From c8cd2772b26a42fad54568d4d1e2660a8a2f348a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-01-01 | BWBR0012438 | Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten --- .../BWBR0012438/README.md | 20 +++++++++---------- 1 file changed, 10 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md index 31314522010..b78ca099684 100644 --- a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md +++ b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md @@ -294,7 +294,7 @@ De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, in ### Artikel 2.22a -**1.** Een scholier of een deelnemer vavo als bedoeld in hoofdstuk 4 die voor ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming tenminste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op een basistoelage voor een thuiswonende leerling. +**1.** Een scholier of een deelnemer vavo als bedoeld in hoofdstuk 4 die voor ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming tenminste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op een basistoelage voor een thuiswonende leerling. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. @@ -314,7 +314,7 @@ De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, in **1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is afhankelijk van de hoogte van de op grond van artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen berekende draagkracht. -**2.** Volledige tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 4 en 5 bestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2012–2013 bedraagt het grensbedrag € 32 142,16 met ingang van het schooljaar 2019-2020: € 35.318,33. +**2.** Volledige tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 4 en 5 bestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2012–2013 bedraagt het grensbedrag € 32 142,16 met ingang van het schooljaar 2020–2021: € 36.088,27. **3.** Indien het toe te kennen bedrag per aanvrager minder bedraagt dan € 10,–, wordt de tegemoetkoming op nihil gesteld. @@ -430,8 +430,8 @@ b. tegemoetkoming in de schoolkosten. De basistoelage is naar de maatstaf van 1 januari 2001 per kalendermaand voor een: -a. thuiswonende leerling:  € 84,59 per 1 januari 2019: € 115,23, en -b. uitwonende leerling:  € 197,21 per 1 januari 2019: € 268,67. +a. thuiswonende leerling:  € 84,59 per 1 januari 2020: € 117,20, en +b. uitwonende leerling:  € 197,21 per 1 januari 2020: € 273,26. ### Artikel 4.4 @@ -454,7 +454,7 @@ b. bovenbouw of overige leerjaren. De bedragen in onderstaand overzicht luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008. -met ingang van schooljaar 2019–2020: +met ingang van schooljaar 2020–2021: ### Artikel 4.7 @@ -549,7 +549,7 @@ De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage bedraagt € 567,23. ### Artikel 5.4 -De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2008 € 647,16 met ingang van het schooljaar 2019–2020: € 748,43. +De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2008 € 647,16 met ingang van het schooljaar 2020–2021: € 761,23. #### Paragraaf 5.1.3. Toekenning @@ -827,7 +827,7 @@ Voor tegemoetkoming kan een student in aanmerking komen die als student is inges **1.** Voor tegemoetkoming kan aanspraak bestaan afhankelijk van de hoogte van het toetsingsinkomen en van de onderwijssoort. -**2.** Geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat bij een toetsingsinkomen naar de maatstaf van 1 januari 2001 van meer dan € 2 858,- per 1 januari 2019: € 3.970,48. +**2.** Geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat bij een toetsingsinkomen naar de maatstaf van 1 januari 2001 van meer dan € 2 858,- per 1 januari 2020: € 4.057,04. ### Artikel 10.6 @@ -866,9 +866,9 @@ De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is voor een leerling of student in het De tegemoetkoming in de schoolkosten voor een schooljaar of studiejaar bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2008 onderscheidenlijk 1 september 2008 voor een leerling of student in het: -a. hoger onderwijs: € 647,– met ingang van het schooljaar of studiejaar 2019–2020: € 748,00, -b. voortgezet onderwijs die per week 540 minuten of meer onderwijs volgt: € 276,90 met ingang van het schooljaar of studiejaar 2019–2020: € 320,23, -c. voortgezet onderwijs die per week ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs volgt: € 186,54 met ingang van het schooljaar of studiejaar 2019–2020: € 215,75, +a. hoger onderwijs: € 647,– met ingang van het schooljaar of studiejaar 2020–2021: € 761,00, +b. voortgezet onderwijs die per week 540 minuten of meer onderwijs volgt: € 276,90 met ingang van het schooljaar of studiejaar 2020–2021: € 325,71, +c. voortgezet onderwijs die per week ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs volgt: € 186,54 met ingang van het schooljaar of studiejaar 2020–2021: € 219,44, d. voortgezet onderwijs die per week minder dan 270 minuten onderwijs volgt: nihil. **4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaf genoemd in de aanhef van het derde lid, alsmede de bedragen genoemd in het derde lid, de onderdelen a tot en met c, worden gewijzigd.