2014-01-25 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-25 12:00:00 +00:00
parent 9d9277cd6d
commit c78ca87ecd

View file

@ -35,7 +35,7 @@ n. mijnbouwwerk: een werk dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur
2°. ten behoeve van het opslaan van stoffen;
3°. die samenhangen met de in de onderdelen 1° en 2° bedoelde werken;
o. mijnbouwinstallatie: een mijnbouwwerk dat verankerd is in of aanwezig is boven de bodem van een oppervlaktewater;
p. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
p. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
q. opsporen van CO_2-opslagcomplexen: onderzoek naar opslagcomplexen met gebruikmaking van een boorgat of door het verrichten van proeven met injectie van CO_2 om het opslagvoorkomen te karakteriseren;
r. opsporingsvergunning van CO_2-opslagcomplexen: een vergunning voor het opsporen van CO_2-opslagcomplexen;
s. CO_2-opslagcomplex: opslagvoorkomen voor CO_2 en de omringende geologische gebieden die een weerslag kunnen hebben op de algehele integriteit van de opslag en de veiligheid ervan;
@ -1522,7 +1522,7 @@ De Mijnraad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van z
### Artikel 112
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Mijnraad geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de raad opgeborgen in het archief van dat ministerie.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Mijnraad geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de raad opgeborgen in het archief van dat ministerie.
### Paragraaf 6.2. De Technische commissie bodembeweging
@ -1845,7 +1845,8 @@ De procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de
a. een mijnbouwwerk ten behoeve van de opsporing of winning van koolwaterstoffen in of onder een gebied dat is aangewezen op grond van de artikelen 10 of 10a van de Natuurbeschermingswet 1998;
b. een mijnbouwwerk ten behoeve van de opslag van stoffen;
c. pijpleidingen die uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd voor het vervoer van delfstoffen respectievelijk het vervoer van stoffen in verband met het opsporen of winnen van delfstoffen respectievelijk het opslaan van stoffen met behulp van een mijnbouwwerk als bedoeld in onderdeel a respectievelijk onderdeel b.
c. pijpleidingen die uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd voor het vervoer van delfstoffen respectievelijk het vervoer van stoffen in verband met het opsporen of winnen van delfstoffen respectievelijk het opslaan van stoffen met behulp van een mijnbouwwerk als bedoeld in onderdeel a respectievelijk onderdeel b;
d. een mijnbouwwerk of pijpleidingen, voor zover het een project betreft voor olie of koolstofdioxide dat is opgenomen op de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (PbEU 2013, L 115).
**2.** Een mijnbouwondernemer als omschreven in artikel 113 meldt een voornemen tot aanleg of uitbreiding van een mijnbouwwerk of pijpleiding als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens een formulier worden vastgesteld.