From c75124b61827c35588ed6ac64f2bcb311fae456e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-01-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 1150 +++++------------ 1 file changed, 288 insertions(+), 862 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index d6fedfaa53b..9be23b91c3b 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -22,19 +22,20 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | APV | Algemene Plaatselijke Verordening | | Awb | Algemene wet bestuursrecht | | BMA | Bureau Medische Advisering | -| BuZa | (Ministerie / Minister van) Buitenlandse Zaken | +| BuZa | (Ministerie/Minister van) Buitenlandse Zaken | | BVV | Basisvoorziening vreemdelingensysteem | -| BZK | (Ministerie / Minister van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | +| BZK | (Ministerie/Minister van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | | CAO | Collectieve arbeidsovereenkomst | | COA | Centraal Orgaan opvang Asielzoekers | | CWI | Centrale organisatie Werk en Inkomen | | DJI | Dienst Justitiële Inrichtingen | | DNRI | Dienst Nationale Recherche Informatie | +| DT&V | Dienst Terugkeer en Vertrek | | EG | Europese Gemeenschap | | EER | Europese Economische Ruimte | | EU | Europese Unie | | EVRM | Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden | -| EZ | (Ministerie / Minister van) Economische Zaken | +| EZ | (Ministerie/Minister van) Economische Zaken | | FAA | Forças Armadas Angolanas | | FLEC | Frente de Libertaçao do Enclave de Cabinda | | GBA | Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens | @@ -46,13 +47,14 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | JDS | Justitieel documentatiesysteem | | KMar | Koninklijke Marechaussee | | KLPD | Korps Landelijke Politiediensten | +| KLM | Koninklijke Luchtvaart Maatschappij | | MPLA | Movimento Popular de Libertaçao de Angola | | MTV | Mobiel Toezicht Vreemdelingen | | mvv | Machtiging tot voorlopig verblijf | | NGO | Non-gouvernementele organisatie | | (N)SIS | (Nationaal) Schengen Informatie Systeem | | NVVB | Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken | -| OCW | (Ministerie / Minister van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen | +| OCW | (Ministerie/Minister van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen | | OM | Openbaar Ministerie | | OPS | Opsporingsregister | | PIL | Protocol Identificatie en Labeling | @@ -71,7 +73,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | Stcrt. | Staatscourant | | SUO | Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen | | SVB | Sociale Verzekeringsbank | -| SZW | (Ministerie / Minister van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid | +| SZW | (Ministerie/Minister van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid | | TBC | Tuberculose | | TBS | Terbeschikkingstelling | | Trb. | Tractatenblad | @@ -87,10 +89,10 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | VN | Verenigde Naties | | VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten | | VRIS | Vreemdelingen in de strafrechtketen | -| VROM | (Ministerie / Minister van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu | +| VROM | (Ministerie/Minister van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu | | VV | Voorschrift Vreemdelingen | | Vw | Vreemdelingenwet | -| VWS | (Ministerie / Minister van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport | +| VWS | (Ministerie/Minister van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport | | Wajong | Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten | | WAO | Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering | | Wav | Wet arbeid vreemdelingen | @@ -102,7 +104,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | Wob | Wet openbaarheid van bestuur | | Wobka | Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie | | WSF | Wet op de Studiefinanciering | -| WSW | Wet Sociale werkvoorziening | +| Wsw | Wet Sociale werkvoorziening | | WvSr | Wetboek van Strafrecht | | WvSv | Wetboek van Strafvordering | | WW | Werkeloosheidswet | @@ -136,137 +138,123 @@ Deel C bevat de algemeen geldende en de bijzondere bepalingen voor vreemdelingen ### 2. Bevoegdheden -De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving (KB van 22 juli 2002, nr. 02.003340). Daar waar in deze circulaire wordt verwezen naar de verantwoordelijke bewindspersoon zal deze worden aangeduid als “de Minister”. - -De Minister heeft zijn bevoegdheden met betrekking tot de coördinatie, regie en de uitvoering van het gezag binnen de vreemdelingenketen gemandateerd aan de Secretaris-Generaal, die dit op zijn beurt heeft doorgemandateerd aan de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken. Laatstgenoemde geeft op grond van artikel 48 Vw namens de Minister aanwijzingen aan de uitvoeringsorganisaties, inclusief aanwijzingen omtrent de behandeling van individuen en bijzondere groepen. In spoedeisende individuele gevallen ligt deze aanwijzingsbevoegdheid bij het Hoofd van de IND teneinde een effectief optreden mogelijk te maken. Voorts is het geven van een bijzondere aanwijzing in het geval van een voorgenomen toegangsweigering aan een vreemdeling die asiel aanvraagt (zie artikel 3, derde lid, Vw) of een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland (zie artikel 8.8, tweede lid, Vb) een bevoegdheid die aan het Hoofd van de IND is doorgemandateerd. Tevens is de uitvoering van de Vw gemandateerd aan het Hoofd van de IND, hetgeen onder meer ziet op het nemen van beslissingen op toelatingsaanvragen. Zie voor de uitwerking van de mandatering binnen het ministerie van Justitie de Regeling van de Minister van Justitie van 12 mei 2005, nr. 5332529/05/DP&O (Stcrt. d.d. 24 mei 2005, nr. 97), de Regeling van de Minister van Justitie van 12 mei 2005, nr. 5295095/04/DP&O (Stcrt. d.d. 24 mei 2005 nr. 97) en het besluit van het Hoofd van de IND van 24 juni 2005, nr. INDUIT05-4081 (AUB) (Stcrt. d.d. 18 juli 2005, nr. 136). - -De minister van BuZa is, op grond van het Soeverein Besluit 1813, bevoegd tot visumverlening. Het Hoofd van de IND is tevens hoofd van de Visadienst en als onbezoldigd ambtenaar van BuZa gemandateerd om namens de Minister van BuZa te beslissen op visumaanvragen en mvv’s. - -Voorts zijn ingevolge de Vw aan de Korpschef en de Commandant der KMar bevoegdheden toegekend en taken opgedragen op het gebied van: - -– toegang (zie A2); -– toezicht (zie A3); -– vertrek en uitzetting (zie A4); -– vrijheidsbeneming (zie A6). - -In hoofdstuk 4 Vw is vastgelegd dat de Korpschef en de Commandant der KMar hun bevoegdheden en taken niet uitoefenen naar eigen beleidsinzicht, maar met inachtneming van de (algemene en bijzondere) aanwijzingen van de Minister (zie ook hoofdstuk 4 Vb). +De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving (KB van 22 juli 2002, nr. 02.003340). Daar waar in deze circulaire wordt verwezen naar de verantwoordelijke bewindspersoon zal deze worden aangeduid als “de Minister”. ### 3. Informatie en contactgegevens De organisaties die belast zijn met de uitvoering van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving dragen ieder zorg voor het organiseren en geven van specifieke voorlichting over de door hen uit te voeren taken. -De vreemdelingenwet- en regelgeving wordt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie geformuleerd. Op internet is het ministerie voor algemene informatie bereikbaar via www.justitie.nl. - -De afdeling Publieksvoorlichting van het ministerie van Justitie is ondergebracht bij de Postbus 51 Informatiedienst, welke op werkdagen te bereiken op het gratis telefoonnummer 0800–8051 en op internet op de website www.postbus51.nl. Bij Postbus 51 kunnen alle algemene vragen worden gesteld over de rijksoverheid. Voor informatie over verblijfsaanvragen wordt verwezen naar de IND. - -Overheidsinstanties die werkzaam zijn binnen de vreemdelingenketen kunnen de website www.vreemdelingenketen.nl bezoeken, welke de onderlinge informatie-uitwisseling tussen deze overheidsinstanties als doel heeft. Om deze website te bezoeken is een gebruikersnaam en een wachtwoord vereist, welke kunnen worden aangevraagd bij de stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen, beheerder van deze website, via www.scv@minjus.nl. - -Hieronder is een alfabetische lijst opgenomen van organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van het vreemdelingenbeleid, de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving. Daarnaast worden organisaties genoemd met een directe relatie tot de vreemdelingenketen en/of die rechtsbijstand of andere ondersteuning verlenen aan vreemdelingen. In het overzicht zijn opgenomen: - -– een korte beschrijving van de werkzaamheden; -– de taken van de organisaties (voor zover deze zien op vreemdelingen); -– de contactgegevens van de betreffende organisaties ten behoeve van vreemdelingen en externen. - De ACVZ is een onafhankelijk adviescollege dat adviezen uitbrengt inzake het vreemdelingenrecht en vreemdelingenbeleid. Zij adviseert daarover gevraagd en ongevraagd aan de Regering en aan het Parlement. -– Telefoon: 070 – 370 43 00 -– Internet: www.acvz.com +• Telefoon: 070 – 370 43 00 +• Internet: www.acvz.com Het COA is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Het COA zorgt voor onderdak gedurende de asielprocedure en bereidt asielzoekers voor op een verblijf in Nederland, terugkeer naar het land van herkomst of doormigratie. -– Telefoon: 0800 – 023 80 23 (gratis) -– Internet: www.coa.nl +• Telefoon: 0800 – 023 80 23 (gratis) +• Internet: www.coa.nl De DJI is verantwoordelijk voor de uitvoering van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, waaronder de vreemdelingenbewaring. -– Telefoon Informatielijn: 070 – 370 27 34 -– Internet: www.dji.nl +• Telefoon Informatielijn: 070 – 370 27 34 +• Internet: www.dji.nl -De directie Coördinatie Integratie Minderheden van het ministerie van Justitie richt zich op de totstandkoming van een samenleving, waarin de in Nederland verblijvende leden van etnische groepen op basis van volwaardig en gedeeld burgerschap kunnen deelnemen. De directie ontwikkelt onder andere het Justitiebeleid met betrekking tot de inburgering, het Nederlanderschap en de Remigratiewet. +De directie Coördinatie Integratie Minderheden van het Ministerie van Justitie richt zich op de totstandkoming van een samenleving, waarin de in Nederland verblijvende leden van etnische groepen op basis van volwaardig en gedeeld burgerschap kunnen deelnemen. De directie ontwikkelt onder andere het Justitiebeleid met betrekking tot de inburgering, het Nederlanderschap en de Remigratiewet. -– Telefoon ministerie van Justitie (algemeen): 070 – 370 79 11 -– Internet: www.justitie.nl +• Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070 – 370 79 11 +• Internet: www.justitie.nl De directie Vreemdelingenbeleid draagt zorg voor de nationale en internationale beleidsontwikkeling op het asiel- en immigratieterrein, alsmede op het terrein van opvang van asielzoekers. Het aandachtsveld van de directie bestaat aldus uit toelating, verblijf, toezicht, terugkeer, grensbewaking, visumbeleid, opvang en de coördinatie van het beleid tot het tegengaan van illegaal verblijf. -De directie heeft verder tot taak het COA binnen de door de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken gestelde kaders beheersmatig en financieel aan te sturen. +De directie heeft verder tot taak het COA binnen de door de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken gestelde kaders beheersmatig en financieel aan te sturen. + +• Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070 – 370 79 11 +• Internet: www.justitie.nl + +De DT&V is als taakorganisatie belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving terzake vertrek en uitzetting. De DT&V bevordert, organiseert en realiseert het daadwerkelijk vertrek uit Nederland van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. Bij het uitvoeren van deze taak staat het stimuleren van het zelfstandig vertrek voorop. Zo nodig realiseert de DT&V het gedwongen vertrek van de vreemdeling uit Nederland. De DT&V voert haar taak uit in samenwerking met andere ketenpartners van de overheid die een taak hebben in het vertrekproces. De DT&V regisseert het vertrekproces op operationeel niveau. Taken die wettelijk zijn voorbehouden aan ambtenaren belast met het toezicht of de grensbewaking, worden niet verricht door de DT&V. + +• Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070-3707911 +• Internet: www.dienstterugkeerenvertrek.nl De IND is onder meer verantwoordelijk voor de beoordeling van alle aanvragen voor toelating en naturalisatie van vreemdelingen. -– Informatielijn IND (beschikbaar voor publiek): 0900 – 12 34 561 (0,10 euro pm) -– Informatielijn IND vanuit het buitenland: +31 20 8893045 -– Telefoon IND Ketenservice (beschikbaar voor ketenpartners): 070 – 888 00 00 -– Piketnummer (buiten kantooruren op werkdagen bereikbaar van 17.00 tot 23.00 uur en in het weekeinde van 7.00 tot 23.00 uur): 070 – 370 60 60 -– Internet: www.ind.nl +• Informatielijn IND (beschikbaar voor publiek): 0900 – 12 34 561 (0,10 euro pm) +• Informatielijn IND vanuit het buitenland: +31 20 8893045 +• Telefoon IND Ketenservice (beschikbaar voor ketenpartners): 070 – 888 00 00 +• Piketnummer (buiten kantooruren op werkdagen bereikbaar van 17.00 tot 23.00 uur en in het weekeinde van 7.00 tot 23.00 uur): 070 – 370 60 60 +• Internet: www.ind.nl IOM richt zich op velerlei migratievraagstukken. Zo biedt IOM ondersteuning aan uitgeprocedeerde vreemdelingen die Nederland vrijwillig willen verlaten, organiseren zij het vervoer van personen naar of uit Nederland en richten zij zich op (her)integratie, bestrijding van mensenhandel, arbeidsmigratie, migratie en ontwikkeling en migratie en gezondheid. -– Telefoon: 0900 – 7464466 (0,05 euro pm) -– Internet: www.iom-nederland.nl +• Telefoon: 0900 – 7464466 (0,05 euro pm) +• Internet: www.iom-nederland.nl De KMar is op de luchthavens en in de zeehavens in Nederland alsmede op zee belast met de grensbewaking. De grensbewaking in het competentiegebied van politieregio Rotterdam-Rijnmond wordt uitgevoerd door de ZHP (zie hieronder), met uitzondering van de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/Europoort. In het kader van de grensbewaking verstrekt de KMar in voorkomende gevallen visa aan de buitengrens. Aan de binnengrens met België en Duitsland en op de luchthaven Schiphol is de KMar belast met de uitvoering van het MTV. Voorts is de KMar verantwoordelijk voor de uitzetting en begeleiding van uitgeprocedeerde vreemdelingen uit Nederland en van aan de grens geweigerde personen. -– Telefoon KMar voorlichting: 070 – 318 83 57 -– Internet: www.kmar.nl +• Telefoon KMar voorlichting: 070 – 318 83 57 +• Internet: www.kmar.nl -Het ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor de behandeling van visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden en mvv’s. Indien ambassades en consulaten niet zelfstandig kunnen of mogen beslissen, worden de visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden – als het gaat om zakenbezoeken, diplomaten, politieke bezoeken, het verrichten van technische werkzaamheden, deelname aan/bijwonen van een congres, conferentie of sportmanifestatie, bezoeken van wetenschappelijke aard, aanvragen van personen uit de voormalige Sovjet republieken, bezoeken van personen die geregistreerd staan in het SIS of op een visumsanctielijst – voorgelegd aan de afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken van de directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken van het ministerie van BuZa (zie voor overige visumaanvragen onder Visadienst). +Het Ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor de behandeling van visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden en mvv’s. Indien ambassades en consulaten niet zelfstandig kunnen of mogen beslissen, worden de visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden – als het gaat om zakenbezoeken, diplomaten, politieke bezoeken, het verrichten van technische werkzaamheden, deelname aan/bijwonen van een congres, conferentie of sportmanifestatie, bezoeken van wetenschappelijke aard, aanvragen van personen uit de voormalige Sovjet republieken, bezoeken van personen die geregistreerd staan in het SIS of op een visumsanctielijst – voorgelegd aan de afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken van de directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van BuZa (zie voor overige visumaanvragen onder Visadienst). -Het ministerie van BuZa is tevens verantwoordelijk voor algemene en individuele ambtsberichten, welke door de Minister gebruikt worden als informatiebron onder andere bij de beoordeling van asielaanvragen. +Het Ministerie van BuZa is tevens verantwoordelijk voor algemene en individuele ambtsberichten, welke door de Minister gebruikt worden als informatiebron onder andere bij de beoordeling van asielaanvragen. -Daarnaast is het ministerie van Buza verantwoordelijk voor het afnemen van het basisexamen inburgering in het buitenland op de Nederlandse posten. +Daarnaast is het Ministerie van Buza verantwoordelijk voor het afnemen van het basisexamen inburgering in het buitenland op de Nederlandse posten. -– Telefoon Visuminformatie: 070 – 348 56 22 -– Telefoon algemeen: 070 – 348 64 86 -– Internet: www.minbuza.nl +• Telefoon Visuminformatie: 070 – 348 56 22 +• Telefoon algemeen: 070 – 348 64 86 +• Internet: www.minbuza.nl De NVVB biedt een platform aan leidinggevenden en medewerkers van organisaties, die zich binnen en buiten de overheid professioneel bezig houden met het brede terrein van Burgerzaken. Onder Burgerzaken vallen activiteiten op het terrein van de GBA en de loketfunctie voor vreemdelingen die een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning willen indienen. De NVVB heeft voor haar gemeentelijke leden een adviesfunctie op het gehele terrein van Burgerzaken in de vorm van een helpdesk. +• Telefoon helpdesk (voor gemeenten): 020 – 551 90 07 of 020 – 551 90 09 +• Internet: www.nvvb.nl + De (vreemdelingen)politie houdt toezicht op personen die in Nederland verblijven, maar niet de Nederlandse nationaliteit hebben en is verantwoordelijk voor de uitzetting van niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen. De Taakorganisatie Vreemdelingen is een landelijk werkend bureau dat de politie adviseert en ondersteunt bij de ontwikkeling van de visie, de strategie en het beleid van de politiële vreemdelingentaak. Daarbij is zij tevens het landelijk aanspreekpunt van waaruit de belangenbehartiging ten behoeve van de vreemdelingenpolitie plaatsvindt en het knooppunt in de communicatie en informatie-uitwisseling tussen de vreemdelingenpolitie onderling en van en naar ketenpartners. -– Telefoon politie algemeen: 0900 – 8844 (lokaal tarief) -– Telefoon Taakorganisatie Vreemdelingen: 030 – 635 33 44 -– Internet: www.politie.nl +• Telefoon politie algemeen: 0900 – 8844 (lokaal tarief) +• Telefoon Taakorganisatie Vreemdelingen: 030 –6348765 +• Internet: www.politie.nl -De RvS is naast onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur ook hoogste algemene bestuursrechter van het land. De ABRS spreekt recht in hoogste instantie in geschillen tussen de burger en de overheid. Sinds de inwerkingtreding van de Vw geldt dit ook voor vreemdelingrechtelijke geschillen. +De RvS is naast onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur ook hoogste algemene bestuursrechter van het land. De ABRvS spreekt recht in hoogste instantie in geschillen tussen de burger en de overheid. Sinds de inwerkingtreding van de Vw geldt dit ook voor vreemdelingrechtelijke geschillen. -– Telefoon publieksvoorlichting: 070 – 426 42 51 of 070 – 426 46 43 -– Telefoon (algemeen en spoedeisende zaken): 070 – 426 44 26 -– Internet: www.raadvanstate.nl +• Telefoon publieksvoorlichting: 070 – 426 42 51 of 070 – 426 46 43 +• Telefoon (algemeen en spoedeisende zaken): 070 – 426 44 26 +• Internet: www.raadvanstate.nl De Raden voor Rechtsbijstand geven uitvoering aan de Wet op de rechtsbijstand, waarin de rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen is geregeld. De raden subsidiëren de Stichting Rechtsbijstand Asiel en zien ook toe op de kwaliteit en voldoende beschikbaarheid van de rechtsbijstandverlening. Voor juridische informatie en advies is er het Juridisch Loket. -– Telefoon Juridisch Loket: 0900-8020 (10 cent pm) -– Internet: www.rvr.org +• Telefoon Juridisch Loket: 0900-8020 (10 cent pm) +• Internet: www.rvr.org -De stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen van het ministerie van Justitie ondersteunt de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken bij de uitoefening van zijn taken als gezagdrager in de vreemdelingenketen. Hierbij heeft de stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen tot taak zorg te dragen voor samenhang tussen de verschillende (uitvoerings)organisaties en (werk)processen uit de vreemdelingenketen en ziet er op toe dat zij hun primaire processen zodanig inrichten en uitvoeren dat vanuit oogpunt van efficiency en effectiviteit een optimaal resultaat in de vreemdelingenketen als geheel wordt bereikt en de beleidsdoelstellingen slagvaardig worden gerealiseerd. De stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen beheert en onderhoudt de website voor de organisaties die onderdeel uitmaken van de vreemdelingenketen. +De Stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen van het Ministerie van Justitie ondersteunt de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken bij de uitoefening van zijn taken als gezagdrager in de vreemdelingenketen. Hierbij heeft de Stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen tot taak zorg te dragen voor samenhang tussen de verschillende (uitvoerings)organisaties en (werk)processen uit de vreemdelingenketen en ziet er op toe dat zij hun primaire processen zodanig inrichten en uitvoeren dat vanuit oogpunt van efficiency en effectiviteit een optimaal resultaat in de vreemdelingenketen als geheel wordt bereikt en de beleidsdoelstellingen slagvaardig worden gerealiseerd. De stafdirectie Coördinatie Vreemdelingenketen beheert en onderhoudt de website voor de organisaties die onderdeel uitmaken van de vreemdelingenketen. -– Telefoon ministerie van Justitie (algemeen): 070 – 370 79 11 -– Internet: www.vreemdelingenketen.nl +• Telefoon Ministerie van Justitie (algemeen): 070 – 370 79 11 +• Internet: www.vreemdelingenketen.nl De SRA organiseert, coördineert en verleent rechtsbijstand aan asielzoekers en bewaakt de kwaliteit van de rechtsbijstand. -– Telefoon: 026 – 353 18 50 -– Internet: www.rechtsbijstandasiel.nl +• Telefoon: 026 – 353 18 50 +• Internet: www.rechtsbijstandasiel.nl -De Visadienst is onderdeel van het ministerie van BuZa. De Minister van BuZa heeft het Hoofd van de IND en het plaatsvervangend Hoofd van de IND mandaat verleend voor het nemen en ondertekenen van besluiten die door hen in hun functie van Hoofd van de Visadienst, respectievelijk plaatsvervangend Hoofd van de Visadienst, namens hem worden genomen. Ondermandaat is verleend aan de ambtenaar belast met de grensbewaking en het toezicht en specifieke functionarissen van de IND voorzover zij besluiten nemen of handelingen verrichten namens het Hoofd van de Visadienst. +De Visadienst is onderdeel van het Ministerie van BuZa. De Minister van BuZa heeft het Hoofd van de IND en het plaatsvervangend Hoofd van de IND mandaat verleend voor het nemen en ondertekenen van besluiten die door hen in hun functie van Hoofd van de Visadienst, respectievelijk plaatsvervangend Hoofd van de Visadienst, namens hem worden genomen. Ondermandaat is verleend aan de ambtenaar belast met de grensbewaking en het toezicht en specifieke functionarissen van de IND voorzover zij besluiten nemen of handelingen verrichten namens het Hoofd van de Visadienst. -De Visadienst behandelt namens de Minister van BuZa alle door de ambassades en consulaten voorgelegde aanvragen voor mvv’s en visumaanvragen voor toerisme, familie- en privé-bezoek, artiesten, studenten, personen die geregistreerd staan in het OPS, stagiaires en medische bezoeken, met uitzondering van personen uit de voormalige Sovjet republieken. De laatste categorie personen dient zich te wenden tot het ministerie van BuZa. Bovendien behandelt de Visadienst aanvragen voor visumverlenging en verlening van terugkeervisa. +De Visadienst behandelt namens de Minister van BuZa alle door de ambassades en consulaten voorgelegde aanvragen voor mvv’s en visumaanvragen voor toerisme, familie- en privé-bezoek, artiesten, studenten, personen die geregistreerd staan in het OPS, stagiaires en medische bezoeken, met uitzondering van personen uit de voormalige Sovjet republieken. De laatste categorie personen dient zich te wenden tot het Ministerie van BuZa. Bovendien behandelt de Visadienst aanvragen voor visumverlenging en verlening van terugkeervisa. -– Contactinformatie: zie IND +• Contactinformatie: zie IND -De VNG verzorgt de belangenbehartiging van alle gemeenten bij andere overheden. Bij de gemeente worden aanvragen voor verblijfsvergunningen regulier en naturalisatie ingediend. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de registratie van persoonsgegevens in de GBA. +De VNG verzorgt de belangenbehartiging van alle gemeenten bij andere overheden. Bij de gemeenten worden aanvragen voor verblijfsvergunningen regulier en naturalisatie ingediend. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de registratie van persoonsgegevens in de GBA. -– Telefoon: 070 – 373 83 93 -– Internet: www.vng.nl +• Telefoon: 070 – 373 83 93 +• Internet: www.vng.nl De Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland behartigt de belangen van vluchtelingen en asielzoekers die zich in Nederland bevinden. -– Telefoon (algemeen): 020 – 346 72 00 -– Internet: www.vluchtelingenwerk.nl +• Telefoon (algemeen): 020 – 346 72 00 +• Internet: www.vluchtelingenwerk.nl De vreemdelingenkamers zijn onderdeel van een rechtbank en houden zich uitsluitend bezig met het behandelen van vreemdelingenrechtelijke geschillen. Formeel behandelt de rechtbank ’s-Gravenhage deze geschillen, maar binnen alle negentien rechtbanken in Nederland zijn zogeheten nevenzittingsplaatsen aangewezen. @@ -274,33 +262,28 @@ Het Landelijk Stafbureau Vreemdelingenkamers biedt ondersteuning op het gebied v Bij het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken dienen vreemdelingenzaken te worden ingediend, waarop deze door het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken zo evenwichtig mogelijk over de nevenzittingsplaatsen worden verdeeld. -– Pikettelefoon van het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken : 023 – 512 66 20 -– Internet: www.rechtspraak.nl +• Pikettelefoon van het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken: 023 – 512 66 20 +• Internet: www.rechtspraak.nl De ZHP is belast met de grensbewaking in het competentiegebied van politieregio Rotterdam-Rijnmond alsmede op zee, het havengerelateerde vreemdelingentoezicht en de bestrijding van (migratie)criminaliteit in de Rotterdamse havens. Daarnaast verzorgt de ZHP in voorkomende gevallen de verlening en verlenging van visa voor in de politieregio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden. -– Telefoon: 0900-8844 (lokaal tarief) -– Internet: www.dutch-immigration.nl +• Telefoon: 010-2747471 +• Faxnummer: 010-2750121 +• Internet: www.dutch-immigration.nl ### 4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen #### 4.1. Algemeen -Om een goed en actueel beeld te kunnen vormen van het functioneren van de vreemdelingenketen, heeft de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken zowel structurele, als incidentele informatie nodig van alle ketenpartners en organisaties met een directe relatie met de vreemdelingenketen. Met die informatie kunnen trends en ontwikkelingen gevolgd worden. Daarnaast kan beoordeeld worden welke effecten (beleids)beslissingen ten aanzien van bedrijfsvoering en taakuitvoering hebben binnen de keten. +Om een goed en actueel beeld te kunnen vormen van het functioneren van de vreemdelingenketen, heeft de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken zowel structurele, als incidentele informatie nodig van alle ketenpartners en organisaties met een directe relatie met de vreemdelingenketen. Met die informatie kunnen trends en ontwikkelingen gevolgd worden. Daarnaast kan beoordeeld worden welke effecten (beleids)beslissingen ten aanzien van bedrijfsvoering en taakuitvoering hebben binnen de keten. -Ten behoeve van de planning en controle wordt binnen de vreemdelingenketen gebruik gemaakt van een vaste planning en controlecyclus. Deze bevat de mijlpalen die van belang zijn voor een effectieve en efficiënte voorbereiding van de verschillende producten die gebruikt worden om de planning en controle op het niveau van de keten te realiseren. +Ten behoeve van de sturing van de processen in de vreemdelingenketen leveren ketenpartners periodieke rapportages aan in elektronische vorm aan de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken. De Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken en de ketenpartners maken afspraken over de inhoud en vorm van de rapportage, alsmede procedurele afspraken. -De door ketenpartners en direct betrokken organisaties aangeleverde informatie mag ten behoeve van de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken door het daartoe aangewezen informatieknooppunt vrij worden bewerkt. Indien de gegevens worden gebruikt of verwerkt met het doel de informatie buiten de vreemdelingenketen te verspreiden, dient hierover vooraf afstemming met de ketenpartners te hebben plaatsgevonden. - -Bovenstaande laat onverlet dat ook onderling structureel informatie uitgewisseld wordt tussen de ketenpartners en organisaties met een directe relatie tot de vreemdelingenketen, binnen de kaders van de daartoe onderling gemaakte afspraken. - -Ten behoeve van de sturing van de processen in de vreemdelingenketen leveren ketenpartners periodieke rapportages aan in elektronische vorm aan de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken. De Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken en de ketenpartners maken afspraken over de inhoud en vorm van de rapportage, alsmede procedurele afspraken. - -Ten behoeve van analyses, onderzoeken, kamervragen of andere vragen leveren ketenpartners op verzoek gegevens aan de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken. De mogelijkheden hiertoe en de procedures die hierbij worden gehanteerd kunnen door de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken met de ketenpartners en organisaties met een directe relatie tot de vreemdelingenketen worden vastgelegd. +Ten behoeve van analyses, onderzoeken, kamervragen of andere vragen leveren ketenpartners op verzoek gegevens aan de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken. De mogelijkheden hiertoe en de procedures die hierbij worden gehanteerd kunnen door de Directeur- Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken met de ketenpartners en organisaties met een directe relatie tot de vreemdelingenketen worden vastgelegd. #### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen -Een van de producten die resulteren uit de informatielevering van de ketenpartners is de Rapportage Vreemdelingenketen. Deze rapportage, die inzicht geeft in de belangrijkste ontwikkelingen in de keten, wordt periodiek samengesteld. De rapportage bevat een overzicht van de prestaties van ketenpartners op verschillende processen en een beschrijving van ontwikkelingen. De ketenpartners dragen zorg voor tijdige aanlevering van cijfers en toelichting aan de Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken. +Een van de producten die resulteren uit de informatielevering van de ketenpartners is de Rapportage Vreemdelingenketen. Deze rapportage, die inzicht geeft in de belangrijkste ontwikkelingen in de keten, wordt periodiek samengesteld. De rapportage bevat een overzicht van de prestaties van ketenpartners op verschillende processen en een beschrijving van ontwikkelingen. De ketenpartners dragen zorg voor tijdige aanlevering van cijfers en toelichting aan de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken. ### 5. Klachten @@ -475,7 +458,7 @@ De diplomatieke of consulaire post van de Schengenstaat op wiens grondgebied het Als toegangsvoorwaarde voor verblijf van ten hoogste drie maanden geldt voorts het vereiste om te beschikken over voldoende middelen van bestaan. Overigens wordt ook in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf bezien of de aanvrager over voldoende middelen van bestaan beschikt voor de duur van het voorgenomen verblijf. -Aan de vreemdeling kan worden verzocht een in zijn bezit zijnde retourpassagebiljet te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en derhalve niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, wijst de ambtenaar belast met grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourpassagebiljet te laten printen. Indien de betreffende luchtvaartmaatschappij hier niet aan kan of wil voldoen, behoudt de ambtenaar belast met grensbewaking de bevoegdheid tot het stellen van zekerheid. De geldigheid van het retourpassagebiljet moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden. +Aan de vreemdeling kan worden verzocht een in zijn bezit zijnde retourpassagebiljet te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en derhalve niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourpassagebiljet te laten printen. Indien de betreffende luchtvaartmaatschappij hier niet aan kan of wil voldoen, behoudt de ambtenaar belast met de grensbewaking de bevoegdheid tot het stellen van zekerheid. De geldigheid van het retourpassagebiljet moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden. Aan vreemdelingen die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourpassagebiljet deponeren, wordt een folder uitgereikt. Hierin wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourpassagebiljetten. @@ -483,7 +466,7 @@ De vreemdeling die een retourpassagebiljet of een garantiesom heeft gedeponeerd, Vreemdelingen die Nederland hebben verlaten zonder zich vooraf wederom in het bezit van de garantiesom of het retourpassagebiljet te hebben gesteld, dienen zich tot een in hun land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging te wenden met het verzoek om restitutie van de garantiesom respectievelijk teruggave van het retourpassagebiljet. Een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om restitutie indient, moet worden verwezen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land. -Ook kan zekerheid worden gesteld doordat een hier te lande wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een verklaring (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV). +Ook kan zekerheid worden gesteld doordat een hier te lande wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een verklaring (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV). In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt kan desondanks toegang worden verleend wanneer een in Nederland rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant heeft gesteld. Zie voor een nadere uitwerking van solvabele derde A2/4.3.3.1. ##### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering @@ -499,19 +482,21 @@ Ingevolge artikel 5, eerste lid, onder e, SGC kan toegang worden verleend aan vr Vreemdelingen die visumplichtig zijn en zich naar Nederland willen begeven voor een verblijf van ten hoogste drie maanden per periode van zes maanden moeten in beginsel in het bezit zijn van een paspoort. Het paspoort dient te zijn voorzien van: -• hetzij een geldig luchthaventransitvisum (A-visum), indien tijdens een tussenlanding verblijf in de internationale transitzone van een luchthaven wordt beoogd. Dit behelst geen (verdere) toegang tot het nationale grondgebied; -• hetzij een geldig doorreisvisum (B-visum), indien doorreis door het Schengengebied of Nederland wordt beoogd, met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen; +• hetzij een geldig luchthaventransitvisum (A-visum), indien tijdens een tussenlanding verblijf in de internationale transitzone van een luchthaven wordt beoogd. Dit behelst geen verdere toegang tot het nationale grondgebied; +• hetzij een geldig doorreisvisum (B-visum)indien doorreis door het Schengengebied of Nederland wordt beoogd, met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen; of • hetzij een geldig reisvisum (C-visum), indien kort verblijf in het Schengengebied of in Nederland wordt beoogd. +De strekking van het (Schengen)visum is om de vreemdeling reeds vóór zijn komst naar Nederland aan een onderzoek te onderwerpen naar reisdoel, reispapieren, antecedenten en bestaansmiddelen. + Op basis van overeenkomsten tot afschaffing van de visumplicht van de Benelux- of Schengenstaten met derde landen, bestaan uitzonderingen op de visumplicht. Vrijgesteld zijn: -• onderdanen van de EU, de EER, en Zwitserland (zie bijlage 1, onderdeel 1, BNL-kader, GVI); +• onderdanen van de EU, de EER, Zwitserland en Liechtenstein (zie bijlage 1, onderdeel 1, BNL-kader, GVI); • onderdanen van de landen opgesomd in bijlage 1, II, onderdeel 1, GVI; -• onderdanen van speciale administratieve regio’s in China opgesomd in bijlage1, II, onderdeel 2, GVI; +• onderdanen van speciale administratieve regio’s in China opgesomd in bijlage 1, II, onderdeel 2, GVI; • houders van diplomatieke, officiële en dienstpaspoorten van de landen vermeld in bijlage 2, overzicht A, GVI; • vreemdelingen die houder zijn van een geldig, door een Schengenstaat afgegeven (verblijfs)document opgesomd in bijlage 4 GVI (zie ook artikel 21 SUO); -• houders van een reisdocument voor vluchtelingen die rechtmatig verblijven in een van de landen als bedoeld in bijlage 3, onder F, sub 1, VV; -• overige categorieën genoemd in GVI, bijlage 1, II, onderdeel 1, BNL-kader, zoals houders van een ‘crew member licence’ of een ‘crew member certificate’ (A2/6.2.5) en zeelieden (A2/6.2.7); +• houders van een reisdocument voor vluchtelingen die rechtmatig verblijven in een van de landen als bedoeld in bijlage 3, onder F, sub 1, VV; en +• overige categorieën genoemd in GVI, bijlage 1, II, onderdeel 1, BNL-kader, zoals houders van een ‘crew member licence’ of een ‘crew member certificate’ (zie A2/6.2.5) en zeelieden (zie A2/6.2.7). ##### 4.3.2. Plaats van afgifte visa @@ -537,11 +522,13 @@ In de regel wordt het visum in het paspoort gesteld. Artikel 14, eerste lid, SUO Het kan hier een doorreisvisum of een reisvisum voor een verblijfsduur van ten hoogste dertig dagen betreffen, afgegeven aan vreemdelingen die: -• met gebruikmaking van een collectief document voor grensoverschrijding in groepsverband reizen (zie A2/6.2.4); -• een groep vormen van minimaal vijf en maximaal vijftig personen; -• in het bezit zijn van de vereiste individuele documenten voor grensoverschrijding, maar waarvan kan worden vastgesteld dat zij gezamenlijk reizen en een gezamenlijk reisdoel hebben. Het visum wordt in dit geval gesteld op een losse verklaring. +met gebruikmaking van een collectief document voor grensoverschrijding in groepsverband reizen (zie A2/6.2.4); -Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het Besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). Bij dit besluit is een standaard gemeenschappelijk formulier toegevoegd van een reizigerslijst. De reizigerslijst is opgenomen in bijlage 3b VV. +een groep vormen van minimaal vijf en maximaal vijftig personen; + +in het bezit zijn van de vereiste individuele documenten voor grensoverschrijding, maar waarvan kan worden vastgesteld dat zij gezamenlijk reizen en een gezamenlijk reisdoel hebben. Het visum wordt in dit geval gesteld op een losse verklaring. + +Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het Besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). Bij dit besluit is een standaard gemeenschappelijk formulier toegevoegd van een reizigerslijst. De reizigerslijst is opgenomen in bijlage 3b VV. De criteria voor visumverlening zijn in beginsel gelijk aan de algemene criteria die gelden voor toegang zoals opgenomen in artikel 5, eerste lid, SGC. De criteria voor visumverlening zijn nader uitgewerkt in de GVI en de daartoe behorende bijlagen. @@ -550,47 +537,13 @@ De criteria voor visumverlening zijn in beginsel gelijk aan de algemene criteria Er kunnen drie soorten nationale visa worden onderscheiden: a. een visum voor terugkeer; -b. een visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D); +b. een visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D); en c. een mvv gecombineerd met visum kort verblijf (D+C-visum). -Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (zie artikel 2.3, eerste lid, onder d, Vb). - -Een dergelijk visum kan onder bepaalde voorwaarden door de Visadienst, aan vreemdelingen die daarom verzoeken, worden afgegeven indien: - -– zij rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw; -– zij in het bezit zijn van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, 20, 28 of 33 Vw. - -De indiening van een verzoek om een terugkeervisum geschiedt op dezelfde wijze als een verzoek tot wijziging of verlenging van een visum. - -Het model van de aanvraag om verlening van een terugkeervisum wordt beheerd door de IND. Dit geldt ook voor de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. Het terugkeervisum is opgenomen in model M2-C. +Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (zie artikel 2.3, eerste lid, onder d, Vb.) Een vreemdeling aan wie het is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel dan wel regulier af te wachten, heeft, indien hij na uitreis uit Nederland aanspraak wil maken op wedertoegang tot Nederland, hiervoor een terugkeervisum nodig. Indien de vreemdeling niet visumplichtig is voor Nederland geldt deze eis niet. -Ten aanzien van de vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier (eerste aanleg, bezwaar of beroep) geldt het volgende. Indien de vreemdeling is ingereisd zonder te beschikken over de vereiste mvv welke overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd, en evenmin besloten is dat er sprake is van een gerechtvaardigd beroep op de hardheidsclausule of vrijstelling van het mvv-vereiste, wordt aan hem geen terugkeervisum verleend. - -De vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw, én met de vereiste mvv is ingereisd, welke overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd, komt in aanmerking voor een terugkeervisum, indien: - -1. sprake is van een dringende reden die geen uitstel van vertrek gedoogt; -2. de vreemdeling zich gedurende zijn verblijf in Nederland heeft gehouden aan de maatregelen van toezicht in het kader van de Vw; -3. de vreemdeling, om de reden voor vertrek uit en terugkeer naar Nederland aannemelijk te maken, alle daarvoor noodzakelijke gegevens heeft verstrekt en bescheiden heeft overgelegd aan de verzoekende instantie; -4. de vreemdeling zelfstandig beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; -5. het OM geen bezwaar heeft tegen vertrek uit Nederland in verband met vervolging wegens strafbare feiten of tenuitvoerlegging van een vonnis; -6. de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, een bezwaarschrift, een beroep op de Rechtbank of een hoger beroep op de ABRvS niet binnen de geldigheidsduur van het terugkeervisum wordt verwacht. - -In de volgende gevallen is er sprake van dringende redenen die geen uitstel van vertrek gedogen: - -– ernstige ziekte of overlijden van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad); -– het bijwonen van een huwelijk van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad); -– onder voogdij gestelde minderjarigen die met het pleeggezin op vakantie naar het buitenland gaan; -– deelname aan een in het kader van de opleiding of studie van belang zijnde excursie of werkweek in het buitenland; of -– deel uitmaken van een sportteam dat Nederland in het buitenland zal vertegenwoordigen. - -Daarnaast kunnen vreemdelingen die voor zakelijke doeleinden wensen te reizen in aanmerking komen voor een terugkeervisum, ongeacht het feit of er sprake is van dringende redenen die geen uitstel van vertrek gedogen. Deze categorie vreemdelingen dient wel te voldoen aan de voorwaarden 2 tot en met 6 zoals hierboven opgesomd. Bovendien moeten zij kunnen aantonen dat zij een aanvraag tot het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning hebben ingediend en hiervoor leges hebben betaald. - -Het terugkeervisum wordt voor een vreemdeling die rechtmatig verblijf houdt op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw alleen kort voor het vertrek van de vreemdeling afgegeven. Het terugkeervisum wordt afgegeven met een geldigheidsduur voor het beoogde doel, maar voor ten hoogste drie maanden. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan na uitreis niet worden gewijzigd of verlengd. De geldigheidsduur van het noodzakelijke document voor grensoverschrijding dient ten minste één maand langer te zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren. - -Het terugkeervisum is in deze gevallen slechts geldig voor één reis, tenzij het gaat om vreemdelingen die voor zakelijke doeleinden wensen te reizen. Deze categorie vreemdelingen kan een terugkeervisum voor meerdere reizen krijgen. - Een terugkeervisum kan worden verleend aan een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel (als bedoeld in de artikelen 28 en 33 Vw) heeft gedaan en rechtmatig verblijf houdt op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw, indien althans aan de hierboven onder 1 tot en met 6 genoemde voorwaarden is voldaan. Echter, deze vreemdelingen komen niet in aanmerking voor een terugkeervisum wanneer het de terugkeer vanuit het land van herkomst betreft. In principe hebben vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel dan wel regulier geen terugkeervisum nodig indien zij na een reis naar het buitenland (binnen dan wel buiten het Schengengebied) weer naar Nederland willen terugkeren. Immers, deze vreemdelingen hebben zonder visum toegang tot Nederland indien zij beschikken over: @@ -598,44 +551,15 @@ In principe hebben vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunni – een paspoort of ander erkend reisdocument en een afzonderlijk document als bedoeld in bijlage 7 VV; of – een paspoort en een door het ministerie van BuZa afgegeven geprivilegieerdendocument (zie A2/6.2.3). -Niettemin kan aan deze vreemdelingen op hun verzoek een terugkeervisum worden afgegeven, indien zij dit visum nodig hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied (bijvoorbeeld ter verkrijging van visumfaciliteiten voor of toegang tot dat land). - -Het vorenstaande geldt ook voor: - -– Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld; en -– vreemdelingen die al wel een positieve beslissing op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier hebben ontvangen maar nog in afwachting zijn van een verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV. - -Zij behoeven hiervoor géén dringende reden aan te dragen. - -De geldigheidsduur van zowel het grensoverschrijdingsdocument als de geldigheidsduur van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning dient de duur van het terugkeervisum met ten minste één maand te overschrijden. - -Het terugkeervisum wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Echter, dit laat onverlet dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland mag vestigen. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan na uitreis niet worden gewijzigd of verlengd. Het terugkeervisum kan, voor de hiervoor genoemde vreemdelingen, worden verleend voor één of meerdere reizen. - Een terugkeervisum kan tevens worden verstrekt aan de vreemdeling die in het bezit is (was) van een verblijfsvergunning, indien hij (tijdig) verlenging of wijziging van de beperking van zijn vergunning heeft gevraagd. In deze gevallen behoeft geen dringende reden te worden aangevoerd. De overige voorwaarden zoals eerder vermeld onder 2 tot en met 6 ‘vreemdeling in procedure’ blijven onverkort van kracht. -Aan studenten die in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag tot verlenging van de verleende vergunning kan – indien zij in het kader van hun studie voor langere tijd naar het buitenland moeten reizen – een terugkeervisum worden verleend met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De student dient de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met documenten te onderbouwen. - Een terugkeervisum kan worden verleend aan een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd. Zij behoeven hiervoor géén dringende reden aan te dragen. Echter, deze vreemdelingen komen niet in aanmerking voor een terugkeervisum wanneer het de terugkeer vanuit het land van herkomst betreft. Het is hierbij niet van belang of het om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of voor onbepaalde tijd gaat. -Indien de vreemdeling beschikt over een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, vormt een aanvraag tot het verlenen van een terugkeervisum voor terugkeer uit het land van herkomst grond om op basis van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw een aanvraag tot verlenging van die verblijfsvergunning af te wijzen. De grond voor verlening is daaraan immers kennelijk ontvallen. Ook de vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd komt niet in aanmerking voor een terugkeervisum voor terugkeer uit het land van herkomst, aangezien diens vluchtelingenpaspoort niet geldig is voor zijn land van herkomst. - -Indien de vreemdeling die in het bezit is van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, van oordeel is dat hij niet meer behoeft te vrezen voor vervolging in zijn land van herkomst, bijvoorbeeld vanwege een regimewijziging, dan kan hij zich tot de eigen autoriteiten wenden voor het verkrijgen van een nieuw nationaal document voor grensoverschrijding, waarmee hij naar het land van herkomst kan reizen. - Voor de behandeling van een aanvraag voor een terugkeervisum zijn leges verschuldigd (zie verder A2/4.3.5). Visa voor een verblijf van langere duur (type D) zijn visa die door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een Schengenstaat overeenkomstig de eigen wetgeving worden afgegeven. In de Nederlandse situatie geeft het D-visum de houder het recht tot inreis in Nederland om vervolgens een verblijfsvergunning aan te vragen voor een verblijf van langer dan drie maanden. -Een dergelijk visum geeft de houder bovendien het recht op doorreis over het grondgebied van de overige Schengenstaten te reizen, teneinde zich te begeven naar het Schengenstaat dat het visum heeft verleend. Voor een dergelijke doorreis dient de vreemdeling overigens te voldoen aan de normale voorwaarden voor binnenkomst als bedoeld in A2/4.2, met uitzondering van het middelenvereiste (zie ook hoofdstuk I, § 2.2 en hoofdstuk V, § 5, BNL-kader, GVI). - -De mvv is een nationaal visum dat wordt afgegeven door een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (artikel 1, onder h, Vw). - -Een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier (zie BNL-bijlage VI, GVI), kan in de plaats komen van de mvv gesteld in het paspoort. In dat geval moet de houder van de verklaring steeds in het bezit zijn van het daarin aangegeven reisdocument. - -Zie voor bepalingen omtrent aanvraag, afgifte en vrijstellingen van een mvv B1/1.1 tot en met B1/1.3 van de Vc. - -De aanvraag om afgifte van een mvv leidt in de praktijk veelal tot afgifte van een D+C-visum. Dit is een combinatie van een nationaal visum voor langere duur met een reisvisum (zie artikel 18, SUO, hoofdstuk I, § 2.2, GVI en B1/1.1). - -Het C-deel van dit combinatievisum is geldig voor een periode van maximaal negentig dagen vanaf de dag van afgifte en wordt verstrekt als multi-entry visum. Het D-deel van het combinatievisum is geldig voor een periode van honderdtachtig dagen vanaf de datum van afgifte. +De aanvraag om afgifte van een mvv leidt in de praktijk veelal tot afgifte van een D+C-visum. Dit is een combinatie van een nationaal visum voor langere duur met een reisvisum (zie artikel 18, SUO, hoofdstuk I, paragraaf 2.2, GVI en B1/1). ##### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding @@ -915,15 +839,9 @@ Indien een vreemdeling de toegang wordt geweigerd heeft dat niet alleen betrekki ##### 5.5.7. Verplichtingen voor geweigerde en vervoerder -Vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, zijn verplicht onverwijld te vertrekken met inachtneming van de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaar (artikel 5, eerste lid, Vw). Deze aanwijzingen kunnen onder meer betreffen het afwachten van vertrek op de grensdoorlaatpost, de weg die de vreemdeling bij het verlaten van het land moet volgen of het aan boord gaan van een schip of vliegtuig. Overtreding van deze aanwijzingen is een strafbaar feit (artikel 108 Vw). +Vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, zijn verplicht onverwijld te vertrekken met inachtneming van de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaar (zie artikel 5, eerste lid, Vw). -De vervoerder is verplicht een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd onverwijld terug te nemen. Voorts dient de vervoerder, op verzoek van de grensbewakingsautoriteiten, de vreemdeling terug te brengen naar het derde land van waaruit hij werd aangevoerd, naar het derde land dat het document voor grensoverschrijding waarmee de vreemdeling heeft gereisd heeft afgegeven of naar ieder derde land waar zijn toelating is gewaarborgd. Indien dit niet binnen redelijke termijn mogelijk is, kunnen de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden begrepen, op de vervoerder worden verhaald (zie A2/7.1.6). - -Tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging dienen geweigerde vreemdelingen zich op te houden in de hun daartoe door een met de grensbewaking belaste ambtenaar aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit. Dit teneinde illegale binnenkomst te verhinderen. - -Indien de uitzetting van een vreemdeling aan wie ten tijde van de uitzetting de toegang was geweigerd, mislukt en hij terugkeert nadat hij aan boord van een vliegtuig of schip het Nederlands grondgebied had verlaten, dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de toegang tot Nederland opnieuw moeten worden geweigerd. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van artikel 65 Vw is verwijderd, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling om niet terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M29). - -De situatie is anders bij de vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden. De vreemdeling dient bij terugkomst in Nederland wel te voldoen aan de voorwaarden voor toegang, en als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de toegang tot Nederland worden geweigerd, maar de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd kan in dat geval niet de verplichting van artikel 65 Vw worden opgelegd tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland. +Deze aanwijzingen kunnen onder meer betreffen het afwachten van vertrek op de grensdoorlaatpost, de weg die de vreemdeling bij het verlaten van het land moet volgen of het aan boord gaan van een schip of vliegtuig. Overtreding van deze aanwijzingen is een strafbaar feit (zie artikel 108 Vw). ##### 5.5.8. Bijzondere aandachtspunten voor de grensdoorlaatposten @@ -959,71 +877,25 @@ Voor de definities van de begrippen ‘interne vlucht’ en ‘vervoerder’ wor Een persoon die beweert Nederlander te zijn, kan op grond van artikel 4.7 Vb worden verplicht op een of andere wijze zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. Zonodig kan, voor vaststelling van de nationaliteit, contact worden opgenomen met de bevolkingsadministratie van de gemeente waar de betrokkene zegt te zijn ingeschreven. -Het bezit van de Nederlandse nationaliteit mag onder meer worden aangenomen op grond van onderstaande documenten: - -– een geldig Nederlands document voor grensoverschrijding; -– een Nederlands laissez-passer waarin de Nederlandse nationaliteit is vermeld; -– een recent bewijs van Nederlanderschap; -– een bewijs van naturalisatie tot Nederlander. -– een kennisgeving tot verkrijging van het Nederlanderschap: - -– op grond van de Rwn (Stb. 1984, 628), -– op grond van de toescheidingsovereenkomst met Suriname; - -Personen op wie de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) van toepassing is, worden als Nederlander behandeld en zijn derhalve geen vreemdeling in de zin van de Vw (zie ook artikel 1, onder m, Vw). - -Molukkers die als Nederlander worden behandeld, dienen dit aan te tonen. Hiervoor kunnen de documenten dienen die zijn beschreven in B14. +De Wet van 9 september 1976 (Stb. 468) betreffende de positie van Molukkers (hierna: de Faciliteitenwet) is op 1 januari 1977 in werking getreden. Nederlanders moeten de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaren in acht nemen (zie artikel 4.6 Vb). Nederlanders moeten desgevorderd hun document voor grensoverschrijding tonen en overhandigen of op andere wijze hun Nederlanderschap aannemelijk maken (zie artikel 4.7 Vb). -De verplichtingen omschreven in artikel 4 Vw en de artikelen 4.8 tot en met 4.14 Vb (verplichtingen voor vervoerders) zijn eveneens van toepassing op Nederlanders. - -Aan Nederlanders en daarmee gelijkgestelde personen kan de toegang niet worden geweigerd. Dit geldt ook wanneer het paspoort of de identiteitskaart is vervallen of de nationaliteit van de houder wordt betwist (zie artikel 8.10 Vb). Zoals is aangegeven in A2/5.5.1, dient in het geval het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een persoon die zich er op beroept Nederlander (of een daarmee gelijkgestelde persoon) te zijn, eerst contact op te worden genomen met de IND. - Indien het document voor grensoverschrijding van een Nederlander is vervallen, vindt in beginsel geen controle plaats in het kader van de Vw. Slechts wanneer het vermoeden bestaat dat betrokkene vreemdeling is, kan hiervan sprake zijn en kan betrokkene op grond van artikel 4.7 Vb worden verzocht zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken door het tonen van reis- of identiteitspapieren of op andere wijze. -Indien het document voor grensoverschrijding van een Nederlander is vervallen, dient het op grond van de Paspoortwet te worden ingehouden. Dit is onder meer het geval indien de geldigheidsduur is verstreken. Het is niet toegestaan naar het buitenland te reizen met een Nederlands document voor grensoverschrijding (paspoort, toeristenkaart) waarvan de geldigheidsduur is verstreken. - -Voor wat betreft de ambtenaren van de KMar is een en ander vastgelegd in de artikelen 30 en 32 Paspoortuitvoeringsregeling KMar. - -De volgende situaties zijn denkbaar (dit is geen limitatieve opsomming): - -– uit het document zelf blijkt dat het van rechtswege is vervallen, omdat de geldigheidsduur is verstreken of het is gewijzigd door de houder zonder echt frauduleuze bedoelingen; -– uit het document zelf blijkt dat het kan worden ingehouden, omdat het is beschadigd of het van een niet langer gelijkende pasfoto is voorzien; -– de personalia van de houder zijn in het OPS vermeld ter inhouding van zijn/haar document voor grensoverschrijding. In het OPS wordt dit aangegeven met de vermelding ‘PASP’. - -Uitsluitend documenten die zijn ingeleverd wegens het verstrijken van de geldigheidsduur kunnen onbruikbaar worden gemaakt (zie artikel 32, vierde en vijfde lid, Paspoortuitvoeringsregeling KMar) en aan de houder worden teruggegeven. Ten behoeve van de kennisgeving aan de Minister van BZK is een apart standaardformulier ontworpen. - -Indien een document voor grensoverschrijding wordt ingehouden in de gevallen als bedoeld onder b, dan wel indien het een ingeleverd of gevonden document voor grensoverschrijding betreft, wordt het document per aangetekende post en met een begeleidende brief doorgezonden aan de burgemeester van de woonplaats van de houder. De begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens: - -– naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder; -– het nummer van het document voor grensoverschrijding; -– de autoriteit die het document voor grensoverschrijding heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur die in het document is vermeld; -– de datum en de reden van inhouding of inlevering van het document voor grensoverschrijding. - -Indien: - -– de houder niet in Nederland woonachtig is of geen bekende woonplaats heeft; -– de personalia van de houder in het OPS vermeld staan met de aanduiding ‘PASP’; -– het een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort betreft; - -wordt terstond contact opgenomen met het ministerie van BZK. - -De houder van het ingehouden of ingeleverde document voor grensoverschrijding wordt een ontvangstbewijs verstrekt. - ##### 6.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland ###### 6.2.2.1. Overeenkomsten, betrokken landen en toepassingsgebied Voor onderdanen van de Benelux-landen, de Schengenstaten, alsmede onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en hun familieleden) gelden op grond van de ter zake gesloten internationale overeenkomsten afwijkende – gunstigere – regels voor wat betreft toelating en verblijf. Ditzelfde geldt voor toegang en grenscontrole, waarvan de weigering van de toegang een bijzonder aspect is. Deze afwijkende regels vloeien voort uit: -– de overeenkomst tussen België, Nederland en Luxemburg van 11 april 1960 inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied (Trb. 1960, 135 en 1963, 164); +– de Overeenkomst tussen België, Nederland en Luxemburg van 11 april 1960 inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied (Trb. 1960, 135 en 1963,164); – de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter Uitvoering van het Akkoord van Schengen; – het Verdrag tot oprichting van de EEG (Trb. 1957, 74 en 91) en het Verdrag van Maastricht en de daaruit voortvloeiende verordeningen en Richtlijnen; – de Overeenkomst betreffende de EER (Trb. 1993, 69, 203 en 204); – de Overeenkomst tussen de EG en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86). -| **Land** | **EU** | **Schengen** | **EER** | +| Land | EU | Schengen | EER | | --- | --- | --- | --- | | België | Ja | Ja | Ja | | Cyprus | Ja | Nee | Ja | @@ -1052,13 +924,14 @@ Voor onderdanen van de Benelux-landen, de Schengenstaten, alsmede onderdanen van | Spanje | Ja | Ja | Ja | | Tsjechië | Ja | Nee | Ja | | IJsland | Nee | Ja | Ja | -| Zweden | Ja | Ja | Ja | +| Zweden | Ja | Nee | Ja | -Het toepassingsgebied van het EU-Verdrag betreft de in Europa gelegen grondgebieden van de lidstaten van de EU en de EER-landen: +Het toepassingsgebied van het EU-verdrag betreft de in Europa gelegen grondgebieden van de lidstaten van EU en de EER landen. -– voor wat betreft Denemarken met uitzondering van de Faeröer, de Deense onderdanen die daar woonachtig zijn worden niet als onderdanen van een lidstaat beschouwd; -– voor wat betreft Frankrijk met uitbreiding tot de zogeheten Franse overzeese departementen Martinique, Guadeloupe, Frans Guyana en La Réunion, in zoverre onder meer dat Franse ingezetenen van die departementen op grond van desbetreffende beschikkingen van de Raad van de EU kunnen deelnemen aan het vrij verkeer van personen en diensten; -– voor wat betreft Groot-Brittannië (en Noord-Ierland) zijn de communautaire bepalingen betreffende het vrije verkeer van personen en van diensten niet van toepassing op de onderdanen van de Kanaaleilanden en van het eiland Man; voor het vrij verkeer van personen en diensten wordt met een Brits onderdaan (‘British citizen’) gelijkgesteld een ‘British subject’ met aantekening in het paspoort: “Holder has the right of abode in the United Kingdom’ of ‘holder is defined as a United Kingdom national for community purposes”. +– voor Nederland betekent dit dat de toepassing zich niet uitstrekt tot het grondgebied van Aruba en de Nederlandse Antillen; +– voor wat Frankrijk betreft met uitbreiding tot de zogeheten Franse overzeese departementen Martinique, Guadeloupe, Frans Guyana en La Réunion, in zoverre onder meer dat Franse ingezetenen van die departementen op grond van desbetreffende beschikking van de Raad van de EU kunnen deelnemen aan het vrij verkeer van personen en diensten; +– voor wat Denemarken betreft met uitzondering van de Faeröer. De Deense onderdanen die daar woonachtig zijn, worden niet als onderdanen van een lidstaat beschouwd; +– voor wat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland betreft zijn de communautaire bepalingen betreffende het vrije verkeer van personen en diensten niet van toepassing op de onderdanen van de Kanaaleilanden en van het eiland man. Voor het vrij verkeer van personen en diensten wordt met een Brits onderdaan (‘British citizen’) gelijkgesteld een ‘British subject’ met aantekening in het paspoort: ‘holder has the right of abode in the United Kingdom’ of ‘holder is defined as an United Kingdom national for community purposes’. ###### 6.2.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden) @@ -1090,10 +963,28 @@ a. niet-duurzaam verblijf; b. duurzaam verblijf; c. doorreis. -Op vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten als lid van een diplomatieke zending of consulaire post, hun gezinsleden en hun personeel, is de Vw niet van toepassing indien zij niet-duurzaam in Nederland verblijven. Op grond van de Weense Verdragen inzake het Diplomatiek Verkeer en de Consulaire Betrekkingen komt hen een bijzondere status toe. Zij zijn door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van het geprivilegieerdendocument (zie model M81). +Op vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten als lid van een diplomatieke zending of consulaire post, hun gezinsleden en hun personeel, is de Vw niet van toepassing indien zij niet-duurzaam in Nederland verblijven. Op grond van de Weense Verdragen inzake het Diplomatiek Verkeer en. de Consulaire Betrekkingen komt hen een bijzondere status toe. Zij zijn door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van het geprivilegieerdendocument (zie model M81). Op vreemdelingen die reeds een jaar of meer op grond van artikel 8 Vw rechtmatig in Nederland verblijven, die gerechtigd zijn arbeid al dan niet in loondienst te verrichten en in dienst treden van een diplomatieke missie of consulaire post, blijft de Vw in volle omvang van toepassing. Het betreft met name vreemdelingen die door de diplomatieke zending of consulaire post lokaal zijn geworven. +| AD | Het hoofd van de diplomatieke vertegenwoordiging, het diplomatiek personeel en hun gezinsleden; | +| --- | --- | +| BD | Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; | +| ED | Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; | +| PD | Particuliere bediendes. | + +| AC | Consul, Generaal Consul, Vice Consul en Consulaire Agenten en hun gezinsleden; | +| --- | --- | +| BC | Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; | +| EC | Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; | +| PC | Particuliere bediendes. | + +| AO | Personeelsleden met diplomatieke of vergelijkbare status en hun gezinsleden; | +| --- | --- | +| BO | Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; | +| EO | Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; | +| PO | Particuliere bediendes of huishoudelijke hulp (met de toevoeging ZF). | + Ten aanzien van diplomatieke en consulaire ambtenaren, hun gezinsleden en personeel, welke slechts op doorreis in Nederland zijn, is de Vw niet van toepassing voor zover het de doorreis naar of terugkeer van de diplomatieke zending of consulaire post in een derde land betreft. Hetgeen onder a is opgemerkt over de bijzondere status geldt ook hier. ###### 6.2.3.2. Diplomatieke en consulaire koeriers @@ -1106,7 +997,7 @@ De pakketten dragen aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen, waaruit hu ###### 6.2.3.3. Leden van internationale organisaties -Naast hetgeen hieromtrent is opgenomen in bepaling 4.4. Bijlage VII, SGC, geldt dat de Vw in het algemeen niet van toepassing is op vreemdelingen die een bijzondere status bezitten krachtens een zetelovereenkomst gesloten met een internationale organisatie waarin is bepaald dat de zetel, dat wil zeggen hoofdkantoor, in Nederland is gevestigd en waarin (mede) bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Zij zijn in het bezit van het eerdergenoemde geprivilegieerdendocument (zie model M81). Voor deze categorie geldt hetgeen hierboven bij a (niet-duurzaam verblijf) is opgemerkt over de bijzondere status. Voor een overzicht van de categorieën vreemdelingen die krachtens een internationale overeenkomst een geprivilegieerdendocument bezitten, wordt verwezen naar B12/4. +Naast hetgeen hieromtrent is opgenomen in bepaling 4.4. Bijlage VII, SCG, geldt dat de Vw in het algemeen niet van toepassing is op vreemdelingen die een bijzondere status bezitten krachtens een zetelovereenkomst gesloten met een internationale organisatie waarin is bepaald dat de zetel, dat wil zeggen hoofdkantoor, in Nederland is gevestigd en waarin (mede) bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Zij zijn in het bezit van het eerdergenoemde geprivilegieerdendocument (zie model M81). Voor deze categorie geldt hetgeen hierboven bij a (niet-duurzaam verblijf) is opgemerkt over de bijzondere status (zie ook B12/3.2). ###### 6.2.3.4. Te volgen gedragslijn bij twijfel @@ -1256,7 +1147,7 @@ Degene onder wiens begeleiding minderjarige kinderen reizen, is verplicht om op ###### 6.2.9.2. Alleenreizende minderjarigen -Alleenreizende minderjarigen moeten voldoen aan de normale vereisten voor binnenkomst en verblijf. Indien de toegang tot Nederland aan de alleenreizende minderjarige wordt geweigerd, dient de grensbewakingsambtenaar zich er zoveel mogelijk van te vergewissen dat de minderjarige wordt teruggebracht naar een derde land waar zijn of haar toelating is gewaarborgd. +Alleenreizende minderjarigen moeten voldoen aan de normale vereisten voor binnenkomst en verblijf. Indien de toegang tot Nederland aan de alleenreizende minderjarige wordt geweigerd, dient deze te worden teruggebracht naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd. In dit geval draagt de ambtenaar belast met de grensbewaking de verantwoordelijkheid hiervoor over aan de DT&V. ###### 6.2.9.3. Adoptie(f)- en pleegkinderen @@ -1370,7 +1261,7 @@ Om vervoerders in staat te stellen de verlangde controle zo goed mogelijk te ver De Nederlandse overheid kan op grond van artikel 2.2 Vb vervoerders verplichten een afschrift te maken van de in het bezit van bepaalde vreemdelingen zijnde documenten. Deze afschriftplicht geldt slechts voor vluchten of vaarten vanaf die plaatsen van vertrek die specifiek, bij ministeriële regeling, zijn aangegeven. Ook kunnen bepaalde specifieke vervoersondernemingen worden aangewezen. -##### 7.1.4. De terugvoerplicht +##### 7.1.4. Terugvoerplicht Als uitwerking van artikel 26 SUO, is in artikel 65, juncto artikel 5, Vw de verplichting voor de vervoerder vastgelegd om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd terug te brengen naar een plaats buiten Nederland. @@ -1394,57 +1285,40 @@ Het misdrijf van artikel 197a WvSr (mensensmokkel) kan worden bestraft met gevan Indien het niet binnen redelijke tijd mogelijk is de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden begrepen ingevolge artikel 65 Vw, juncto artikel 6.3 Vb, op die vervoersonderneming worden verhaald. -Deze kosten omvatten blijkens artikel 6.3 Vb in ieder geval de kosten verbonden aan: - -a. het vervoer van de uit te zetten vreemdeling per eerste gelegenheid, doch op de wijze die, gelet op de omstandigheden, de goedkoopste is, naar een plaats buiten Nederland; -b. de begeleiding van de vreemdeling naar een plaats van vertrek uit Nederland alsmede zijn begeleiding naar een plaats buiten Nederland, voorzover deze noodzakelijk is; en -c. het verblijf van de vreemdeling in Nederland in de periode nadat de vervoersonderneming van een ambtenaar belast met grensbewaking de aanwijzing heeft gekregen de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. - -Onder de kosten van uitzetting zijn ook begrepen de kosten van de handelingen, zoals het presenteren van een vreemdeling op de ambassade ter verkrijging van een vervangend reisdocument. De kosten waarvoor de vervoersonderneming op basis van het hiervoor genoemde onder a tot en met c aansprakelijk is, zijn opgenomen in de tarievenlijst. - -Nadat een vreemdeling is terugvervoerd, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. Zij doen dit aan de hand van onderstaande tarievenlijst. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse betrokken instanties. De tarieven zullen jaarlijks – per 1 januari – worden herzien en worden gepubliceerd in de Stcrt. - -De IND stuurt de vervoerder vervolgens een rekening die de kosten omvat die door de diverse instanties zijn gemaakt. De instanties die het betreft, ontvangen alle een kopie van de rekening. De vervoerder dient het betreffende bedrag voorts over te maken aan de IND, waarna deze laatste de andere overheidspartijen hun aandeel doet toekomen. - -Indien een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de asielaanvraag opgeschort. Er zullen pas weer kosten op de vervoerder worden verhaald nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. - -Ook indien het uiteindelijk niet mogelijk blijkt de vreemdeling uit te zetten is de vervoerder aansprakelijk voor de kosten die gemaakt worden met betrekking tot de door hem aangevoerde geweigerde vreemdeling. - -| *Vervoer (per vervoerde vreemdeling)* | | -| --- | --- | -| Binnen Rotterdam | € 141,46 | -| Van Rotterdam naar Den Haag | € 282,92 | -| Van Rotterdam naar Amsterdam | € 282,92 | -| Van Rotterdam naar Brussel | € 424,38 | -| | | -| Binnen Amsterdam | € 141,46 | -| Van Amsterdam naar Den Haag | € 282,92 | -| Van Amsterdam naar Rotterdam | € 282,92 | -| Van Amsterdam naar Brussel | € 565,84 | -| | | -| Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur | € 70,73 | -| | | -| *Escortering tijdens het terugvervoer* | | -| Salariskosten (per escort per uur) | € 70,73 | -| Kosten voor het verblijf van de escort (per escort) | variabel | -| Ticketkosten (per escort) | variabel | -| Vliegvergoeding (per escort per uur) | € 18,42 | -| Onkostenvergoeding (per escort per dag) | € 12,00 | -| Reisverzekering (per escort) | variabel | -| | | -| *Verblijf van de geweigerde vreemdeling* | | -| Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw (p.p.p.d.) | € 217,84 | -| | | -| *Laissez passer* | | -| Kosten aanvraagproces | € 597,00 | -| Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) | € 55,00 | -| Prijs laissez passer | variabel | -| | | -| *Medische kosten* | variabel | -| | | -| *Overige kosten* | variabel | -| | | -| *Administratiekosten * (maximaal € 1.200 administratiekosten per vreemdeling) | 8% | +| *Vervoer (per vervoerde vreemdeling)* | | | +| --- | --- | --- | +| Binnen Rotterdam | € 149,44 | | +| Van Rotterdam naar Den Haag | | € 298,88 | +| Van Rotterdam naar Amsterdam | | € 298,88 | +| Van Rotterdam naar Brussel | € 448,32 | | +| Binnen Amsterdam | € 149,44 | | +| Van Amsterdam naar Den Haag | | € 298,88 | +| Van Amsterdam naar Rotterdam | | € 298,88 | +| Van Amsterdam naar Brussel | | € 597,76 | +| Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur | € 74,72 | | +| | | | +| *Escortering tijdens het terugvervoer* | | | +| Salariskosten (per escort per uur) | | € 74,72 | +| Kosten voor het verblijf van de escort (per escort) | | variabel | +| Ticketkosten (per escort) | | variabel | +| Vliegvergoeding (per escort per uur) | € 18,42 | | +| Onkostenvergoeding (per escort per dag) | | € 12,00 | +| Reisverzekering (per escort) | variabel | | +| | | | +| *Verblijf van de geweigerde vreemdeling* | | | +| Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw (p.p.p.d.) | € 217,84 | | +| | | | +| *Laissez passer* | | | +| Kosten aanvraagproces | | € 597,00 | +| Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) | € 55,00 | | +| Prijs laissez passer | variabel | | +| | | | +| *Medische kosten* | | variabel | +| | | | +| *Overige kosten* | | variabel | +| | | | +| *Administratiekosten* | | 8% | +| (maximaal € 1.200 administratiekosten per vreemdeling) | | | #### 7.2. Verplichtingen voor bestuurders en gezagvoerders @@ -1621,31 +1495,7 @@ Ambtenaren belast met de grensbewaking en ambtenaren belast met het toezicht op #### 3.3. De toepassing -De politie heeft als taken de handhaving van de openbare orde en de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Voorts verleent zij hulp aan hen die deze behoeven (zie artikel 2 Politiewet). Ook het actief toezicht op vreemdelingen maakt deel uit van de taken van politieambtenaren en de overige speciaal daarvoor aangewezen toezichthouders. Bij de uitvoering van dit toezicht wordt in het belang van de (handhaving van de) openbare orde nagegaan of in Nederland verblijvende vreemdelingen rechtmatig hier verblijven. In verband daarmee kunnen personen worden staande gehouden. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden indien er sprake is van ‘feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren’ of ‘ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding’. - -De term ‘redelijk vermoeden van illegaal verblijf’ heeft grote raakvlakken met het voor de politie vertrouwde begrip ‘redelijk vermoeden’ in van het artikel 27 WvSv. Ook bij de toepassing van de bevoegdheid tot staandehouding van artikel 50 Vw moet het vermoeden redelijk zijn en wel naar objectieve maatstaven gemeten. - -Ter voorkoming van discriminatoir handelen zal steeds uit feiten of omstandigheden, naar objectieve maatstaven gemeten, moeten blijken waar het redelijke vermoeden van illegaal verblijf op gebaseerd geweest is. Hierbij kunnen de feiten of omstandigheden van de situatie of de aanwijzingen richting een persoon bepalend zijn. - -Een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag mede op basis van ervarings- of omgevingsgegevens aangenomen worden als er bijvoorbeeld sprake is van: - -– informatie van overheidsinstanties, zoals de Gemeentelijke Sociale Dienst of de Arbeidsinspectie of de GBA; -– aanwijzingen uit eigen onderzoek van de politie; -– aanwijzingen die de politie verkrijgt bij de controle van persoonsgegevens in het kader van de uitoefening van de politietaken; -– een controle in een woning of een bedrijf waarbij bij een eerdere controle illegale personen aangetroffen zijn; -– het aantreffen van andere personen in dezelfde woning waar een met naam bekende illegale of uitgeprocedeerde vreemdeling ter uitzetting aangehouden wordt of kan worden; -– een controle van inzittenden van een voertuig waarvan bij een verkeerscontrole is gebleken dat de bestuurder van dat voertuig illegaal in Nederland verblijft; -– voertuigen waarmee personen vervoerd worden naar een bedrijf waar eerder illegale vreemdelingen aangetroffen zijn; -– concrete (anonieme) tips over illegale vreemdelingen; -– een verdachte van niet-Nederlandse nationaliteit, die zich niet kan identificeren; -– een gelegenheid of plaats, waar zich veel vreemdelingen plegen op te houden, en waarvan vermoed wordt of bekend is dat er zich regelmatig illegale vreemdelingen bevinden; -– een redelijk vermoeden van mensensmokkel; -– een redelijk vermoeden van illegale tewerkstelling in het kader van de WAV; -– een redelijk vermoeden van illegaal in Nederland verblijvende prostituees. - -Naast het criterium van ‘feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren’ kunnen personen staande gehouden worden ‘ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding’ om illegaal verblijf in een zo vroeg mogelijk stadium tegen te gaan. Zie A3/2.4. - -De ambtenaren belast met grensbewaking en met toezicht op vreemdelingen maken van de staandehouding en ophouding van personen op grond van artikel 50 Vw een proces-verbaal op (model M-111A). +De politie heeft als taken de handhaving van de openbare orde en de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Voorts verleent zij hulp aan hen die deze behoeven (zie artikel 2 Politiewet). Ook het actief toezicht op vreemdelingen maakt deel uit van de taken van politieambtenaren en de overige speciaal daarvoor aangewezen toezichthouders. Bij de uitvoering van dit toezicht wordt in het belang van de (handhaving van de) openbare orde nagegaan of in Nederland verblijvende vreemdelingen rechtmatig hier verblijven. In verband daarmee kunnen personen worden staande gehouden. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden indien er sprake is van ‘feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren’ of ‘ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding’ #### 3.4. Identiteitsdocumenten @@ -1946,15 +1796,6 @@ Het niet voldoen aan de verplichting van artikel 4.38 Vb is ingevolge het bepaal Vreemdelingen zijn verplicht op vordering van de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar zij wonen of verblijven, binnen de in de vordering aangegeven tijd de gegevens te verstrekken die de Korpschef in het belang van het bepaalde bij en krachtens de Vw vraagt (zie artikel 4.38 Vb) voorzover het de gegevens betreft die worden bedoeld in de artikelen 4.39 tot en met 4.44 Vb. Er dient steeds een rechtstreeks verband te bestaan tussen het vragen van de gegevens en de toepassing van de Vw, dan wel van de uitvoeringsbepalingen daarvan. Voorts kan een vordering tot het verstrekken van gegevens bijvoorbeeld worden gedaan met het oog op het bijhouden van de vreemdelingenadministratie. -Indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, kan de vreemdeling verplicht worden de gevraagde gegevens persoonlijk te komen verstrekken. Aanleiding tot het opleggen van deze verplichting bestaat bijvoorbeeld: - -– indien feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die kunnen leiden tot het intrekken van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd; -– indien een vreemdeling verzuimd heeft tijdig verlenging van de geldigheidsduur van zijn vergunning tot verblijf voor bepaalde tijd of tijdig een vergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen of indien overwogen wordt de vreemdeling aan een bijzondere maatregel van toezicht te onderwerpen (zie artikel 54, tweede lid en 56 Vw). - -Een vordering tot het verstrekken van gegevens dient zoveel mogelijk in een voor de vreemdeling begrijpelijke vorm en taal te worden gedaan. Een vordering tot het verstrekken van gegevens kan ook bij algemene bekendmaking worden gedaan. Zodanige vordering kan dan gericht zijn hetzij tot alle vreemdelingen in de gemeente, hetzij tot bepaalde categorieën van vreemdelingen. Een vordering als hier bedoeld kan alleen worden gedaan in het belang van de vreemdelingenadministratie. - -Het verstrekken van onjuiste gegevens die hebben geleid tot het verlenen of het verlengen van de geldigheidsduur van verblijfsvergunning kan, naast strafbaarheid wegens overtreding van artikel 4.38 Vb, juncto artikel 54, eerste lid, Vw, voor de vreemdeling tot gevolg hebben dat de verleende vergunning wordt ingetrokken (zie artikel 19 juncto artikel 18, eerste lid, onder c, artikel 22 aanhef en onder b, artikel 32, aanhef en onder a, en artikel 35, aanhef en onder a, Vw). - ##### 7.3.3. Melding door de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf Zie artikel 4.39 Vb. Deze bepaling richt zich tot vreemdelingen die op illegale wijze Nederland zijn binnengekomen of die na beëindiging van hun eerdere rechtmatige verblijf als bedoeld in artikel 8 Vw zonder toestemming in Nederland zijn achtergebleven. Deze bepaling geldt ook voor passagierende zeelieden en transitpassagiers van vliegtuigen en zeeschepen die niet tijdig uit Nederland zijn vertrokken (zie artikel 2.4 Vb). De in artikel 4.39 Vb bedoelde kennisgeving moet in persoon worden gedaan. @@ -1967,9 +1808,11 @@ Degene op wie deze verplichting rust kan zowel Nederlander als vreemdeling zijn. ##### 7.3.5. Verstrekken gegevens over (vroegere) buitenlandse werknemers -Zie artikel 4.41 Vb. In een aantal gevallen zijn werkgevers verplicht, ten aanzien van vreemdelingen die bij hen te werk gesteld worden, in dienst zijn of in dienst zijn geweest, desgevraagd gegevens te verstrekken aan de Korpschef. +In een aantal gevallen zijn werkgevers verplicht, ten aanzien van vreemdelingen die bij hen te werk gesteld worden, in dienst zijn of in dienst zijn geweest, desgevraagd gegevens te verstrekken aan de Korpschef (zie artikel 4.41 Vb). -Deze verplichting geldt voor daartoe gevorderde werkgevers van wie bij de Korpschef bekend is dat zij vreemdelingen in dienst gehad hebben die illegaal hier te lande verbleven of die in Nederland ongeoorloofd arbeid verrichten. De gevraagde gegevens dienen onmiddellijk of binnen een door de Korpschef aangegeven termijn te worden verstrekt. +De Korpschef dient een vordering tot het verstrekken van inlichtingen aan de werkgever te betekenen of per aangetekende brief te verzenden. Deze vordering dient te worden onderscheiden van vorderingen die aan een vreemdeling kunnen worden gedaan om in persoon gegevens te verstrekken. + +Een vordering tot het verstrekken van gegevens, zal in de regel moeten worden gedaan door de Korpschef van het regionale politiekorps waaronder de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, ressorteert. Met het oog op de omstandigheid dat vele buitenlandse arbeidskrachten niet wonen in de plaats waar zij hun arbeid verrichten, maar in omringende gemeente, dient nauw overleg tussen de betrokken Korpschef te worden gepleegd, en dienen de van belang zijnde gegevens omtrent de hier bedoelde vreemdelingen te worden uitgewisseld. ##### 7.3.6. Mededeling omtrent zoeken of gaan verrichten van arbeid @@ -2048,7 +1891,7 @@ Nota bene, in het geval van het gebruik van vingerafdrukkenformulieren bij de vo #### 7.5. Het verlenen van medewerking aan een medisch onderzoek -De vreemdeling die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden is ingevolge artikel 4.46, eerste lid, Vb verplicht om een TBC-onderzoek te ondergaan (zie B1/2.2.5 voor de procedure). Deze verplichting geldt niet voor de in artikel 4.46, tweede lid, Vb bedoelde vreemdelingen. +De vreemdeling die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden is ingevolge artikel 4.46, eerste lid, Vb verplicht om een TBC- onderzoek te ondergaan (zie B1/4.5 voor de procedure). Deze verplichting geldt niet voor de in artikel 4.46, tweede lid, Vb bedoelde vreemdelingen. #### 7.6. Aanmelding na binnenkomst in Nederland @@ -2127,8 +1970,11 @@ In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in de opvanglocatie in h ###### 7.7.1.4. Niet voldoen aan de meldplicht en vertrek van de vreemdeling Indien de vreemdeling zich ondanks een verplichting daartoe niet houdt aan de meldplicht kan dit een aanwijzing zijn dat hij het land heeft verlaten of dat hij zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken. Indien de vreemdeling zich twee achtereenvolgende keren niet houdt aan de meldplicht dient hij gevorderd te worden om in persoon gegevens te verstrekken omtrent de onttrekking aan de meldplicht. Reageert de vreemdeling niet dan kan geconcludeerd worden dat hij Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en dient hij in de vreemdelingenadministratie te worden afgemeld. Voor asielzoekers die in een opvangvoorziening verblijven, geldt een uitzondering op deze regel. Gezien het betrekkelijke gemak waarmee het daadwerkelijke vertrek van de betrokkene kan worden gecontroleerd door de vreemdelingenpolitie ter plaatse, dient in deze gevallen altijd een adrescontrole plaats te vinden, alvorens conclusies over het definitieve vertrek van de vreemdeling worden getrokken. Voorts vereist de omstandigheid dat deze vreemdelingen direct ten laste komen van de openbare kas en het feit dat indien een vreemdeling vertrekt, de woning kan worden betrokken door een andere vreemdeling, dat het vertrek onomstotelijk vast komt te staan. - -Over het (aangenomen) vertrek van een vreemdeling wordt de IND geïnformeerd door middel van een formulier M100. + + + Over het (aangenomen) vertrek van een vreemdeling worden de IND en de DT&V geïnformeerd door middel van een formulier M100. + +200623430-11-200622-11-20062006/39200623430-11-200622-11-20062006/3901-01-2007 ##### 7.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding @@ -2175,11 +2021,7 @@ Wordt niet aanstonds tot afgifte van een nieuw document aan de vreemdeling overg ##### 7.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten -Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dient op grond van artikel 50, Vw te worden staande gehouden en te worden gehoord. Zie ook paragraaf A3/3. Zijn identiteit dient te worden vastgelegd aan de hand van naamsopgave, foto’s en dactyloscopisch signalement met handtekening van de gedactyloscopeerde. - -Er moet niet te snel worden afgegaan op de bewering van een vreemdeling dat hij niet (of niet meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding. In de praktijk is gebleken dat indien de vreemdeling uitvoerig wordt gehoord, door deze soms alsnog een document voor grensoverschrijding wordt overgelegd. Indien door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de vreemdeling mogelijk is, kan de hulp van een tolk worden ingeroepen, die als voldoende bekwaam en objectief kan worden beschouwd. - -Van alle aangetroffen bescheiden, zoals reisbiljetten, diploma’s en dergelijke, moeten fotokopieën worden gemaakt. De Korpschef of de Commandant der KMar zendt zo spoedig mogelijk de aanwezige informatie naar de IND. Met behulp van deze informatie zal dan worden geprobeerd een document voor grensoverschrijding te verkrijgen. +Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dient op grond van artikel 50, Vw te worden staande gehouden en te worden gehoord. Zie ook A3/3. Zijn identiteit dient te worden vastgelegd aan de hand van naamsopgave, foto’s en dactyloscopisch signalement met handtekening van de gedactyloscopeerde. ### 8. Beschikbaar houden en fouillering @@ -2399,15 +2241,11 @@ Het begrip verwijdering, dat niet voorkomt in de Vw, omvat alle overheidshandeli #### 2.1. De rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten -Uitgangspunt in de Vw is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft, Nederland uit eigen beweging moet verlaten. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor zijn terugkeer. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in artikel 61, eerste lid, Vw. De verplichting om Nederland te verlaten is ingevolge dat artikel afhankelijk van de rechtmatigheid van het verblijf. Welke vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft, is opgenomen in artikel 8 Vw. - -De rechtsplicht om Nederland te verlaten ontstaat op het moment waarop het rechtmatig verblijf eindigt. Voor vreemdelingen die nooit rechtmatig verblijf in Nederland hebben gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland hebben verschaft, ontstaat deze rechtsplicht op het moment waarop zij zich illegaal toegang tot Nederland hebben verschaft. De termijn waarbinnen de vreemdeling Nederland moet verlaten kan variëren en is geregeld in artikel 62 Vw. - -Voor vreemdelingen die wel een aanvraag hebben ingediend, maar waarvan de aanvraag is afgewezen en het bezwaar of beroep de werking van de bestreden beschikking niet opschort, ontstaat de rechtsplicht na afwijzing van de aanvraag. Als bezwaar of beroep de werking van de bestreden beschikking opschort, dan ontstaat de rechtsplicht nadat de opschorting is geëindigd. +Uitgangspunt in de Vw is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft, Nederland uit eigen beweging moet verlaten. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor zijn vertrek uit Nederland. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in artikel 61, eerste lid, Vw. De verplichting om Nederland te verlaten is ingevolge dat artikel afhankelijk van de rechtmatigheid van het verblijf. Welke vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft, is opgenomen in artikel 8 Vw. #### 2.2. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek -Indien bij beschikking een verblijfsaanvraag is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken, terwijl de werking van die beschikking is opgeschort, dan kan op grond van artikel 61, tweede lid, Vw desalniettemin medewerking van de vreemdeling worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Deze regeling maakt het onder meer mogelijk om medewerking van een asielzoeker te verlangen aan de voorbereiding van de terugkeer wanneer de eerste beslissing op de asielaanvraag negatief is, zodat, ingeval de bestreden beschikking in de rechterlijke procedure wordt bevestigd, het vertrek zo snel mogelijk kan plaatsvinden. Van de asielzoeker kan derhalve worden verlangd dat hij zich inspant om vervangende reisdocumenten te verkrijgen op het moment dat hij nog in afwachting is van de rechterlijke procedure. Dat betekent niet dat de vreemdeling zich dient te wenden tot autoriteiten van zijn land van herkomst. Hij kan bijvoorbeeld ook via familieleden of vrienden in het land van herkomst trachten om identiteitsdocumenten of andere schriftelijke stukken waaruit zijn nationaliteit en identiteit blijkt, te verkrijgen. De vreemdeling kan zonodig op grond van artikel 4.38 Vb door de vreemdelingenpolitie worden gevorderd om te verschijnen teneinde gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Steeds dient door de ambtenaar belast met het toezicht aan de vreemdeling duidelijk te worden gemaakt wat er van hem in dit kader wordt verlangd. In de vreemdelingenadministratie vindt hiervan registratie plaats. +Indien bij beschikking een verblijfsaanvraag is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken, terwijl de werking van die beschikking is opgeschort, dan kan op grond van artikel 61, tweede lid, Vw desalniettemin medewerking van de vreemdeling worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Deze regeling maakt het onder meer mogelijk om ten aanzien van asielzoekers medewerking te verlangen aan de voorbereiding van het vertrek uit Nederland wanneer de eerste beslissing op de asielaanvraag negatief is, zodat, ingeval de bestreden beschikking in de rechterlijke procedure wordt bevestigd, het vertrek zo snel mogelijk kan plaatsvinden. Van de vreemdeling kan derhalve worden verlangd dat hij zich inspant om vervangende reisdocumenten te verkrijgen op het moment dat hij nog in afwachting is van de rechterlijke procedure. Dat betekent niet dat de vreemdeling zich dient te wenden tot autoriteiten van zijn land van herkomst. Hij kan bijvoorbeeld ook via familieleden of vrienden in het land van herkomst trachten om identiteitsdocumenten of andere schriftelijke stukken waaruit zijn nationaliteit en identiteit blijkt, te verkrijgen. De vreemdeling kan zonodig op grond van artikel 4.38 Vb door de ambtenaar belast met het toezicht worden gevorderd om te verschijnen teneinde gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Steeds dient door de ambtenaar belast met het toezicht aan de vreemdeling duidelijk te worden gemaakt wat er van hem in dit kader wordt verlangd. In de vreemdelingenadministratie vindt hiervan registratie plaats. #### 2.3. Een klacht schort het vertrek uit Nederland niet op @@ -2416,12 +2254,15 @@ In het derde lid van artikel 61 Vw is neergelegd dat het indienen van een klacht #### 2.4. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst Vreemdelingen die Nederland dienen te verlaten, zijn in beginsel vrij zich te begeven naar ieder land waar zijn toegang is gewaarborgd. Toegang tot een ander land dan het land van herkomst moet de vreemdeling zelf aannemelijk maken. Echter, indien de vreemdeling niet is vertrokken in de vertrektermijn en de overheid de uitzetting van de vreemdeling ter hand heeft genomen, zal de gedwongen verwijdering niet worden opgeschort wanneer de vreemdeling op enig moment aangeeft naar een ander land te willen vertrekken. - -Concrete informatie over de voorwaarden voor binnenkomst in een bepaald land wordt getoetst aan het individuele geval. In voorkomende gevallen dient hierover contact te worden opgenomen met de IND. + + + Concrete informatie over de voorwaarden voor binnenkomst in een bepaald land wordt door de DT&V getoetst aan het individuele geval. + +200623430-11-200622-11-20062006/39200623430-11-200622-11-20062006/3901-01-2007 #### 2.5. Verwijdering van gezinsleden -Indien het hoofd van een gezin uit Nederland moet worden verwijderd, geldt als algemene regel dat de tot zijn gezin behorende vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer krachtens een van de bepalingen van artikel 8 Vw is toegestaan in Nederland te verblijven, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin verwijderd dienen te worden. Indien al dan niet door toedoen van een gezinslid gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, kan gescheiden verwijdering pas plaatsvinden nadat hiervoor toestemming is verleend door de IND. +Indien het hoofd van een gezin uit Nederland moet worden verwijderd, geldt als algemene regel dat de tot zijn gezin behorende vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer krachtens een van de bepalingen van artikel 8 Vw is toegestaan in Nederland te verblijven, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin verwijderd dienen te worden. Indien al dan niet door toedoen van een gezinslid gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, kan gescheiden verwijdering pas plaatsvinden nadat de zaak is beoordeeld en getoetst door de DT&V. ### 3. Vertrektermijnen @@ -2437,25 +2278,6 @@ Indien de vreemdeling de beroepstermijn ongebruikt laat, kan deze in mindering w Er kunnen zich omstandigheden voordoen, die het wenselijk maken om een kortere vertrektermijn te geven. Om die reden is in artikel 62, vierde lid, Vw de bevoegdheid van de Minister opgenomen om de vertrektermijn tot minder dan vier weken te verkorten. De Korpschef, dan wel de Commandant der KMar kan ingevolge artikel 1.4 Vb zelfstandig tot verkorting van de vertrektermijn besluiten. -De vertrektermijn kan verkort worden in het belang van de uitzetting: - -– indien de geldigheidsduur van de beschikbare reisdocumenten door het toekennen van een termijn van vier weken verloopt; -– indien gegronde vrees bestaat dat de vreemdeling misbruik zal maken van het gunnen van een vertrektermijn door niet-rechtmatig in ons land achter te blijven; -– indien de eerste reismogelijkheid zich voordoet vóór het verstrijken van de vertrektermijn, terwijl de daaropvolgende reismogelijkheid in redelijkheid te lang na het verstrijken van de vertrektermijn ligt; -– indien binnen de vertrektermijn van de vreemdeling de mogelijkheid bestaat hem in het kader van een door de IND georganiseerde vlucht te laten terugkeren; -– indien het een vreemdeling betreft wiens uitzetting dient te geschieden door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten ingevolge terug- en overnameovereenkomsten (zie A4/11); - -De vertrektermijn kan voorts worden verkort in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid. - -Bij EU-/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen, alsmede de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, is verkorting van de vertrektermijn alleen mogelijk in naar behoren aantoonbare dringende gevallen (zie artikel 8.24, derde lid, Vb). Hiervan is slechts sprake bij een actuele, werkelijke en genoegzaam ernstige bedreiging van de openbare orde (Raad van State 15 juli 2005, Bulvydas, 200505057/1). - -De verkorting van de vertrektermijn kan op twee manieren door de rechter worden beoordeeld: - -– indien de Minister de vertrektermijn tegelijk met de afwijzing van de aanvraag verkort, dan zal de rechter bij de beoordeling van het beroep op de rechter tevens de verkorting van de termijn beoordelen; -– indien de Minister pas na afloop van het beroep op de rechter de vertrektermijn verkort, dan is afzonderlijk bezwaar of beroep mogelijk. In dit laatste geval mag de behandeling van een ingediend bezwaar- of beroepschrift niet in Nederland worden afgewacht. - -Het verkorten van de vertrektermijn heeft overigens geen gevolg voor de termijn waarbinnen de vreemdeling bezwaar of beroep kan instellen. Deze termijn blijft in genoemde situaties in het algemeen vier weken, tenzij de aanvraag in het AC wordt afgedaan, in welk geval de beroepstermijn een week bedraagt (artikel 69, eerste en tweede lid, Vw). - #### 3.4. Onthouden van een vertrektermijn In een aantal gevallen wordt de vreemdeling geen vertrektermijn gegund (zie artikel 62, derde lid, Vw). @@ -2474,23 +2296,11 @@ Vreemdelingen behorend tot de hierboven genoemde categorieën dienen Nederland d Uitgangspunt in de Vw is dat de vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan een eigen verantwoordelijkheid heeft om Nederland binnen de daarvoor gestelde termijn te verlaten. Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, dient hij hiervoor tijdig zelf te zorgen. Hiertoe kan de vreemdeling zich wenden tot zijn eigen diplomatieke vertegenwoordiging of tot familieleden of bekenden in het land van herkomst. -Wanneer een vreemdeling niet zelfstandig Nederland verlaat, kan uitzetting aan de orde komen (zie A4/6). - In een aantal gevallen is uitzetting van een vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan niet onmiddellijk uitvoerbaar, omdat deze niet over een (geldig) reisdocument beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd. Om na te gaan of de vreemdeling bij een andere ketenpartner bekend is, dient in die gevallen de vreemdelingenadministratie te worden geraadpleegd. Ter vaststelling van de nationaliteit en identiteit kan hier onder andere worden gedacht aan het vergelijken van foto’s en vingerafdrukken. Ter vaststelling van de nationaliteit van een vreemdeling kan in bijzondere gevallen gebruik worden gemaakt van de bij de IND aanwezige expertise op het gebied van taalanalyse. -Indien de uit te zetten vreemdeling niet in het bezit is van een (geldig) reisdocument of re-entry permit op grond waarvan de toegang tot het land van bestemming en zijn eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zo spoedig mogelijk een (vervangend) reisdocument en de eventueel benodigde (transit)visa en re-entry permit aanvragen bij de betreffende buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging. +Bij contacten met de diplomatieke vertegenwoordiging ter verkrijgen van de voor het vertrek benodigde (vervangende) reisdocumenten dient voorzichtigheid te worden betracht in verband met het verbod op refoulement. -Een uitzondering hierop vormen de gevallen, waarin onmiddellijke uitzetting door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is (zie A4/8). Indien de uitzetting van een vreemdeling als hier bedoeld niet op de voorgeschreven wijze kan worden geëffectueerd, dient contact te worden opgenomen met de IND. - -Voor een aantal nationaliteiten geldt dat de aanvragen van (vervangende) reisdocumenten centraal door tussenkomst van de IND worden verzorgd. - -In beginsel dient het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek, indien het om een asielzoeker gaat, pas te geschieden na een uitspraak van de rechter. Een uitzondering hierop vormt de situatie waarin er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel en het verkrijgen van een vervangend reisdocument veel tijd in beslag neemt. In dat geval kan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, ook indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, zich voor het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot een diplomatieke vertegenwoordiging. Dit wordt vooraf afgestemd met de IND. - -Eventueel kan ook in andere (bijzondere) gevallen worden overgegaan tot vroegtijdige presentatie. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om afgewezen asielzoekers afkomstig uit een land waarvan bekend is dat het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten lange tijd in beslag neemt en er sprake is van openbare-ordeaspecten (bijvoorbeeld iemand die op grond van het strafrecht van zijn vrijheid is beroofd). Vroegtijdige presentatie van asielzoekers dient achterwege te blijven als de verwijdering snel kan worden geëffectueerd. In deze gevallen neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen altijd vooraf contact op met de IND. - -Is de vreemdeling in een huis van bewaring, een gevangenis, een TBS-inrichting of een soortgelijke inrichting opgenomen, dan dient het (vervangend) reisdocument zo mogelijk reeds tijdens zijn verblijf in die inrichting te worden aangevraagd, opdat de uitzetting zo spoedig mogelijk, bij voorkeur onverwijld, na het ontslag kan plaatsvinden (zie A4/10.1). - -De diplomatieke vertegenwoordiging wordt, evenals andere autoriteiten van het (vermoedelijke land van herkomst), nimmer op de hoogte gesteld van het feit dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend in Nederland of in enig ander land. Er kan slechts worden aangegeven dat de persoon in kwestie geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en om die reden Nederland dient te verlaten. +De diplomatieke vertegenwoordiging wordt, evenals andere autoriteiten van het (vermoedelijke land van herkomst), nimmer op de hoogte gesteld van het feit dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend in Nederland of in enig ander land. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en om die reden Nederland dient te verlaten. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en de betrokken ambtenaren van de IND zien erop toe dat geen aantekeningen in reis- of identiteitsdocumenten van asielzoekers worden geplaatst. @@ -2498,56 +2308,29 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en ##### 4.2.1. De diplomatieke vertegenwoordiging wijst de aanvraag af -Indien een diplomatieke vertegenwoordiging (of andere autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst) weigert het aangevraagde reisdocument of visum te verstrekken, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, in de gevallen dat deze de aanvraag rechtstreeks bij de diplomatieke vertegenwoordiging heeft ingediend, daarvan zo spoedig mogelijk mededeling te doen aan de IND, zoveel mogelijk onder overlegging van bescheiden die van belang kunnen zijn om de vreemdeling alsnog uit te zetten. - -Is de aanvraag afgewezen omdat de diplomatieke vertegenwoordiging van oordeel is dat de vreemdeling niet de nationaliteit bezit van het desbetreffende land en er gerede twijfel bestaat over dit oordeel van de diplomatieke vertegenwoordiging, dan dient mede bij de stukken gevoegd te zijn een uitvoerig rapport, vermeldende alle beschikbare gegevens welke van belang kunnen zijn ter vaststelling van de nationaliteit van de vreemdeling. In het bijzonder dienen daarbij opgegeven te worden: - -– de vermeende personalia van de betrokkene en zo mogelijk van zijn ouders; -– de plaatsen en adressen waar hij sedert zijn geboorte heeft gewoond; -– de datum waarop hij laatstelijk Nederland is binnengekomen; en -– de eventueel door de vreemdeling zelf aangevoerde gronden voor het al dan niet bezitten van de veronderstelde nationaliteit. - -Zo mogelijk zal aan de hand van de verstrekte informatie alsnog worden getracht een (vervangend) reisdocument te verkrijgen. - -Indien de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een (vervangend) reisdocument en hij overigens niet aan de buitenlandse grensautoriteiten kan worden overgegeven, dan wel uit Nederland worden verwijderd door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig (zie A4/8) en er daarnaast geen sprake is van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie C2/8), dient hem te worden aangezegd dat hij Nederland moet verlaten. +Indien de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een (vervangend) reisdocument door een diplomatieke vertegenwoordiging en hij overigens niet aan de buitenlandse grensautoriteiten kan worden overgegeven, dan wel uit Nederland worden verwijderd door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig (zie A4/8) en er daarnaast geen sprake is van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie C2/8), dient hem te worden aangezegd dat hij Nederland moet verlaten. ##### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat -Indien er geen diplomatieke vertegenwoordiging aanwezig is die een laissez-passer kan afgeven, kan in bepaalde gevallen de terugkeer plaatsvinden met behulp van een EU-staat. Dit document wordt afgegeven door de Nederlandse overheid indien de nationaliteit van de vreemdeling voldoende aannemelijk is. De EU-staat kan worden gebruikt bij terugkeer naar het land van herkomst, maar in voorkomende gevallen ook bij de terugkeer naar een ander land. Tevens kan het document worden gebruikt als ondersteunend reisdocument bij overdracht naar andere Europese landen. - -Bij gebruikmaking van een EU-staat in het kader van de terugkeer dient aan de volgende – cumulatieve – voorwaarden voldaan te zijn: - -– het is niet mogelijk gebleken tijdig een (vervangend) reisdocument te verkrijgen van de betreffende (feitelijke) autoriteiten in het land van herkomst of een derde land, of er zijn met de autoriteiten van het desbetreffende land afspraken gemaakt over het gebruik van de EU-staat; -– er bestaan één of meerdere aanwijzingen op grond waarvan de nationaliteit en, in voorkomende gevallen, de identiteit van de betrokken vreemdeling aangenomen kan worden; -– er bestaat een redelijke kans dat de betrokken vreemdeling wordt toegelaten in het land waar hij naar terug dient te keren. - -In alle gevallen vindt afgifte van een EU-staat plaats door de IND. Het verdient aanbeveling om, indien aanwezig, bij de EU-staat (kopieën) van identiteits(ondersteunende) documenten te voegen, zoals een rijbewijs of geboorteakte. De (kopieën) van deze documenten mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten. +In voorkomende gevallen kan het vertrek uit Nederland plaatsvinden met behulp van een EU-staat als bedoeld in de Aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 betreffende de aanneming van een standaard-reisdocument voor de verwijdering van onderdanen van derde landen (Publicatieblad Nr. C 274 van 19/09/1996 blz. 18-19, zie model M80). Dit document wordt afgegeven door de Nederlandse overheid indien de nationaliteit van de vreemdeling voldoende aannemelijk is. De EU-staat kan worden gebruikt bij terugkeer naar het land van herkomst, maar in voorkomende gevallen ook bij de terugkeer naar een ander land. Tevens kan het document worden gebruikt als ondersteunend reisdocument bij overdracht naar andere Europese landen. #### 4.3. Het inhouden van documenten -Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan of de hand is gehouden aan de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten, zie A3/5. - -Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. +Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten zijn nageleefd (zie A3/5). #### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten Ten aanzien van het stellen van aantekeningen omtrent verwijdering in het reisdocument van de vreemdeling, gelden de volgende hoofdregels: – een aantekening omtrent verwijdering mag in het reisdocument van een vreemdeling alleen worden gesteld indien er gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten zich (opnieuw) naar Nederland te begeven, zonder te voldoen aan de bij of krachtens de Vw gestelde voorwaarden voor binnenkomst; -– een aantekening omtrent verwijdering mag niet worden gesteld indien de doorreis van de vreemdeling door of diens toelating tot een derde land daardoor zou worden bemoeilijkt. Gevaar voor moeilijkheden met het oog op doorreis door of toelating tot derde landen zal niet bestaan indien: +– een aantekening omtrent verwijdering mag niet worden gesteld indien de doorreis van de vreemdeling door of diens toelating tot een derde land daardoor zou worden bemoeilijkt. -– de vreemdeling met toepassing van de ter zake gesloten overeenkomsten door bemiddeling van het land waarmee de overeenkomst is gesloten naar een derde land wordt uitgezet (zie A4/11); -– de vreemdeling rechtstreeks wordt verwijderd naar een land waar zijn toegang gewaarborgd is, hetzij omdat hij onderdaan is van dat land, hetzij omdat hij in het bezit is van een voor toelating tot dat land geldig reisdocument. +Gevaar voor moeilijkheden met het oog op doorreis door of toelating tot derde landen zal niet bestaan indien: -Bij uitzetting van een vreemdeling door middel van overgave aan de Belgische grensautoriteiten blijft – tenzij de Minister een andersluidende aanwijzing heeft gegeven – het stellen van een aantekening omtrent verwijdering in het reisdocument steeds achterwege indien de vreemdeling bestemd is om uit het Beneluxgebied te worden verwijderd; -– aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten: +– De vreemdeling met toepassing van de ter zake gesloten overeenkomsten door bemiddeling van het land waarmee de overeenkomst is gesloten naar een derde land wordt uitgezet (zie A4/11); +– De vreemdeling rechtstreeks wordt verwijderd naar een land waar zijn toegang gewaarborgd is, hetzij omdat hij onderdaan is van dat land, hetzij omdat hij in het bezit is van een voor toelating tot dat land geldig reisdocument. -– van asielzoekers (zie C3/10.5); of -– van vreemdelingen op wie het beleid ten aanzien van slachtoffers van vrouwenhandel van toepassing is (zie B9). - -Voor het stellen van aantekeningen in het algemeen, zie A3/5. - -Voor de eventuele intrekking van de resterende geldigheidsduur van een visum, zie A2/4.3.7. +Bij uitzetting van een vreemdeling door middel van overgave aan de Belgische grensautoriteiten blijft – tenzij de Minister een andersluidende aanwijzing heeft gegeven – het stellen van een aantekening omtrent verwijdering in het reisdocument steeds achterwege indien de vreemdeling bestemd is om uit het Beneluxgebied te worden verwijderd. #### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de doorlaatpost van uitreis @@ -2563,32 +2346,26 @@ Indien de vreemdeling zich niet op de afgesproken tijd en plaats bij het hoofd v #### 5.1. Algemeen -IOM in Nederland bemiddelt bij het zelfstandig vertrek van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe de REAN-regeling aan. Deze regeling houdt in dat de vreemdeling in het bezit wordt gesteld van een vliegticket voor zijn vertrek naar zijn land van herkomst of een derde land, indien op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend. Afhankelijk van de situatie van de vreemdeling kan een ondersteuningsbijdrage worden toegekend ten behoeve van de kosten van levensonderhoud in de eerste periode na vertrek uit Nederland. Tevens kunnen de kosten voor het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument worden vergoed. Ook kan de vreemdeling in aanmerking komen voor reiskosten binnen het land van bestemming naar de plaats van vestiging. - -De uitvoeringsregeling van het REAN-programma is opgenomen in Stcrt. 250 van 24 december 1991. - -De REAN-regeling is vooral bedoeld voor de categorie vreemdelingen die met toestemming van de overheid hier te lande verblijft, na een eerste afwijzing van een verzoek om een verblijfsvergunning. Gelet op het doel van een humaan en effectief terugkeerbeleid worden andere vreemdelingen niet bij voorbaat van de REAN-regeling uitgesloten, mits dit niet het Nederlandse verwijderingsbeleid doorkruist. In geval van illegaal verblijf of beperking van de bewegingsvrijheid, dan wel inbewaringstelling heeft de vreemdeling eveneens de mogelijkheid zich aan te melden voor zelfstandig vertrek met hulp van IOM, mits de IND daarvoor toestemming verleent. +De IOM in Nederland bemiddelt bij het zelfstandig vertrek of hervestiging van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe het REAN-programma aan. Het REAN-programma is gericht op de uitvoering van een humaan en effectief beleid voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging van bepaalde categorieën vreemdelingen. Om dit doel te bereiken, gebaseerd op haar mandaat en afhankelijk van de beschikbare middelen, heeft de IOM-missie in Nederland tot taak voorlichting te geven, aanvragen voor vertrek in behandeling te nemen, de reis te arrangeren en het vertrek te begeleiden. Indien het vertrek of de hervestiging feitelijk kan worden gerealiseerd, draagt de IOM ook zorg voor het uitkeren van financiële bijdragen voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging in een derde land. Voorts kan de IOM voor bepaalde categorieën vertrekkers, zoals Amv’s, specifieke voorzieningen treffen. #### 5.2. Procedure De procedure voor vertrek onder het REAN-programma is hieronder kort samengevat en toegelicht: a. de vreemdeling dient een aanvraag voor vertrek in bij IOM; -b. IOM gaat na of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening van bijdragen onder het REAN-programma; +b. IOM gaat bij de IND na of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening van bijdragen onder het REAN-programma; c. indien dit het geval is, krijgt de vreemdeling bericht dat hij in beginsel onder het REAN-programma kan vertrekken; -d. de vreemdeling vertrekt vanaf Schiphol, waar hij zijn ticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning krijgt uitgereikt na intrekking van eventuele procedures ter verkrijging van een verblijfstitel. +d. de vreemdeling vertrekt vanaf de luchthaven, waar hij zijn ticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning krijgt uitgereikt na toestemming voor intrekking van eventuele procedures ter verkrijging van een verblijfstitel, dan wel de verblijfsvergunning. -ad a.: IOM informeert de vreemdeling over de ondersteuning die IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de ondersteuning van IOM kan deze een aanvraag voor vertrek indienen. Gelijktijdig wordt door de vreemdeling het formulier ondertekend waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen het uitwisselen van voor het vertrek relevante gegevens tussen IOM en de IND. +IOM informeert de vreemdeling over de ondersteuning die IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de ondersteuning van IOM kan deze een aanvraag voor vertrek indienen. Gelijktijdig wordt door de vreemdeling het formulier ondertekend waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen het uitwisselen van voor het vertrek relevante gegevens tussen IOM, de IND en de DT&V. -ad b.: IOM beoordeelt de aanvraag. Vanwege de voorwaarden voor vertrek onder het REAN-programma vindt over elke aanvraag afstemming plaats tussen IOM en de IND. Indien er reeds concrete verwijderingmaatregelen jegens de vreemdeling zijn genomen, kan de IND, in overleg met de vreemdelingenpolitie, besluiten om wel of geen toestemming te verlenen voor vertrek via IOM. Indien toestemming wordt verleend door zowel de IND als IOM, stelt IOM de vreemdelingenpolitie op de hoogte van het besluit. Reeds gestarte verwijderingmaatregelen worden opgeschort in het geval toestemming wordt verleend. +IOM beoordeelt de aanvraag. Vanwege de voorwaarden voor vertrek onder het REAN-programma wordt de IND om toestemming gevraagd de betrokken vreemdeling via IOM te laten vertrekken. Deze toestemming wordt door de IND verleend of onthouden in overleg met de DT&V. De DT&V wordt door de IND geïnformeerd over de beslissing of wel of geen toestemming wordt verleend. Indien er reeds concrete verwijderingsmaatregelen jegens de vreemdeling zijn genomen, kan de DT&V besluiten de verwijdering doorgang te laten vinden, dan wel de vreemdeling te laten vertrekken via IOM. Reeds gestarte verwijderingsmaatregelen worden opgeschort in het geval toestemming wordt verleend. -ad c.: Indien een aanvraag is goedgekeurd, organiseert IOM de reis en stelt de eventueel uit te keren financiële bijdrage voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van reisdocumenten. Indien de vreemdelingenpolitie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van (vervangende) reisdocumenten, worden deze zoveel mogelijk gebruikt in het zelfstandige vertrektraject dat wordt gefaciliteerd door IOM. Indien de vreemdeling in het bezit is van een (elektronisch) W-document dient hij dit voorafgaand aan zijn vertrek bij de vreemdelingenpolitie in te leveren. +Indien een aanvraag is goedgekeurd, organiseert IOM de reis en stelt de eventueel uit te keren financiële bijdrage voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten. Indien de DT&V, vreemdelingenpolitie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van (vervangende) reisdocumenten, worden deze zoveel mogelijk gebruikt in het zelfstandige vertrektraject dat wordt gefaciliteerd door IOM. -ad d.: De uitreisformaliteiten op Schiphol worden afgehandeld door IOM. Indien sprake is van vrijheidsbeperkende maatregelen, of wanneer de vreemdeling vanuit vreemdelingenbewaring vertrekt, wordt de vreemdeling door de KMar overgedragen aan IOM. Voor overgave aan IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende maatregel of de vreemdelingenbewaring op. In die gevallen ontvangt de KMar schriftelijk bericht van IOM dat de vreemdeling daadwerkelijk is vertrokken. +Indien de vreemdeling in het bezit is van een (elektronisch) W-document dient hij dit voorafgaand aan zijn vertrek bij de vreemdelingenpolitie in te leveren. -De vreemdeling ondertekent ten overstaan van IOM een verklaring dat hij afziet van het voeren van procedures, voor zover het lopende aanvragen betreft, ter verkrijging van een verblijfstitel. - -De IND ontvangt schriftelijk bericht van IOM dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van IOM. Er dient geen bericht vertrek (zie model M100) aan de IND te worden gestuurd. De IND verstrekt dan wel voorafgaand aan het vertrek informatie aan IOM over eventuele ketenpartners die door IOM van het uiteindelijke vertrek op de hoogte gesteld moeten worden. +De uitreisformaliteiten op de luchthaven worden afgehandeld door IOM. Indien sprake is van vrijheidsbeperkende maatregelen, of wanneer de vreemdeling vanuit vreemdelingenbewaring vertrekt, wordt de vreemdeling door de KMar overgedragen aan IOM. Voor overgave aan IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende maatregel of de vreemdelingenbewaring op. In die gevallen ontvangt de KMar schriftelijk bericht van IOM dat de vreemdeling daadwerkelijk is vertrokken. ### 6. Uitzetting @@ -2596,70 +2373,36 @@ De IND ontvangt schriftelijk bericht van IOM dat de vreemdeling is vertrokken me Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is van rechtswege het gevolg van het niet verlenen, niet verlengen of intrekken van de vergunning, het eindigen van het rechtmatig verblijf, of het niet rechtmatige verblijf. In artikel 27, 45 en 63 Vw is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet indien hij Nederland niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan op het moment van het doen van zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, is met die uitspraak bevestigd dat de vreemdeling Nederland dient te verlaten. -Uitzetting vindt plaats: - -– door overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten; of -– door plaatsing aan boord van een vliegtuig of schip van de onderneming door wiens tussenkomst de vreemdeling heeft aangevoerd (zie A4/8); of -– indien geen van de bovenstaande opties mogelijk is: rechtstreeks, dan wel indirect door middel van een tussenstop, naar een land waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend. - -In de regel betreft het een verwijdering per vliegtuig of schip met tussenkomst van de KMar of de ZHP. - -Van belang is dat in het kader van de uitzetting nimmer aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, mag worden medegedeeld, of documenten mogen worden verstrekt waaruit blijkt dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nimmer aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden medegedeeld dat hij een asielaanvraag heeft ingediend. Er kan slechts worden aangegeven dat de persoon in kwestie geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft en om die reden Nederland dient te verlaten. - #### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht In de volgende gevallen vindt vooralsnog geen uitzetting plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht is ingegaan: – indien uit een signalering of anderszins blijkt dat door een buitenlandse autoriteit de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) van een vreemdeling is of wordt gevraagd (zie A4/10.2); – indien het betreft een vreemdeling die als verdachte van een strafbaar feit is aangehouden, of tegen wie een strafvervolging wegens een misdrijf is ingesteld, of die tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld, of ten aanzien van wie een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd. Een en ander zolang het onderzoek nog niet is beëindigd, of omtrent de strafvervolging nog niet onherroepelijk is beslist, of de opgelegde straf of maatregel nog niet is ondergaan. In zodanige gevallen mag niet tot uitzetting worden overgegaan, tenzij het OM daartegen geen bezwaar heeft; -– Indien de vreemdeling een voorlopige voorziening heeft gevraagd tegen de voorgenomen uitzetting, zal de beslissing van de rechter daarop in de regel hier te lande mogen worden afgewacht, mits het verzoek daartoe tijdig is ingediend. Indien er sprake is van een tweede of volgend verzoek om een voorlopige voorziening, mag de uitspraak hierop echter alleen in Nederland worden afgewacht indien er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Een verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht, indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst of van toelating tot een derde land verloren zou gaan, bijvoorbeeld doordat het paspoort of de daarin voorkomende visa nog slechts voor korte tijd geldig zijn. +– Indien de vreemdeling een voorlopige voorziening heeft gevraagd tegen de voorgenomen uitzetting, zal de beslissing van de rechter daarop in de regel hier te lande mogen worden afgewacht, mits het verzoek daartoe tijdig is ingediend. Indien er sprake is van een tweede of volgend verzoek om een voorlopige voorziening, mag de uitspraak hierop echter alleen in Nederland worden afgewacht indien er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Een verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht, indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst of van toelating tot een derde land verloren zou gaan, bijvoorbeeld doordat het paspoort of de daarin voorkomende visa nog slechts voor korte tijd geldig zijn. Voor de situatie waarin uitzetting (vooralsnog) achterwege blijft vanwege gezondheidsredenen, wordt verwezen naar A4/7. -Voor de situatie waarin uitzetting (vooralsnog) achterwege blijft vanwege gezondheidsredenen, wordt verwezen naar A4/7. +De uitzetting van de vreemdeling, die na beëindiging van het verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of gezondheid tijdens de bezwaar of beroepsprocedure tijdig een voorlopige voorziening heeft gevraagd dient achterwege te blijven totdat op dat verzoek is beslist. Hierop zijn de volgende enkele uitzonderingen mogelijk (zie artikel 8.24, eerste lid, Vb): + +– indien het besluit met toepassing van artikel 4:6 Awb is genomen; +– indien het besluit reeds door de rechtbank of voorzieningen rechter is beoordeeld; +– indien het besluit is gebaseerd op dwingende redenen van openbare veiligheid. + +De aanwezigheid op het Nederlands grondgebied van de vreemdeling die voor de behandeling van een bezwaarschrift, beroepschrift, dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening gericht tegen de beëindiging van het rechtmatig verblijf, geen gemachtigde heeft gesteld, wordt hangende het proces niet geweigerd, tenzij: + +a. zijn aanwezigheid de openbare orde of de openbare veiligheid ernstig zal verstoren; of +b. het bezwaar of beroep is gericht tegen de weigering van toegang tot het grondgebied. #### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting -Ten aanzien van vreemdelingen die zijn aangetroffen in het kader van het MTV is de Commandant der KMar verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de uitzetting. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin na toegangsweigering door de KMar, de KMar in staat is binnen afzienbare tijd te realiseren dat de vreemdeling wordt verwijderd. - -Om maatregelen te nemen voor de uitzetting van andere vreemdelingen is in beginsel verantwoordelijk de Korpschef van achtereenvolgens: - -– de politieregio waaronder de gemeente ressorteert, waar de vreemdeling staat ingeschreven in de GBA; -– de politieregio waaronder de gemeente ressorteert waar de vreemdeling feitelijk woon- of verblijfplaats heeft; -– de politieregio waaronder de gemeente ressorteert, waar de vreemdeling wordt aangetroffen. - -Wordt een vreemdeling die voor uitzetting in aanmerking komt echter aangetroffen in een andere gemeente dan die waarin hij in de GBA is ingeschreven, dan wel feitelijk woonachtig is, dan zal het, teneinde vertraging en het maken van onnodige kosten te vermijden, vaak aanbeveling verdienen dat de vreemdeling rechtstreeks vanuit de gemeente waar hij werd aangetroffen wordt verwijderd naar het land van herkomst of een derde land. +De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting. Hierop gelden een paar uitzonderingen. #### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting -Over het algemeen vindt uitzetting plaats via één van de uitzetcentra, ook als het gaat om een groepsgewijze uitzetting per overheidsvlucht. De uitzetting van vreemdelingen via een uitzetcentrum kan op twee manieren plaatsvinden: - -– vreemdelingen die reeds in vreemdelingenbewaring zijn gesteld, worden op basis van de eerder opgelegde vrijheidsontnemende maatregel overgebracht naar een uitzetcentrum; -– vreemdelingen die nog niet in vreemdelingenbewaring zijn gesteld worden in een uitzetcentrum op grond van artikel 59, eerste en tweede lid, Vw in bewaring gesteld. - -Voor de werkwijze ten aanzien van inbewaringstelling van een vreemdeling, zie A6/5.3. - -Bij uitzetting per vliegtuig is het in uitzonderlijke gevallen in overleg met de KMar mogelijk vreemdelingen rechtstreeks aan te leveren op de grensdoorlaatpost waarlangs de vreemdeling zal worden uitgezet. Van uitzonderlijke gevallen is bijvoorbeeld sprake bij capaciteitsproblemen of bij overwegingen van openbare orde vanwege strafrechtelijke feiten die de vreemdeling heeft begaan. - -De KMar is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht bij een daartoe aangewezen reisbureau. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de KMar of de vreemdeling beschikt over: - -– een geldig vliegticket; en -– zijn geld en andere eigendommen; en -– geldige (vervangende) reisdocumenten, dan wel een schriftelijke toezegging voor de benodigde vervangende reisdocumenten; en -– persoonlijke bagage (maximaal 20 kg.); en -– indien noodzakelijk: een verklaring van medische vliegreisgeschiktheid (de zogeheten “fit-to-fly-verklaring”). - -Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de uitzetting (veelal de KMar of ZHP) de vreemdeling erop, dat als er documenten in de bagage van de vreemdeling bevinden waaruit kan blijken dat de vreemdeling asiel heeft gevraagd, deze achtergelaten kunnen worden. - -Voor het gebruik van het formulier Geleidebrief / checklist (zie model M118) zie A6/1.3. +Over het algemeen vindt uitzetting plaats via één van de uitzetcentra, ook als het gaat om een groepsgewijze uitzetting per overheidsvlucht. Vreemdelingen die zijn aangetroffen in het grensgebied in het kader van het MTV of in het kader van het binnenlands vreemdelingentoezicht kunnen ook zonder plaatsing in een uitzetcentrum worden uitgezet (zie A4/6.3). #### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting -Bij uitzetting per vliegtuig informeert de KMar de vreemdelingenpolitie schriftelijk over de geplande vluchtdatum. De vreemdelingenpolitie of de terugkeerfunctionaris van de DJI meldt aan de KMar vooraf alle omstandigheden, waaronder medische, die van belang kunnen zijn voor de vliegveiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de grensbewaking. Indien het gedrag van de vreemdeling daartoe aanleiding geeft, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de KMar verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht. - -Bij de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de uitzetting wordt gebruik gemaakt van een formulier Opdracht tot verwijdering (zie model M24-A). Na overname van de vreemdeling wordt een exemplaar van dit formulier door de KMar ondertekend en direct weer ter hand gesteld van de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen. - -Door middel van het formulier Opdracht tot verwijdering maakt de KMar van iedere uitzetting schriftelijk melding aan de vreemdelingenpolitie. Door de vreemdelingenpolitie, de ZHP of de KMar wordt na een uitzetting een formulier Bericht van vertrek (zie model M100) opgemaakt (zie A4/6.9). Tevens wordt een Verzoek tot signalering (zie model M93) opgemaakt (zie A4/6.8 en A3/9). - -Op het formulier Opdracht tot verwijdering moet worden aangegeven of de vreemdeling behoort tot de categorie asiel of niet-asiel. Het is daarom van belang dat het formulier Opdracht tot verwijdering nimmer wordt overgegeven aan buitenlandse autoriteiten. +Via het formulier Aanmeldformulier vreemdeling (zie model M118) worden aan de KMar of ZHP vooraf alle omstandigheden gemeld, waaronder het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor de veiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. #### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting @@ -2683,18 +2426,7 @@ Op grond van artikel 23b Ambtsinstructie dient de toepassing van een hulpmiddel #### 6.7. Uitzetting via transitluchthaven in een EU-lidstaat -Richtlijn 2003/110/EG van de Raad van de EU voorziet in wederzijdse ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van verwijdering door de lucht en geeft regels voor eenvormige procedures. Indien bij uitzetting via de lucht geen gebruik kan worden gemaakt van een rechtstreekse vlucht naar het land van bestemming, kan worden verzocht om doorgeleiding door de lucht via een andere lidstaat van de EU. Er wordt in beginsel niet om doorgeleiding door de lucht verzocht wanneer de verwijderingsmaatregel gepaard dient te gaan met de overbrenging van de betrokken vreemdeling naar een andere luchthaven op het grondgebied van de aangezochte lidstaat. Zie ook A2/8. - -Het verzoek om al dan niet begeleide doorgeleiding door de lucht en de daarmee verbonden ondersteuningsmaatregelen moet door de KMar schriftelijk worden ingediend bij de aangezochte lidstaat. Hiertoe dient gebruik te worden gemaakt van het formulier model M102. Het verzoek moet zo vroeg mogelijk, doch ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding, in de aangezochte lidstaat aankomen. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen mag deze termijn korter zijn. De aangezochte lidstaat dient onmiddellijk, in ieder geval binnen twee dagen, een beslissing op het verzoek bekend te maken. Deze termijn kan, in gemotiveerde gevallen, met ten hoogste 48 uur worden verlengd. Zonder instemming van de aangezochte staat wordt niet met de doorgeleiding door de lucht begonnen. Indien de aangezochte lidstaat niet binnen de gestelde termijn antwoordt, kan met de doorreis worden begonnen door middel van een kennisgeving. - -Ambtenaren van de KMar begeleiden de doorgeleiding. Zij moeten daarbij in alle omstandigheden de regelgeving van de aangezochte lidstaat naleven. Zij hebben derhalve geen verdergaande bevoegdheden dan de betreffende regelgeving toelaat. De begeleiders dragen tijdens de doorgeleiding door de lucht geen wapens en zijn gekleed in burgerkleding. Op verzoek dienen zij passende identificatiemiddelen te overleggen, waaronder de toestemming voor doorgeleiding die door de aangezochte lidstaat is afgegeven, of, in voorkomende gevallen, een kennisgeving van doorgeleiding. - -Vreemdelingen worden onmiddellijk teruggenomen van de aangezochte lidstaat wanneer: - -– de toestemming tot doorgeleiding door de lucht door de aangezochte lidstaat is geweigerd of ingetrokken; -– de vreemdeling tijdens de doorgeleiding zonder toestemming de aangezochte lidstaat is binnengekomen; -– de doorgeleiding van de vreemdeling naar een ander land van doorreis of naar het land van bestemming is mislukt, of de inscheping voor de aansluitende vlucht is mislukt; -– de doorgeleiding door de lucht om een andere reden niet mogelijk is. +Richtlijn 2003/110/EG van de Raad van de EU voorziet in wederzijdse ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van verwijdering door de lucht en geeft regels voor eenvormige procedures. Indien bij uitzetting via de lucht geen gebruik kan worden gemaakt van een rechtstreekse vlucht naar het land van bestemming, kan worden verzocht om doorgeleiding door de lucht via een andere lidstaat van de EU. Er wordt in beginsel niet om doorgeleiding door de lucht verzocht wanneer de verwijderingsmaatregel gepaard dient te gaan met de overbrenging van de betrokken vreemdeling naar een andere luchthaven op het grondgebied van de aangezochte lidstaat (zie ook A2/8). #### 6.8. Signalering in het opsporingsregister @@ -2702,15 +2434,11 @@ Verwijderde vreemdelingen kunnen worden gesignaleerd in het (N)SIS of het OPS, z #### 6.9. Bericht van vertrek -De vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar dient het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland door toezending van een bericht (model M100) aan de IND, en indien van toepassing aan de opvangverlenende instantie, te melden. Indien het vertrek is gefaciliteerd door IOM, blijft toezending van dit bericht achterwege (zie A4/5). De IND verstrekt dan wel voorafgaand aan het vertrek informatie aan de IOM over eventuele ketenpartners die door de IOM van het uiteindelijke vertrek op de hoogte moeten worden gesteld. In alle gevallen kan middels een model M93 advies worden uitgebracht om de vreemdeling in het OPS te signaleren (zie A3/9). +De vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar dient het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland door toezending van een bericht (zie model M100) aan de IND en de DT&V en indien van toepassing aan de opvangverlenende instantie, te melden. Indien het vertrek is gefaciliteerd door IOM, blijft toezending van dit bericht achterwege (zie A4/5). De IND verstrekt dan wel voorafgaand aan het vertrek informatie aan de IOM over eventuele ketenpartners die door de IOM van het uiteindelijke vertrek op de hoogte moeten worden gesteld. In alle gevallen kan door middel van het formulier Bericht omtrent signalering (zie model M93) advies worden uitgebracht om de vreemdeling in het (N)SIS of het OPS te signaleren (zie A3/9). -Bij toezending van het bericht van vertrek dient te worden aangegeven op welke wijze de vreemdeling is vertrokken. De vertrekcategorieën zijn: +Verwijdering met de sterke arm uit Nederland van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling (inclusief Dublinclaimanten en personen vallende onder andere overdrachtsovereenkomsten). Naast de IND en de DT&V ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. -Verwijdering met de sterke arm uit Nederland van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling (inclusief Dublinclaimanten en personen vallende onder andere overdrachtsovereenkomsten). Naast de IND ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. - -Verwijdering met de sterke arm uit Nederland van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die is aangehouden op grond van verdenkingen van het plegen van strafbare feiten (zijnde misdrijven en overtredingen). - -Zie hiervoor A4/10.1. Tot deze vertrekcategorie behoort ook de vreemdeling die voorafgaand aan zijn uitzetting op een bepaald moment vanuit het strafrechttraject in vreemdelingenbewaring is gesteld. De verwijderde geweigerde vreemdeling die strafrechtelijk is of wordt vervolgd, valt niet onder deze vertrekcategorie. +Verwijdering met de sterke arm uit Nederland van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die is aangehouden op grond van verdenking van het plegen van strafbare feiten (zijnde misdrijven en overtredingen). Zie hiervoor A4/10.1. Tot deze vertrekcategorie behoort ook de vreemdeling die voorafgaand aan zijn uitzetting op een bepaald moment vanuit het strafrechttraject in vreemdelingenbewaring is gesteld. De verwijderde geweigerde vreemdeling die strafrechtelijk is of wordt vervolgd, valt niet onder deze vertrekcategorie. Het onder begeleiding uit Nederland doen vertrekken van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling, die zich zelfstandig heeft gemeld bij de KMar of de ZHP op een luchthaven of zeehaven voor het verkrijgen van reisdocumenten. @@ -2720,21 +2448,21 @@ Het met de sterke arm in persoon overdragen aan de autoriteiten van het aangrenz Het doen van de aanzegging Nederland te verlaten bij het opheffen van de vreemdelingenbewaring van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling. -Het doen van een aanzegging Nederland te verlaten bij adrescontrole, MTV-controle of na staandehouding (die mogelijk heeft geleid tot ophouding) aan een vreemdeling die niet-rechtmatig in Nederland verblijft, maar waarvan na een identiteits- en nationaliteitsonderzoek is gebleken dat deze niet daadwerkelijk uit Nederland kan worden verwijderd. Naast de IND ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. +Het doen van een aanzegging Nederland te verlaten bij adrescontrole, MTV-controle of na staandehouding (die mogelijk heeft geleid tot ophouding) aan een vreemdeling die niet-rechtmatig in Nederland verblijft, maar waarvan na een identiteits- en nationaliteitsonderzoek is gebleken dat deze niet daadwerkelijk uit Nederland kan worden verwijderd. Naast de IND en de DT&V ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. -Tijdens de asielprocedure of reguliere procedure bij adrescontrole constateren dat de woonruimte van de vreemdeling definitief verlaten is. Naast de IND ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. +Tijdens de asielprocedure of reguliere procedure bij adrescontrole constateren dat de woonruimte van de vreemdeling definitief verlaten is. Naast de IND en de DT&V ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. -In of na de vertrektermijn van de asielprocedure of reguliere procedure bij adrescontrole constateren dat de woonruimte van de vreemdeling definitief verlaten is. Naast de IND ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. +In of na de vertrektermijn van de asielprocedure of reguliere procedure bij adrescontrole constateren dat de woonruimte van de vreemdeling definitief verlaten is. Naast de IND en de DT&V ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. Zelfstandig vertrek van een vreemdeling die, al dan niet na afloop van de vrije termijn, illegaal in Nederland heeft verbleven en die is aangetroffen bij uitreiscontrole aan de buitengrens. #### 6.10. Bericht van ontruiming -Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model M100a) aan de IND te melden. +Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model M100a) aan de IND en de DT&V te melden. #### 6.11. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is -In een aantal gevallen is uitzetting niet mogelijk, omdat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft. Wanneer dit na een adrescontrole of op andere wijze duidelijk is gebleken, dient de vreemdelingenpolitie een bericht te zenden aan de IND (zie model M100). De in dit formulier opgenomen rubrieken dienen zo volledig mogelijk te worden ingevuld. De vreemdelingenpolitie doet hierbij een voorstel tot signalering (zie A3/9). Hierbij is van belang dat nagegaan wordt of de vreemdeling inmiddels rechtmatig verblijf heeft gekregen. +In een aantal gevallen is uitzetting niet mogelijk, omdat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft. Wanneer dit na een adrescontrole of op andere wijze duidelijk is gebleken, dient de vreemdelingenpolitie een bericht te zenden aan de IND en de DT&V (zie model M100). De in dit formulier opgenomen rubrieken dienen zo volledig mogelijk te worden ingevuld. De vreemdelingenpolitie doet hierbij een voorstel tot signalering (zie A3/9). Hierbij is van belang dat nagegaan wordt door de IND of de vreemdeling inmiddels rechtmatig verblijf heeft gekregen. ### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen @@ -2746,23 +2474,13 @@ Ingeval de vreemdeling ongewenst is verklaard ex artikel 67 Vw, of indien de toe #### 7.2. Procedure -##### 7.2.1. Beroep op artikel 64 Vw +##### 7.2.1. Beroep op Een beroep op artikel 64 Vw is, gelet op artikel 1:3 Awb, een aanvraag in de zin van de Awb. De aanvraag wordt schriftelijk gedaan bij de IND en dient steeds onderbouwd te zijn met alle gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de vraag of de uitzetting gelet op de gezondheid van betrokkene kan worden geëffectueerd. Het zal daarbij kunnen gaan om recente medische stukken van één of meer behandelend arts(en) die in een gesloten envelop, voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, aangeleverd moeten worden. Ook dient een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie model 39-A) te worden bijgevoegd. Op deze toestemmingsverklaring dienen alleen de meest recente behandelaars te worden vermeld. De aanvraag dient te worden verzonden naar de IND. -Met uitsluitend mededelingen van de vreemdeling zelf wordt in beginsel geen genoegen genomen. Dit is slechts anders indien bij de ambtenaar belast met de uitzetting, dan wel ontruiming, reeds aanstonds en wegens concrete aanwijzingen het vermoeden rijst dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. In dat geval zal de IND ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw zich ervan moeten vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en hiertoe een onderzoek instellen. In de meeste gevallen zal de medisch adviseur van het BMA om een advies worden gevraagd. - -Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend, of indien een ingevulde toestemmingsverklaring (zie M39-A) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen. - -De redelijke termijn voor het indienen van relevante medische stukken bedraagt in beginsel een week, maar kan korter zijn in het belang van de vreemdeling, of in het geval de uitzetting op (zeer) korte termijn gepland is. - -Indien de vreemdeling zich wendt tot de vreemdelingenpolitie of het COA, wordt de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw doorgezonden aan de IND. - ##### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring -In geval de aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring wordt gedaan, dient de ambtenaar belast met het toezicht of de ambtenaar belast met de grensbewaking de noodzakelijke voortvarendheid te betrachten en bij het doorzenden melding te maken van het feit dat aan de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. - -Indien de aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen wordt ingewilligd, wordt de vreemdelingenbewaring ex artikel 59 Vw opgeheven, aangezien er (wederom) sprake is van rechtmatig verblijf. +In geval de aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring wordt gedaan, dient de DT&V, de ambtenaar belast met het toezicht of de ambtenaar belast met de grensbewaking de noodzakelijke voortvarendheid te betrachten en bij het doorzenden melding te maken van het feit dat aan de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. ##### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA @@ -2780,52 +2498,16 @@ Het indienen van een aanvraag om artikel 64 Vw toe te passen schort evenmin de d De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies is genoemd, met een maximum van een half jaar. -De vreemdeling en zijn gezinsleden krijgen krachtens artikel 8, aanhef en onder j, Vw (wederom) rechtmatig verblijf. De vertrekplicht en de bevoegdheid tot uitzetting worden ingevolge de wet opgeschort. - -De IND informeert de vreemdelingenpolitie, de ZHP en/of de KMar dat de uitzetting tijdelijk achterwege wordt gelaten. Ingeval de vreemdeling aanspraak wenst te maken op de Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA. - -In het geval dat onomstotelijk vaststaat dat de vreemdeling om medische redenen niet in staat is om te reizen, bijvoorbeeld bij een acute opname in een ziekenhuis, kan het achterwege laten van de uitzetting ingevolge artikel 64 Vw door de IND zonder onderliggende aanvraag worden vastgesteld en verleend. In dat geval kan ook het beroep van de vreemdeling op artikel 64 Vw ingewilligd worden zonder dat daarvoor eerst een advies wordt ingewonnen van het BMA. In een dergelijk geval volstaat een bewijs van ziekenhuisopname of een ander medisch bewijs. - -Een forensisch geneeskundige van de GG&GD dient altijd te worden ingeschakeld wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar. - -Indien de vreemdeling beschikt over een ingevolge de wet vereist geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door de vreemdelingenpolitie een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV) geplaatst, onder vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. - -Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de wet vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende. - -In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van minder dan zes weken wordt toegepast, wordt de vreemdeling enkel in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw. - -In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van meer dan zes weken wordt toegepast, wordt door de vreemdelingenpolitie aan de vreemdeling een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen, uitgereikt (zie bijlage 7g VV). Het document W2 wordt door de IND besteld en toegezonden aan de vreemdelingenpolitie. De geldigheidsduur van het W2-document is altijd gelijk aan de periode dat de uitzetting achterwege wordt gelaten. - -Na afloop van deze periode ontstaat van rechtswege (wederom) de rechtsplicht voor de vreemdeling om Nederland binnen vier weken te verlaten alsmede de bevoegdheid tot uitzetting. Er is derhalve geen nieuw besluit nodig. Dit is slechts anders indien de uitzetting achterwege blijft zonder dat daarbij een eindtermijn werd gesteld. In dat geval dient per separaat besluit te worden vastgesteld dat de uitzetting niet langer achterwege wordt gelaten, dan wel dat de uitzetting voor een bepaalde periode wederom achterwege zal blijven. - -Indien de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in verband met zijn gezondheidstoestand aanspraak wenst te maken op (de voortzetting van) de voorzieningen ingevolge de Rva, dan dient hij zich eerst te wenden tot de IND met het verzoek om vast te stellen of er in zijn geval sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 64 Vw. De IND stelt, na advies te hebben ingewonnen van de medisch adviseur, vast of de vreemdeling medisch gezien kan reizen. - -De aanspraak op verstrekkingen ontstaat niet door de vaststelling van de IND dat er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 64 Vw, maar pas nadat het COA de aanvraag van betrokkene heeft getoetst aan de bepalingen van de Rva. - #### 7.4. Afwijzing Indien naar het oordeel van de IND geen reisbeletselen bestaan, wordt de vreemdeling hiervan onder verwijzing naar het medisch advies schriftelijk op de hoogte gebracht. -In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van het aanvraagformulier voor de Rva-verstrekkingen, wordt dit formulier bij afwijzing door de IND niet verder ingevuld en niet doorgezonden aan het COA. - Het komt voor dat de medisch adviseur in zijn advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, doch dat dit onder bepaalde voorwaarden dient te geschieden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een voorraad aan medicijnen van de vreemdeling tijdens en na de reis of het meenemen van medische gegevens. -De vreemdelingenpolitie ziet erop toe dat aan deze voorwaarden is voldaan voordat de vreemdeling wordt uitgezet. Het opvragen en meenemen van het medisch dossier betreft een verantwoordelijkheid van de vreemdeling zelf. De vreemdeling of zijn raadsman wordt hierop gewezen door de IND. - -Indien de vreemdelingenpolitie constateert dat niet is voldaan aan de medische voorwaarden die aan de uitzetting worden gesteld, treedt hij in alle gevallen in overleg met de IND. - #### 7.5. Rechtsmiddelen Tegen de vaststelling dat de uitzetting niet achterwege blijft, staan op grond van artikel 72 Vw rechtsmiddelen open, namelijk het indienen van een bezwaarschrift bij de IND. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrekplicht, uitzetting of eventuele beëindiging van de voorzieningen niet op. -De behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening mag in beginsel in Nederland worden afgewacht. Een verzoek om een voorlopige voorziening dient binnen 24 uur te zijn ingediend. Het indienen van dit verzoek levert geen rechtmatig verblijf op ingevolge artikel 8 Vw en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva. De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst verloren zou gaan. - -De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag evenmin worden afgewacht indien er duidelijk sprake is van een poging van de vreemdeling om de uitzetting te frustreren. Hieronder wordt verstaan het aanspannen van (vervolg)procedures ten tijde van de op handen zijnde uitzetting, terwijl er geen medische indicaties bestaan waaruit zou moeten blijken dat de vreemdeling niet in staat zou zijn om te reizen. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een verzoek om een voorlopige voorziening dat is ingediend naar aanleiding van een afgewezen aanvraag ingevolge artikel 64 Vw die redelijkerwijs veel eerder had kunnen en moeten worden ingediend. Het gaat hier om zaken waarbij de vreemdeling zich eerst op het moment dat de daadwerkelijke uitzetting dreigt, beroept op een bij hem lang bestaand medisch feit waarvan niet is vastgesteld dat het een beletsel is voor de uitzetting. - -De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting dient plaats te vinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de zaak. De IND zal derhalve steeds per geval moeten beoordelen of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. - -In geval dat wordt geoordeeld dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman hiervan aanstonds in beginsel schriftelijk op de hoogte gebracht. Uiteraard is het aan de rechtbank om te beoordelen of de uitzetting doorgang vindt, dan wel dat er middels een spoedprocedure op het verzoek van de vreemdeling zal worden beslist. - #### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling Bij zwangerschap blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van bevalling, binnen zes weken is te verwachten tot zes weken na de bevalling. @@ -2844,19 +2526,7 @@ Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A #### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC -De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. - -TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts (TBC-bestrijding). Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken. - -De behandeling van TBC duurt in het algemeen 9 tot 12 maanden. Na het verstrijken van de behandeltermijn dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tot uitzetting over te gaan. - -Indien de vreemdeling niet in het bezit is van een grensoverschrijdingsdocument wordt hij in het bezit gesteld van een document W2, met een inlegvel, voorzien van een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV). In geval er wel een grensoverschrijdingsdocument aanwezig is, wordt door de Vreemdelingenpolitie een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen aangebracht met vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. - -Indien de vreemdeling bij wie TBC is geconstateerd zich onttrekt aan de medische behandeling en er is geen besmettingsgevaar aanwezig dan is het niet langer een reisbeletsel naar analogie van artikel 64 Vw. - -Onttrekt de vreemdeling zich aan de medische behandeling en er is een besmettingsgevaar aanwezig, dan is zijn uitzetting uit Nederland met het oog op zijn gezondheidstoestand niet verantwoord te achten in de zin van artikel 64 Vw. Vanwege het zich onttrekken aan de medische behandeling kan de vreemdeling niet uit Nederland worden verwijderd, maar hij vormt daarentegen wel een gevaar voor de algemene volksgezondheid. De Wet op de bestrijding infectieziekten kan in deze situatie uitkomst bieden. Deze wet regelt onder andere gedwongen opname (isolatie) bij gevaar voor de algemene volksgezondheid en gedwongen behandeling. - -Ten aanzien van andere procedurele bepalingen en het eventueel verkrijgen van de Rva-verstrekkingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en B1/2.2.5. +De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts. Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken. ### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming @@ -2874,18 +2544,10 @@ In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt. Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden. -Is ook dat niet mogelijk, dan kunnen de kosten onder bepaalde voorwaarden worden gedeclareerd bij de IND. - #### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling De noodzakelijke kosten van uitzetting die ten laste komen van de Staat of andere openbare lichamen kunnen op de vreemdeling zelf worden verhaald (zie artikel 66 Vw, juncto artikel 6.4 Vb). Voorzover deze minderjarig is, kunnen deze kosten worden verhaald op diegenen die het wettig gezag over hem uitoefenen. Aangezien het effectueren van deze verhaalsbevoegdheid niet tegen de uitdrukkelijke wil van de vreemdeling mag plaatsvinden, dient de vreemdeling een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij geen bezwaar heeft tegen invordering van de noodzakelijke kosten van uitzetting door de vreemdelingenpolitie. Indien de vreemdeling wel bezwaar heeft tegen de effectuering van de verhaalsbevoegdheid dan kan de weg bewandeld worden om deze verhaalsbevoegdheid juridisch af te dwingen (civiele procedure). Voor de te volgen procedure kan contact opgenomen worden met de IND. -Indien de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, dient te worden nagegaan of door of ten behoeve van hem een passagebiljet, een garantiesom of een waarborgsom werd gedeponeerd of een garantverklaring werd afgegeven (zie A2/4.2.3.2 en B1/2.1.7.1). In een dergelijk geval kunnen deze gelden of biljetten worden aangewend voor de betaling van de kosten van de verwijdering of zal de garantsteller worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen. - -Indien het vreemdelingen betreft op wie het beleid ten aanzien van slachtoffers van vrouwenhandel van toepassing is (zie B9), dient het verhaal van kosten steeds in overleg met de IND te gebeuren. - -Op grond van voor Nederland verbindende verdragsbepalingen is verhaal van kosten op de uit te zetten vreemdeling zelf niet geoorloofd, indien het onderdanen betreft van een der landen aangesloten bij het Europese Verdrag betreffende sociale en medische bijstand in de gevallen bedoeld in artikel 8 juncto artikel 7 van dat Verdrag (zie B11); - #### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder Indien het niet binnen redelijke tijd mogelijk is de vreemdeling, conform de terugvoerplicht, naar een plaats buiten Nederland te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden begrepen, ingevolge artikel 65 Vw, juncto artikel 6.3 Vb, op die vervoersonderneming worden verhaald. Zie voor een nadere uitwerking van deze bepaling A2/7.1.4. @@ -2900,28 +2562,14 @@ Van ontvangen gelden dient schriftelijke opgave te worden gedaan aan de IND met Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen, is het van belang dat de vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan worden bezien. Zoveel als mogelijk dienen criminele illegale vreemdelingen na ommekomst van hun straf uit Nederland te worden verwijderd, bij voorkeur vanuit strafrechtelijke detentie. Waar mogelijk moeten zij ook ongewenst worden verklaard (zie A5). -Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol VRIS. Deze afspraken moeten worden gehanteerd ten aanzien van criminele vreemdelingen. De werkafspraken in het VRIS-protocol leggen de nadruk op het in een zo vroeg mogelijk stadium vaststellen van de identiteit en nationaliteit en daarmee van de verblijfsrechtelijke status van een van criminele feiten verdachte vreemdeling door de (vreemdelingen)politie, de KMar en de IND. Doel hiervan is het vervolgtraject voor de ketenpartners makkelijker te laten verlopen en in zoveel mogelijk gevallen de verwijdering van de vreemdeling te effectueren. Ook wordt benadrukt dat een illegale vreemdeling bij onmiddellijke invrijheidsstelling altijd dient te worden overgedragen aan de vreemdelingenpolitie of de KMar voor verdere vreemdelingrechtelijke toetsing. - #### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen -Uitlevering heeft een strafrechtelijk doel, namelijk het ter beschikking stellen van een persoon aan buitenlandse autoriteiten ten behoeve van hetzij een tegen de vreemdeling gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf of strafrechtelijke maatregel. Uitlevering geschiedt uitsluitend krachtens verdrag en overeenkomstig de bepalingen van de Uitleveringswet. Uitlevering vindt bovendien slechts plaats op verzoek van een buitenlandse autoriteit. Indien een formeel uitleveringsverzoek is gedaan door het land waarnaar een vreemdeling zou moeten worden uitgezet of door een ander land, mogen er geen handelingen in die richting plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond. - -Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft van wie de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) door een buitenlandse autoriteit wordt gevraagd dan bericht hij dat direct aan de afdeling SIRENE van de DNRI. Hij vermeldt daarbij de personalia van de vreemdeling, de autoriteit van wie het verzoek uitgaat en de vindplaats van de signalering. - -De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het ministerie van Justitie. Het ministerie van Justitie zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen. - -In beginsel wordt een vreemdeling hangende de beslissing op een uitleveringsverzoek niet uitgezet. Veelal zullen echter enige dagen verstrijken voor het antwoord van de buitenlandse autoriteit omtrent het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek is ontvangen. In die gevallen zal door de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele verzoek om uitlevering om voorlopige aanhouding van de vreemdeling worden gevraagd. Zonodig kan aan dit verzoek worden voldaan. - -De Korpschef of de Commandant der KMar stelt zich hierover op de gebruikelijke wijze in verbinding met de ter zake bevoegde officier van justitie. - -Wanneer gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort, kan de situatie ontstaan dat zich een mogelijkheid om betrokkene uit te zetten niet meer op korte termijn zal voordoen. In dat geval dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen telefonisch contact op te nemen met de IND. +Uitlevering van een vreemdeling heeft een strafrechtelijk doel, namelijk het ter beschikking stellen van een persoon aan buitenlandse autoriteiten ten behoeve van hetzij een tegen de vreemdeling gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf of strafrechtelijke maatregel. Uitlevering geschiedt uitsluitend krachtens verdrag en overeenkomstig de bepalingen van de Uitleveringswet. Uitlevering vindt bovendien slechts plaats op verzoek van een buitenlandse autoriteit. Indien een formeel uitleveringsverzoek is gedaan door het land waarnaar een vreemdeling zou moeten worden uitgezet of door een ander land, mogen er geen handelingen in die richting plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond. ### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten Verordening (EG) 232/2003 en de Overeenkomst van Dublin (zie C1/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd. -Of – en onder welke omstandigheden – ten behoeve van terug- of overname van een vreemdeling gebruik kan worden gemaakt van een verdrag of internationale overeenkomst (met bepalingen) over terug- en overname, kan worden nagegaan op de website van de vreemdelingenketen (zie A1/3). Over de te volgen procedure en uitvoeringsaspecten bij daadwerkelijke terug- of overname dient afstemming te worden gezocht met de IND. - ## 5. Ongewenstverklaring ### 1. Inleiding @@ -2934,79 +2582,43 @@ De ongewenstverklaring betekent tevens dat artikel 8 Vw niet van toepassing is. ### 2. Gronden voor ongewenstverklaring -Zie artikel 67 Vw. - -De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard: +De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard (zie artikel 67 Vw): a. Indien hij niet rechtmatig in Nederland verblijft en bij herhaling een bij de Vw strafbaar gesteld feit heeft begaan; b. Indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem terzake de maatregel als bedoeld in artikel 37a WvSr is opgelegd; -c. Indien hij een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l Vw; -d. Ingevolge een verdrag, of +c. Indien hij een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw; +d. Ingevolge een verdrag; of e. In het belang van de internationale betrekkingen van Nederland. -Ad a.: Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de Vw strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie artikel 108 Vw). Er moet ter zake een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie ter zake van de gepleegde overtredingen om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt. +Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de Vw strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie artikel 108 Vw). Er moet ter zake een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie ter zake van de gepleegde overtredingen om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt. -Nadat de vreemdeling tweemaal een bij artikel 108 van de Vw strafbaar gesteld feit heeft begaan, wordt zijn ongewenstverklaring voorgesteld aan de hand van de opgemaakte processen-verbaal. Het kan bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, betreffen overtredingen van de artikelen 4.37, 4.38 en 4.39 Vb. +Het betreft hier vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verbleven en wier verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd, bijvoorbeeld door een beslissing om de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet te verlengen of de verblijfsvergunning in te trekken. De glijdende schaal (zie artikel 3.86 Vb) is daarbij van toepassing. In alle gevallen vergt verblijfsbeëindiging dat de sanctie onherroepelijk is geworden. Indien de vreemdeling, binnen zes maanden nadat de geldigheidsduur van de verleende vergunning is verstreken, een aanvraag heeft ingediend tot verlenging van de verblijfsvergunning, is de glijdende schaal eveneens van toepassing. -Ad b.: Het betreft hier vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verbleven en wier verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd, bijvoorbeeld door een beslissing om de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet te verlengen of de verblijfsvergunning in te trekken. De glijdende schaal (zie artikel 3.86 Vb) is daarbij van toepassing. In alle gevallen vergt verblijfsbeëindiging dat de sanctie onherroepelijk is geworden. Indien de vreemdeling, binnen zes maanden nadat de geldigheidsduur van de verleende vergunning is verstreken, een aanvraag heeft ingediend tot verlenging van de verblijfsvergunning, is de glijdende schaal eveneens van toepassing. +Het betreft hier vreemdelingen die niet rechtmatig op grond van een verblijfsvergunning noch op basis van het Gemeenschapsrecht, de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat of het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije hier te lande verblijven. Niet is vereist dat deze vreemdelingen zich feitelijk in Nederland bevinden. -Ad c.: Het betreft hier vreemdelingen die niet rechtmatig op grond van een verblijfsvergunning noch op basis van het Gemeenschapsrecht, de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat of het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije hier te lande verblijven. Niet is vereist dat deze vreemdelingen zich feitelijk in Nederland bevinden. +Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van een der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard. -Ten aanzien van deze grond vallen de volgende categorieën te onderscheiden: +Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ongewenst worden verklaard. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. -– Gevallen waarin wegens misdrijf een veroordeling tot een gevangenisstraf heeft plaatsgevonden of waarin een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd en het (in totaal) onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van straf of maatregel ten minste een maand bedraagt; het is daarbij niet vereist dat de betreffende uitspraak onherroepelijk is geworden; -– Gevallen waarin de vreemdeling bij herhaling is veroordeeld tot een (korte) gevangenisstraf of hem een taakstraf ter zake van een misdrijf is opgelegd, dan wel hij een transactieaanbod ter zake van een misdrijf heeft aanvaard. Door het herhaald plegen van strafbare feiten veroorzaakt deze categorie dusdanige overlast dat ook de niet onherroepelijk opgelegde vrijheidstraf of maatregel in aanmerking wordt genomen. -– Gevallen waarin de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Hiervoor is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (inter-)nationale ministeries of inlichtingendiensten. - -Voor zover deze vreemdelingen een aanvraag indienen of hebben ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning of afgifte van een mvv, wordt die aanvraag afgewezen (zie B1/2.2.4.1). - -Ad d.: Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van een der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard. - -Ad e.: Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ongewenst worden verklaard. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.Bij de toepassing van artikel 67 Vw worden de persoonlijke belangen van de vreemdeling zorgvuldig afgewogen tegen het algemene belang, dat uit een oogpunt van openbare orde met de ongewenstverklaring is gediend. +Bij de toepassing van artikel 67 Vw worden de persoonlijke belangen van de vreemdeling zorgvuldig afgewogen tegen het algemene belang, dat uit een oogpunt van openbare orde met de ongewenstverklaring is gediend. Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging. -Beoordeeld dient te worden of die inmenging gerechtvaardigd is op grond van het tweede lid van artikel 8 EVRM. Hiertoe dient een belangenafweging te worden gemaakt tussen het belang van de vreemdeling en het belang van de Staat. Voor de omstandigheden die bij deze belangenafweging dienen te worden betrokken, wordt verwezen naar B2/13.2.3.3. - ### 3. Procedurele aspecten #### 3.1. Indienen van een voorstel -Is de vreemdelingenpolitie van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maakt zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel (model M63), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van artikel 67 Vw, kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring over gaan. +Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel (model M63), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van artikel 67 Vw, kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan. -Het verdient aanbeveling dat de vreemdelingenpolitie in een zo vroeg mogelijk stadium bericht omtrent de antecedenten van de vreemdeling en dat zij niet wachten tot de invrijheidstelling van de vreemdeling aanstaande is. Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol VRIS (zie A4/10.1). +Het verdient aanbeveling dat de vreemdelingenpolitie of de KMar, in een zo vroeg mogelijk stadium bericht omtrent de antecedenten van de vreemdeling en dat zij niet wachten tot de invrijheidsstelling van de vreemdeling aanstaande is. Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol VRIS (zie A4/10.1). #### 3.2. Voorbereiding -Overeenkomstig artikel 4:7 en 4:8 Awb wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie B1/4.2.2). - -Aan de hoorplicht ingevolge de Awb wordt in beginsel door de vreemdelingenpolitie uitvoering gegeven. - -De vreemdelingenpolitie geeft in ieder geval uitvoering aan de hoorplicht indien: - -– de vreemdeling illegaal hier te lande verblijft; -– de vreemdeling zich in een politiecel of in een huis van bewaring bevindt; -– de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend. - -Uit de door de vreemdelingenpolitie aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe door de vreemdelingenpolitie uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge artikel 4:7 en 4:8 Awb. Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt. - -Door de vreemdeling genoemde personen, die volgens zijn verklaring iets in zijn voordeel zouden kunnen aanvoeren, moeten zoveel mogelijk (schriftelijk) worden gehoord. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies tot verblijfsbeëindiging tevens aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de mogelijke ongewenstverklaring zo uitvoerig mogelijk worden belicht (model M63). - -De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de hierboven genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex artikel 67 Vw is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie desalniettemin meer voor de hand ligt. +Overeenkomstig artikel 4:7 en 4:8 Awb wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie B1/9.7.2). #### 3.3. Uitreiking van de beschikking -Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/4.5.1. - -Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie. - -Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van de beschikking wordt door de vreemdelingenpolitie tevens een brochure in een voor de betrokkene begrijpelijke taal met betrekking tot de ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw verstrekt. Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is. - -Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze – met de brochure – per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens publicatie van de beschikking in de Stcrt. plaats (zie artikel 67, tweede lid, Vw). - -Indien uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet kan plaatsvinden en bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, wordt de beschikking – met de brochure – aan de in Nederland kantoor houdende gemachtigde gezonden, zo die er is en wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Stcrt. - -Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Stcrt. +Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7. #### 3.4. Bezwaar en beroep @@ -3030,23 +2642,11 @@ Voor wat betreft de signalering van de ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw in d #### 4.1. Inleiding -Zie artikel 6.6 Vb. - Ingevolge artikel 68, eerste lid, Vw kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van artikel 6.6 Vb heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens. -De ongewenstverklaring wordt op verzoek in ieder geval opgeheven indien er sinds de ongewenstverklaring en het vertrek van de vreemdeling tien jaren (in geval van een gewelds- of opiumdelict), vijf jaren (ingeval van een ander misdrijf), of één jaar (ingeval van het bij herhaling begaan van een bij de Vw strafbaar gesteld feit) is verstreken en de vreemdeling gedurende die periode niet aan strafvervolging ter zake van een misdrijf is onderworpen. - -Bij de vaststelling van de bovengrens is er vanuit gegaan dat na het verstrijken van de termijn het gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (in aanvaardbare mate) is geweken dan wel dat het algemeen belang van de Staat, dat is gediend met de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, in redelijkheid dient te wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling. In artikel 6.6, tweede lid, Vb is opgenomen wanneer de termijnen opnieuw aanvangen. - -Een verzoek om opheffing van een ongewenstverklaring op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid kan alleen worden ingewilligd indien de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven. Indien op grond van een ambtsbericht van de AIVD kan worden vastgesteld dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, dan zal de ongewenstverklaring worden gehandhaafd. - -In voorkomende gevallen kan ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (inter-)nationale ministeries of inlichtingendiensten. - -Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid. - #### 4.2. De vorm van de aanvraag -De aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend bij de IND, wordt ondertekend en bevat ten minste de naam en het volledige adres van de vreemdeling, de dagtekening en de aanduiding dat verzocht wordt om opheffing van de maatregel van ongewenstverklaring (zie B1/4.1). De door de ongewenst verklaarde vreemdeling ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd wordt niet ambtshalve aangemerkt als aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring. +De aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend bij de IND, wordt ondertekend en bevat ten minste de naam en het volledige adres van de vreemdeling, de dagtekening en de aanduiding dat verzocht wordt om opheffing van de maatregel van ongewenstverklaring (zie A5/4). De door de ongewenst verklaarde vreemdeling ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd wordt niet ambtshalve aangemerkt als aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring. #### 4.3. De inhoud van de aanvraag @@ -3090,13 +2690,13 @@ Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij ge Vorenstaande laat onverlet dat het voornemen tot uitzetting blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht rust om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht. Eerst als de ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Anti-Folterverdrag, duurzaam in de weg staat aan uitzetting naar zijn land van herkomst, en hij bovendien heeft aangetoond dat er geen derde land is waar hij zich zal kunnen vestigen, kan de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring verzoeken. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing moet in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf worden betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen. -#### 4.5. De beslissing op de aanvraag +#### 4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering -Een besluit tot inwilliging of niet-inwilliging van een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring is een beschikking welke de IND bevoegd is te slaan. Wanneer de aanvraag niet wordt ingewilligd kan de vreemdeling of zijn gemachtigde hiertegen bezwaar maken. +De IND beslist op een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring. Indien de aanvraag niet wordt ingewilligd kan de vreemdeling of zijn gemachtigde hiertegen bezwaar maken. Indien de aanvraag wordt ingewilligd wordt de signalering “ONGEW” uit de systemen verwijderd (zie A3/9.2). #### 4.6. Signalering verwijderen -Indien wordt overgegaan tot opheffing van de ongewenstverklaring dient de IND een kopie van de beschikking te zenden aan het aanspreekpunt signalering OVR in de eigen regio. Dit aanspreekpunt dient de signalering “ONGEW” vervolgens te verwijderen uit de systemen (zie A3/9.2). +200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 ### 5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring @@ -3252,8 +2852,6 @@ Naast de vrijheidsbeperkende maatregelen kent de wet vier vrijheidsontnemende ma De ambtenaar belast met grensbewaking, de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 of artikel 59 Vw oplegt, dient de IND door middel van model M19 of M110-A daarvan op de eerste dag van het opleggen van de maatregel op de hoogte te brengen (zie artikel 5.6 Vb). Deze mededeling aan de IND dient ook plaats te vinden indien een dergelijke maatregel inmiddels is opgeheven. -In verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep bij de rechtbank van de vreemdeling tegen één van deze maatregelen dient hierbij tevens een aantal noodzakelijke bescheiden aan de IND verzonden te worden, zie A6/6.2.3 en A6/6.2.4. - ##### 1.2.2. Mededeling aan derden Op verzoek van de vreemdeling wordt zo spoedig mogelijk mededeling van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw gedaan aan zijn naaste verwanten en aan een in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij onderdaan is. @@ -3264,15 +2862,9 @@ Wordt een vrijheidsontnemende maatregel aan een minderjarige opgelegd dan wordt De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt. -#### 1.3. Geleidebrief/checklist +#### 1.3. Aanmelding vreemdeling -Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een geleidebrief/checklist model M118 opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van artikel 6, artikel 58 of artikel 59 Vw en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht. - -Hierna wordt het formulier bewaard in de vreemdelingenadministratie. - -Het formulier wordt ingevuld door of namens de ambtenaar die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op het formulier. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de terugkeerfunctionaris die in die inrichting werkzaam is. - -Nadat de uitzetting heeft plaatsgevonden retourneert de ambtenaar belast met de grensbewaking het gehele formulier aan de ambtenaar die voor de oorspronkelijke vrijheidsbeneming verantwoordelijk was. +Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie model M118) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van artikel 6, artikel 58 of artikel 59 Vw en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht. #### 1.4. Het lichten van vreemdelingen @@ -3344,11 +2936,7 @@ In de wet is geen wettelijke maximumtermijn gesteld aan de vrijheidsbeperkende o #### 2.8. De beëindiging -De vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel eindigt wanneer de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten, dan wel de maatregel opgeheven wordt. Indien de vreemdeling aan boord van een vliegtuig of schip niet het Nederlands grondgebied heeft verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), blijft de oorspronkelijk opgelegde maatregel van kracht. Er wordt geen nieuwe plaatsingsbeschikking genomen. Ook de oorspronkelijke toegangsweigering blijft van kracht. - -Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van artikel 65 Vw is verwijderd, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling om niet terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M29). - -Indien de rechtbank de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw beveelt (zie A6/6) betekent dat niet dat ook de weigering van de toegang ex artikel 3 Vw wordt opgeheven. In die gevallen kan nog steeds op grond van artikel 6, eerste lid, Vw (vrijheidsbeperking) een ruimte of plaats worden aangewezen waar de vreemdeling zich dient op te houden. Indien de toegangsweigering wordt opgeheven, bijvoorbeeld omdat aan de vreemdeling alsnog rechtmatig verblijf toekomt op grond van artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, Vw of de rechtbank de beschikking van weigering toegang vernietigt, wordt de maatregel van artikel 6 Vw eveneens opgeheven. Voor het opheffen van de maatregel dient gebruik te worden gemaakt van Model M113. +De vrijheidsbeperkende of –ontnemende maatregel eindigt wanneer de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten, dan wel de maatregel opgeheven wordt. Indien de vreemdeling aan boord van een vliegtuig of schip niet het Nederlands grondgebied heeft verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), blijft de oorspronkelijk opgelegde maatregel van kracht. Er wordt geen nieuwe plaatsingsbeschikking genomen. Ook de oorspronkelijke toegangsweigering blijft van kracht. ### 3. Verblijf @@ -3479,26 +3067,13 @@ De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld onverwijld contact met zijn raads De duur van de vrijheidsbeperkende en -ontnemende maatregel op grond van artikel 57 en 58 Vw is niet aan een termijn gebonden. Overigens mogen de maatregelen niet langer duren dan met het oog op het doel (de uitzetting) daarvan strikt noodzakelijk is. -De Korpschef zal gelet hierop alle maatregelen dienen te nemen om de uitzetting op zo kort mogelijke termijn te effectueren (onderzoek naar identiteit, aanvraag reispapieren en dergelijke). - ##### 5.2.6. De beëindiging Zodra de grond voor het toepassen van de maatregel van artikel 57 of 58 Vw niet meer aanwezig is, heft de Korpschef deze maatregel op. Hiervan kan sprake zijn: -– indien de vrijheidsontneming niet (langer) noodzakelijk is om de uitzetting te realiseren; -– indien er geen concreet zicht op uitzetting (meer) bestaat; -– wanneer de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat. - -Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, vlieg- of reistickets (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land. - -De Korpschef zal in deze gevallen de maatregel uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij dient daarvoor gebruik te maken van Model M113. Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt - -Ten behoeve van de informatievoorziening dient er tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet tezamen met een verzoek om ontslag uit de inrichting (zie Model M114) eveneens een afschrift van Model M113 worden gestuurd. - -De maatregel van artikel 57 of 58 Vw vervalt van rechtswege: - -– indien de beschikking naar aanleiding waarvan deze maatregel is genomen in beroep wordt vernietigd (zie artikel 57, vierde lid, Vw); of -– zodra het vertrek van de vreemdeling uit de (afgesloten) ruimte nodig is voor zijn verwijdering. +• indien de vrijheidsontneming niet (langer) noodzakelijk is om de uitzetting te realiseren; +• indien er geen concreet zicht op uitzetting (meer) bestaat; +• wanneer de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat. #### 5.3. Bewaring op grond van @@ -3644,8 +3219,6 @@ Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de be Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën artikel 59, eerste lid, sub a, Vw en artikel 59, eerste lid, sub b, Vw). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie onverwijld een nieuw Model M110-A aan de vreemdeling uitgereikt (zie artikel 5.3, tweede lid, Vb). Gelet op het bepaalde in artikel 5.2 Vb hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden. -Indien de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een reguliere aanvraag of een asielaanvraag indient, komt aan de beslissing op de reguliere aanvraag ingevolge artikel 73, vierde lid, Vw en aan de beslissing op de asielaanvraag ingevolge artikel 82, vierde lid, Vw geen opschortende werking toe. Zie ook C4/17.3.1. - ###### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond Indien de bewaring wordt opgeheven, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing – zonder dat de vreemdeling uit de macht van de tot inbewaringstelling en uitzetting bevoegde autoriteiten is geweest – opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring is het noodzakelijk dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Het maakt in dit verband geen verschil of de opheffing van de eerdere bewaring door de rechtbank is bevolen dan wel op eigen initiatief namens de Minister is opgeheven. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren. @@ -3656,29 +3229,14 @@ Ook is het denkbaar dat de bewaringsgrond van artikel 59, tweede lid, Vw wordt o In artikel 59, vierde lid, Vw wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt: -– vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier (bepaalde of onbepaalde tijd) hebben ingediend en rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f of g, Vw: vier weken; -– vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning asiel (bepaalde of onbepaalde tijd) hebben ingediend en rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f of g, Vw, met toepassing van de voornemenprocedure: zes weken; -– vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, Vw: vier weken; -– vreemdelingen niet vallende onder a, b of c: geen termijn. - -De termijn genoemd onder a en b begint te lopen op de dag waarop de aanvraag door het bestuursorgaan ontvangen is en eindigt op de dag na de dag waarop de beslissing bekend gemaakt is. - -Als de bewaring voortduurt, wordt het belang van de vreemdeling om in vrijheid gesteld te worden groter. In de jurisprudentie van de rechtbanken wordt er doorgaans van uitgegaan dat na zes maanden bewaring het belang van de vreemdeling om in vrijheid gesteld te worden in het algemeen zwaarder weegt dan het algemeen belang om de vreemdeling ter fine van uitzetting in bewaring te houden. Onder omstandigheden kan die termijn evenwel langer dan wel korter zijn. De termijn van zes maanden kan onder meer overschreden worden, indien er bijvoorbeeld sprake is van: - -– ongewenstverklaring of zware criminele antecedenten; -– frustratie door de vreemdeling van het onderzoek naar de vaststelling van de identiteit of nationaliteit; -– het feit dat de vreemdeling na de inbewaringstelling één of meerdere procedures ter verkrijging van een verblijfsvergunning is gaan voeren met het kennelijke doel om de uitzetting dan wel de verkrijging van een reisdocument te vertragen; -– het feit dat bij het bereiken van de termijn van zes maanden een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bestaat dat de vreemdeling op korte termijn verwijderd wordt. - -Voorts mag de bewaring niet langer duren dan met het oog op het doel van deze maatregel strikt noodzakelijk is. - -De Korpschef dan wel de Commandant der KMar moet gelet hierop alle maatregelen nemen om de uitzetting op zo kort mogelijke termijn te effectueren (onderzoek naar identiteit en nationaliteit, reispapieren, verblijfspositie, aanvraag reispapieren e.d.). Bij het voortduren van de maatregel zal de nadruk gelegd dienen te worden op de voortvarendheid van het handelen met betrekking tot het verkrijgen van reis- en/of identiteitspapieren. - -De omstandigheid dat een beroep op de rechtbank (zie artikel 93 Vw) over de rechtmatigheid van de bewaring nog bij de rechter aanhangig is, staat niet aan de uitzetting in de weg. +a. vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier (bepaalde of onbepaalde tijd) hebben ingediend en rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f of g, Vw: vier weken; +b. vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning asiel (bepaalde of onbepaalde tijd) hebben ingediend en rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f of g, Vw, met toepassing van de voornemenprocedure: zes weken; +c. vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, Vw: vier weken; +d. vreemdelingen niet vallende onder a, b of c: geen termijn. ###### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring -Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen. +Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen. ##### 5.3.6. De tenuitvoerlegging @@ -3686,19 +3244,9 @@ Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoe Ingevolge artikel 5.4, eerste lid, Vb wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid, Vw is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de Regeling Politiecellencomplex, de Penitentiaire beginselenwet en het Reglement grenslogies. In artikel 5.4, eerste lid, Vb is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging. -Indien een redelijk vermoeden bestaat dat de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling misbruik zal maken van zijn recht op het ontvangen van bezoek, op telefoneren of op het wisselen van brieven, teneinde zijn verwijdering uit Nederland te beletten of te belemmeren, dan wel om zich aan de verdere vrijheidsontneming te onttrekken, kan de uitoefening van deze rechten worden beperkt door de Korpschef of de Commandant der KMar. Van de opgelegde beperking wordt onverwijld schriftelijk onder opgaaf van redenen mededeling gedaan aan de IND. - Hoewel de tenuitvoerlegging van de bewaring doorgaans op een politiebureau of in een cel van de KMar zal aanvangen, dient deze in beginsel te worden voortgezet in een justitiële inrichting of in een ruimte of plaats waar het Reglement grenslogies van toepassing is, indien en zodra dit redelijkerwijs mogelijk is (zie artikel 5.4, tweede lid, Vb). Het criterium ‘redelijkerwijs mogelijk’ ziet op de beschikbare capaciteit in de desbetreffende inrichtingen, alsmede op de prioriteitstelling die bij de verdeling daarvan gehanteerd dient te worden. -De tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar gedurende meer dan tien dagen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. De duur van het verblijf op een politiebureau of in een cel van de KMar op grond van ophouding ter vaststelling van identiteit en verblijfsrechtelijke positie (zie artikel 50 Vw) en op grond van strafrechtelijke detentie, dient in beginsel niet te worden meegenomen bij de berekening van deze termijn. Ook de dag waarop de bewaring is bevolen, hoeft niet meegeteld te worden. - -De termijn van tien dagen kan alleen overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen. Een bijzondere omstandigheid kan zich voordoen in het geval dat de uitzetting van de vreemdeling was voorzien binnen de termijn van tien dagen, maar vanwege verzet van de vreemdeling is verplaatst naar een later tijdstip. Voorts kan zich een bijzondere omstandigheid voordoen wanneer de uitzetting van de vreemdeling enkele dagen na de tiende dag gepland staat. Van een zwaarwegend belang is in elk geval sprake wanneer de openbare orde of de nationale veiligheid zich ernstig verzet tegen opheffing van de bewaring. Hiervan is onder meer sprake wanneer de betrokken vreemdeling verdacht wordt van overtreding van een strafbaar gesteld feit, geregistreerd staat als ongewenst vreemdeling voor het Schengengebied, sprake is van eerder gepleegd manifest bedrog of wanneer de betrokken vreemdeling ex artikel 67 Vw ongewenst is verklaard of daarvoor in aanmerking komt. - -De hier genoemde voorbeelden van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen zijn niet limitatief. Per geval zal moeten worden bepaald of bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen aanwezig zijn om de termijn van tien dagen te overschrijden. In welke mate de termijn van tien dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/of de zwaarte van de belangen in het individuele geval, en zal daarom ook per geval moeten worden beoordeeld. - -In het geval een tenuitvoerlegging op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan tien dagen, dient uit het bewaringsdossier van de vreemdeling te blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen hiertoe hebben genoopt. - -Een uitzetcentrum is in beginsel bedoeld voor illegale vreemdelingen die bij (grootschalige) acties in vreemdelingenbewaring worden gesteld en voor andere illegale vreemdelingen voorzover deze op korte termijn uitzetbaar zijn. Echter, de duur van het verblijf in het uitzetcentrum is niet aan een wettelijk maximum gebonden. Vreemdelingenbewaring in een uitzetcentrum kan duren zolang de openbare orde of de nationale veiligheid dat vergt en zolang er zicht is op uitzetting. Ook vanuit de optiek van de in het uitzetcentrum aanwezige voorzieningen bestaat er geen limiet aan de verblijfsduur in het uitzetcentrum. +Een uitzetcentrum is in beginsel bedoeld voor illegale vreemdelingen die op korte termijn uitzetbaar zijn. Een uitzetting verloopt in beginsel altijd via een uitzetcentrum (zie A4/6.4). Echter, de duur van het verblijf in het uitzetcentrum is niet aan een wettelijk maximum gebonden. Vreemdelingenbewaring in een uitzetcentrum kan duren zolang de openbare orde of de nationale veiligheid dat vergt en zolang er zicht is op uitzetting. Ook vanuit de optiek van de in het uitzetcentrum aanwezige voorzieningen bestaat er geen limiet aan de verblijfsduur in het uitzetcentrum. ###### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting @@ -3738,32 +3286,6 @@ Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgehe De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie artikel 5.4, derde lid, Vb). -De bewaring moet worden opgeheven: - -– indien het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid de bewaring niet meer vordert; -– indien de vreemdeling niet meer behoort tot een van de categorieën van personen die in bewaring gesteld kunnen worden (zie A6/5.3.3); -– indien de vreemdeling wordt uitgezet; -– indien geen redelijke kans bestaat dat de uitzetting binnen afzienbare termijn kan plaatshebben; -– wanneer de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook de gelegenheid bestaat (zie artikel 59, derde lid, Vw). - -Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land. - -Bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure (artikel 39 Vw) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden. - -Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie artikel 94 en 96 Vw) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen). - -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het Model M113. Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient er tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie Model M114) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt. - -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling dan wel de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland op de voorgeschreven wijze. - -Overbrenging van een in bewaring gestelde vreemdeling van een inrichting naar een politiebureau dan wel een brigade van de KMar is mogelijk indien vaststaat dat hij op korte termijn uit Nederland kan worden verwijderd en de uitzettingsprocedure door deze overbrenging wordt versneld. In dit geval dient de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking met gebruikmaking van M114 een verzoek om ontslag van de vreemdeling uit de inrichting te doen. De maatregel van bewaring blijft dan echter van kracht en dient te worden opgeheven op het moment van het daadwerkelijke vertrek uit Nederland. - -Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen M113 te worden verzonden. - -Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijvoorbeeld de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument. - -Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in artikel 50, derde lid, Vw. - ### 6. Rechtsmiddelen #### 6.1. Algemeen @@ -3814,14 +3336,6 @@ Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatreg Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming. -De vreemdelingenpolitie dan wel de brigade van de KMar faxt uiterlijk op dag 3 na de indiening van het beroep het Model M120 ((voortgangs)gegevens met betrekking tot uitzetting) naar de IND. Afwijking van deze werkwijze leidt er op zichzelf niet toe dat onrechtmatig is gehandeld. Uitgangspunt is steeds dat de rechtbank en de wederpartij tijdig en volledig worden geïnformeerd. - -De rechtbank sluit het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van het beroep. Anders dan bij een eerste beroep of kennisgeving kan de rechtbank besluiten om de vreemdeling of de gemachtigde van de Minister niet te horen en zelfs zonder toestemming van partijen bepalen dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft (de zaak buiten zitting afdoen). Bij de behandeling van het beroep staat met name de voortgang van de verwijdering ter beoordeling. - -Na de sluiting van het onderzoek (dat kan zowel het vooronderzoek als het onderzoek ter zitting betreffen) doet de rechtbank mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. - -Evenals bij een eerste beroep kan de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig achten en zal zij het beroep gegrond verklaren. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank – indien hierom verzocht wordt – schadevergoeding toekennen (zie A6/6.4). De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND stuurt vervolgens een afschrift van de uitspraak aan de Korpschef of aan de Commandant der KMar. Daarbij kunnen tevens aanwijzingen gegeven worden hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. - #### 6.3. Hoger Beroep Op grond van artikel 95, juncto artikel 69, derde lid, Vw kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid Vw (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 en artikel 59 Vw) hoger beroep instellen bij de ABRvS. Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw is van toepassing, met uitzondering van artikel 84 en 86 Vw. @@ -3862,14 +3376,6 @@ In artikel 117 Vw is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvrage Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van artikel 9 Vw (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw. -Verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zonder beperking is ingevolge artikel 14, tweede lid, Vw niet mogelijk, maar het kan niettemin voorkomen dat nog moet worden beslist op aanvragen tot het verlenen van een vergunning tot verblijf zonder beperkingen. - -Indien moet worden beslist op een aanvraag die is ontvangen vóór 1 april 2001, of op een bezwaar gericht tegen de weigering om een dergelijke aanvraag in te willigen, wordt per brief aan de vreemdeling (danwel diens gemachtigde) meegedeeld dat het als gevolg van de inwerkingtreding van de Vw niet langer mogelijk is een vergunning tot verblijf zonder beperkingen te verlenen en wordt bij die brief verzocht binnen een in die brief bepaalde termijn het verblijfsdoel aan te geven en dat met gegevens en bescheiden te onderbouwen, met het oog op eventuele verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Betrokkene wordt erop gewezen dat hij in beginsel dient te kiezen uit de verblijfsdoelen van artikel 3.4, eerste lid, Vb. Indien betrokkene een ander verblijfsdoel wenst dan vermeld in artikel 3.4, eerste lid, Vb, geldt het vermelde in B1/2.1.1. - -Indien betrokkene geen verblijfsdoel aangeeft, stelt betrokkene niet (alsnog) een kader voor de besluitvorming. De toelatingsgrond 'klemmende redenen van humanitaire aard' is naar zijn aard niet als een verblijfsdoel aan te merken. Indien voorts op grond van de aanwezige stukken geen grond kan worden gevonden om tot ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3.6 Vb over te gaan, wordt de aanvraag afgewezen en eventueel bezwaar om dezelfde reden, als regel, kennelijk ongegrond verklaard. - -Aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning tot verblijf zonder beperkingen op basis van een asielaanvraag worden opgevat als een aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vw. - #### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in artikel 20 Vw. @@ -3928,7 +3434,7 @@ Vervallen ## Bijlage M2-A. Schengenvisumsticker 2001 -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M2-B. Schengenvisumsticker 2003 @@ -3936,7 +3442,7 @@ Vervallen ## Bijlage M2-C. Terugkeervisum -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M2-D. Visumverklaring kort verblijf @@ -4062,7 +3568,7 @@ Vervallen ## Bijlage M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking @@ -4074,15 +3580,15 @@ Vervallen ## Bijlage M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij @@ -4156,9 +3662,7 @@ Vervallen ## Bijlage M38. TBC-formulier -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens @@ -4166,9 +3670,7 @@ Vervallen ## Bijlage M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum @@ -4190,7 +3692,7 @@ Vervallen ## Bijlage M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M40. Vragenlijst China @@ -4236,15 +3738,15 @@ Vervallen ## Bijlage M41. Verklaring burgerlijke staat -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M42. Relatieverklaring -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M43. Bewustverklaring studie -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M44. Bewustverklaring Au Pair @@ -4252,7 +3754,7 @@ Vervallen ## Bijlage M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin -De Overeenkomst Au pair – Gastgezin (hierna: de overeenkomst) is gesloten op ……………………………… (*datum*) tussen de partijen: de voor de duur van een jaar in Nederland verblijvende vreemdeling ……………………………… (*naam*), geboren op ………………... (*datum*), hierna te noemen ‘de au pair’, en het aan deze vreemdeling vrije kost en inwoning verschaffende gezin ………………………………………… (*naam of namen hoofd(en)*), geboren op ……………………………(*datum*), hierna te noemen ‘het gastgezin’, wonende te ………………………………………………………… (*straat, postcode, woonplaats*), te bereiken op ………………… (*telefoonnummer*). De au pair en het gastgezin tezamen worden aangeduid als Partijen. Bemiddeling tussen Partijen heeft plaatsgevonden door …………………………………… (*naam bureau of organisatie*). 1Dit hoeft uiteraard alleen te worden ingevuld indien bemiddeling heeft plaatsgevonden. +Vervallen ## Bijlage M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar @@ -4284,7 +3786,7 @@ Vervallen ## Bijlage M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen) -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie @@ -4300,7 +3802,7 @@ Vervallen ## Bijlage M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom @@ -4330,19 +3832,13 @@ Vervallen *[afbeelding]* -## Bijlage M56. Kennisgeving aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling +## Bijlage M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling *[afbeelding]* ## Bijlage M57. Verklaring inkomen ondernemer -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv @@ -4394,7 +3890,7 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage M67. Staat van inlichtingen opname ter adoptie +## Bijlage M67. Staat van inlichtingen adoptie *[afbeelding]* @@ -4476,7 +3972,7 @@ Vervallen ## Bijlage M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting) -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M82. Reisdocument voor vluchtelingen @@ -4484,13 +3980,7 @@ Vervallen ## Bijlage M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M84-M89. Gereserveerd @@ -4534,15 +4024,11 @@ Vervallen ## Bijlage M102. Verzoek tot doorgeleiding met het oog op verwijdering door de lucht (overeenkomstig art. 4 van -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M102-A. Transit request for the purposes of removal by air -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M103-M109 @@ -4584,7 +4070,7 @@ Vervallen ## Bijlage M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M113. Opheffing van een aanwijzing/maatregel als bedoeld in artikel 6, 50, 55, 56, 57, 58 of 59* Vw @@ -4602,7 +4088,7 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage M117-A. Aanwijzing ingevolge artikel 55 en/of meldplicht ingevolge artikel 54 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers) +## Bijlage M117-A. Aanwijzing ingevolge artikel 55 en/of meldplicht ingevolge artikel 54 van de Vreemdelingenwet *[afbeelding]* @@ -4646,15 +4132,15 @@ Vervallen ## Bijlage M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb @@ -4694,61 +4180,11 @@ Vervallen ## Bijlage M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M140. De verklaring van de werkgever @@ -4756,14 +4192,4 @@ Vervallen ## Bijlage M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen