2020-07-01 | BWBR0029368 | Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen

This commit is contained in:
Coornhert 2020-07-01 12:00:00 +00:00
parent 0080d1539d
commit c7bce686f1

View file

@ -26,7 +26,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
- *SVB:* Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- *uitkeringsgerechtigde:* de persoon die recht heeft op een uitkering, toeslag of inkomensvoorziening op grond van een wet als bedoeld in de artikelen 2:1 en 3:1;
- *UWV:* Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- *verlof:* een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wet arbeid en zorg;
- *verlof:* een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1, 3:2 en 4:2a van de Wet arbeid en zorg;
- *werknemersverzekering:* werknemersverzekering, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet financiering sociale verzekeringen.
**2.** In geval van toepassing van dit besluit voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in artikel 12 van de Algemene Ouderdomswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Toeslagenwet en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, wordt onder uitkeringsgerechtigde mede verstaan de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het eerste lid.
@ -197,7 +197,7 @@ d. In afwijking van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a, een bijdrage ingevolge
Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers geldt dat in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o, niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
a. een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l, en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l;
b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.570,00 per kalenderjaar; en
b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.592,00 per kalenderjaar; en
c. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste de in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, genoemde gezamenlijke waarden per maand en per kalenderjaar.
**2.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, worden gewijzigd indien de ontwikkeling van de in artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Participatiewet, genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft. De gewijzigde bedragen en de dag waarop deze wijziging ingaat, worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
@ -229,7 +229,7 @@ Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Toeslagenwet geldt in afwijking v
a. loondoorbetaling wordt aangemerkt als overig inkomen;
b. niet als inkomen wordt aangemerkt een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l, of een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; en
c. indien op grond van artikel 7, eerste lid, van de Toeslagenwet van het inkomen uit arbeid een gedeelte is vrijgelaten, de op dat inkomen betrekking hebbende uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de Ziektewet, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet en op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als inkomen uit arbeid worden beschouwd.
c. indien op grond van artikel 7, eerste lid, van de Toeslagenwet van het inkomen uit arbeid een gedeelte is vrijgelaten, de op dat inkomen betrekking hebbende uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de Ziektewet, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet en op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als inkomen uit arbeid worden beschouwd.
### Artikel 2:11