2013-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent ad06ab10fc
commit c722cfdb0c

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008
bwb_id: BWBR0024096
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2012-02-08'
datum_inwerkingtreding: '2012-12-21'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096
citeertitel: Leidraad Invordering 2008
---
@ -342,7 +342,7 @@ Een kennisgeving blijft achterwege als betaling plaatsvindt op grond van een mac
## 7a. Uitbetaling van belastingteruggaven
In aansluiting op artikel 4:89 Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
In aansluiting op artikel 4:89 van de Awb Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling;
uitbetalingsfouten.
@ -823,7 +823,7 @@ Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redel
Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebruik gemaakt:
als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet volledig kan worden ingevorderd; en
als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet kan worden ingevorderd; en
de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden geacht.
Het wegvoeren van zaken, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een actie op grond van artikel 18 van de wet, gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waar de belastingdeurwaarder die de zaken wil wegvoeren werkzaam is. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende directeur of van een andere door die directeur daartoe aangewezen functionaris. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende voorzitter of van een andere door die voorzitter daartoe aangewezen functionaris.
@ -1147,7 +1147,7 @@ Voor deze aanslagen geldt naast de voorwaarden genoemd onder a en b als
#### 19.2.1. Aan te melden schulden in faillissement
In een faillissement vallen de belastingschulden en ook de invorderingsrente en heffingsrente voor zover zij materieel zijn ontstaan vóór de dag van de faillietverklaring. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de materiële belastingschuld ontstaat van dag tot dag tenzij het tegendeel blijkt:
In een faillissement vallen de belastingschulden en ook de invorderingsrente belastingrente en heffingsrente voor zover zij materieel zijn ontstaan vóór de dag van de faillietverklaring. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de materiële belastingschuld ontstaat van dag tot dag tenzij het tegendeel blijkt:
Belastingschulden ontstaan tot aan de datum van het faillissement worden als faillissementsschulden aangemerkt.
Belastingschulden ontstaan vanaf de datum van het faillissement zijn niet verifieerbaar en moeten eventueel als boedelschuld worden aangemeld.
@ -1490,14 +1490,18 @@ De executie met toepassing van het bodemrecht van zaken, waarvan de ontvanger we
In twijfelgevallen wordt de zaak vooraf aan het oordeel van de directeur onderworpen.
## 22a. en artikel 23
## 22a. Bijzonder verhaalsrecht in relatie tot autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen
In aansluiting op artikel 22a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het bijzondere verhaalsrecht in relatie tot autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen. Er zijn in deze leidraad op artikel 23 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
In aansluiting op artikel 22a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het bijzondere verhaalsrecht in relatie tot autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen.
### 22a.1. Autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen
Motorrijtuigen die toebehoren aan autoverhuurbedrijven of leasemaatschappijen zullen in beginsel geen voorwerp zijn van het bijzondere verhaalsrecht van artikel 22a van de wet. Dit is slechts anders als sprake is van misbruik of als de belasting die betrekking heeft op het betreffende motorrijtuig niet is betaald. In het laatste geval blijft de toepassing van het verhaalsrecht beperkt tot die belasting.
## 23
Er zijn in deze leidraad op artikel 23 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 23a. Bijzonder verhaalsrecht op goederen van het afgezonderd particulier vermogen en op goederen van een derde waarin het afgezonderd particulier vermogen een belang heeft van 5 percent of meer
In aansluiting op artikel 23a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
@ -1812,6 +1816,10 @@ Hiervan kan worden afgeweken als de financiële situatie van de belastingschuldi
Als de ontvanger overgaat tot verrekening, licht hij de belastingschuldige in bij de bekendmaking van de beschikking omtrent zijn beweegredenen.
#### 25.2.7a. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel
Als de ontvanger bij het verlenen van het uitstel geen nadere voorwaarden heeft gesteld, kan hij uiterlijk binnen vier maanden vanaf de datum dat het uitstel is verleend voor het ingediende bezwaarschrift schriftelijk aan de belastingschuldige nadere voorwaarden stellen. De ontvanger maakt alleen gebruik van deze mogelijkheid in situaties dat de looptijd voor het afdoen van het bezwaarschrift in relatie tot de hoogte van het bestreden bedrag van de aanslag daartoe aanleiding geeft. Indien de belastingschuldige tijdig voldoet aan deze voorwaarden, continueert de ontvanger het uitstel. De ontvanger trekt het uitstel in als de belastingschuldige niet aan deze voorwaarden voldoet.
#### 25.2.8. Geen uitstel voor het niet-bestreden bedrag
Als sprake is van een bestreden en niet-bestreden bedrag van een belastingaanslag, dan verleent de ontvanger uitstel onder de opschortende voorwaarde dat het niet-bestreden bedrag per omgaande dan wel tijdig wordt betaald.
@ -1876,7 +1884,7 @@ In beginsel wijst de ontvanger verzoeken af om betalingsregelingen voor de belas
#### 25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling
Tijdens een betalingsregeling verrekent de ontvanger belastingteruggaven en andere teruggaven met een openstaande belastingschuld. Als daar aanleiding toe is, kan de ontvanger afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven. Tenzij anders overeengekomen, verrekent de ontvanger een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting niet met een belastingschuld waarvoor een betalingsregeling is verleend. De ontvanger kan echter een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting verrekenen met een belastingschuld gedurende de behandeling van een verzoek om een betalingsregeling.
Tijdens een betalingsregeling verrekent de ontvanger belastingteruggaven en andere teruggaven met een openstaande belastingschuld. Als daar aanleiding toe is, kan de ontvanger afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven. Tenzij anders overeengekomen, verrekent de ontvanger een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting niet met een belastingschuld waarvoor een betalingsregeling is verleend.
#### 25.4.4. Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance
@ -1911,7 +1919,7 @@ De ontvanger kan alvorens het uitstel te verlenen zekerheid eisen als de aard en
Op schriftelijk of telefonisch verzoek kan zonder nader onderzoek een betalingsregeling worden getroffen met een looptijd tot maximaal vier maanden na de laatste vervaldag van de (oudste) aanslag, als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
a. De totale openstaande schuld van de belastingschuldige bedraagt minder dan € 20.000. Hierbij wordt geen rekening gehouden met belastingschuld waarvoor uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaar- of beroepschrift is verleend.
b. Er staat ten name van de belastingschuldige geen zakelijke schuld open in de zin van artikel 22, derde lid, van de wet.
b. Vervallen.
c. Aan de belastingschuldige is niet voor dezelfde belastingaanslag of voor andere belastingaanslagen uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen of uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag verleend.
d. Het verzoek betreft niet een voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet die in meerdere termijnen betaald mag worden.
e. De belastingschuldige heeft geen belastingschuld openstaan waarvoor een dwangbevel is betekend.
@ -1974,6 +1982,40 @@ Aan het verlenen van een betalingsregeling stelt de ontvanger de voorwaarde dat
Bovendien stelt de ontvanger de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld (zie artikel 25.1.13 van deze leidraad). De hoogte van de zekerheid moet gelijk zijn aan de schuld waarvoor uitstel wordt verzocht.
#### 25.6.2a. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers
In bijzondere omstandigheden kan de ontvanger desgevraagd uitstel voor een langere periode verlenen of zonder dat voor het volledige bedrag zekerheid is gesteld. Daartoe moet de ondernemer aan de hand van een door een derde deskundige opgestelde verklaring (zie artikel 25.6.2B) het voor de ontvanger aannemelijk maken dat:
a. het gaat om werkelijk bestaande betalingsproblemen;
b. die betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn;
c. die betalingsproblemen vóór een bepaald tijdstip zullen worden opgelost; en
d. dat er sprake is van een levensvatbare onderneming.
De ontvanger kan bij het verlenen van dit uitstel nadere voorwaarden stellen. Om bij onvoorziene tegenslagen de mogelijke verliezen voor de Staat te beperken, wordt zoveel als mogelijk is door de ontvanger zekerheid verlangt. De zekerheid kan ook omvatten een (bodem)beslag.
#### 25.6.2b. Verklaring derde deskundige
De verklaring van de derde deskundige bevat een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen, gaat in op de aannemelijkheid van de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming, de haalbaarheid van het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand en geeft blijk van de waarneming van de aan dat oordeel ten grondslag liggende feiten en omstandigheden door de deskundige.
Aan de derde deskundige worden geen formele eisen gesteld. Het kan bijvoorbeeld gaan om een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie of de (huis)accountant. De ontvanger kan aan de verklaring van de derde deskundige ook eisen stellen.
#### 25.6.2c. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend
De ontvanger verleent in ieder geval geen uitstel van betaling als voor de belastingschuld waarvoor uitstel is gevraagd al uitstel op grond van artikel 25.6.2D is verleend, ongeacht of dit uitstel nog loopt of reeds is beëindigd.
#### 25.6.2d. Kort uitstel van betaling voor ondernemers
Ondernemers kunnen zonder nader onderzoek op schriftelijk of telefonisch verzoek kort uitstel van betaling krijgen. Dit uitstel bedraagt maximaal vier maanden na de laatste vervaldag van de (oudste) aanslag.
De voorwaarden die aan de ontvanger stelt aan dit uitstel zijn:
a. De totale openstaande schuld van de belastingschuldige bedraagt minder dan € 20.000. Hierbij wordt geen rekening gehouden met belastingschuld waarvoor uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaar- of beroepschrift is verleend.
b. Er staan ten name van de belastingschuldige geen belastingaanslagen open waarvoor dwangbevelen zijn betekend.
c. Er staat geen vergrijpboete open.
d. Aan de belastingschuldige is niet voor dezelfde belastingaanslag of voor andere aanslagen uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen of uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag verleend.
e. Het verzoek betreft niet een voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet die in meerdere termijnen betaald mag worden.
f. Er is geen sprake van een aangifteverzuim.
#### 25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers
Voor ex-ondernemers is het uitstelbeleid van toepassing zoals dat geldt voor particulieren, ook als de belastingschuld betrekking heeft op de ondernemingsperiode.
@ -2452,19 +2494,11 @@ De ontvanger kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift de ver
### 28.4. Verzuim van de Belastingdienst en invorderingsrente
Als de behandeling van een bezwaarschrift meer tijd heeft gevergd dan gebruikelijk is, moet de hierdoor belopen rente volledig worden voldaan. Slechts als sprake is van een buitensporig lange behandeling zonder dat de belastingschuldige daarop invloed heeft kunnen uitoefenen, kan er voor de ontvanger aanleiding bestaan om met betrekking tot de rente een tegemoetkoming te verlenen. Het moet gaan om extreme, schrijnende situaties en de geleden schade moet hoofdzakelijk het gevolg zijn van een duidelijk verzuim van de Belastingdienst.
De belastingschuldige moet het aan de Belastingdienst te wijten rentenadeel aannemelijk maken. De ontvanger vermindert de rente in overeenstemming met het aangetoonde rentenadeel.
De ontvanger kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift de verschuldigde rente verminderen.
20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M01-01-201320122684028-12-201220122684028-12-201201-01-2013Wijziging is herplaatst.
### 28.5. Rente- of schadevergoeding
Als na formalisering van een uit te betalen bedrag de daadwerkelijke uitbetaling veel langer op zich laat wachten dan gebruikelijk is en deze vertraging is aan de Belastingdienst te wijten, dan vergoedt de ontvanger rente over de periode waarin van vertraging sprake is geweest.
De ontvanger moet een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om rente- of schadevergoeding motiveren. Als de rechthebbende verzoekt om herziening van de beschikking van de ontvanger, dan stuurt de ontvanger dit verzoek door aan het cluster Bedrijf van het Directoraat-generaal Belastingdienst.
De ontvanger beslist op een verzoek om rente- of schadevergoeding binnen acht weken. Als dit niet mogelijk is, stelt de ontvanger de verzoeker hiervan in kennis onder vermelding van de termijn waarbinnen wel kan worden beslist.
20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M01-01-201320122684028-12-201220122684028-12-201201-01-2013Wijziging is herplaatst.
### 28.6. Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk
@ -2474,15 +2508,15 @@ Kwijtschelding van uitsluitend invorderingsrente is niet mogelijk. De ontvanger
#### 28.7.1. Vergoeding invorderingsrente
Als de vermindering van een belastingaanslag tevens een gevolg is van de verrekening van een verlies van een volgend jaar, brengt de ontvanger voor de vergoeding van invorderingsrente een splitsing aan in het bedrag van de vermindering.
Voor de beantwoording van de vraag of en in hoeverre de belastingschuldige voor een vergoeding van invorderingsrente in aanmerking komt, gaat de ontvanger na in hoeverre de belastingaanslag ook zou zijn verminderd als er geen sprake was geweest van verliesverrekening. De ontvanger vergoedt alleen rente over het deel van de vermindering dat ook zonder verliesverrekening zou hebben geleid tot een terug te geven bedrag.
20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M01-01-201320122684028-12-201220122684028-12-201201-01-2013Wijziging is herplaatst.
#### 28.7.2. Verschuldigde invorderingsrente
Als een belastingaanslag wordt verminderd als gevolg van een verlies van een volgend jaar, wordt deze vermindering voor de berekening van de invorderingsrente behandeld als een betaling op de belastingaanslag. Als dag van betaling geldt de dagtekening van de verminderingsbeschikking.
20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M20122684028-12-201221-12-2012BLKB2013/M01-01-201320122684028-12-201220122684028-12-201201-01-2013Wijziging is herplaatst.
In het geval dat de bedoelde belastingaanslag geheel of gedeeltelijk is voldaan, wordt over de vermindering geen invorderingsrente vergoed.
## 28a. en
Er zijn in deze leidraad op artikel 28a en artikel 28b van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 29
@ -2543,9 +2577,9 @@ In de belangenafweging die aan de aansprakelijkstelling voorafgaat, wordt in beg
De ontvanger merkt een belastingschuld in principe aan als een gemeenschapsschuld. De ontbinding van een goederengemeenschap ontheft de echtgenoten niet van hun aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden die zijn ontstaan vóór de ontbinding van de gemeenschap. Ieder van de echtgenoten blijft aansprakelijk voor het geheel van de gemeenschapsschulden waarvoor hij/zij voordien aansprakelijk was.
### 32.3. Heffingsrente en aansprakelijkheid
### 32.3. Belastingrente, heffingsrente en aansprakelijkheid
Voor de toepassing van artikel 32, lid 2, van de wet, wordt in rekening gebrachte heffingsrente beschouwd als een in te vorderen bedrag dat verband houdt met de belasting waarvoor de aansprakelijkheid geldt.
Voor de toepassing van artikel 32, lid 2, van de wet, wordt in rekening gebrachte heffingsrente (over de tijdvakken tot en met 31 december 2012) en belastingrente (over de tijdvakken met ingang van 1 januari 2013) beschouwd als een in te vorderen bedrag dat verband houdt met de belasting waarvoor de aansprakelijkheid geldt.
## 33. Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle rijksbelastingen
@ -2590,6 +2624,14 @@ Voor de toepassing van artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt als
De ontvanger kan de gewezen bestuurder aansprakelijk stellen voor de belastingschuld waarvoor hij ten tijde van zijn bestuursperiode hoofdelijk aansprakelijk was, te weten de schuld die in deze periode materieel is ontstaan.
### 33.7. Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers
Bestuurders van lichamen zonder rechtspersoonlijkheid of van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam dat niet volledig rechtsbevoegd is alsmede leiders van een vaste inrichting van een niet in Nederland gevestigd lichaam dan wel de in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger van dat lichaam, zijn niet aansprakelijk voor zover zij bewijzen dat de niet-betaling niet aan hen is te wijten.
Niet-verwijtbaarheid wordt naar redelijkheid en billijkheid beoordeeld, waarbij veel afhankelijk is van de feitelijke omstandigheden. Zo kan van niet-verwijtbaarheid sprake zijn als een ondernemer, hoewel hij de nodige voorzieningen heeft getroffen om eventuele tegenslagen in zijn bedrijf het hoofd te bieden, toch wordt geconfronteerd met niet te voorziene calamiteiten. Daaronder is begrepen een sterk verslechterde economische situatie van zodanige omvang dat hij ondanks zijn voorzorgen niet meer in staat is zijn betalingsverplichtingen na te komen.
Ook kan plotseling betalingsonmacht ontstaan door een bijzondere gebeurtenis, bijvoorbeeld een niet voorzienbare, omvangrijke miscalculatie of door het faillissement van een belangrijke debiteur. Bij dit laatste geldt echter dat een ondernemer die zijn bedrijf uitoefent op een te zwakke financiële basis zich niet gemakkelijk op niet-verwijtbaarheid zal kunnen beroepen.
