2010-03-31 | BWBR0006147 | Tracéwet
This commit is contained in:
parent
8c4078b6d0
commit
c9142dc790
1 changed files with 14 additions and 10 deletions
|
|
@ -24,7 +24,7 @@ bb. regionaal openbaar lichaam: een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de
|
|||
c. hoofdweg: een weg waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve hoofdwegverbindingen, die behoort tot een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
d. landelijke spoorweg: een spoorweg waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve spoorwegverbindingen, die behoort tot een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
e. hoofdvaarweg: een vaarweg waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve hoofdvaarwegverbindingen, die behoort tot een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
f. bijkomende infrastructurele voorzieningen: werken of bouwwerken die, zonder deel uit te maken van het profiel van een hoofdweg, een landelijke spoorweg of een hoofdvaarweg, met die weg, spoorweg of vaarweg zijn verbonden en dienen voor de instandhouding dan wel het veilig en doelmatig gebruik daarvan;
|
||||
f. bijkomende infrastructurele voorzieningen: werken of bouwwerken, daaronder begrepen oplaadpunten bestemd voor het laden van accu’s van voertuigen die een elektromotor als hoofdmotor hebben, die, zonder deel uit te maken van het profiel van een hoofdweg, een landelijke spoorweg of een hoofdvaarweg, met die weg, spoorweg of vaarweg zijn verbonden en dienen voor de instandhouding dan wel het veilig en doelmatig gebruik daarvan;
|
||||
g. verkeers- en vervoertraject: een verkeers- en vervoergebied gelegen tussen twee punten van een verbinding als bedoeld onder *c, d* of *e* van dit artikellid;
|
||||
h. tracé:
|
||||
|
||||
|
|
@ -203,7 +203,7 @@ Onze Minister zendt het ontwerp-tracébesluit, indien het hogere waarden bevat v
|
|||
a. de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen waarvoor een hogere waarde wordt bepaald;
|
||||
b. de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, indien het betrekking heeft op scholen.
|
||||
|
||||
**3.** Op de voorbereiding van het tracébesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Bij de voorbereiding betrekt Onze Minister de raden van de gemeenten, de provinciale staten van de provincies en de besturen van waterschappen op het gebied waarvan het te nemen tracébesluit betrekking heeft. De terinzagelegging geschiedt tevens ten kantore van de betrokken bestuursorganen. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
**3.** Op de voorbereiding van het tracébesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Bij de voorbereiding betrekt Onze Minister de raden van de gemeenten, de provinciale staten van de provincies en de besturen van waterschappen op het gebied waarvan het te nemen tracébesluit betrekking heeft. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, kan Onze Minister, indien de omvang van het ontwerp-tracébesluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met eenieder van de in het tweede lid, onder a, bedoelde personen de strekking van het ontwerp-tracébesluit mee te delen en de onderdelen van het ontwerp-tracébesluit die voor de betrokkene redelijkerwijs van belang zijn, toe te zenden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -223,13 +223,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het tracébesluit wordt binnen vijf maanden na de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, dan wel door Onze Minister. De artikelen 9, tweede lid, en 11, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Bij de vaststelling van het tracébesluit inzake de aanleg of wijziging van een hoofdweg, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, wordt, onverminderd de bevoegdheid tot herstel van gebreken, gebruik gemaakt van:
|
||||
Het tracébesluit wordt binnen vijf maanden na de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, dan wel door Onze Minister. Indien krachtens het tiende lid toepassing wordt gegeven aan artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 of toepassing wordt gegeven aan het elfde lid wordt het tracébesluit vastgesteld mede in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Indien niet binnen drie weken na het daartoe strekkende verzoek van Onze Minister overeenstemming is bereikt tussen Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit legt Onze Minister dit voor aan Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken. De artikelen 9, tweede lid, en 11, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Bij de vaststelling van het tracébesluit inzake de aanleg of wijziging van een hoofdweg, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, wordt, onverminderd de bevoegdheid tot herstel van gebreken, gebruik gemaakt van:
|
||||
|
||||
a. de verkeersgegevens en de daarop gebaseerde onderzoeken,
|
||||
b. de krachtens artikel 5.20, eerste lid, van de Wet milieubeheer bekendgemaakte gegevens en de daarop gebaseerde onderzoeken, en
|
||||
c. de inventarisatie van en de gevolgen voor de aanwezige flora en fauna en de daarop gebaseerde onderzoeken,
|
||||
|
||||
die ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp-tracébesluit, met dien verstande dat indien de rapporten waarin die gegevens, onderzoeken en inventarisaties en gevolgen zijn vervat, bij de vaststelling van het tracébesluit ouder zijn dan twee jaar zijn, het tracébesluit een motivering van de actualiteit van die rapporten bevat. Onze Ministers kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de methoden en uitgangspunten voor de beoordeling van effecten van een project tot aanleg of wijziging van een hoofdweg.
|
||||
die ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp-tracébesluit, met dien verstande dat indien de rapporten waarin die gegevens, onderzoeken en inventarisaties en gevolgen zijn vervat, bij de vaststelling van het tracébesluit ouder zijn dan twee jaar, het tracébesluit een motivering van de actualiteit van die rapporten bevat. Onze Ministers kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de methoden en uitgangspunten voor de beoordeling van effecten van een project tot aanleg of wijziging van een hoofdweg.
|
||||
|
||||
**2.** Een beslissing tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones ingevolge de artikelen artikelen 87e tot en met 87i en 106d tot en met 106h van de Wet geluidhinder met betrekking tot het gebied dat is begrepen in een tracébesluit, maakt deel uit van het tracébesluit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -241,12 +241,18 @@ die ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp-tracébesluit, met dien verstan
|
|||
|
||||
**6.** Voor zover het tracébesluit en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het tracébesluit als projectbesluit als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening onderscheidenlijk als een besluit als bedoeld in artikel 3.42 van die wet.
|
||||
|
||||
**7.** Voor zover een bestemmingsplan, een beheersverordening of een ander besluit voor de uitvoering van werken of werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 3.3, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken of werkzaamheden ter uitvoering van het tracébesluit in het gebied dat is begrepen in een tracébesluit.
|
||||
**7.** Voor zover een bestemmingsplan, een beheersverordening of een ander besluit voor de uitvoering van werken of werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 3.3, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken of werkzaamheden ter uitvoering van het tracébesluit in het gebied dat is begrepen in een tracébesluit. Indien ter uitvoering van het tracébesluit handelingen worden verricht waarvoor krachtens artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit is vereist, is dat artikel niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van artikel 3.29, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad binnen een jaar nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden, het bestemmingsplan overeenkomstig het tracébesluit vast. Artikel 3.13, derde lid, van die wet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**8.** De gemeenteraad stelt binnen een jaar nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening overeenkomstig het tracébesluit vast. Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het tracébesluit kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerpplan.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het bestemmingsplan nog niet in overeenstemming is met het tracébesluit, verleent het college van burgemeester en wethouders aan degenen die inzage verlangen in dat plan tevens inzage in het tracébesluit.
|
||||
|
||||
**10.** De artikelen 19d en 19kc van de Natuurbeschermingswet 1998 zijn niet van toepassing op handelingen waarop het tracébesluit betrekking heeft. Indien die handelingen de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied als bedoeld in die wet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor dat gebied, zijn de artikelen 19j, eerste tot en met derde lid en vijfde lid, en 19kd van die wet en het krachtens artikel 19kb, eerste lid, van die wet bepaalde, van overeenkomstige toepassing op het vaststellen van een tracébesluit.
|
||||
|
||||
**11.** Artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 is niet van toepassing op handelingen waarop het tracébesluit betrekking heeft. Indien die handelingen in een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van die wet plaatsvinden, of daarbuiten in de gevallen, bedoeld in het vierde lid van dat artikel, en de handelingen schadelijk kunnen zijn voor de waarden, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, betrekt Onze Minister bij de besluitvorming over het tracébesluit het belang van bescherming van de waarden van het beschermde natuurmonument.
|
||||
|
||||
**12.** Artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 is niet van toepassing op de vaststelling van het tracébesluit indien de handelingen waarop het tracébesluit betrekking heeft, zijn opgenomen in een beheerplan als bedoeld in artikel 19a of 19b van die wet, of in het programma op grond van artikel 19kh, vijfde lid, en die handelingen overeenkomstig dat plan of dat programma worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 5.16, eerste lid, aanhef, van de Wet milieubeheer is ook van toepassing indien het tracébesluit inzake de aanleg of wijziging van een hoofdweg, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een overeenkomstig artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegd ontwerp van het programma, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
|
@ -337,13 +343,11 @@ c. geldt in plaats van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dat:
|
|||
|
||||
### Artikel 20b
|
||||
|
||||
De in artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet bedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het tracébesluit is vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20c
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de onteigeningswet kan het vonnis van onteigening van de rechtbank niet eerder in de openbare registers worden ingeschreven dan nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de artikelen 54n en 59 van de onteigeningswet is ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde inschrijving een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dan wel een verklaring van de Secretaris van de Raad van State nodig, waaruit blijkt dat het tracébesluit onherroepelijk is geworden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20d
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue