbij voor het in aanmerking te nemen inkomen het inkomen van de echtgenoot buiten beschouwing wordt gelaten. **2.** Het recht, bedoeld in het eerste lid, bestaat jegens het college van de gemeente waar de jongere woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. @@ -238,7 +243,7 @@ b. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 26 jaar bevind ### Artikel 19 -Indien de jongere na afronding van de uitvoering van het werkleeraanbod een in aanmerking te nemen inkomen heeft dat lager is dan de op hem van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 29, doet het college, aansluitend op dat werkleeraanbod ambtshalve aan die jongere een nieuw werkleeraanbod. +Indien de jongere na afronding van de uitvoering van het werkleeraanbod een in aanmerking te nemen inkomen heeft dat lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm, doet het college, aansluitend op dat werkleeraanbod ambtshalve aan die jongere een nieuw werkleeraanbod. ### Artikel 20 @@ -293,8 +298,8 @@ e. een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel De jongere van 18 jaar of ouder, die een aanvraag als bedoeld in artikel 14 heeft ingediend, heeft recht op een inkomensvoorziening indien: -a. hij geen in aanmerking te nemen vermogen heeft, en -b. zijn in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de op hem van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 29. +a. er geen in aanmerking te nemen vermogen is, en +b. het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm. **2.** De inkomensvoorziening wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht is ontstaan, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 14. @@ -317,15 +322,15 @@ b. de inkomensvoorziening in natura verstrekken. Voor een jongere die alleenstaande is, is de norm per kalendermaand: -a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 220,01per 1 januari 2010: € 224,43; -b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 636,69 per 1 januari 2010: € 649,52. +a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 220,01per 1 juli 2010: € 225,35; +b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 636,69 per 1 juli 2010: € 652,19. ### Artikel 27 Voor een jongere die alleenstaande ouder is, is de norm per kalendermaand: -a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 474,68 per 1 januari 2010: € 484,24; -b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 891,36 per 1 januari 2010: € 909,33. +a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 474,68 per 1 juli 2010: € 486,22; +b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 891,36 per 1 juli 2010: € 913,06. ### Artikel 28 @@ -333,30 +338,26 @@ b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevin Voor jongeren die gehuwd zijn en geen te hunnen laste komende kinderen hebben, is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 440,02 per 1 januari 2010: € 448,86; -b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 856,70 per 1 januari 2010: € 873,95; -c. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 27 jaar of ouder bevindt: € 220,01 per 1 januari 2010: € 224,43; -d. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37 per 1 januari 2010: € 1.299,04; -e. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 27 jaar of ouder bevindt: € 636,69 per 1 januari 2010: € 649,52. +a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 440,02 per 1 juli 2010: € 450,70; +b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 856,70 per 1 juli 2010: € 877,53; +c. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37. **2.** Voor jongeren die gehuwd zijn en een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben, is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 694,69 per 1 januari 2010: € 708,67; -b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 1 111,37 per 1 januari 2010: € 1.133,76; -c. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 27 jaar of ouder bevindt: € 474,68 per 1 januari 2010: € 484,24; -d. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37 per 1 januari 2010: € 1.299,04; -e. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 27 jaar of ouder bevindt: € 891,36 per 1 januari 2010: € 909,33. +a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 694,69 per 1 juli 2010: € 711,57; +b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 1 111,37 per 1 juli 2010: € 1.138,41; +c. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37. **3.** Indien een van de gehuwden geen recht op inkomensvoorziening heeft, is voor de rechthebbende echtgenoot de norm gelijk aan de norm die voor hem als alleenstaande of als alleenstaande ouder zou gelden. **4.** -In afwijking van het derde lid wordt, indien gehuwden een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben en een van de gehuwden algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, die algemene bijstand in mindering gebracht op: +In afwijking van het derde lid wordt, indien gehuwden een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben en een van de gehuwden algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, de op die gehuwde van toepassing zijnde bijstandsnorm in mindering gebracht op: a. de norm, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt; -b. de norm, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt. +b. de norm, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt. ### Artikel 29 @@ -364,8 +365,8 @@ b. de norm, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, indien de jongste echtgenoot Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een jongere die alleenstaande of een alleenstaande ouder is: € 283,55 per 1 januari 2010: € 289,26; -b. jongeren die gehuwd zijn: € 441,04 per 1 januari 2010: € 449,92. +a. een jongere die alleenstaande of een alleenstaande ouder is: € 283,55 per 1 juli 2010: € 290,45; +b. jongeren die gehuwd zijn: € 441,04 per 1 juli 2010: € 451,76. **2.** @@ -380,11 +381,11 @@ b. voor gehuwden met € 77,00 per 1 januari 2010: € 81,00. **1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in de artikelen 26, onderdeel b, en 27, onderdeel b, met een toeslag voor zover de jongere hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. -**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 254,67 per 1 januari 2010: € 259,81 per kalendermaand. +**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 254,67 per 1 juli 2010: € 260,87 per kalendermaand. ### Artikel 31 -Het college kan de norm, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdelen a, b en d, en tweede lid, onderdelen a, b en d, verlagen voor zover de jongeren lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. +Het college kan de norm, bedoeld in artikel 28, eerste, tweede en derde lid, verlagen voor zover de jongeren lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. ### Artikel 32 @@ -417,15 +418,13 @@ b. jegens een jongere niet gelijktijdig gebruik gemaakt wordt van de bevoegdhede ### Artikel 36 -**1.** In de inkomensvoorziening is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,7 procent per 1 oktober 2009: 5 procent van de norm, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 29. +**1.** De hoogte van de inkomensvoorziening is het verschil tussen het inkomen en de inkomensvoorzieningsnorm. -**2.** De inkomensvoorziening wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de inkomensvoorziening verleent, op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet. +**2.** In de inkomensvoorziening is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 5 procent van die inkomensvoorziening. -**3.** Op de van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikelen 26, 27, 28, eerste lid, onderdelen c en e, en tweede lid, onderdelen c en e, en artikel 29, eerste lid, onderdeel a, wordt het in aanmerking te nemen inkomen van de betrokken jongere in mindering gebracht. +**3.** De inkomensvoorziening wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de inkomensvoorziening verleent, op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet. -**4.** Op de van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onderdelen a, b en d, en tweede lid, onderdelen a, b, en d, en 29, eerste lid, onderdeel b, wordt het in aanmerking te nemen inkomen van de echtgenoten tezamen in mindering gebracht. - -**5.** +**4.** Indien een van de gehuwden geen recht op inkomensvoorziening heeft, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het inkomen van de gehuwden tezamen, met inbegrip van de inkomensvoorziening die zou worden verleend indien zijn inkomen niet in aanmerking wordt genomen, meer zou bedragen dan: @@ -435,15 +434,20 @@ b. indien de echtgenoot die geen recht heeft op inkomensvoorziening 27 jaar of o 1°. indien de gehuwden geen te hunnen laste komende kinderen hebben: a. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b; -b. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel d; +b. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel c; 2°. indien de gehuwden een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben: a. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b; -b. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel d. +b. indien de jongste echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt, de norm, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel c. -**6.** In afwijking van het vijfde lid wordt, indien de gehuwden gescheiden leven, doch niet duurzaam gescheiden, het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot slechts in aanmerking genomen voor zover dat de van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikel 28, derde lid, te boven gaat. +**5.** -**7.** Indien inkomen in natura wordt genoten wordt de waarde daarvan vastgesteld op het daarvoor door de jongere opgeofferde bedrag. +In afwijking van het vierde lid wordt, indien de gehuwden gescheiden leven, doch niet duurzaam gescheiden, het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot slechts in aanmerking genomen voor zover het: + +a. indien hij geen ten laste komende kinderen heeft, de inkomensvoorzieningsnorm niet te boven gaat die van toepassing zou zijn indien hij een rechthebbende alleenstaande van 26 jaar was; +b. indien hij ten laste komende kinderen heeft, de inkomensvoorzieningsnorm niet te boven gaat die van toepassing zou zijn indien hij een rechthebbende alleenstaande ouder van 26 jaar was. + +**6.** Indien een jongere die recht heeft op een inkomensvoorziening in de omstandigheid verkeert dat hij, op basis van een overeenkomst met een ander persoon, met die ander persoon een kind overwegend in gelijke mate verzorgt en onderhoudt, zonder met die andere persoon een gezamenlijke huishouding te voeren, stemt het college de inkomensvoorziening af op die omstandigheid. ### Artikel 37 @@ -454,7 +458,7 @@ Het college verleent uiterlijk binnen vier weken na de datum waarop de aanvraag, a. de jongere de voor de vaststelling van het recht op inkomensvoorziening van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de jongere anderszins onvoldoende medewerking verleent; b. bij de aanvraag duidelijk is dat geen recht op inkomensvoorziening bestaat. -**2.** De hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt in ieder geval 90% van de norm die naar verwachting op de jongere van toepassing zal zijn, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen. +**2.** De hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt in ieder geval 90% van de hoogte van de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 36, eerste lid. **3.** Indien de inkomensvoorziening wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een voorschot is verleend, wordt deze inkomensvoorziening zonder machtiging van de jongere verrekend met dit voorschot. @@ -473,7 +477,7 @@ b. anderszins geen recht op inkomensvoorziening heeft. **4.** De inkomensvoorziening wordt uitbetaald aan ieder van de rechthebbende echtgenoten voor de helft, dan wel op hun gezamenlijk verzoek aan een van hen voor het geheel. -**5.** In geval van overlijden van een van de echtgenoten die rechthebbend is, van de alleenstaande ouder, van het laatste ten laste komende kind van gehuwden waarvan de leeftijd van een echtgenoot of beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar is, of van het laatste ten laste komende kind van de alleenstaande ouder, wordt de inkomensvoorziening tot en met één maand na de dag van het overlijden, betaald naar de op het moment van overlijden van toepassing zijnde norm aan de andere echtgenoot, de ten laste komende kinderen, de echtgenoten, onderscheidenlijk de gewezen alleenstaande ouder. +**5.** In geval van overlijden van een van de echtgenoten die rechthebbend is, van de alleenstaande ouder, van het laatste ten laste komende kind van gehuwden waarvan de leeftijd van een echtgenoot of beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar is, of van het laatste ten laste komende kind van de alleenstaande ouder, wordt de inkomensvoorziening tot en met één maand na de dag van het overlijden, betaald naar de op het moment van overlijden van toepassing zijnde inkomensvoorzieningsnorm aan de andere echtgenoot, de ten laste komende kinderen, de echtgenoten, onderscheidenlijk de gewezen alleenstaande ouder. ### Artikel 39 @@ -487,7 +491,11 @@ b. anderszins geen recht op inkomensvoorziening heeft. ### Artikel 39a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de inkomensvoorziening verleend om niet. + +**2.** Indien het college de inkomensvoorziening verleent in de vorm van een geldlening kan het college hieraan verplichtingen verbinden die zijn gericht op meer zekerheid voor de nakoming van de aan deze inkomensvoorziening verbonden rente- en aflossingsverplichtingen. + +**3.** Indien de jongere aan wie een inkomensvoorziening in de vorm van een geldlening wordt verleend een inkomensvoorziening, algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand of een uitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die inkomensvoorziening, algemene bijstand of uitkering. ### Artikel 40 @@ -523,14 +531,15 @@ b. voor zover de jongere of zijn gezin een beroep kan doen op een naar zijn aard c. voor zover uit houding en gedragingen van de jongere ondubbelzinnig blijkt dat deze de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5, niet wil nakomen; d. indien de jongere wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is; e. indien de jongere per kalenderjaar langer dan dertien weken verblijf houdt buiten Nederland, dan wel een aaneengesloten periode van langer dan vier weken verblijf houdt buiten Nederland; -f. indien het werkleeraanbod op grond van artikel 21 is ingetrokken; +f. indien het werkleeraanbod op grond van artikel 21 is ingetrokken, tenzij het werkleeraanbod is ingetrokken uitsluitend omdat het college van oordeel is dat om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet kan worden gevergd dat de jongere uitvoering geeft aan het werkleeraanbod; g. indien de jongere rechtens zijn vrijheid is ontnomen; h. indien de jongere zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult; i. gedurende de periode dat het recht op een werkleeraanbod is opgeschort; j. indien de jongere 18, 19 of 20 jaar is en in een inrichting verblijft; k. indien de jongere een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt of indien hij is gehuwd met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt; l. indien de jongere onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of indien de jongere gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de jongere alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg; -m. indien de jongere een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand. +m. indien de jongere een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand; +n. indien de jongere van het werkleeraanbod is uitgesloten op grond van artikel 22. **2.** Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. @@ -538,7 +547,14 @@ m. indien de jongere een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op ### Artikel 42a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De jongere die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft recht op een inkomensvoorziening voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring, van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd. + +**2.** + +Indien voor de jongere, bedoeld in het eerste lid, recht op een inkomensvoorziening bestaat, heeft die inkomensvoorziening de vorm van een geldlening: + +a. indien de inkomensvoorziening over een periode van een jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover de inkomensvoorziening wordt verleend, naar verwachting meer bedraagt dan het netto minimumloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid; en +b. voor zover het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan het vermogen, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de Wet werk en bijstand. ### Artikel 43 @@ -547,7 +563,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt, worden herzien: a. met het percentage van deze wijziging, de normen, genoemd in de artikelen 26 tot en met 28, en het bedrag, genoemd in artikel 30, tweede lid; -b. het percentage, genoemd in artikel 36, eerste lid, zodanig dat dit gelijk is aan de procentuele verhouding tussen de netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag over het minimumloon en het netto minimumloon. Onder netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag wordt verstaan het verschil tussen het netto minimumloon en het netto minimumloon zoals dat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, zou zijn berekend zonder rekening te houden met de aanspraak op vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. +b. het percentage, genoemd in artikel 36, tweede lid, zodanig dat dit gelijk is aan de procentuele verhouding tussen de netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag over het minimumloon en het netto minimumloon. Onder netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag wordt verstaan het verschil tussen het netto minimumloon en het netto minimumloon zoals dat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, zou zijn berekend zonder rekening te houden met de aanspraak op vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. **2.** Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt, worden de normen, genoemd in artikel 29, eerste lid, herzien met het percentage van deze wijziging. @@ -592,7 +608,7 @@ f. op advies van een arts zich te onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling ### Artikel 47 -**1.** Indien de inkomensvoorziening wordt verleend over een periode, waarover een voorschot is ontvangen met toepassing van artikel 31, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 47a, eerste lid, van Ziektewet, artikel 67, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 50, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 55, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 47, tweede lid van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, al dan niet met gelijktijdige toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Toeslagenwet, en dit voorschot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt teruggevorderd, kan deze inkomensvoorziening zonder machtiging van de jongere tot het bedrag van dit voorschot aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden betaald. +**1.** Indien de inkomensvoorziening wordt verleend over een periode, waarover een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Toeslagenwet of een inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten als voorschot op grond van artikel 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht betaalbaar is gesteld en dit voorschot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt teruggevorderd, kan deze inkomensvoorziening op grond van deze wet zonder machtiging van de jongere tot het bedrag van dit voorschot aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden betaald. **2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, vergoedt de gemeente aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tevens de over de te verlenen inkomensvoorziening verschuldigde loonbelasting, premies volksverzekeringen en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet. @@ -711,9 +727,10 @@ c. de gegevens niet herleidbaar zijn tot individuele natuurlijke personen. Het college kan de kosten van de inkomensvoorziening terugvorderen, voor zover die inkomensvoorziening: a. ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; -b. op grond van artikel 32 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op inkomensvoorziening bestaat; -c. anderszins onverschuldigd is betaald, omdat de jongere naderhand met betrekking tot de periode waarover de inkomensvoorziening is verleend, over in aanmerking te nemen vermogen of inkomen beschikt of kan beschikken; of -d. anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen. +b. op grond van artikel 37 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op inkomensvoorziening bestaat; +c. in de vorm van geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen; +d. anderszins onverschuldigd is betaald, omdat de jongere naderhand met betrekking tot de periode waarover de inkomensvoorziening is verleend, over in aanmerking te nemen vermogen of inkomen beschikt of kan beschikken; of +e. anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen. **2.** Indien het college op grond van artikel 16, derde lid, gehouden is kosten verbonden aan een werkleeraanbod, of een inkomensvoorziening over een bepaalde periode aan een andere gemeente te vergoeden, geschiedt de terugvordering over die periode, voor zover zij nog niet heeft plaatsgehad, door het college van eerstgenoemde gemeente. @@ -721,11 +738,11 @@ d. anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelij **4.** Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de op de terugvordering betrekking hebbende kosten. Loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de inkomensvoorziening verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, kunnen worden teruggevorderd, voor zover deze belasting, premies en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding. -**5.** Terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering. +**5.** Terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering. ### Artikel 55 -**1.** Indien de inkomensvoorziening overeenkomstig een norm als bedoeld in artikel 28, eerste lid, had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven, omdat de jongere de verplichtingen, bedoeld in artikel 44, of artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van de inkomensvoorziening mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen bij de verlening van de inkomensvoorziening rekening had moeten worden gehouden. +**1.** Indien de inkomensvoorziening overeenkomstig een norm als bedoeld in artikel 28 had moeten worden verleend maar zulks achterwege is gebleven, omdat de jongere de verplichtingen, bedoeld in artikel 44, of artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van de inkomensvoorziening mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen bij de verlening van de inkomensvoorziening rekening had moeten worden gehouden. **2.** De in het eerste lid bedoelde persoon is mede hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van kosten van de inkomensvoorziening die worden teruggevorderd. @@ -735,16 +752,16 @@ d. anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelij **2.** Het college kan de kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54 en 55 invorderen bij dwangbevel. -**3.** Indien de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54 en 55, worden teruggevorderd algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die kosten met die algemene bijstand of die uitkering. +**3.** Indien de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54 en 55, worden teruggevorderd een inkomensvoorziening, algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die kosten met die inkomensvoorziening, die algemene bijstand of die uitkering. -**4.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4.4.4.2.10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd. +**4.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd. **5.** Zolang de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet of niet behoorlijk nakomt: -a. is het college, in afwijking van artikel 4.4.1.9, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; -b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4.4.4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij invordering van kosten van de inkomensvoorziening bij dwangbevel. +a. is het college, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; +b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij invordering van kosten van de inkomensvoorziening bij dwangbevel. **6.** Terugvordering van kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54 en 55, is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen omschreven in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. @@ -870,7 +887,7 @@ Wijzigt deze wet. ### Artikel 86 -**1.** Op de jongere die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, blijft de Wet werk en bijstand van toepassing tot het tijdstip waarop die jongere zijn recht op algemene bijstand verliest, met dien verstande dat die jongere in ieder geval twaalf maanden na inwerkingtreding van deze wet het recht op algemene bijstand verliest. +**1.** Op de jongere die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, blijft de Wet werk en bijstand van toepassing tot het tijdstip waarop die jongere zijn recht op algemene bijstand verliest, met dien verstande dat die jongere in ieder geval met ingang van 1 juli 2010 het recht op algemene bijstand verliest. **2.** Gedurende de periode dat de jongere op grond van het eerste lid recht op algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand heeft, is deze wet niet een voorliggende voorziening in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand. @@ -882,6 +899,8 @@ a. alleenstaande ouder is; b. in een gemeente woont die deelneemt aan het experiment dat op het moment van inwerkingtreding van deze wet bestaat op grond van artikel 83 van de Wet werk en bijstand; en c. op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand en deze algemene bijstand sindsdien onafgebroken ontvangt. +**4.** Artikel 7, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van het bij Koninklijke boodschap van 10 december 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten ter verduidelijking en verbetering van enige punten (Kamerstukken 32 260) nadat dat tot wet is verheven, blijft tot en met die dag van toepassing met betrekking tot inkomen uit studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten dat minder bedraagt dan het op grond van artikel 7, eerste lid, in aanmerking te nemen inkomen uit die bronnen. + ### Artikel 87 Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan het college, nadat het gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met deze aanwijzing.