## 34. Inlenersaansprakelijkheid
In aansluiting op artikel 34 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
@ -2752,6 +2794,10 @@ Bij een daarop volgende aansprakelijkstelling van de inlener, zal de ontvanger h
Als in verband met het voorgaande de aansprakelijke inlener onder wie derdenbeslag is gelegd, zich in zijn op grond van artikel 476a Rv af te leggen verklaring beroept op verrekening ter verzekering van zijn (voorwaardelijke) regresvordering op de uitlener, dan verklaart de ontvanger schriftelijk dat hij de inlener niet aansprakelijk zal houden voor de in totaal af te dragen geldsommen als gevolg van het derdenbeslag.
### 34.9. Latere brutering en inlenersaansprakelijkheid
De inlener is ook aansprakelijk voor de loonheffingen die verschuldigd zijn als gevolg van een latere brutering. Een latere brutering kan zich bijvoorbeeld voordoen als blijkt dat de uitlener de nageheven loonheffingen niet op zijn werknemer(s) heeft verhaald en dus voor eigen rekening neemt. De loonheffingen die als gevolg van dit 'voor eigen rekening nemen' verschuldigd zijn, worden aangemerkt als 'belasting ter zake van het werk'.
## 35. Ketenaansprakelijkheid
In aansluiting op artikel 35 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
@ -3684,6 +3730,10 @@ Het is de ontvanger niet toegestaan een invorderingsonderzoek te doen instellen,
Onder gegevens die voor de invordering van de eigen belastingschulden van de belastingschuldige van belang zijn, vallen ook de gegevens die de ontvanger nodig heeft om te beoordelen of hij mogelijk derden aansprakelijk kan stellen.
### 58.3. Invorderingsonderzoek tijdens faillissement
In faillissement worden de belangen van de ontvanger naast die van andere schuldeisers feitelijk behartigd door de curator. Als de ontvanger een verzoek krijgt van de curator om een onderzoek in te stellen, moet het onderzoek in het teken van het invorderingsbelang staan. De ontvanger stelt geen onderzoek in als hij vermoedt dat de informatie er slechts toe strekt dat de curator de (niet fiscale) boedelschulden kan innen.
## 59. Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde
In aansluiting op artikel 59 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de teruggave van gegevensdragers aan derde.
@ -3911,14 +3961,15 @@ Zie voor verplichtingensignaal in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement artike
Voor de situatie dat een belastingschuldige, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, verzoekt om kwijtschelding van nadien opgekomen belastingschulden die niet zijn aan te merken als boedelschuld, wordt verwezen naar artikel 26.2.17 van deze leidraad.
#### 73.2.2. Na de toepassing van de WSNP
#### 73.2.2. De
Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de ontvanger bij de bewindvoerder zijn aangemeld. Mocht in dit verband sprake zijn van een als natuurlijke verbintenis aan te merken aanslag in de premie voor de volksverzekeringen, dan wordt zon aanslag niet meer bij de Sociale Verzekeringsbank aangemeld in verband met schuldig-nalatig verklaring als bedoeld in artikel 61 Wet financiering sociale verzekeringen.
Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de ontvanger in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:
de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst; en
over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Belastingdienst.
de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst;
over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Belastingdienst; en
de bewindvoerder zelf tijdig relevante wijzigingen zoals bedoeld in artikel 17 Awir heeft doorgegeven, dan wel heeft bewaakt dat de belastingschuldige dit heeft gedaan.
Belastingteruggaven die zijn vastgesteld nadat de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is geëindigd en die betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd.
@ -3928,6 +3979,14 @@ Ook na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger d
Reeds in gang gezette aansprakelijkheidsprocedures kan de ontvanger voortzetten.
#### 73.2.3. De
De WSNP kan ook eindigen zonder schone lei (artikel 358, tweede lid, Fw) en de reeds verstrekte schone lei kan worden ingetrokken (artikel 358a, eerste lid, Fw). In die situaties kan de ontvanger de invordering hervatten.
#### 73.2.4. De
Als een schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd in de zin van artikel 350, vijfde lid, Fw, blijft omzetting in faillissement achterwege als er geen baten beschikbaar zijn. In die situatie geldt het invorderingsbeleid voor natuurlijke personen bij opheffing van een faillissement wegens gebrek aan baten (artikel 73.4.14).
### 73.3. Insolventieprocedure surséance
#### 73.3.1. Uitstel, kwijtschelding en surséance
@ -4113,8 +4172,9 @@ In de kennisgeving moet zijn gesteld dat de overeenkomst na eindcontrole is beë
Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de minnelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging van die regeling, zal de ontvanger in beginsel, als de schuldenaar aan zijn verplichtingen uit die regeling heeft voldaan, afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:
de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst; en
hij over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Belastingdienst.
de schuldhulpverlener de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst;
hij over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Belastingdienst; en
De schuldhulpverlener zelf tijdig relevante wijzigingen zoals bedoeld in artikel 17 Awir heeft doorgegeven, dan wel heeft bewaakt dat de belastingschuldige dit heeft gedaan.
### 73.5a. Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten
@ -4635,7 +4695,7 @@ Hoofdstuk 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bevat de
Paragraaf 3 van hoofdstuk 2 Awir omschrijft de bevoegdheden die Belastingdienst/Toeslagen heeft om een teruggevorderde toeslag in te vorderen. Dit hoofdstuk beschrijft het beleid bij invordering van toeslagschuld.
De voorzitter van het managementteam van Belastingdienst/Toeslagen heeft de directeuren van de onderdelen van de Belastingdienst die zijn belast met de invordering van rijksbelastingen, mandaat verleend om namens Belastingdienst/Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Belastingdienst/Toeslagen.
De directeur van Belastingdienst/Toeslagen heeft de directeuren van de onderdelen van de Belastingdienst die zijn belast met de invordering van rijksbelastingen, mandaat verleend om namens Belastingdienst/Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Belastingdienst/Toeslagen.
De belastingdeurwaarder is in de Awir bevoegd verklaard voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van Belastingdienst/Toeslagen.
@ -4644,6 +4704,7 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
de betalingsherinnering en toeslagschuld;
invordering toeslagschuld door middel van vordering;
faillissement, WSNP en toeslagschuld;
toeslagschuld na de toepassing van de WSNP en MSNP;
toeslagschuld ontstaan gedurende faillissement, WSNP of MSNP;
minnelijke schuldsaneringsregeling en toeslagschuld;
verrekening en beslagvrije voet;
@ -4658,7 +4719,8 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
beslag door derden op toeslag;
informatieverzoek gerechtdeurwaarder omtrent toeslag;
rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen;
verzoekschriften aan andere instellingen.
verzoekschriften aan andere instellingen;
uitbetaling toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren.
### 79.1. De betalingsherinnering en toeslagschuld
@ -4684,6 +4746,10 @@ Gedurende het faillissement of de wettelijke schuldsaneringsregeling vindt evene
Over de betaling van toeslagschuld die is ontstaan gedurende de periode na de datum van de uitspraak tot faillietverklaring dan wel de datum van toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of de minnelijke schuldsaneringsregeling, treedt de ontvanger in overleg met de curator of de bewindvoerder. Als de toeslagschuld niet uit de boedel kan worden voldaan is betaling van de schuld met behulp van een betalingsregeling op de voet van de artikelen 79.7 of 79.8 mogelijk. In het geval van een betalingsregeling op de voet van artikel 79.8 houdt de ontvanger bij de vaststelling van het inkomen van de schuldenaar geen rekening met een eventuele afdracht van een deel van dat inkomen aan de bewindvoerder.
### 79.3b. Toeslagschuld na de toepassing van de
Zie voor toeslagschulden na de toepassing van de WSNP of MSNP de artikelen 73.2.2, 73.2.3 en 73.2.4 onderscheidenlijk 73.5.7.
### 79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling en toeslagschuld
Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in artikel 73.5 van deze leidraad overeenkomstig wordt toepast. In aanvulling op artikel 73.5.2, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.2, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8.
@ -4795,6 +4861,13 @@ In de uitoefening van invorderingstaken door Belastingdienst/Toeslagen kan de St
De Belastingdienst/Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij H.M. de Koningin, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën. Als naar het oordeel van de Belastingdienst/Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.
### 79.15. Uitbetaling van toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren
Belastingdienst/Toeslagen wijkt in de twee volgende situaties af van artikel 25, tweede lid, Awir:
1. Belastingdienst/Toeslagen is tijdig bekend met het feit dat ten aanzien van de derde het faillissement of surseance van betaling is uitgesproken. De betalingen aan deze failliete derde zullen worden stopgezet.
2. Belastingdienst/Toeslagen weet tijdig dat de Belastingdienst het faillissement van de derde heeft aangevraagd of dat de bestuurder van de betreffende instelling zijn eigen faillissement heeft aangevraagd. Belastingdienst/Toeslagen houdt de betalingen aan.
## 80. Invordering,
In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen.