1999-01-01 | BWBR0009888 | Besluit Rijksgebouwendienst 1999
This commit is contained in:
parent
6abbe32675
commit
c8d59bae57
1 changed files with 10 additions and 14 deletions
|
|
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Besluit Rijksgebouwendienst 1999
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
b. dienst: Rijksgebouwendienst, genoemd in artikel 2;
|
||||
c. huisvesting: ingebruikgeving en beheer van gebouwen, werken en daarbij behorende terreinen;
|
||||
d. afnemer: lichaam of organisatie als bedoeld in de artikelen 3, onderdelen a, b en c, en 4, eerste lid.
|
||||
|
|
@ -27,11 +27,7 @@ d. afnemer: lichaam of organisatie als bedoeld in de artikelen 3, onderdelen a,
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Er is een Rijksgebouwendienst, die in organisatorische zin ressorteert onder het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De dienst heeft de status van agentschap.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de kaders vast ten aanzien van het rijksbrede beleid inzake de rijkshuisvesting.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister is verantwoordelijk voor de uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting.
|
||||
Er is een Rijksgebouwendienst, die ressorteert onder het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De dienst heeft de status van agentschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -119,7 +115,11 @@ Onze Minister kan nadere regels geven omtrent de taken, bevoegdheden, werkwijze
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Er is een Klantenraad.
|
||||
|
||||
**2.** De Klantenraad voert overleg met de dienst over rijkshuisvestingsaangelegenheden en adviseert de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst over deze aangelegenheden.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister geeft, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, regels omtrent samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de Klantenraad.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. De Rijksbouwmeester
|
||||
|
||||
|
|
@ -141,17 +141,13 @@ a. de voorbereiding en uitvoering van het rijksarchitectuurbeleid;
|
|||
b. de kwaliteit van de architectuur en van de stedenbouwkundige inpassing bij de totstandkoming van bouwprojecten waarover de zorg van de dienst zich niet uitstrekt, en
|
||||
c. de kwaliteit van de architectuur en van de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing ten aanzien van infrastructurele en ruimtelijke ordeningsprojecten, waarover de zorg van de dienst zich niet uitstrekt.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Het Rijkshuisvestingsberaad
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Het meerjarenbeleidsplan
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister legt na overleg met Onze Minister(s) wie het mede aangaat ten minste eenmaal per vijf jaar een meerjarenbeleidsplan ter vaststelling voor aan de ministerraad.
|
||||
|
||||
**2.** In het meerjarenbeleidsplan wordt het rijkshuisvestingsbeleid geformuleerd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue