2021-06-30 | BWBR0034363 | Wet lokaal spoor
This commit is contained in:
parent
5304b7aefd
commit
c7c31c5ade
1 changed files with 17 additions and 15 deletions
|
|
@ -18,31 +18,31 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
- *beheerder:* beheerder van de lokale spoorweginfrastructuur die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18, eerste lid;
|
||||
- *dagelijks bestuur:* dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
- *interoperabiliteitsrichtlijn:* richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU L 2016, 138);
|
||||
- *interoperabiliteitsrichtlijn:* richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU L 2016, 138);
|
||||
- *Locaalspoor- en Tramwegwet:*
|
||||
Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd (Stb. 1900, 118);
|
||||
Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd (Stb. 1900, 118);
|
||||
- *lokaal spoorwegverkeerssysteem:* verkeerssysteem van de krachtens artikel 2, eerste lid, als zodanig aangewezen lokale spoorweg;
|
||||
- *lokale spoorweg:* spoorweg die krachtens artikel 2, eerste lid, als zodanig is aangewezen;
|
||||
- *lokale spoorweginfrastructuur:* de elementen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid;
|
||||
- *Metroreglement:*
|
||||
Besluit van 30 oktober 1981, houdende vaststelling van een Algemeen reglement voor de stadsspoorwegen (Stb. 1981, 700);
|
||||
Besluit van 30 oktober 1981, houdende vaststelling van een Algemeen reglement voor de stadsspoorwegen (Stb. 1981, 700);
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
|
||||
- *rechthebbende:* eigenaar, bezitter of degene die een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik, huur of pacht heeft;
|
||||
- *Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen:*
|
||||
Besluit van 25 januari 1977, houdende vaststelling van een algemeen reglement voor de dienst op de hoofd- en lokaalspoorwegen (Stb. 1977, 152);
|
||||
Besluit van 25 januari 1977, houdende vaststelling van een algemeen reglement voor de dienst op de hoofd- en lokaalspoorwegen (Stb. 1977, 152);
|
||||
- *richtlijn 2007/59/EG:*
|
||||
richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU 2007, L 315);
|
||||
- *richtlijn 2012/34/EU:* richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU L 2012, 343/32);
|
||||
richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU 2007, L 315);
|
||||
- *richtlijn 2012/34/EU:* richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU L 2012, 343/32);
|
||||
- *spoorvoertuig:* voertuig, bestemd voor verkeer over de lokale spoorweg;
|
||||
- *spoorwegveiligheidsrichtlijn:* richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad inzake veiligheid op het spoor (PbEU L 2016, 138);
|
||||
- *spoorwegveiligheidsrichtlijn:* richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad inzake veiligheid op het spoor (PbEU L 2016, 138);
|
||||
- *toezichthouder:* de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, bedoeld in artikel 42, eerste lid;
|
||||
- *vervoerder:* onderneming die met een spoorvoertuig vervoer verricht over een lokale spoorweg;
|
||||
- *wegbeheerder:* overheden, genoemd in de artikelen 15 tot en met 17 van de Wegenwet of, indien van toepassing, het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid van de Wet personenvervoer 2000 voor zover het wegbeheer aan het openbaar lichaam is overgedragen;
|
||||
- *weggebruiker:* weggebruiker als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
- *Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen:*
|
||||
Wet van 15 december 1917, houdende voorschriften omtrent aanleg en instandhouding van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd, op wegen niet onder beheer van het Rijk (Stb. 1917, 703);
|
||||
Wet van 15 december 1917, houdende voorschriften omtrent aanleg en instandhouding van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd, op wegen niet onder beheer van het Rijk (Stb. 1917, 703);
|
||||
- *Wet zwerfstroomen:*
|
||||
Wet van 1 november 1924, houdende wettelijke maatregelen tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische spoor- en tramwegen (Stb. 1924, 498).
|
||||
Wet van 1 november 1924, houdende wettelijke maatregelen tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische spoor- en tramwegen (Stb. 1924, 498).
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -67,13 +67,15 @@ b. geen hoofdspoorweg is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwe
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de interoperabiliteitsrichtlijn, de spoorveiligheidsrichtlijn, richtlijn 2007/59/EG of richtlijn 2012/34/EU vanwege het toepassingsgebied van de desbetreffende richtlijn geheel of gedeeltelijk van toepassing is op een lokale spoorweg, worden, voor zover dit voor een goede toepassing van deze richtlijn nodig is, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld. Deze regels kunnen in ieder geval strekken tot:
|
||||
Indien de interoperabiliteitsrichtlijn, de spoorveiligheidsrichtlijn of richtlijn 2012/34/EU vanwege het toepassingsgebied van de desbetreffende richtlijn geheel of gedeeltelijk van toepassing is op een lokale spoorweg, worden, voor zover dit voor een goede toepassing van deze richtlijn nodig is, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld. Deze regels kunnen in ieder geval strekken tot:
|
||||
|
||||
a. het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten van het bij of krachtens deze wet bepaalde op de desbetreffende lokale spoorweg;
|
||||
b. het geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren van het bij of krachtens de Spoorwegwet bepaalde op de desbetreffende lokale spoorweg.
|
||||
|
||||
**3.** Een lokale spoorweg is uitgesloten van de reikwijdte van een richtlijn genoemd in het tweede lid, indien de desbetreffende richtlijn deze mogelijkheid biedt, tenzij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, zijn bestuurders op een lokale spoorweg vrijgesteld van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2007/59/EG.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Zorg voor de veiligheid op en nabij de lokale spoorwegen
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
|
@ -327,7 +329,7 @@ c. de wegbeheerder van een daaraan grenzende weg.
|
|||
|
||||
**2.** Het beheerplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** De beheerder legt jaarlijks voor 1 april aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in een jaarverslag verantwoording af over de uitoefening van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
**3.** De beheerder legt jaarlijks voor 1 april aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in een jaarverslag verantwoording af over de uitoefening van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen in de voorschriften, bedoeld in artikel 18, zesde lid, eisen stellen aan de inhoud en de procedure van totstandkoming van het beheerplan alsmede aan het jaarverslag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +546,7 @@ d. voldoet aan de bij of krachtens artikel 31 gestelde eisen met betrekking tot
|
|||
|
||||
**8.** Het eerste lid is niet van toepassing op het verrichten van proefritten met het oog op het opdoen van ervaring met spoorvoertuigen of het testen van procedures in het kader van het veiligheidsbeheersysteem.
|
||||
|
||||
**9.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen ontheffing verlenen van het eerste lid, indien voor een spoorvoertuig reeds een voertuigvergunning als bedoeld in artikel 26k, eerste lid, van de Spoorwegwet.
|
||||
**9.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen ontheffing verlenen van het eerste lid, indien voor een spoorvoertuig reeds een voertuigvergunning als bedoeld in artikel 26k, eerste lid, van de Spoorwegwet, is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -684,14 +686,14 @@ Het dagelijks bestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang
|
|||
|
||||
De boete die ten hoogste kan worden opgelegd, bedraagt indien begaan door:
|
||||
|
||||
a. een natuurlijk persoon, niet zijnde een onderneming € 5.700,–;
|
||||
b. een onderneming € 225.000,–.
|
||||
a. een natuurlijk persoon, niet zijnde een onderneming € 5.700,–;
|
||||
b. een onderneming € 225.000,–.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van de bestuurlijke boete is in ieder geval afgestemd op de omzet van een onderneming, indien de overtreder een onderneming is.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de gegevens omtrent de omzet van een onderneming, bedoeld in het derde lid, niet aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur beschikbaar zijn gesteld, kunnen gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hen te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is de hoogte van de boete gelijk aan het maximale boetebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**5.** De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag van op een veelvoud van € 5,– naar beneden afgerond.
|
||||
**5.** De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag van op een veelvoud van € 5,– naar beneden afgerond.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue