2018-12-29 | BWBR0035434 | Omzetbelasting, vrijstellingen, onderwijsvrijstelling
This commit is contained in:
parent
65cd40374c
commit
c8726852ab
1 changed files with 3 additions and 23 deletions
|
|
@ -26,6 +26,8 @@ citeertitel: Omzetbelasting, vrijstellingen, onderwijsvrijstelling
|
|||
besluit over (beroeps)praktijkopleidingen voor eigen personeel van de ondernemer en van samenwerkingsvormen van ondernemers
|
||||
*(CPP2004/353M) is geactualiseerd en daarna verwerkt in dit besluit* (onderdeel 12.5).
|
||||
|
||||
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december, nr. 2018-12850, (Stcrt. 72594). De wijziging betrof de intrekking van onderdeel 5.2. In dat onderdeel ging het over het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel als nauw samenhangende prestatie bij het verzorgen van onderwijs. Dat onderwerp is nu opgenomen in het beleidsbesluit Omzetbelasting. Ter beschikking stelling van personeel.
|
||||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
In artikel 11, eerste lid, onderdeel o, van de Wet op de omzetbelasting 1968 is een btw-vrijstelling opgenomen voor het verzorgen van onderwijs. In dit besluit is een toelichting op de wettelijke vrijstelling opgenomen. Ook is goedgekeurd dat voor een aantal diensten de onderwijsvrijstelling wordt toegepast.
|
||||
|
|
@ -147,29 +149,7 @@ Niet als nauw met het vrijgestelde onderwijs samenhangende leveringen en dienste
|
|||
|
||||
### 5.2. Het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel
|
||||
|
||||
Over de vraag of het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel door een onderwijsinstelling kan delen in de vrijstelling van btw voor handelingen die nauw samenhangen met het verstrekken van onderwijs heeft het Hof van Justitie EG in de zaak Horizon College een arrest gewezen.7Hof van Justitie, 14 juni 2007, C-434/05. Het ging in die zaak om het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel aan een andere onderwijsinstelling. In die uitspraak heeft het Hof van Justitie beslist dat in de daarin bedoelde situatie het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel is vrijgesteld van btw als de terbeschikkingstelling:
|
||||
|
||||
a. plaatsvindt door een onderwijsinstelling;
|
||||
b. onontbeerlijk is voor het verlenen van onderwijs. Daarvan is sprake als de terbeschikkingstelling van zodanige aard of kwaliteit is dat zonder die terbeschikkingstelling de gelijkwaardigheid van het onderwijs wat betreft niveau en kwaliteit bij de inlenende onderwijsinstelling niet is verzekerd; en
|
||||
c. er niet in hoofdzaak toe strekt extra opbrengsten te verkrijgen met prestaties die worden verricht in rechtstreekse mededinging met commerciële ondernemers die aan de heffing van btw zijn onderworpen.
|
||||
|
||||
Het Hof van Justitie heeft deze beslissing genomen in een situatie waarin de inlenende partij een onderwijsinstelling is. Dat is niet zonder meer een voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling. Zo heeft de Hoge Raad deze beslissing van het Hof van Justitie genuanceerd in het zogenoemde CITO-arrest.8Hoge Raad, 10 september 2010, nr. 08/03624, LJN BK3786. Daarin heeft de Hoge Raad beslist dat het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel door een onderwijsinstelling aan CITO een van btw vrijgestelde prestatie is. Dit arrest wordt hierna onder ad b verder besproken.
|
||||
|
||||
Aan de eerste voorwaarde is voldaan als de terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel plaatsvindt door een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel o, van de wet.
|
||||
|
||||
Aan de tweede voorwaarde is voldaan als zonder de terbeschikkingstelling van het onderwijzend personeel niet hetzelfde niveau en dezelfde kwaliteit onderwijs bij de inlenende onderwijsinstelling is verzekerd. Het ter beschikkinggestelde onderwijzend personeel moet beschikken over een zodanig kwalificatieniveau dat de inlenende onderwijsinstelling daarmee kan voldoen aan haar onderwijsverplichting.
|
||||
|
||||
De Hoge Raad heeft met de beslissing in het hiervoor al aangehaalde CITO-arrest een nadere invulling gegeven aan deze voorwaarde. In dat arrest heeft de Hoge Raad beslist dat binnen het Nederlands onderwijsstelsel de kennis en ervaring die de docenten van erkende onderwijsinstellingen in de dagelijkse praktijk opdoen bij het geven van onderwijs van groot belang worden geacht bij het ontwikkelen en opstellen door CITO van de landelijke eindexamens ter afsluiting van (en daarom ook deel uitmakend van) het voortgezet onderwijs. Het door onderwijsinstellingen voor dat doel ter beschikking stellen van in dienst zijnde docenten aan CITO waarborgt de kwaliteit van de eindexamens en optimaliseert de wijze waarop de examens tot stand komen. Aangezien eindexamens een niet weg te denken onderdeel vormen van voortgezet onderwijs, moeten dergelijke onderwijsondersteunende diensten als de onderhavige worden aangemerkt als nauw met onderwijs samenhangende diensten.
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de derde voorwaarde heeft het Hof ’s-Gravenhage vastgesteld9Hof ’s-Gravenhage, 15 januari 2009, nr. BK-08/00212, LJN BH2305. dat de terbeschikkingstelling van leraren door het Horizon College er niet in hoofdzaak toe strekte haar extra opbrengsten te verschaffen door de uitvoering van handelingen die verricht worden in rechtstreekse mededinging met die van commerciële ondernemingen die aan heffing van btw zijn onderworpen. Daarbij heeft het Hof in het bijzonder meegewogen dat het aantal ter beschikking gestelde leraren (8 personen) ten opzichte van het totale personeelsbestand (circa 800) personen zeer gering is.
|
||||
|
||||
Op grond van deze beslissing ben ik van mening dat een onderwijsinstelling die onderwijzend personeel ter beschikking stelt, daarmee niet in hoofdzaak de bedoeling heeft extra opbrengsten te verwerven als:
|
||||
|
||||
a. het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel een bijkomende activiteit is van de uitlenende onderwijsinstelling, waarbij het onderwijzend personeel dat naar verwachting niet (volledig) kan worden ingezet voor de primaire onderwijsactiviteit van deze instelling tegen vergoeding ter beschikking wordt gesteld aan een andere onderwijsinstelling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als onderwijzend personeel boventallig is of als onderwijzend personeel ter beschikking wordt gesteld in het kader van een gezamenlijk onderwijsproject; en
|
||||
b. het aantal ter beschikking gestelde leerkrachten gering is ten opzichte van het aantal leerkrachten dat onderwijs geeft bij de uitlenende instelling; en
|
||||
c. alleen de brutoloonkosten worden doorberekend die de uitlenende onderwijsinstelling maakt voor het ter beschikking gestelde onderwijzend personeel. Het berekenen van een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden die zijn verbonden aan het optreden als formeel werkgever, vormt geen belemmering om de heffing van btw achterwege te laten. Met het ter beschikking stellen van personeel als geheel mag echter geen winst worden beoogd of gemaakt. Een incidenteel exploitatieoverschot leidt overigens niet direct tot heffing van btw.
|
||||
|
||||
Als de onderwijsinstelling die onderwijzend personeel ter beschikking stelt wel extra opbrengsten verwerft, dan is heffing van btw pas aan de orde als met het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel in concurrentie wordt getreden met commerciële ondernemingen die vergelijkbaar personeel ter beschikking stellen.
|
||||
20187259428-12-201814-12-20182018-1285020187259428-12-201814-12-20182018-1285029-12-2018
|
||||
|
||||
## 6. RKBO
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue