From c7b6f50b69a33ccd879c8642d8810d6efcfcad33 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-07-01 | BWBR0024282 | Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme --- .../BWBR0024282/README.md | 43 ++++++++++++------- 1 file changed, 27 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md b/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md index 6f6cc6c6b4a..3534de133f1 100644 --- a/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md +++ b/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md @@ -23,7 +23,7 @@ a. *instelling:* 1°. kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die ingevolge artikel 107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° van die wet geregistreerd is; 2°. financiële instelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 3°. onderneming, niet zijnde een kredietinstelling of financiële instelling, die werkzaamheden verricht die zijn opgenomen onder punt 14 van Bijlage I van richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177); -4°. Betaaldienstagent en betaalinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover deze agent onderscheidenlijk instelling diensten verleend als bedoeld onder 6 van de bijlage van richtlijn betaaldiensten nr. 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG (PbEU L 319) alsmede geldtransactiekantoor als bedoeld in artikel 1 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, voor zover dit kantoor geldtransacties verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° en 3°, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren. +4°. geldtransactiekantoor als bedoeld in artikel 1 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, voor zover dit kantoor geldtransacties verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° en 3°, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren; 5°. levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht met uitzondering van een levensverzekeraar die uitsluitend het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in dat artikel uitoefent; 6°. beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 7°. beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; @@ -42,8 +42,13 @@ e. werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden v 14°. tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel, voor zover deze bemiddelt bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen; 15°. beroeps- of bedrijfsmatig handelende verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 15 000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat; 16°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig een speelcasino in de zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen organiseert; -17°. onderneming die creditcards uitgeeft, tenzij de door haar uitgegeven creditcards uitsluitend kunnen worden gebruikt bij haarzelf of bij een onderneming die deel uitmaakt van dezelfde groep; -18°. natuurlijke persoon of rechtspersoon die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie beroepen of bedrijven; +17°. natuurlijke persoon of rechtspersoon die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie beroepen of bedrijven; +18°. natuurlijke persoon of rechtspersoon die bij de uitvoering van betaaldiensten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht optreedt voor rekening van: + +a. een betaalinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; of +b. een betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht met zetel in een andere lidstaat die beschikt over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning voor het uitoefenen van zijn bedrijf; +19°. betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +20°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfmatig een adres of postadres ter beschikking stelt; b. *cliënt:* natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een transactie laat uitvoeren; c. *identificeren:* opgave van de identiteit laten doen; d. *verifiëren van de identiteit:* vaststellen dat de opgegeven identiteit overeenkomt met de werkelijke identiteit; @@ -74,7 +79,7 @@ r. *bank:* een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toez ### Artikel 2 -**1.** Een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7° of 8°, die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in artikel 3, eerste tot en met het vierde lid, en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in artikel 33. +**1.** Een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 18° of 19°, die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in artikel 3, eerste tot en met het vierde lid, en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in artikel 33. **2.** Indien het recht van de betrokken staat toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt de instelling degene die ingevolge artikel 24 belast is met het toezicht op de naleving van deze wet door de instelling daarvan in kennis en neemt zij maatregelen om het risico van witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen. @@ -141,8 +146,8 @@ e. indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen o Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid, en artikel 4, eerste lid, zijn niet van toepassing ten aanzien van de volgende cliënten: -a. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8°, met zetel in Nederland of in een andere lidstaat; -b. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 9°, met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de artikelen 3, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d, en vierde lid, en artikel 8, eerste lid, en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften; +a. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8°, 18° en 19°, met zetel in Nederland of in een andere lidstaat; +b. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 9°, 18° en 19°, met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de artikelen 3, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d, en vierde lid, en artikel 8, eerste lid, en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften; c. rechtspersonen die effecten hebben uitgegeven die in een lidstaat zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; d. rechtspersonen die effecten hebben uitgegeven in een staat die geen lidstaat is, zijn toegelaten tot de handel op een markt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, en die daarbij zijn onderworpen aan openbaarmakingsvereisten die overeenkomen met die van richtlijn nr. 2004/109 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390); e. cliënten die tijdelijk gelden aanhouden op rekeningen op naam van notarissen, advocaten en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen. Voor zover de rekeninghouders niet in een lidstaat gevestigd zijn, is deze bepaling slechts van toepassing indien op hen wettelijke voorschriften van toepassing zijn ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme die overeenkomen met het bepaalde in deze wet en de informatie over de identiteit van de cliënten op verzoek beschikbaar is voor de desbetreffende instelling; @@ -181,7 +186,7 @@ c. elektronisch geld als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toe ### Artikel 8 -**1.** Een instelling verricht, onverminderd artikel 3, tweede, derde en vierde lid, aanvullend cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen. +**1.** Een instelling verricht, onverminderd artikel 3, tweede, derde en vierde lid, verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen. **2.** @@ -218,9 +223,9 @@ c. zij doorlopend controle uitoefent op de zakelijke relatie. Artikel 5, eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van cliënten die zijn geïdentificeerd en waarvan de identiteit reeds is geverifieerd, ingevolge artikel 3 of op daarmee overeenkomende wijze, door: a. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13°, met zetel in Nederland of een andere lidstaat; of -b. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3° of 5° tot en met 10°. +b. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, 5° tot en met 10°, 18° of 19°. -**2.** Een instelling als bedoeld in het eerste lid stelt, op verzoek van de instelling waar zij een cliënt introduceert, de identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens en bescheiden inzake de identiteit van de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende ter beschikking aan die instelling. +**2.** Een instelling als bedoeld in het eerste lid stelt, op verzoek van de instelling waar zij een cliënt introduceert, de identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens en bescheiden inzake de identiteit van de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende onverwijld ter beschikking aan die instelling. ### Artikel 10 @@ -369,6 +374,8 @@ b. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, met zetel in c. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°, met zetel in een lidstaat, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; d. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°, met zetel in een staat die geen lidstaat is die eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die in deze wet, die zijn onderworpen aan gelijkwaardige verplichtingen op het gebied van het beroepsgeheim en de bescherming van persoonsgegevens, en tot dezelfde beroepscategorie behoren, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. +**5.** Een ieder die kennis neemt van een melding, het gegeven dat een melding aanleiding kan geven tot nader onderzoek, nadere informatie als bedoeld in het eerste lid of gegevens of inlichtingen als bedoeld in het tweede lid en weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat ter zake op een instelling de geheimhoudingsplicht bedoeld in het eerste lid rust, is verplicht tot geheimhouding hiervan, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. + ## Hoofdstuk 4. Bepalingen betreffende toezicht en handhaving ### Artikel 24 @@ -393,13 +400,13 @@ Indien de personen die met wettelijk toezicht op instellingen zijn belast bij de **1.** Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 2, 3, eerste tot en met derde en zevende lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste en derde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, 10, tweede lid, 11, 16, 17, tweede lid, 23 eerste en tweede lid, 33, 34 en 35 van deze wet, artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2006/1781 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345). -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan tuchtrechtspraak. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan bij wet geregelde tuchtrechtspraak. ### Artikel 27 **1.** Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 2, 3, eerste tot en met derde en zevende lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste en derde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, 10, tweede lid, 11, 16, eerste en tweede lid, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33, 34, en 35 van deze wet, artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2006/1781 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345). -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan tuchtrechtspraak. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan bij wet geregelde tuchtrechtspraak. ### Artikel 28 @@ -449,7 +456,7 @@ Vervallen ### Artikel 29 -Onze Minister van Financiën kan de bestuurlijke boete invorderen bij dwangbevel. +Onze Minister van Financiën kan de dwangsom en de bestuurlijke boete invorderen bij dwangbevel. ### Artikel 30 @@ -476,7 +483,7 @@ b. de opleiding van werknemers als bedoeld in artikel 35. **1.** -Een instelling die op grond van deze wet de cliënt of zakelijke relatie heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd, legt op toegankelijke wijze de volgende gegevens vast: +Een instelling die op grond van deze wet de cliënt heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd, legt op toegankelijke wijze de volgende gegevens vast: a. van natuurlijke personen: @@ -494,7 +501,9 @@ c. van buitenlandse rechtspersonen: 2°. van degenen die voor de rechtspersoon bij de instelling optreden: de geslachtsnaam, de voornamen en de geboortedatum; 3°. de aard van de dienstverlening. -**2.** Een instelling bewaart de in het eerste lid bedoelde gegevens op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke relatie of tot vijf jaar na het uitvoeren van de desbetreffende transactie. +**2.** Indien bij een cliëntenonderzoek artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van toepassing is, legt de instelling de gegevens waarmee zij voldoet aan de verplichtingen ingevolge die bepaling op toegankelijke wijze vast. + +**3.** Een instelling bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke relatie of tot vijf jaar na het uitvoeren van de desbetreffende transactie. ### Paragraaf 5.2. Gegevens met betrekking tot een ongebruikelijke transactie @@ -534,9 +543,11 @@ Op bezwaar of beroep, ingesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dez ### Artikel 41 -**1.** De personen die op grond van artikel 24, eerste lid, zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet, kunnen na inwerkingtreding van deze wet tot drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening of de Wet melding ongebruikelijke transacties. +**1.** Met het toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties, zijn belast de op grond van artikel 24, eerste lid, aangewezen personen. -**2.** Op een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid blijft het recht van toepassing dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. +**2.** De personen die op grond van artikel 24, eerste lid, zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet, kunnen na inwerkingtreding van deze wet tot drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening of de Wet melding ongebruikelijke transacties. + +**3.** Op een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid blijft het recht van toepassing dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. ### Artikel 42