2002-12-01 | BWBR0021207 | Aanwijzing Telecommunicatiewet
This commit is contained in:
parent
450d3a5210
commit
c73be615ed
1 changed files with 75 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,75 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Aanwijzing Telecommunicatiewet
|
||||
bwb_id: BWBR0021207
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-12-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0021207
|
||||
citeertitel: Aanwijzing Telecommunicatiewet
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Aanwijzing Telecommunicatiewet
|
||||
|
||||
## . Achtergrond
|
||||
|
||||
### 1. Telecommunicatiewet
|
||||
|
||||
De ontwikkelingen in de telecommunicatie – zowel in technisch opzicht als in de markt- en dienstensector – zijn de afgelopen tien jaar in een stroomversnelling geraakt. De overheid stimuleert deze ontwikkelingen. De Europese Unie speelt mede een grote rol en voert een beleid dat is gericht op liberalisering en harmonisering van de telecommunicatiesector. De richtlijnen die hieruit zijn voortgekomen noopten en nopen tot vele aanpassingen van de nationale wet- en regelgeving. De laatste belangrijke wijzigingen zijn de inwerkingtreding van de Telecommunicatiewet (hierna TW) op 15 december 1998 (laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2002) als opvolger van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en de implementatie van de EU-richtlijn 99/5/EG (PbEG L 91) betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (hierna: R&TTE-richtlijn). De strafrechtelijk te handhaven artikelen van de TW zijn ondergebracht in de Wet op de economische delicten. De richtlijn voor strafvordering TW heeft betrekking op de hoofdstukken 3 (Frequentiebeleid en frequentiebeheer) en 10 (Apparaten) TW. Zoals hierna zal blijken, strekt de TW zich niet slechts uit tot randapparaten (bv. telefoons) en radiozendapparaten maar tot alle elektrische en elektronische apparaten.
|
||||
|
||||
### 2. Eu-regelgeving
|
||||
|
||||
Voor de onderhavige strafvorderingsrichtlijn zijn de EU-richtlijnen 89/336/EEG inzake Elektromagnetische Compatibiliteit (PbEG L 139)1Laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 93/68/EEG. en R&TTE-richtlijn 99/5/EG (PbEG L 91)van belang. Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in hoofdstuk 10 van de Telecommunicatiewet en verder uitgewerkt in het Besluit Elektromagnetische compatibiliteit2Elektromagnetische compatibiliteit houdt in dat elektrische/elektronische apparaten in hun elektromagnetische omgeving kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken. Bijvoorbeeld: een halogeen lamp mag geen brommend geluid veroorzaken op een radio. (hierna Besluit EMC 2001; Stb. 2001, 564) en het Besluit Randapparaten en Radioapparaten (hierna BRR) (Stb. 2000, 143) en in de daaronder liggende ministeriële regelingen. Deze regelgeving betreft zowel technische eisen waaraan apparaten moeten voldoen als eisen ten aanzien van certificatie en markeringen van apparaten.
|
||||
|
||||
## . Samenvatting
|
||||
|
||||
Deze aanwijzing geeft regels voor het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake radiozendapparaten, elektromagnetische compatibiliteit (EMC)- en randapparatuur (Hoofdstuk 10 van de Telecommunicatiewet).
|
||||
|
||||
## . Toezicht en opsporing
|
||||
|
||||
### 1. Toezicht
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 15.1, eerste lid TW zijn de toezichthoudende ambtenaren van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken (hierna het Agentschap Telecom) (voorheen de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Telecom) aangewezen voor het toezicht op de bepalingen die in dat artikel zijn opgesomd. Daarnaast is een aantal toezichthouders tevens als buitengewoon opsporingsambtenaar aangewezen op grond van artikel 17 WED.
|
||||
|
||||
### 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving
|
||||
|
||||
De handhavingsinstrumenten van de TW bestaan zowel uit strafrechtelijke als bestuursrechtelijke middelen. Het accent zal bij de uitvoering in de praktijk liggen bij bestuursrechtelijke handhaving. Strafrechtelijke handhaving zal worden toegepast daar waar bestuursrechtelijke middelen minder effectief blijken dan wel, indien de mate van overtreding zodanig ernstig is dat een bestuursrechtelijke reactie niet gepast is. De effectiviteit is gelegen in het strafrechtelijk instrumentarium welke ontbreekt bij het bestuursrecht, zoals de mogelijkheid tot de inbeslagneming van apparatuur. In de richtlijn voor strafvordering wordt per basisdelict aangegeven voor welke aanpak primair wordt gekozen. Dit sluit evenwel een samenloop van sancties niet uit. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom. Anders dan de bestuurlijke boete is het wel mogelijk om een last onder dwangsom op te leggen naast een strafrechtelijke boete. In bepaalde gevallen (veelal bij illegale omroepzenders) wordt een afschrift van het proces verbaal naar het Agentschap Telecom gezonden. Deze is bevoegd om een bestuurlijke sanctie in de vorm van een last onder dwangsom op te leggen teneinde een zelfde overtreding in de toekomst te voorkomen3Zie bv ABRvS, 11 februari 2000, JB 2000,75, waarin wordt bevestigd dat een last onder dwangsom naast een strafrechtelijke boete kan worden opgelegd.. In het proces-verbaal wordt aangegeven of en zo ja welke bestuursrechtelijke maatregelen er eerder ten aanzien van verdachte zijn getroffen. Op grond van artikel 15.4 TW vervalt de bevoegdheid tot strafvervolging indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. Andersom geldt eveneens dat de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt wanneer de strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen. Met het Agentschap Telecom is afgesproken dat er geen bestuurlijke boete wordt opgelegd zodra in dezelfde zaak een proces verbaal is ingediend bij het Openbaar Ministerie.
|
||||
|
||||
In zaken die niet (verder) door het OM worden vervolgd wordt binnen drie maanden na inschrijving van de zaak ten parkette, door of namens de OvJ een gemotiveerde kennisgeving van deze beslissing aan het Agentschap Telecom verzonden. Het Agentschap Telecom beoordeelt vervolgens of bestuurlijke sanctionering nog opportuun is. Uitgangspunt daarbij is dat bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving elkaar dienen aan te vullen en op elkaar zijn afgestemd.
|
||||
|
||||
### 3. Illegale omroepzenders
|
||||
|
||||
Onder omroepzenders worden zenders verstaan die programma’s uitzenden bestemd voor eenieder, die deze programma’s wil en kan ontvangen met radio- en televisietoestellen. Illegale omroepzenders kunnen professioneel en niet-professioneel worden gebruikt. Uit de inhoud van het op te maken proces-verbaal moeten aanwijzingen kunnen worden geput voor de vaststelling van het professionele karakter van een omroepzender. Relevant in dit verband kunnen zijn de gebruikte apparatuur, de inrichting van de studio, de exploitatie van de zender door meer personen, reclameboodschappen, het gebruik van technische hulpmiddelen om de opsporing van de zender of van de verantwoordelijk personen te bemoeilijken, het houden van prijsvragen alsmede het (tegen betaling) organiseren van bijvoorbeeld loterijen en bingoavonden.
|
||||
|
||||
### 4. Inbeslagneming
|
||||
|
||||
#### 4.1. Radiozendapparaten bij illegale omroep
|
||||
|
||||
Bij illegale omroepzenders die aangelegd en/of gebruikt zijn vindt inbeslagneming in beginsel plaats van de zender, de voeding, de kabels, microfoon en antenne. Daarnaast dient bij professionele omroepzenders en bij niet-professionele zenders ingeval van recidive tot inbeslagneming van alle voorwerpen, welke bijdragen tot de uitzending (bijv. ook cd’s, grammofoonplaten, bandrecorders en videorecorders) te worden overgegaan.
|
||||
|
||||
#### 4.2. Inbeslagneming van overige illegale radiozendapparaten
|
||||
|
||||
Radiozendapparaten die gebruikt worden zonder vergunning en waarbij sprake is van recidive, gevaarzetting of ernstige storing van de etherorde worden in beslag genomen.
|
||||
|
||||
#### 4.3. Apparatuur die niet voldoet aan
|
||||
|
||||
Apparatuur die niet voldoet aan de
|
||||
|
||||
(technische) eisen als bedoeld in artikel 10.1 TW dan wel geen markering of documenten hebben als bedoeld in 10.2 TW worden in beslag genomen. Hierbij zijn de volgende categorieën aan te wijzen:
|
||||
|
||||
• De bij 4.1. genoemde illegale omroepzenders waarbij het in verreweg de meeste gevallen gaat om radiozendapparaten die niet aan de (technische) eisen voldoen;
|
||||
• Illegale apparatuur die verhandeld wordt en bij de detailhandel wordt aangetroffen;
|
||||
• Radiozendapparaten die niet aan de (technische) eisen voldoen die zijn aangelegd en gebruikt worden door anderen dan illegale omroepzenders, zoals bijvoorbeeld illegale portofoons.
|
||||
|
||||
#### 4.4. Ernstige situatie, overlast , hinder, storing, gevaar of schade veroorzaakt door radiozendapparatuur
|
||||
|
||||
De ernst van de overtreding is afhankelijk van de bestemming van het apparaat en de daarop geprogrammeerde frequentie. Bijvoorbeeld: een mobiele telefoon die stoort op een luchtvaartfrequentie waardoor de veiligheid van het luchtverkeer in gevaar komt is ernstiger dan wanneer zo’n telefoon stoort op een frequentie voor taxicentrales. In het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar wordt aangegeven op welke frequentie(s) de verboden apparatuur stoort en of deze frequentie(s) van vitaal belang zijn.
|
||||
|
||||
## . Strafvordering
|
||||
|
||||
Het strafvorderingsbeleid wordt geregeld door de richtlijn voor strafvordering Telecommunicatiewet (reg. nr…)
|
||||
|
||||
## . Overgangsrecht
|
||||
|
||||
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben onmiddellijke gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
## Bijlage
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue