From c8b49ff28b76dc3b0f0d435f3c20cfcf814245bb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-01-01 | BWBR0012890 | Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing --- .../BWBR0012890/README.md | 152 ++++++++++++------ 1 file changed, 107 insertions(+), 45 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-vernieuwing/BWBR0012890/README.md b/amvb/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-vernieuwing/BWBR0012890/README.md index a656fb00198..87a9ca27b99 100644 --- a/amvb/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-vernieuwing/BWBR0012890/README.md +++ b/amvb/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-vernieuwing/BWBR0012890/README.md @@ -19,7 +19,11 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Wet stedelijke vernieuwing; b. innovatief: gericht op het toepassen van nieuwe technologie, nieuwe producten, nieuwe instrumenten, nieuwe organisatievormen en -structuren, of nieuwe samenwerkingsvormen, binnen het kader van de stedelijke vernieuwing gericht op de fysieke leefomgeving; c. prestatieveld: eis of groep van eisen aan het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, als bedoeld in enig lid van artikel 3 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing; -d. project: samenhangend stelsel van activiteiten waarvan innovatieve elementen een wezenlijk onderdeel uitmaken. +d. project: samenhangend stelsel van activiteiten waarvan innovatieve elementen een wezenlijk onderdeel uitmaken; +e. commissie: Commissie innovatie stedelijke vernieuwing, genoemd in artikel 10; +f. subcommissie: subcommissie als bedoeld in artikel 16; +g. uitvoeringsprotocol: document dat afspraken bevat betreffende de uitvoering van een beschikking tot verlening van een subsidie en +h. toegelaten instelling: instelling, toegelaten krachtens artikel 70 van de Woningwet. ## Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen @@ -31,20 +35,25 @@ Onze Minister kan subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden a Ingevolge dit besluit kunnen de volgende subsidies worden verleend: -a. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke kosten van idee- en planvorming voor een project, en -b. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten. +a. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke kosten van idee- en planvorming voor een project; +b. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten, waarbij die kosten blijkens de met de aanvraag ingediende begroting een bedrag van   € 7 miljoen niet te boven gaan, en +c. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten, waarbij die kosten blijkens de met de aanvraag ingediende begroting een bedrag van   € 7 miljoen te boven gaan. ### Artikel 4 **1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt het bedrag van de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in het idee of plan voor een project tot een maximum bedrag van € 0,5 miljoen. -**2.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt 20% van de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten tot een maximum bedrag van € 5 miljoen, en met dien verstande dat de subsidie de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in een project niet overschrijdt. +**2.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt 20% van de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten, met dien verstande dat de subsidie de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in een project niet overschrijdt. + +**3.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, bedraagt 20% van de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten tot een maximum bedrag van € 12 miljoen, en met dien verstande dat de subsidie de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in een project niet overschrijdt. ### Artikel 5 -**1.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt voor elk van de jaren 2001 tot en met 2004 € 3,4 miljoen. +**1.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt voor elk van de jaren 2001 en 2002 € 3,4 miljoen. -**2.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt voor het jaar 2003 € 37,204 miljoen en voor het jaar 2004 € 33,309 miljoen. +**2.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt voor elk van de jaren 2001 en 2002 € 12,1 miljoen. + +**3.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, bedraagt voor het jaar 2001 € 67 miljoen en voor het jaar 2002 € 40 miljoen. ### Artikel 6 @@ -68,63 +77,94 @@ Vervallen Een subsidie als bedoeld in artikel 3 kan door Onze Minister worden geweigerd indien: a. een project geen betrekking heeft op een van de in artikel 6 bedoelde prestatievelden; -b. een project in geen enkele mate voldoet aan een of meer van de in artikel 7, onder a, b, c, d en e, genoemde criteria; +b. een project in geen enkele mate voldoet aan een of meer van de in artikel 7, onder a, b, c, en d, genoemde criteria; c. met de uitvoering van een project is begonnen voordat Onze Minister de subsidie verleent; d. naar het oordeel van Onze Minister: 1°. een project strijdig is met het rijksbeleid; -2°. een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, is ingediend, strijdig is met het provinciaal beleid of -3°. een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, is ingediend, strijdig is met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet; +2°. een project waarvoor door een andere rechtspersoon dan een gemeente een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, is ingediend, strijdig is met het gemeentelijk beleid; +3°. een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, is ingediend, strijdig is met het provinciaal beleid of +4°. een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b of c, is ingediend, strijdig is met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet; e. een zodanige subsidie naar het oordeel van Onze Minister niet doeltreffend of doelmatig is, of -f. aan de idee- en planvorming voor een project, wordt deelgenomen door één of meer winstbeogende partijen. +f. aan de idee- en planvorming voor een project, dan wel aan een project, wordt deelgenomen door één of meer winstbeogende partijen. -## Hoofdstuk 3. De verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a +## Hoofdstuk 3. De subsidies, bedoeld in artikel 3, onder A en B ### Paragraaf 3.1. De Commissie innovatie stedelijke vernieuwing ### Artikel 10 -Vervallen +Er is een Commissie innovatie stedelijke vernieuwing. De commissie houdt op te bestaan op 1 januari 2005. ### Artikel 11 -Vervallen +De commissie is belast met het opstellen van het advies, bedoeld in artikel 26. ### Artikel 12 -Vervallen +**1.** De commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten hoogste acht andere leden. + +**2.** De voorzitter en de andere leden van de commissie worden benoemd op grond van hun deskundigheid op het gebied van de stedelijke vernieuwing. ### Artikel 13 -Vervallen +**1.** De voorzitter en de andere leden van de commissie worden benoemd door Onze Minister. + +**2.** De voorzitter en de andere leden van de commissie kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister. + +**3.** In bijzondere gevallen kunnen de voorzitter en de andere leden van de commissie door Onze Minister worden geschorst en ontslagen. ### Artikel 14 -Vervallen +**1.** De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. + +**2.** De plaatsvervangend voorzitter kan te allen tijde zijn functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter. + +**3.** In bijzondere gevallen kan de commissie de plaatsvervangend voorzitter in zijn functie schorsen en uit zijn functie ontslaan. ### Artikel 15 -Vervallen +**1.** De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Aan de secretaris kan een ambtelijk adjunct-secretaris worden toegevoegd. + +**2.** De secretaris en de adjunct-secretaris worden door Onze Minister benoemd. + +**3.** De secretaris en de adjunct-secretaris kunnen door Onze Minister in hun functie worden geschorst en uit hun functie worden ontslagen, de commissie gehoord. + +**4.** De secretaris en de adjunct-secretaris zijn geen lid van de commissie. + +**5.** De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. + +**6.** Onze Minister kan voorzien in een bureau voor de commissie, dat onder leiding staat van de secretaris. ### Artikel 16 -Vervallen +**1.** De commissie kan ter voorbereiding van de opstelling van de in artikel 26 bedoelde rangorde tijdelijke subcommissies instellen. + +**2.** De voorzitter en de leden van een tijdelijke subcommissie worden door de commissie uit haar midden benoemd. + +**3.** Een subcommissie brengt van haar bevindingen verslag uit aan de commissie. ### Artikel 17 -Vervallen +**1.** Onze Minister kan de commissie aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop de aan de commissie ingevolge artikel 23 voorgelegde aanvragen moeten worden gewogen en de termijnen waarbinnen de commissie haar werkzaamheden moet verrichten. + +**2.** Onze Minister kan ambtenaren aanwijzen die bevoegd zijn tot het bijwonen van de door de commissie en een subcommissie te houden vergaderingen, met dien verstande dat in de vergaderingen ten hoogste vier ambtenaren aanwezig zijn, daaronder niet begrepen de secretaris en de adjunct-secretaris. + +**3.** In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de commissie, onderscheidenlijk een subcommissie, elk waar het hun eigen vergaderingen betreft, besluiten tot het uitnodigen van meer ambtenaren dan het in het tweede lid genoemde aantal. ### Artikel 18 -Vervallen +De adviezen van de commissie worden uitgebracht overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de vergadering. ### Artikel 19 -Vervallen +De commissie houdt de voorbereidende stukken die betrekking hebben op de door haar uitgebrachte adviezen ter beschikking van Onze Minister. + +### Paragraaf 3.2. De verlening van de subsidies ### Artikel 20 -De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, wordt, voorzover van toepassing namens de partijen die samenwerken aan de idee- en planvorming voor een project, aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk. +De subsidies, bedoeld in artikel 3, onder a en b, worden, voorzover van toepassing namens de partijen die samenwerken aan de idee- en planvorming voor een project dan wel aan een project, aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk. ### Artikel 21 @@ -134,39 +174,50 @@ Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 wordt ingericht overeenkomstig de bij dit **1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 voor het jaar 2001 wordt vóór 1 juni van dat jaar ingediend bij Onze Minister. -**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 voor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 mei van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. +**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 voor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 april van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. + +**3.** De aanvrager zendt een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, indien die aanvrager niet is de gemeente waarbinnen het project, waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt uitgevoerd, in afschrift aan die gemeente met inachtneming van de in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, genoemde indieningstermijn. + +**4.** Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in het derde lid, kunnen, voor de aanvang van de maand volgend op de maand, genoemd in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, Onze Minister berichten omtrent de in artikel 9, onder d, ten tweede, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk beleid en, voorzover van toepassing, de in artikel 9, onder d, ten vierde, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma. + +**5.** Indien geen bericht als bedoeld in het vierde lid is uitgebracht, vormt Onze Minister zich op basis van de hem beschikbare informatie een oordeel over een eventuele strijdigheid als bedoeld in dat artikellid. ### Artikel 23 -Vervallen +Aanvragen als bedoeld in artikel 20, die niet op grond van artikel 9 door Onze Minister worden afgewezen, worden door Onze Minister voorgelegd aan de commissie. ### Artikel 24 -Vervallen +**1.** De commissie vormt zich een oordeel over de in de aanvraag opgenomen gegevens, waaronder mede begrepen een oordeel over de juistheid van de begroting van de rechtstreeks aan de idee- en planvorming voor een project dan wel de uitvoering van een project toe te rekenen kosten en de juistheid van de begroting van de kosten van de innovatieve elementen. + +**2.** De commissie kan ten behoeve van de oordeelsvorming, bedoeld in het eerste lid, de aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder a of b, om nadere informatie verzoeken omtrent de in het eerste lid bedoelde gegevens. ### Artikel 25 -Vervallen +Aan de commissie worden, voor de uitvoering van haar werkzaamheden als bedoeld in artikel 24, vanwege Onze Minister faciliteiten ter beschikking gesteld. ### Artikel 26 -Vervallen +De commissie brengt, gelet op artikel 7, alsmede gelet op haar oordeel omtrent de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste en tweede lid, advies uit aan Onze Minister omtrent: + +a. een rangorde voor de verlening van de subsidies, bedoeld in artikel 3, onder a en b, en +b. de hoogte van elk van die subsidies. ### Artikel 27 -Onze Minister verleent, met inachtneming van de criteria, genoemd in artikel 7, vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 20, is ingediend, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, voorzover de beschikbare middelen dit toelaten. De beschikking tot verlening van de subsidie vermeldt het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop het bedrag wordt bepaald. +Onze Minister verleent, met inachtneming van de criteria, genoemd in artikel 7 en gelet op het advies van de commissie, vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 20, is ingediend, de subsidies, bedoeld in artikel 3, onder a of b, voorzover de beschikbare middelen dit toelaten. De beschikking tot verlening van de subsidie vermeldt het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop het bedrag wordt bepaald. ### Artikel 28 -**1.** Indien een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder a, de idee- en planvorming voor een project, niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de in artikel 27 bedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijn, genoemd in artikel 27. +**1.** Indien een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder a of b, de idee- en planvorming voor een project, dan wel het project, niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de in artikel 27 bedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, gelet op het advies van de commissie en de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijn, genoemd in artikel 27. **2.** Aanvragen die niet ingevolge artikel 27 of ingevolge het eerste lid zijn gehonoreerd met een verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 20, is ingediend. -## Hoofdstuk 4. De verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b +## Hoofdstuk 4. De verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder C ### Artikel 29 -De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, kan slechts worden aangevraagd door een gemeente, genoemd in artikel 2 van het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing. +De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, kan slechts worden aangevraagd door een gemeente. ### Artikel 30 @@ -176,11 +227,11 @@ Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 wordt ingericht overeenkomstig de bij dit **1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 voor het jaar 2001 wordt vóór 1 juni van dat jaar ingediend bij Onze Minister. -**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 voor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 mei van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. +**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 voor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 april van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. **3.** Burgemeester en wethouders van de aanvragende gemeente zenden een aanvraag als bedoeld in artikel 29, met inachtneming van de in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, genoemde indieningstermijnen, in afschrift aan de provincie waarbinnen die gemeente is gelegen. -**4.** Gedeputeerde staten van de provincie, bedoeld in het derde lid, kunnen, voor de aanvang van de maand volgende op de maand, genoemd in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, Onze Minister berichten omtrent de in artikel 9, onder d, ten tweede, bedoelde strijdigheid met het provinciaal beleid, de meerwaarde van de ingediende voorstellen in regionaal verband, de eventuele samenhang tussen verschillende ingediende projecten binnen die provincie en, voorzover van toepassing, de in artikel 9, onder d, ten derde, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma. +**4.** Gedeputeerde staten van de provincie, bedoeld in het derde lid, kunnen, voor de aanvang van de maand volgende op de maand, genoemd in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, Onze Minister berichten omtrent de in artikel 9, onder d, ten derde, bedoelde strijdigheid met het provinciaal beleid, de meerwaarde van de ingediende voorstellen in regionaal verband, de eventuele samenhang tussen verschillende ingediende projecten binnen die provincie en, voorzover van toepassing, de in artikel 9, onder d, ten vierde, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma. **5.** Indien geen bericht als bedoeld in het vierde lid is uitgebracht, vormt Onze Minister zich op basis van de hem beschikbare informatie een oordeel over de aanvraag in relatie tot de in het vierde lid genoemde onderwerpen. @@ -205,7 +256,7 @@ b. de wijze waarop het project nader kan worden uitgewerkt. **1.** De ingevolge artikel 32, derde lid, nader uitgewerkte projecten worden, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, eerste lid, vóór 15 september 2001 ingediend bij Onze Minister. -**2.** De ingevolge artikel 32, derde lid, nader uitgewerkte projecten worden, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, tweede lid, voor de jaren 2003 en 2004 vóór 1 september van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. +**2.** De ingevolge artikel 32, derde lid, nader uitgewerkte projecten worden, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, tweede lid, vóór 15 juli van elk van de jaren, genoemd in laatstgenoemd lid, ingediend bij Onze Minister. ### Artikel 34 @@ -213,23 +264,32 @@ Onze Minister beslist, gelet op artikel 7, alsmede gelet op de resultaten van zi ### Artikel 35 -Onze Minister verleent, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, tweede lid, vóór 1 december van elk van de jaren, genoemd in dat lid, gelet op de rangorde, bedoeld in artikel 34, en voorzover de beschikbare middelen een verlening van een subsidie voor de ingevolge artikel 33 ingediende projecten toelaten, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b. +**1.** Onze Minister verleent, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, eerste lid, vóór 1 november 2001, gelet op de rangorde, bedoeld in artikel 34, en voorzover de beschikbare middelen een verlening van een subsidie voor de ingevolge artikel 33 ingediende projecten toelaten, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, onder de voorwaarde dat de ontvanger van de subsidie meewerkt aan de totstandkoming van een uitvoeringsprotocol. + +**2.** Onze Minister verleent, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, tweede lid, vóór 1 oktober van elk van de jaren, genoemd in dat lid, gelet op de rangorde, bedoeld in artikel 34, en voorzover de beschikbare middelen een verlening van een subsidie voor de ingevolge artikel 33 ingediende projecten toelaten, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, onder de voorwaarde dat de ontvanger van de subsidie meewerkt aan de totstandkoming van een uitvoeringsprotocol. ### Artikel 36 -De beschikking ingevolge artikel 35, of 38, tweede volzin, vermeldt in ieder geval de verplichtingen die aan de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, zijn verbonden. +Een beschikking ingevolge artikel 35, eerste of tweede lid, of 38, tweede volzin, gaat vergezeld van: + +a. vermelding van de verplichtingen die aan een verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, zijn verbonden, en +b. een concept voor een uitvoeringsprotocol. ### Artikel 37 -Vervallen +**1.** Onze Minister stelt na overleg met de aanvrager een uitvoeringsprotocol in tweevoud op en zendt dit ter ondertekening aan de aanvrager. + +**2.** Beide exemplaren van het uitvoeringsprotocol, bedoeld in het eerste lid, dienen vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend, door de ontvanger van de subsidie ondertekend te zijn teruggezonden aan Onze Minister. + +**3.** Onze Minister ondertekent vervolgens beide exemplaren van het uitvoeringprotocol, bedoeld in het tweede lid, en zendt vervolgens een exemplaar van dat protocol aan de ontvanger van de subsidie. ### Artikel 38 -Indien een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, het project niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de in artikel 36 bedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, gelet op de ingevolge artikel 34 vastgestelde rangorde en de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijnen, genoemd in artikel 35. +Indien het uitvoeringsprotocol niet overeenkomstig artikel 37 tot stand is gekomen, of een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, het project niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de in artikel 36 bedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, gelet op de ingevolge artikel 34 vastgestelde rangorde en de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijnen, genoemd in de artikelen 35 en 37. ### Artikel 39 -Aanvragen als bedoeld in artikel 29, die niet zijn gehonoreerd met de verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin die aanvraag is ingediend. +Aanvragen die niet ingevolge de procedure, bedoeld in de artikelen 35 tot en met 38, zijn gehonoreerd met een verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 29, is ingediend. ## Hoofdstuk 5. Aan de verlening van de subsidies verbonden verplichtingen @@ -250,7 +310,9 @@ b. de rechtspersoon aan wie de subsidie is verleend, zo spoedig mogelijk mededel ### Artikel 41 -Onze Minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies. +**1.** Onze Minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies. + +**2.** Op een verleende subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, kunnen slechts voorschotten worden verleend indien een uitvoeringsprotocol tot stand is gekomen. ## Hoofdstuk 7. Intrekking en wijziging van verleende subsidies en terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten @@ -277,7 +339,7 @@ Bij een terugvordering als bedoeld in artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursr **2.** De aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie gaat vergezeld van een verantwoordingsverslag. -**3.** De aanvraag tot vaststelling van een op basis van artikel 3, onder b, verleende subsidie gaat, behoudens het in het tweede lid bedoelde verantwoordingsverslag, tevens vergezeld van een bestedingsverklaring. +**3.** De aanvraag tot vaststelling van een op basis van artikel 3, onder b of c, verleende subsidie gaat, behoudens het in het tweede lid bedoelde verantwoordingsverslag, tevens vergezeld van een bestedingsverklaring. **4.** @@ -302,7 +364,7 @@ b. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van ### Artikel 47 -**1.** Onze Minister stelt de subsidie vast binnen twaalf weken nadat de aanvraag tot vaststelling door hem is ontvangen. De subsidie wordt vastgesteld op het bedrag van de verleende subsidie, indien geen van de in artikel 4:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, of artikel 42, bedoelde omstandigheden zich voordoet en de ingevolge artikel 45 aan Onze Minister verstrekte gegevens daaraan niet in de weg staan. +**1.** Onze Minister stelt de subsidie vast binnen vier weken nadat de aanvraag tot vaststelling door hem is ontvangen. De subsidie wordt vastgesteld op het bedrag van de verleende subsidie, indien geen van de in artikel 4:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, of artikel 42, bedoelde omstandigheden zich voordoet en de ingevolge artikel 45 aan Onze Minister verstrekte gegevens daaraan niet in de weg staan. **2.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag. @@ -322,11 +384,11 @@ De bij dit besluit behorende bijlagen kunnen bij ministeriële regeling worden g ### Artikel 50 -Vervallen +Wijzigt dit besluit. ### Artikel 51 -Vervallen +Wijzigt dit besluit. ### Artikel 52 @@ -338,7 +400,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen ## Bijlage I -Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te 's Gravenhage. +Bijlage I ligt ter inzage bij de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. ## Bijlage II. behorende bij artikel 46, eerste lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing