2025-07-03 | BWBR0047918 | Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid

This commit is contained in:
Coornhert 2025-07-03 12:00:00 +00:00
parent 5d5b185f4e
commit c822ce6676

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en ener
bwb_id: BWBR0047918
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2023-02-28'
datum_inwerkingtreding: '2025-07-03'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047918
citeertitel: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en
energiebeleid
@ -16,16 +16,22 @@ citeertitel: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- e
In deze regeling wordt verstaan onder:
- *apparaatskosten:* salarissen en sociale lasten voor ambtelijk personeel (inclusief overhead), kosten voor ingeleend personeel en overige goederen en diensten;
- *basisfinanciering:* uitkering ten behoeve van de vergroting van capaciteit (bemensing) bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid;
- *capaciteit (bemensing):* inzet van ambtelijke capaciteit of externe inhuur van capaciteit (bemensing) ten behoeve van de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid;
- *decentrale overheid:* de provincie of gemeente gelegen in Nederland die een specifieke uitkering ontvangt;
- *G4-G40:* stedennetwerk bestaande uit vier grote en respectievelijk 41 middelgrote steden in Nederland zijnde Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Alkmaar, Almelo, Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amstelveen, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Breda, Delft, Deventer, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Gouda, Groningen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heerlen, Helmond, Hengelo, s-Hertogenbosch, Hilversum, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Oss, Roosendaal, Sittard-Geleen, Schiedam, Tilburg, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer en Zwolle;
- *klimaat- en energiebeleid:* beleid gericht op het behalen van de doelstellingen genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Klimaatwet;
- *minister:* Minister voor Klimaat en Energie;
- *planfinanciering:* aanvullende uitkering ten behoeve van de vergroting van capaciteit (bemensing) bij gemeenten voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid voor het inrichten van een zero-emissiezone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen;
- *specifieke uitkering:* basis- en planfinanciering;
- *uitkeringsperiode:* de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025;
- *uitvoeringsperiode:* de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025.
### Artikel 2
Deze regeling heeft tot doel om gedurende de uitkeringsperiode de capaciteit (bemensing) te vergroten bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid in de volgende sectoren:
**1.**
Deze regeling heeft tot doel om gedurende de uitkeringsperiode van de basisfinanciering de capaciteit (bemensing) te vergroten bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid in de volgende sectoren:
a. gebouwde omgeving;
b. elektriciteit;
@ -33,17 +39,25 @@ c. mobiliteit;
d. industrie; of
e. overig klimaat- en energiebeleid.
**2.**
Deze regeling heeft tot doel om gedurende de uitkeringsperiode van de planfinanciering de capaciteit (bemensing) te vergroten bij gemeenten voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid in de volgende categorieën:
a) Zero-emissiezones;
b) Zonneweiden of windparken;
c) Aardgasvrije woningen of gebouwen.
### Artikel 3
**1.** Het bedrag dat voor de uitkeringsperiode van deze regeling beschikbaar is gesteld is € 1.654.482.790,74 exclusief afdracht aan het BTW compensatiefonds.
**1.** Het bedrag dat voor de uitkeringsperiode van de basisfinanciering beschikbaar is gesteld is € 1.672.560.790,74 exclusief afdracht aan het BTW compensatiefonds.
**2.** De minister verleent ten hoogste één specifieke uitkering per decentrale overheid en die bedraagt de optelsom van de bedragen voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2025 zoals opgenomen in bijlage A bij deze regeling.
**2.** Het bedrag dat voor de uitkeringsperiode van de planfinanciering beschikbaar is gesteld is € 30.463.386 exclusief afdracht aan het BTW compensatiefonds.
**3.** De minister kan aan een decentrale overheid voorschotten verlenen.
**4.** De bevoorschotting van de specifieke uitkering aan een decentrale overheid geschiedt in de kalenderjaren 2023 tot en met 2025 jaarlijks en bedraagt voor het desbetreffende jaar ten hoogste het bedrag opgenomen in bijlage A bij deze regeling. De betaling van de voorschotten vindt plaats uiterlijk in mei 2023, januari 2024 en januari 2025.
**4.** De Minister kan voor een decentrale overheid op diens verzoek de uitvoeringsperiode van de specifieke uitkering verlengen met ten hoogste twee kalenderjaren.
**5.** De Minister kan voor een decentrale overheid op diens verzoek de uitvoeringsperiode van de specifieke uitkering verlengen met ten hoogste twee kalenderjaren.
**5.** Indien het totale bedrag van de ingediende en voor de uitkering in aanmerking komende aanvragen van het in artikel 3, eerste en tweede lid bepaalde, wordt overschreden, vindt toekenning plaats door middel van loting.
### Artikel 4
@ -58,17 +72,48 @@ b. overige kosten gerelateerd aan apparaatskosten zoals bedoeld onder a. met een
### Artikel 5
**1.** Een specifieke uitkering wordt op aanvraag aan een decentrale overheid verleend.
**1.** Een uitkering van de basisfinanciering wordt op aanvraag aan een decentrale overheid verleend.
**2.** Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend in de periode van 3 april 2023, 9:00 uur tot 28 april 2023, 17:00 uur met gebruikmaking van het door de minister beschikbaar gestelde middel.
**2.** Een uitkering van de planfinanciering wordt op aanvraag aan een gemeente verleend.
**3.**
**3.** Een aanvraag voor een planfinanciering wordt ingediend in de periode van 1 juli 2025, 9:00 uur tot 29 augustus 2025, 17:00 uur met gebruikmaking van het door de minister beschikbaar gestelde middel.
**4.**
Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam en bankgegevens van de decentrale overheid;
b. de contactgegevens van de contactpersoon bij de decentrale overheid; en
c. de datum van de aanvraag.
a) de naam en bankgegevens van de decentrale overheid;
b) de contactgegevens van de contactpersoon bij de decentrale overheid; en
c) de datum van de aanvraag.
**5.**
Een aanvraag voor de uitkering van een planfinanciering voor zero-emissiezones, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, sub a, bevat in ieder geval een bestuurlijke verklaring waaruit blijkt dat:
a) de gemeente valt binnen G4-G40;
b) de intentie bestaat om binnen 4 jaar een zero-emissiezone in te stellen;
c) het één zone per gemeente betreft;
d) er een bekendmakingsbesluit is genomen;
e) de zero-emissie zone is ingesteld op basis van een verkeersbesluit of de gemeente het plan heeft dat voor 1 januari 2028 in te stellen.
**6.**
Een aanvraag voor de uitkering van een planfinanciering voor zonneweiden of windparken, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, sub b, bevat in ieder geval een bestuurlijke verklaring waaruit blijkt dat:
a) de intentie bestaat om medewerking te verlenen;
b) er een aangewezen gebied of zoekgebied is;
c) de geplande opstelling van windturbines van de aansluitwaarde op het elektriciteitsnet een aansluitwaarde heeft van ten minste 3* 80 ampère;
d) dat de geplande opstelling van zonneweiden een aansluitwaarde heeft van ten minste 30MW per park;
e) dat er technische, functionele en organisatorische samenhang is bij een windpark of zonneweide;
f) er een vergunningsbesluit van de gemeente is genomen voor 1 december 2023.
**7.**
Een aanvraag voor de uitkering van een planfinanciering voor aardgasvrije woningen of gebouwen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, sub c, bevat in ieder geval een bestuurlijke verklaring waaruit blijkt dat:
a) de gemeente de intentie heeft om woningen of gebouwen aardgasvrij te maken, onder vermelding van het aantal woningen of gebouwen en de datum waarop de woningen of gebouwen aardgasvrij zullen zijn;
b) de gemeente het concrete beleidsvoornemen heeft uitgesproken dat de opgegeven woningen of gebouwen binnen het opgegeven gebied binnen een termijn van 10 jaar (uiterlijk 1 juli 2034) aardgasvrij worden gemaakt;
c) dat er een geografisch afgebakend gebied is aangewezen waarin de netbeheerder de levering van aardgas beëindigt.
### Artikel 6
@ -117,4 +162,4 @@ Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte v
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid.
## Bijlage A. met de bedragen bedoeld in
## Bijlage