diff --git a/wet/penitentiaire-beginselenwet/BWBR0009709/README.md b/wet/penitentiaire-beginselenwet/BWBR0009709/README.md index 0c4f87f52d4..18b9552b3de 100644 --- a/wet/penitentiaire-beginselenwet/BWBR0009709/README.md +++ b/wet/penitentiaire-beginselenwet/BWBR0009709/README.md @@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Penitentiaire beginselenwet Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; +a. Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming; b. inrichting: een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid; c. afdeling: een afdeling van een inrichting als bedoeld in artikel 8, tweede lid; d. directeur: de persoon, bedoeld in artikel 3, derde lid, alsmede diens vervanger of vervangers, bedoeld in artikel 3, vierde lid; @@ -24,7 +24,7 @@ e. gedetineerde: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vr f. ambtenaar of medewerker: een persoon die een taak uitoefent in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel; g. vervallen; h. reclasseringswerker: een reclasseringswerker als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995; -i. rechtsbijstandverlener: de advocaat of de medewerker van de voorziening, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, voorzover belast met de verlening van rechtsbijstand anders dan rechtshulp; +i. rechtsbijstandverlener: de advocaat of de medewerker van de voorziening, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, voor zover belast met de verlening van rechtsbijstand anders dan rechtshulp; j. Raad: de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming; k. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid; l. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 62, eerste lid; @@ -52,13 +52,13 @@ w. elektronisch toezicht: een technische voorziening waarbij, gebruik makend van ### Artikel 3 -**1.** Onze Minister wijst penitentiaire inrichtingen aan. +**1.** Onze Minister wijst penitentiaire inrichtingen aan. Een inrichting kan zijn gevestigd op verschillende locaties binnen hetzelfde arrondissement. **2.** Het opperbeheer van de inrichtingen berust bij Onze Minister. Onze Minister kan mandaat verlenen betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften aan het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen. **3.** Het beheer van een inrichting of afdeling berust bij de directeur, die als zodanig door Onze Minister wordt aangewezen. -**4.** Onze Minister wijst een of meer personen aan als plaatsvervanger van de directeur. +**4.** Onze Minister wijst een of meer personen aan als plaatsvervanger van de directeur. De aanwijzing als plaatsvervanger kan worden beperkt tot het nemen van een in de aanwijzing bepaalde beslissing als bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder b, c en i. **5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende het beheer van en het regime in een inrichting. @@ -134,7 +134,7 @@ i. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 51, en de toepas ### Artikel 6 -De Raad behandelt beroepschriften ingevolge de hoofdstukken XII, XIII en XV, en hoofdstuk 7 van de Penitentiaire maatregel. +De Raad behandelt beroepschriften ingevolge de hoofdstukken XII tot en met XIII en XV. ### Artikel 7 @@ -144,7 +144,7 @@ De Raad behandelt beroepschriften ingevolge de hoofdstukken XII, XIII en XV, en De commissie van toezicht heeft tot taak: -a. toezicht te houden op de wijze van tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming in de inrichting of afdeling; +a. toezicht te houden op de wijze van tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming in de inrichting of afdeling en het vervoer uitgevoerd door de inrichting; b. kennis te nemen van door de gedetineerden naar voren gebrachte grieven; c. zorg te dragen voor de behandeling van klaagschriften ingevolge het bepaalde in hoofdstuk Xl; d. aan Onze Minister, de Raad en de directeur advies en inlichtingen te geven omtrent het onder a gestelde. @@ -267,7 +267,7 @@ e. extra beveiligd. **5.** In geval van een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap van een gedetineerde kan Onze Minister bepalen dat de gedetineerde naar een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of artikel 1, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is te worden verpleegd. Indien de gedetineerde wordt overgebracht ten behoeve van de verlening van forensische zorg, bedoeld bij of krachtens de Wet forensische zorg, geschiedt de overbrenging overeenkomstig die wet. -**6.** Onze Minister stelt nadere regels vast omtrent de procedure van plaatsing en overplaatsing en overbrenging, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk het vijfde lid, en omtrent de wijze waarop het vervoer van de gedetineerde plaatsvindt. +**6.** Onze Minister stelt nadere regels vast omtrent de procedure van plaatsing en overplaatsing en overbrenging, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk het vijfde lid. ### Artikel 15a @@ -345,6 +345,25 @@ De directeur draagt zorg dat de tenuitvoerlegging overeenkomstig het verblijfspl ## Hoofdstuk IVb. Vervoer +### Artikel 18d + +Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop het vervoer van de gedetineerde plaatsvindt. + +### Artikel 18e + +**1.** Er is een commissie van toezicht voor het vervoer, die door Onze Minister is ingesteld. + +**2.** + +De commissie van toezicht voor het vervoer heeft tot taak: + +a. toezicht te houden op de uitvoering van het vervoer van gedetineerden uitgevoerd door Onze Minister; +b. kennis te nemen van door de gedetineerde naar voren gebrachte grieven betreffende het vervoer, bedoeld onder a; +c. zorg te dragen voor de behandeling van klaagschriften ingevolge het bepaalde in hoofdstuk XIA; +d. aan Onze Minister en de Raad advies en inlichtingen te geven omtrent het onder a gestelde. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie en de benoeming en het ontslag van haar leden. + ## Hoofdstuk V. Bewegingsvrijheid ### Paragraaf 1. Mate van gemeenschap @@ -470,17 +489,19 @@ Het recht van de gedetineerde op onaantastbaarheid van zijn lichaam, zijn kledin **1.** De directeur is bevoegd een gedetineerde bij binnenkomst of bij het verlaten van de inrichting, voorafgaand aan of na afloop van bezoek, dan wel indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, aan zijn lichaam of aan zijn kleding te onderzoeken. -**2.** Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde omvat mede het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam van de gedetineerde. Het onderzoek aan de kleding van de gedetineerde omvat mede het onderzoek van de voorwerpen die de gedetineerde bij zich draagt of met zich meevoert. +**2.** Onze Minister is bevoegd ten behoeve van het vervoer een gedetineerde aan zijn lichaam of aan zijn kleding te onderzoeken. -**3.** Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde wordt op een besloten plaats en, voor zover mogelijk, door personen van hetzelfde geslacht als de gedetineerde verricht. +**3.** Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde omvat mede het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam van de gedetineerde. Het onderzoek aan de kleding van de gedetineerde omvat mede het onderzoek van de voorwerpen die de gedetineerde bij zich draagt of met zich meevoert. -**4.** Indien bij een onderzoek aan het lichaam of de kleding voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de gedetineerde mogen zijn, en, voor zover het onderzoek betrekking heeft op de openingen of holten van het lichaam van de gedetineerde, deze voorwerpen zonder het gebruik van hulpmiddelen daaruit kunnen worden verwijderd, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Hij draagt zorg dat deze voorwerpen, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde op diens kosten worden bewaard, hetzij met toestemming van de gedetineerde worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten. +**4.** Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde wordt op een besloten plaats en, voor zover mogelijk, door personen van hetzelfde geslacht als de gedetineerde verricht. + +**5.** Indien bij een onderzoek aan het lichaam of de kleding voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de gedetineerde mogen zijn, en, voor zover het onderzoek betrekking heeft op de openingen of holten van het lichaam van de gedetineerde, deze voorwerpen zonder het gebruik van hulpmiddelen daaruit kunnen worden verwijderd, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Hij draagt zorg dat deze voorwerpen, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde op diens kosten worden bewaard, hetzij met toestemming van de gedetineerde worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten. ### Artikel 30 **1.** De directeur kan, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel in verband met de beslissing tot plaatsing of overplaatsing dan wel in verband met de verlening van verlof, een gedetineerde verplichten urine af te staan ten behoeve van een onderzoek van die urine op aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen. -**2.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van het urineonderzoek. Deze regels betreffen in elk geval het recht van de gedetineerde om de uitslag te vernemen en om voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden. Artikel 29, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van het urineonderzoek. Deze regels betreffen in elk geval het recht van de gedetineerde om de uitslag te vernemen en om voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden. Artikel 29, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 31 @@ -488,7 +509,7 @@ Het recht van de gedetineerde op onaantastbaarheid van zijn lichaam, zijn kledin **2.** Een ambtenaar of medewerker van de inrichting waar de gedetineerde verblijft kan indien onverwijlde tenuitvoerlegging geboden is, een beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen. -**3.** Indien bij het onderzoek in het lichaam voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de gedetineerde mogen zijn, en deze voorwerpen door de arts of verpleegkundige uit het lichaam kunnen worden verwijderd, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Artikel 29, vierde lid, laatste volzin, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Indien bij het onderzoek in het lichaam voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de gedetineerde mogen zijn, en deze voorwerpen door de arts of verpleegkundige uit het lichaam kunnen worden verwijderd, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Artikel 29, vijfde lid, laatste volzin, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 32 @@ -515,7 +536,7 @@ De directeur is bevoegd de verblijfsruimte van een gedetineerde op de aanwezighe a. indien dit onderzoek plaatsvindt in het kader van het algemeen toezicht op de aanwezigheid van verboden voorwerpen in de verblijfsruimten van gedetineerden; b. indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. -**2.** Artikel 29, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Artikel 29, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. **3.** De directeur is bevoegd de verblijfsruimte van een gedetineerde te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen waarop vermoedelijk celmateriaal van de gedetineerde aanwezig is en deze voorwerpen in beslag te nemen, indien de officier van justitie hem op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden een opdracht tot het in beslag nemen van deze voorwerpen heeft gegeven. @@ -549,7 +570,7 @@ d. de uitvoering van een ingevolge het Wetboek van Strafvordering of de Wet DNA- **2.** -Onze Minister of een daartoe door hem aangewezen ambtenaar of medewerker is bevoegd jegens een gedetineerde geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een van de volgende belangen: +Onze Minister is bevoegd jegens een gedetineerde geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een van de volgende belangen: a. de uitvoering van een door hem genomen beslissing; b. de voorkoming van het zich onttrekken van de gedetineerde aan het op hem uitgeoefende toezicht. @@ -564,7 +585,7 @@ b. de voorkoming van het zich onttrekken van de gedetineerde aan het op hem uitg **1.** De gedetineerde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid te stellen beperkingen, het recht brieven en stukken per post te verzenden en te ontvangen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij de directeur anders bepaalt, voor rekening van de gedetineerde. -**2.** De directeur is bevoegd enveloppen of andere poststukken, afkomstig van of bestemd voor gedetineerden, op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Indien de enveloppen of andere poststukken afkomstig zijn van of bestemd zijn voor de in artikel 37, eerste of tweede lid, genoemde personen of instanties, geschiedt dit onderzoek in aanwezigheid van de betrokken gedetineerde. +**2.** De directeur is bevoegd enveloppen of andere poststukken, afkomstig van of bestemd voor gedetineerden, op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Indien de enveloppen of andere poststukken afkomstig zijn van of bestemd zijn voor de in artikel 37, eerste lid, genoemde personen of instanties, geschiedt dit onderzoek in aanwezigheid van de betrokken gedetineerde. **3.** De directeur is bevoegd op de inhoud van brieven of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor gedetineerden toezicht uit te oefenen. Dit toezicht kan omvatten het kopiëren van brieven of andere poststukken. Van de wijze van uitoefenen van toezicht wordt aan de gedetineerden tevoren mededeling gedaan. @@ -593,13 +614,15 @@ e. de Nationale ombudsman; f. de inspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; g. de Raad, een commissie daaruit of leden of buitengewone leden daarvan; h. de commissie van toezicht of een beklagcommissie, of leden daarvan; -i. diens rechtsbijstandverlener; -j. diens reclasseringswerker; -k. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instanties. +i. organen, of leden daarvan, die krachtens een wettelijk voorschrift of een in Nederland geldend verdrag: -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onder d, wordt onder justitiële autoriteiten mede begrepen: organen die krachtens een wettelijk voorschrift of een in Nederland geldend verdrag bevoegd zijn tot kennisneming van klachten of behandeling van met een klacht aangevangen zaken. +1°. bevoegd zijn tot kennisneming van klachten of behandeling van met een klacht aangevangen zaken; dan wel +2°. zijn belast met het houden van toezicht op de behandeling van personen aan wie hun vrijheid is ontnomen; +j. diens rechtsbijstandverlener; +k. diens reclasseringswerker; +l. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instanties. -**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze van verzending van brieven aan en door de in het eerste lid genoemde personen en instanties. +**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze van verzending van brieven aan en door de in het eerste lid genoemde personen en instanties. ### Artikel 38 @@ -615,7 +638,7 @@ k. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instantie **6.** De directeur kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de inrichting doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid. -**7.** De in artikel 37, eerste lid, onder g en h, genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de gedetineerde. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de gedetineerde op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Tijdens dit bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de gedetineerde onderhouden, behoudens ingeval de directeur, na overleg met de desbetreffende bezoeker, van mening is dat van de gedetineerde een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker. In dat geval laat de directeur voor het bezoek weten welke toezichthoudende maatregelen genomen worden om het onderhoud zo ongestoord mogelijk te laten verlopen. De toezichthoudende maatregelen mogen er niet toe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud tussen de gedetineerde en diens rechtsbijstandverlener bij derden bekend kunnen worden. +**7.** De in artikel 37, eerste lid, onder g, h, en i, onder 2° genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de gedetineerde. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de gedetineerde op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Tijdens dit bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de gedetineerde onderhouden, behoudens ingeval de directeur, na overleg met de desbetreffende bezoeker, van mening is dat van de gedetineerde een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker. In dat geval laat de directeur voor het bezoek weten welke toezichthoudende maatregelen genomen worden om het onderhoud zo ongestoord mogelijk te laten verlopen. De toezichthoudende maatregelen mogen er niet toe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud tussen de gedetineerde en diens rechtsbijstandverlener bij derden bekend kunnen worden. ### Artikel 39 @@ -684,8 +707,6 @@ a. de verstrekking van de door de aan de inrichting verbonden arts of diens verv b. de behandeling van de gedetineerde op aanwijzing van de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger; c. de overbrenging van de gedetineerde naar een ziekenhuis dan wel andere instelling, indien de onder b bedoelde behandeling aldaar plaatsvindt. -**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake het klagen over beslissingen die ten aanzien van gedetineerden zijn genomen door de aan de inrichting verbonden arts of diens plaatsvervanger. - ### Artikel 43 **1.** De gedetineerde heeft recht op sociale verzorging en hulpverlening. @@ -934,13 +955,14 @@ g. het verrichten van een geneeskundige behandeling bedoeld in artikel 46d, onde h. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 33, eerste onderscheidenlijk derde lid; i. de observatie door middel van een camera en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 34a, eerste onderscheidenlijk derde lid; j. de observatie door middel van een camera, bedoeld in de artikelen 24a, eerste lid, en 51a, eerste lid; -k. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 51, en toepassing van de artikelen 52 en 53, derde lid. +k. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 51, en toepassing van de artikelen 52 en 53, derde lid; +l. de overplaatsing van een gedetineerde naar een andere locatie binnen dezelfde penitentiaire inrichting. **2.** Zo nodig geschiedt het horen van de gedetineerde met bijstand van een tolk. Van het horen van de gedetineerde wordt aantekening gehouden. **3.** -Toepassing van het eerste lid, onder b, c, d, e, f en h, kan achterwege blijven indien: +Toepassing van het eerste lid, onder b, c, d, e, f, h en l, kan achterwege blijven indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de gemoedstoestand van de gedetineerde daaraan in de weg staat. @@ -968,6 +990,18 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de ## Hoofdstuk Xa. Bemiddeling +### Artikel 59a + +**1.** De gedetineerde heeft het recht zich, mondeling of schriftelijk, tot de commissie van toezicht te wenden met het verzoek te bemiddelen ter zake van een grief omtrent de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen of een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht heeft betracht. Een gedraging van een ambtenaar of medewerker jegens de gedetineerde wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een gedraging van de directeur aangemerkt. + +**2.** Indien de grief een beslissing betreft waartegen beklag openstaat, dient dit verzoek uiterlijk op de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend. + +**3.** De commissie van toezicht streeft ernaar binnen vier weken een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. Zij kan de bemiddeling geheel of ten dele aan de maandcommissaris of een ander uit haar midden aangewezen lid opdragen. + +**4.** De commissie van toezicht stelt de gedetineerde en de directeur in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, hun standpunt mondeling toe te lichten. Indien de gedetineerde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de commissie van toezicht zorg voor de bijstand van een tolk. + +**5.** De commissie van toezicht legt de resultaten van de bemiddeling neer in een schriftelijke mededeling en zendt dan wel reikt uit een gedagtekend afschrift daarvan aan de directeur en de gedetineerde. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend. Indien de gedetineerde de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de commissie van toezicht zorg voor een vertaling van de mededeling. In de gevallen, bedoeld in artikel 60, wordt de gedetineerde gewezen op de mogelijkheid van beklag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan. + ## Hoofdstuk XI. Beklag ### Artikel 60 @@ -984,15 +1018,17 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de **2.** De indiening van het klaagschrift kan door tussenkomst van de directeur van de inrichting waar de gedetineerde verblijft geschieden. De directeur draagt in dat geval zorg dat het klaagschrift of, indien het klaagschrift zich in een envelop bevindt, de envelop van een dagtekening wordt voorzien, welke geldt als dag van indiening. -**3.** Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. +**3.** Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. Indien de gedetineerde omtrent de beslissing waarover hij klaagt geen verzoek tot bemiddeling heeft gedaan, vermeldt hij de redenen hiervoor in het klaagschrift. **4.** Indien de gedetineerde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur. **5.** Het klaagschrift wordt uiterlijk op de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen ingediend. Een na afloop van deze termijn ingediend klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de gedetineerde in verzuim is geweest. +**6.** Indien een gedetineerde een verzoek tot bemiddeling als bedoeld in artikel 59a heeft gedaan, wordt, in afwijking van het vijfde lid, het klaagschrift ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de gedetineerde de schriftelijke mededeling van de bevindingen van de commissie van toezicht heeft ontvangen. + ### Artikel 62 -**1.** Het klaagschrift wordt behandeld door een door de commissie van toezicht benoemde beklagcommissie, bestaande uit drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. +**1.** Het klaagschrift wordt behandeld door een door de commissie van toezicht benoemde beklagcommissie, bestaande uit drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. Een lid van de commissie van toezicht neemt geen deel aan de behandeling van het klaagschrift, indien hij heeft bemiddeld ter zake van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft of daarmee op enige andere wijze bemoeienis heeft gehad. **2.** De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beklagcommissie kan, indien hij het beklag van eenvoudige aard, dan wel kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, het klaagschrift enkelvoudig afdoen, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beklagcommissie toekomen. @@ -1008,7 +1044,9 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de **3.** Aan de klager geeft de secretaris van de beklagcommissie schriftelijk kennis van de inhoud van deze inlichtingen en opmerkingen. -**4.** De beklagcommissie kan het klaagschrift in handen stellen van het lid van de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 7, derde lid, teneinde deze in de gelegenheid te stellen terzake te bemiddelen. De secretaris doet hiervan mededeling aan de directeur. +**4.** De voorzitter van de beklagcommissie kan de behandeling van het klaagschrift voor onbepaalde tijd uitstellen, indien hij van oordeel is dat het klaagschrift zich leent voor bemiddeling of indien de bemiddelingsprocedure nog niet is afgesloten. In het eerste geval stelt de voorzitter een afschrift van het klaagschrift ter hand aan de maandcommissaris of een ander lid van de commissie van toezicht met het verzoek om te bemiddelen. Artikel 59a is van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Indien de commissie van toezicht omtrent de beslissing waarover wordt geklaagd heeft bemiddeld en zij haar bevindingen schriftelijk aan de gedetineerde en de directeur heeft medegedeeld, voegt de secretaris van de beklagcommissie de bevindingen bij de processtukken. ### Artikel 64 @@ -1089,6 +1127,20 @@ c. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging. ## Hoofdstuk XIa. Beklag inzake vervoer +### Artikel 68a + +**1.** Een gedetineerde kan bij de beklagcommissie van de commissie van toezicht voor het vervoer, bedoeld in artikel 18e, beklag doen over de beslissingen, bedoeld in artikel 29, tweede lid en artikel 35, tweede lid, voor zover de beslissing is genomen ten behoeve van het vervoer van de gedetineerde. + +**2.** De directeur van de inrichting waar de gedetineerde verblijft, draagt zorg dat een gedetineerde die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld. + +**3.** De artikelen 61, 62, 63, eerste tot en met derde lid, 64, 65 en 67 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder de directeur in de artikelen 63, 64 en 67 steeds wordt verstaan Onze Minister. + +### Artikel 68b + +**1.** Artikel 68, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**2.** Indien het beklag geheel of gedeeltelijk gegrond wordt geacht, bepaalt de beklagcommissie of enige tegemoetkoming aan de gedetineerde geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast. + ## Hoofdstuk XII. Beroep tegen de uitspraak van de beklagcommissie ### Artikel 69 @@ -1133,8 +1185,77 @@ c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie. ## Hoofdstuk XIIa. Beroep inzake vervoer +### Artikel 71a + +Tegen de uitspraak van de beklagcommissie, bedoeld in hoofdstuk XIA, kunnen Onze Minister en de gedetineerde beroep instellen. Hoofdstuk XII is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 70, tweede lid. + ## Hoofdstuk XIIb. Beroep tegen medisch handelen +### Artikel 71b + +Een gedetineerde kan een beroepschrift indienen tegen het medisch handelen van de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger, bedoeld in artikel 42. Met de inrichtingsarts wordt in dit hoofdstuk gelijkgesteld de verpleegkundige dan wel andere hulpverleners die door de inrichtingsarts bij de zorg aan gedetineerden zijn betrokken. + +### Artikel 71c + +**1.** Alvorens een beroepschrift in te dienen doet de gedetineerde een schriftelijk verzoek aan de Medisch Adviseur bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie om te bemiddelen terzake van de klacht. Dit verzoek dient uiterlijk op de veertiende dag na die waarop het medisch handelen waartegen de klacht zich richt heeft plaatsgevonden te worden ingediend. + +**2.** De indiening van het schriftelijk verzoek kan door tussenkomst van een door de directeur daartoe aangewezen ambtenaar of medewerker geschieden, die bevoegd is van het verzoekschrift kennis te nemen. Deze ambtenaar of medewerker draagt in dat geval zorg dat het verzoekschrift van een dagtekening wordt voorzien, welke dag geldt als dag van indiening. + +**3.** De ambtenaar of medewerker, bedoeld in het tweede lid, voert een of meerdere gesprekken met de betrokkenen en zendt een verslag daarvan naar de Medisch Adviseur. + +**4.** De Medisch Adviseur stelt de gedetineerde in de gelegenheid de klacht schriftelijk of mondeling toe te lichten, tenzij hij het aanstonds duidelijk acht dat de klacht zich niet voor bemiddeling leent. Hij kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijk inlichtingen inwinnen. + +**5.** De Medisch Adviseur is ten behoeve van de bemiddeling bevoegd het medisch dossier van de gedetineerde in te zien. + +**6.** De Medisch Adviseur streeft ernaar binnen vier weken nadat hij het verslag, bedoeld in het derde lid, heeft ontvangen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. + +**7.** De Medisch Adviseur sluit de bemiddeling af met een mededeling van zijn bevindingen aan de gedetineerde en de arts. De gedetineerde wordt gewezen op de mogelijkheden van het indienen van een beroepschrift alsmede de termijn waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden. + +**8.** De Medisch Adviseur zendt een afschrift van de mededeling aan de ambtenaar of medewerker, bedoeld in het tweede lid, en de directeur van de inrichting waaraan de arts tegen wiens medisch handelen de klacht zich richt, is verbonden. + +**9.** De ambtenaar of medewerker, bedoeld in het tweede lid, en de Medisch Adviseur zijn bevoegd een klacht die geen medisch handelen betreft, door te verwijzen naar de beklagcommissie. Hij zendt van de doorverwijzing een bericht aan de gedetineerde en, indien het de Medisch Adviseur is die doorverwijst, naar de ambtenaar of medewerker, bedoeld in het tweede lid. Indien reeds een verslag als bedoeld in het derde lid is opgesteld, wordt dit naar de commissie van toezicht gezonden. + +### Artikel 71d + +**1.** Een met redenen omkleed beroepschrift wordt ingediend bij en behandeld door een door de Raad benoemde beroepscommissie van drie leden of buitengewone leden, bestaande uit één jurist en twee artsen, die wordt bijgestaan door een secretaris. + +**2.** Het beroepschrift wordt ingediend uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de mededeling van de Medisch Adviseur. De directeur draagt zorg dat een gedetineerde die beroep wenst in te stellen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld. + +**3.** Artikel 61, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Het beroepschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk het medisch handelen waarover wordt geklaagd en de redenen van het beroep. + +### Artikel 71e + +**1.** De beroepscommissie en de secretaris zijn ten behoeve van de behandeling van het beroepschrift bevoegd het medisch dossier van de gedetineerde in te zien. + +**2.** De behandeling van het beroepschrift vindt niet in het openbaar plaats, behoudens ingeval de beroepscommissie van oordeel is dat de niet openbare behandeling niet verenigbaar is met enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag. + +**3.** De secretaris van de beroepscommissie zendt de inrichtingsarts een afschrift van het beroepschrift toe en vraagt het verslag van de bemiddeling op bij de Medisch Adviseur. + +**4.** De beroepscommissie stelt de gedetineerde en de inrichtingsarts in de gelegenheid omtrent het beroepschrift mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken, tenzij zij het beroep aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht. De beroepscommissie kan bepalen dat de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie, bedoeld in artikel 71d, eerste lid, kunnen worden gemaakt. + +**5.** Artikel 64, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** Artikel 64, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De beroepscommissie kan bepalen dat ingeval bij een andere persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien. + +**7.** Artikel 65, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 71f + +**1.** De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak. + +**2.** De artikelen 67, tweede, vierde en zevende lid, en 68, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** + +De uitspraak strekt tot gegrondverklaring van het beroep indien sprake is van: + +a. enig handelen in het kader van of nalaten in strijd met de zorg die de in artikel 71b bedoelde personen in die hoedanigheid behoren te betrachten ten opzichte van de gedetineerde, met betrekking tot wiens gezondheidstoestand zij bijstand verlenen of hun bijstand is ingeroepen; +b. enig ander onder a bedoeld handelen of nalaten in die hoedanigheid in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. + +**4.** Indien de klacht door de beroepscommissie geheel of gedeeltelijk gegrond wordt geacht bepaalt de beroepscommissie of enige tegemoetkoming aan de gedetineerde geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast. + ## Hoofdstuk XIII. Beroep inzake plaatsing, overplaatsing, deelname aan een penitentiair programma, verlof en strafonderbreking ### Artikel 72 @@ -1171,7 +1292,7 @@ De directeur draagt zorg voor een regelmatig overleg met gedetineerden over zake **1.** -De in de artikelen 17 en 18, alsmede in de hoofdstukken XI tot en met XIII aan de gedetineerde toegekende rechten kunnen, behoudens ingeval Onze Minister of beklag- of beroepscommissie van oordeel is dat zwaarwegende belangen van de gedetineerde zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door: +De in de artikelen 17 en 18, alsmede in de hoofdstukken XI tot en met XIII aan de gedetineerde toegekende rechten kunnen, behoudens ingeval Onze Minister, de Medisch Adviseur, Onze Minister of beklag- of beroepscommissie, de beklagcommissie, bedoeld in hoofdstuk XIIA, of de beroepscommissie, bedoeld in hoofdstuk XIIA of XIIB, van oordeel is dat zwaarwegende belangen van de gedetineerde zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door: a. de curator, indien de gedetineerde onder curatele is gesteld; b. de mentor, indien ten behoeve van de gedetineerde een mentorschap is ingesteld; @@ -1199,6 +1320,30 @@ c. de ouders of voogd, indien de gedetineerde minderjarig is. ## Hoofdstuk XVIa. Experimenten +### Artikel 77a + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bij wijze van experiment regels worden gesteld waarmee tijdelijk wordt afgeweken van de in artikel 77b te noemen bepalingen, zulks met inachtneming van de aldaar genoemde doelen met het oog waarop afwijking van de betreffende bepaling gedurende de werkingsduur van de maatregel plaats kan hebben. + +**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van het experiment. + +**4.** Onze Minister zendt ten minste drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk. + +**5.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, geldt voor een periode van ten hoogste twee jaar na inwerkingtreding daarvan. + +**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing, indien binnen de twee jaar, bedoeld in het vijfde lid, voordracht plaatsvindt van een voorstel van wet, waarmee in het onderwerp van de maatregel wordt voorzien. + +### Artikel 77b + +Op de wijze als voorzien in artikel 77a kan worden afgeweken van: + +a. de artikelen 8 tot en met 10, met als doel om verschillende doelgroepen gezamenlijk op een afdeling te laten verblijven dan wel aan gezamenlijke activiteiten te laten deelnemen; +b. artikel 13, met als doel de vaststelling van andersoortige mate van beveiliging voor zover dit noodzakelijk is voor de bereiking van het doel, genoemd in onderdeel a, dan wel voor zover bijzondere technologische ontwikkelingen daartoe aanleiding geven; +c. artikel 44, tweede lid, met als doel het voorkomen van ordeverstorend gedrag dan wel het structureel bevorderen van de orde of veiligheid binnen de inrichting; +d. artikel 47, met als doel de tenuitvoerlegging zo veel mogelijk dienstbaar te maken aan de voorbereiding van de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij; +e. de artikelen 59a en 71c, met als doel het bevorderen van het gebruik van de bemiddelingsprocedure als wijze van geschillenbeslechting. + ## Hoofdstuk XVII. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 78