2022-12-30 | BWBR0047689 | Subsidieregeling JTF 2021–2027
This commit is contained in:
parent
369d0542dc
commit
c91d6bf2ec
1 changed files with 108 additions and 3918 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Subsidieregeling JTF 2021–2027
|
|||
bwb_id: BWBR0047689
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-10-10'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2022-12-30'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047689
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling JTF 2021–2027
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -18,11 +18,9 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
– *Algemene groepsvrijstellingsverordening:*
|
||||
verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
|
||||
– *deelnemer:* persoon die een activiteit volgt of deelneemt aan een project;
|
||||
– *de-minimisverordening:*
|
||||
verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831);
|
||||
– *Europees steunkader:* een mededeling, richtsnoer, kaderregeling beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld;
|
||||
– *financieringsinstrument:* financieringsinstrument als bedoeld in artikel 58, eerste en tweede lid, van de GB-verordening;
|
||||
– *deelnemer:* persoon die een activiteit volgt of deelneemt aan een project;
|
||||
– *fonds:* Fonds voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in de JTF-verordening;
|
||||
– *GB-verordening:*
|
||||
verordening (EU) nr. 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);
|
||||
|
|
@ -52,11 +50,10 @@ d. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst
|
|||
– *Minister van EZK:* Minister van Economische Zaken en Klimaat;
|
||||
– *Minister van SZW:* Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
– *Ministers: * Minister van EZK en Minister van SZW gezamenlijk;
|
||||
– *onderneming:* elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
|
||||
– *mkb:* kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van mikro, kleine en middelgrote ondernemingen (2003/361/EG; PbEU 2003, L 124);
|
||||
– *NUTS-3 gebied:* een in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PbEU 2003, L 154) aangewezen NUTS-3 gebied;
|
||||
– *onderneming:* elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
|
||||
– *penvoerder:* door een samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of penvoerende organisatie, die als partij deelneemt aan het samenwerkingsverband;
|
||||
– *productieve investering:* investeringen in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van brutokapitaal en het scheppen van werkgelegenheid;
|
||||
– *project:* een samenhangend geheel van activiteiten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid;
|
||||
– *Programma JTF 2021–2027:* programma voor de uitvoering van de JTF-Verordening in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de JTF-verordening, en artikel 21, eerste lid, van de GB-verordening, waarbinnen het programma en de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening tot stand worden gebracht;
|
||||
– *samenwerkingsverband:* overeengekomen samenwerking die geen rechtspersoonlijkheid bezit, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden partijen, die is opgericht ten behoeve van de uitvoering van projectactiviteiten, niet zijnde een vennootschap.
|
||||
|
|
@ -77,12 +74,7 @@ De Minister van EZK delegeert zijn bevoegdheid tot uitvoering van deze regeling,
|
|||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor activiteiten ter uitvoering van het Programma JTF 2021–2027.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW legt de rechtvaardiging en de gronden waarop de rechtvaardiging berust neer in een document dat hij in zijn administratie bewaart en dat beschikbaar en raadpleegbaar is indien een subsidieverstrekking staatssteun kan opleveren en deze kan worden gerechtvaardigd door:
|
||||
|
||||
1°. de de-minimisverordening; of
|
||||
2°. de artikelen 14, 15, 17, 18, 21, 22, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 36bis, 36ter, 38, 38bis, 38ter, 39, 41, 42, 43, 45, 46, 47, 48, 49, 52, 53, 56, 56ter en 56quater van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
**2.** Indien een subsidieverstrekking staatssteun kan opleveren en deze kan worden gerechtvaardigd door de artikelen 14, 15, 17, 18, 22, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 46, 47, 48, 49 52, 53, 56, 56ter en 56quater van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, legt de Minister van SZW deze rechtvaardiging en de gronden waarop deze rechtvaardiging berust neer in een document dat hij in zijn administratie bewaart en dat beschikbaar en raadpleegbaar is.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de Minister van SZW vastgesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in elk van de hoofdstukken 2 tot en met 8 vermelde website.
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,10 +86,6 @@ De Minister van SZW legt de rechtvaardiging en de gronden waarop de rechtvaardig
|
|||
|
||||
**7.** Indien de Europese Commissie niet instemt met het programma zoals voorgelegd, kan de Minister van SZW de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma JTF 2021–2027, dat door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 23, vierde lid, van de GB-verordening is goedgekeurd.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met de definitieve toewijzing van het flexibiliteitsbedrag voortvloeiend uit artikel 18 van de GB-verordening of de programmawijziging voortvloeiend uit artikel 24 van de GB-verordening, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met de definitieve toewijzing van het flexibiliteitsbedrag of de programmawijziging.
|
||||
|
||||
**9.** In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het achtste lid, kan de Minister van SZW de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma JTF 2021–2027, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.5
|
||||
|
||||
Subsidieaanvrager als bedoeld in deze regeling is degene die als zodanig is aangewezen in de hoofdstukken 2 tot en met 8.
|
||||
|
|
@ -144,7 +132,7 @@ f. Zuid-Limburg, bestaande uit het NUTS-3 gebied Zuid-Limburg.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verleent bij besluit aan onder hem ressorterende ambtenaren en aan intermediaire instanties mandaat, volmacht en machtiging om in het kader van de uitvoering van de hoofdstukken 1 tot en met 8 van deze regeling:
|
||||
De Minister van SZW verleent bij besluit aan onder hem ressorterende ambtenaren en aan intermediaire instanties mandaat, volmacht en machtiging om in het kader van de uitvoering van de hoofdstukken 1 tot en met 8 van deze regeling.:
|
||||
|
||||
a. besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn;
|
||||
b. te beslissen op bezwaarschriften; en
|
||||
|
|
@ -170,11 +158,10 @@ a. loonkosten inclusief overheadkosten;
|
|||
b. loonverletkosten;
|
||||
c. kosten van door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid;
|
||||
d. bijdragen in natura als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de GB-verordening;
|
||||
e. afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van de GB-verordening;
|
||||
f. andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; en
|
||||
g. fondskapitaal.
|
||||
e. afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van de GB-verordening; en
|
||||
f. andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De loonverletkosten worden berekend door het aantal aan opleiding te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 29,33.
|
||||
**2.** De loonverletkosten worden berekend door het aantal aan opleiding te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 23,91.
|
||||
|
||||
**3.** Tenzij anders bepaald in deze regeling, komen vóór indiening van de subsidieaanvraag door de subsidieontvanger gemaakte kosten niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -186,15 +173,15 @@ g. fondskapitaal.
|
|||
|
||||
De loonkosten, inclusief overhead, worden berekend:
|
||||
|
||||
a. door het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60;
|
||||
b. als een vast percentage van een maandtarief van € 8.600 per werknemer, bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat werknemers per maand aan het project hebben gewerkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten; of
|
||||
a. door het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 55;
|
||||
b. als een vast percentage van een maandtarief van € 7.800 per werknemer, bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat werknemers per maand aan het project hebben gewerkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten; of
|
||||
c. door de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen d, e en f, te vermenigvuldigen met 23 procent, onder de voorwaarden, genoemd in artikel 55, eerste lid, van de GB-verordening.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid maken kennisinstellingen gebruik van een uurtarief berekend op basis van een door de Minister van EZK goedgekeurde integrale kostensystematiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, indien zij daarover beschikken. Het gebruik van de integrale kostensystematiek is niet toegestaan indien binnen een project wordt gekozen voor de berekening van de loonkosten inclusief overhead, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op grond van het tweede lid gebruik wordt gemaakt van de integrale kostensystematiek, zijn artikel 12, derde lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV subsidies en artikel 1.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden berekend door het aantal uren dat de betrokken werknemer, werkzaam bij de subsidieontvanger, ten behoeve van het project heeft gewerkt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60.
|
||||
**4.** De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden berekend door het aantal uren dat de betrokken werknemer, werkzaam bij de subsidieontvanger, ten behoeve van het project heeft gewerkt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 55.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidieontvanger stelt een document op met vermelding van de namen van de werknemers, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel, waaruit akkoord blijkt van de werkgever en de werknemers, en houdt dat document beschikbaar in zijn administratie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -211,8 +198,8 @@ b. indien gebruik wordt gemaakt van een vast uurtarief als bedoeld in het vierde
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel 1.12 kunnen de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, worden berekend met inbegrip van de kosten, bedoeld in de onderdelen d tot en met f van dat artikellid door:
|
||||
|
||||
a. het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 73; of
|
||||
b. als een vast percentage van een maandtarief van € 10.400 per werknemer bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project heeft gewerkt, zonder de verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
|
||||
a. het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 67; of
|
||||
b. als een vast percentage van een maandtarief van € 9.600 per werknemer bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project heeft gewerkt, zonder de verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidieontvanger stelt een document op met vermelding van de namen van de werknemers, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel, en houdt dat document beschikbaar in zijn administratie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -416,7 +403,7 @@ c. de te realiseren doelstellingen;
|
|||
d. de financiering van het project; of
|
||||
e. de planning of looptijd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 70.000, toont hij de marktconformiteit van de beprijzing van de opdracht aan.
|
||||
**5.** Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 50.000, toont hij de marktconformiteit van de beprijzing van de opdracht aan.
|
||||
|
||||
**6.** De Minister van SZW kan op verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -466,7 +453,7 @@ e. de planning of looptijd.
|
|||
|
||||
**3.** Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot het verlenen van een voorschot in.
|
||||
|
||||
**4.** Een voorschot vooruitlopend op te maken kosten kan maximaal 40 procent van de oorspronkelijk verleende subsidie bedragen.
|
||||
**4.** Een voorschot vooruitlopend op te maken kosten kan maximaal 20 procent van de oorspronkelijk verleende subsidie bedragen.
|
||||
|
||||
**5.** De Minister van SZW beslist binnen 26 weken op een verzoek om een voorschot vooruitlopend op te maken kosten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -604,42 +591,42 @@ e. indien anderszins in strijd wordt gehandeld met de GB-Verordening.
|
|||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *business case:* uitwerking van een investeringsplan;
|
||||
– *capaciteit:* door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid;
|
||||
– *committed termsheet:* juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de voorwaarden van de investering;
|
||||
– *diversificatieproject:* een project dat de diversificatie inhoudt van de activiteit binnen een vestiging van de onderneming. De nieuwe activiteit mag niet dezelfde (of een vergelijkbare activiteit) zijn als de activiteit die eerder in de vestiging werd uitgeoefend;
|
||||
– *duurzame bedrijfsuitrusting:* een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming; Deze investering mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving;
|
||||
– *gewaarmerkte uncommitted termsheet:* niet juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met daarin de belangrijkste voorwaarden om tot de investering te komen. De uncommitted termsheet gaat vooraf aan de committed termsheet;
|
||||
– *groene waterstof:* waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen;
|
||||
– *industriële onderneming:* een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven entiteit die als economische activiteit goederen vervaardigt uit halffabricaten en grondstoffen met inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen;
|
||||
– *proces- en maakindustrie:* ondernemingen die activiteiten uitoefenen onder de codering van NACE Rev.2, sectie C;
|
||||
– *regionaal transitieplan:* het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen, opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *regionale innovatiestrategie:* de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie (‘RIS3’) voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen en te vinden op de website van SNN;
|
||||
– *sluitende financiering:* financiering van een project dat kan bestaan uit eigen middelen van de onderneming, vreemd vermogen en gevraagde subsidie(s). In geval van (co)financiering door derde(n) kan de aanvrager dit laten zien door middel van juridisch bindende documentatie van die derde(n). Het totaal van deze financiering is gelijk aan de projectkosten;
|
||||
– *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
|
||||
– *stimulerend effect:* stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
– *transformatieproject:* een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een industrieel bedrijf;
|
||||
– *uitbreidingsproject:* een project dat de uitbreiding van de capaciteit inhoudt; het betreft een uitbreiding van een industrieel bedrijf, hoofdkantoor van een bedrijf, of laboratorium van een bedrijf in dezelfde gemeente als waarin al een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd;
|
||||
– *vestigingsproject:* een project waar geen sprake is van een uitbreidingsproject, maar nieuwe economische activiteiten inhoudt voortkomende uit:
|
||||
− *business case:* uitwerking van een investeringsplan;
|
||||
− *capaciteit:* door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid;
|
||||
− *committed termsheet:* juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de voorwaarden van de investering;
|
||||
− *diversificatieproject:* een project dat de diversificatie inhoudt van de activiteit binnen een vestiging van de onderneming. De nieuwe activiteit mag niet dezelfde (of een vergelijkbare activiteit) zijn als de activiteit die eerder in de vestiging werd uitgeoefend;
|
||||
− *duurzame bedrijfsuitrusting:* een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming; Deze investering mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving;
|
||||
− *gewaarmerkte uncommitted termsheet:* niet juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met daarin de belangrijkste voorwaarden om tot de investering te komen. De uncommitted termsheet gaat vooraf aan de committed termsheet;
|
||||
− *groene waterstof:* waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen;
|
||||
− *industriële onderneming:* een in het handelregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven entiteit die als economische activiteit goederen vervaardigt uit halffabricaten en grondstoffen met inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen;
|
||||
− *proces- en maakindustrie:* ondernemingen die activiteiten uitoefenen onder de codering van NACE Rev.2, sectie C;
|
||||
− *regionaal transitieplan:* het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen, opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
− *regionale innovatiestrategie:* de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie (‘RIS3’) voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen en te vinden op de website van SNN;
|
||||
− *sluitende financiering:* financiering van een project dat kan bestaan uit eigen middelen van de onderneming, vreemd vermogen en gevraagde subsidie(s). In geval van (co)financiering door derde(n) kan de aanvrager dit laten zien door middel van juridisch bindende documentatie van die derde(n). Het totaal van deze financiering is gelijk aan de projectkosten;
|
||||
− *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
|
||||
− *stimulerend effect:* stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
− *transformatieproject:* een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een industrieel bedrijf;
|
||||
− *uitbreidingsproject:* een project dat de uitbreiding van de capaciteit inhoudt; het betreft een uitbreiding van een industrieel bedrijf, hoofdkantoor van een bedrijf, of laboratorium van een bedrijf in dezelfde gemeente als waarin al een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd;
|
||||
− *vestigingsproject:* een project waar geen sprake is van een uitbreidingsproject, maar nieuwe economische activiteiten inhoudt voortkomende uit:
|
||||
|
||||
1. het stichten van een industrieel bedrijf;
|
||||
2. het stichten van een hoofdkantoor of laboratorium; of
|
||||
3. het nieuw vestigen van een locatie van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 genoemd bedrijf;
|
||||
– *werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
– *werkingsgebied voor regionale investeringssteun:* het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 2022–2027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).
|
||||
– *werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a; - werkingsgebied voor regionale investeringssteun: het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 2022-2027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).
|
||||
– *werkingsgebied voor regionale investeringssteun:* het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 2022-2027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het regionaal transitieplan. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een investeringsproject in de proces- en maakindustrie en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
|
||||
|
||||
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het regionaal transitieplan. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een investeringsproject in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen:
|
||||
|
||||
a. Spoor 1 en Spoor 2 voor de investeringen onder deze openstellingen;
|
||||
a. Spoor 1 en Spoor 2 voor wat betreft de investeringen onder deze openstellingen;
|
||||
b. Spoor 3 voor de opleidingscomponent.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Aanvrager draagt met de investeringen in het project bij aan de ontwikkeling van één of meer nieuwe waardeketens of industriële ecosystemen binnen de vier transities die zijn opgenomen in de regionale innovatiestrategie:
|
||||
|
||||
|
|
@ -648,11 +635,11 @@ b. van fossiele naar hernieuwbare energie;
|
|||
c. van zorg naar duurzame gezondheid; of
|
||||
d. van analoog naar digitaal.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de vier transities, bedoeld in het derde lid.
|
||||
**4.** Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de vier transities, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw voor projecten die worden uitgevoerd in het werkingsgebied en die passen binnen de kaders van deze regeling.
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming in de proces- en maakindustrie voor projecten die worden uitgevoerd in het werkingsgebied en die passen binnen de kaders van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -664,7 +651,7 @@ a. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; h
|
|||
b. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een uitbreidingsproject van een industriële MKB-onderneming;
|
||||
c. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een diversificatieproject van een industriële MKB-onderneming;
|
||||
d. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een transformatieproject van een industriële MKB-onderneming;
|
||||
e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de realisatie, het doen en het gebruiken, respectievelijk het bedienen van de investeringen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d.
|
||||
e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de realisatie, het doen en het gebruiken c.q. bedienen van de investeringen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten zijn gericht op toekomstbestendigheid van de economie door diversificatie langs de lijnen van de vier transities of op groen perspectief voor de industrie door transformatie naar groene productieprocessen in de industrie door het vervangen van fossiele grond- en brandstoffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -675,46 +662,40 @@ e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbond
|
|||
Het subsidieplafond bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor aanvragen voor projecten van grote ondernemingen € 21.000.000;
|
||||
b. voor aanvragen voor projecten van MKB-ondernemingen € 29.000.000.
|
||||
b. voor aanvragen voor projecten van MKB-ondernemingen € 21.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** Met ingang van 15 december 2023 worden de subsidieplafonds uit het eerste lid samengevoegd. Het samengevoegde subsidieplafond bedraagt € 58.000.000.
|
||||
**2.** Indien in het subsidieplafond middelen uit Rijkscofinanciering zijn opgenomen, wordt een aanvraag onder deze titel eveneens beschouwd als een aanvraag voor Rijkscofinanciering op grond van Hoofdstuk 9.
|
||||
|
||||
**3.** Voor aanvragen die voor 15 december 2023 zijn ingediend, geldt dat het subsidieplafond als samengevoegd kan worden beschouwd, voor zover daar geen andere aanvragen mee worden benadeeld die voor 15 december 2023 zijn ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Indien in het subsidieplafond middelen uit Rijkscofinanciering zijn opgenomen, wordt een aanvraag onder deze titel eveneens beschouwd als een aanvraag voor Rijkscofinanciering op grond van Hoofdstuk 9.
|
||||
|
||||
**5.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. Daarbij worden aanvragen die zijn ingediend op grond van titel 2.1, zoals die luidde op 31 augustus 2025, geacht te zijn ingediend op grond van deze titel en worden na die datum ontvangen aanvragen op grond van deze titel in de volgorde achteraan geplaatst.
|
||||
**3.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 23 januari 2023 tot en met 13 februari 2026 vóór 17.00 uur.
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 23 januari 2022 tot en met 1 september 2025.
|
||||
|
||||
**2.** Een volgens titel 2.1, zoals die luidde op 31 augustus 2025, tijdig ingediende aanvraag, wordt geacht tijdig te zijn ingediend op grond van deze titel.
|
||||
**2.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde startdatum en is tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur is ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl/.
|
||||
**3.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtfwebportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl/.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien het project valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 2022–2027, bedoeld in artikelen 13 en 14 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, bedraagt de subsidie voor een:
|
||||
De subsidie bedraagt voor een:
|
||||
|
||||
a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
|
||||
b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
|
||||
c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
a. kleine onderneming maximaal 30% van de subsidiabele kosten;
|
||||
b. middelgrote onderneming maximaal 20% van de subsidiabele kosten;
|
||||
c. grote onderneming maximaal 10% van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
Indien het project niet valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 2022–2027 bedraagt de subsidie voor een:
|
||||
**3.** De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 7.500.000 per project.
|
||||
|
||||
a. kleine onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
|
||||
b. middelgrote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
|
||||
De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, te berekenen op basis van de volgende artikelen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening:
|
||||
|
||||
**4.** De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 8.250.000 per project.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
a. artikelen 13 en 14 inzake regionale investeringssteun voor investeringskosten;
|
||||
b. artikel 31 inzake opleidingssteun inzake kosten voor om-of bijscholing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -724,17 +705,17 @@ In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie
|
|||
|
||||
a. voor kosten van investeringen:
|
||||
|
||||
1°. andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
|
||||
2°. andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
|
||||
1° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel e, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
|
||||
2° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel e, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
|
||||
b. kosten voor investeringen als bedoeld in onderdeel a komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking voor zover:
|
||||
|
||||
1°. deze zijn geactiveerd op de balans;
|
||||
2°. niet hoger zijn dan de taxatiewaarde;
|
||||
3°. niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
|
||||
1° deze zijn geactiveerd op de balans;
|
||||
2° niet hoger zijn dan de taxatiewaarde;
|
||||
3° niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
|
||||
c. voor kosten van bij- en omscholing:
|
||||
|
||||
1°. andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
|
||||
2°. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonkosten inclusief overhead als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
|
||||
1°. andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel e;
|
||||
2°. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonkosten inclusief overhead als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel a, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -749,61 +730,57 @@ f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
|
||||
**2.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid, inclusief het in gebruik nemen van de gerealiseerde capaciteit.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde lid of vierde lid verlengen.
|
||||
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:
|
||||
|
||||
a. na toepassing van artikel 1.20 aan een project minder dan 70 punten zijn toegekend;
|
||||
b. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 80 procent op onderdeel a van artikel 1.20, eerste lid;
|
||||
c. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 50 procent op onderdelen b, d, en f van artikel 1.20, eerste lid;
|
||||
d. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 100 procent op onderdeel e van artikel 1.20, eerste lid;
|
||||
a. na toepassing van artikel 1.20 aan een project minder dan 70 punten zijn toegekend;
|
||||
b. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 80% op onderdeel a van artikel 1.20, eerste lid;
|
||||
c. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 50% op onderdelen b, d, en f van artikel 1.20, eerste lid;
|
||||
d. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 100% op onderdeel e van artikel 1.20, eerste lid;
|
||||
e. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 2.500.000;
|
||||
f. de financiering van het project niet uiterlijk zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking aantoonbaar is. In het geval van financiering door derde(n) wordt juridisch bindende documentatie aangeleverd;
|
||||
g. de activiteiten gericht zijn op industriële dienstverlening, energieproductie of waterstofproductie ten behoeve van energieopwekking;
|
||||
h. de activiteiten gericht zijn op productie van biobrandstoffen waarvoor een bijmengverplichting reeds langer dan twee jaar van kracht is;
|
||||
i. de activiteiten gericht zijn op hergebruik van producten, afvalstoffen en/of grondstoffen, waarbij er geen sprake is van een hoogwaardige toepassing of wanneer er sprake is van het opwerken van afval uitsluitend ten behoeve van export;
|
||||
j. de onderneming geen financiële bijdrage levert uit eigen middelen van ten minste 25 procent van de subsidiabele kosten;
|
||||
j. de onderneming geen financiële bijdrage levert uit eigen middelen van ten minste 25% van de subsidiabele kosten;
|
||||
k. als gevolg van het project het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager afneemt;
|
||||
l. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
|
||||
m. de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar oordeel van de Minister van SZW niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten zijn gestart;
|
||||
n. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
|
||||
o. het project niet voldoet aan het principe van Do no significant harm door ontbreken van overtuigend zicht op het ontvangen van alle noodzakelijke vergunningen;
|
||||
o. het project niet voldoet aan het principe van *Do no significant harm* door ontbreken van overtuigend zicht op het ontvangen van alle noodzakelijke vergunningen;
|
||||
p. de analyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen niet goedgekeurd wordt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de zes criteria bedoeld in het artikel 1.20. De weging van de zes criteria is:
|
||||
Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de zes criteria bedoeld in het artikel 1.20. De weging van de zes criteria is:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten;
|
||||
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
|
||||
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 0 punten;
|
||||
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 25 punten;
|
||||
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 5 punten;
|
||||
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten;
|
||||
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
|
||||
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 0 punten;
|
||||
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 25 punten;
|
||||
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 5 punten;
|
||||
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 1.20, eerste lid, geldt de tabel die is opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 1.20, eerste lid, geldt de scoretabel die is opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot van 20% van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten. Het voorschot bedraagt de in de rapportage verantwoorde gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, vermenigvuldigd met het toegestane subsidiepercentage, bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -816,36 +793,29 @@ b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het SNN aangel
|
|||
|
||||
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtfwebportal.nl/.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.14
|
||||
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd overeenkomstig artikel 1.4, tweede lid.
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 13, 14 en 31 van de Algemene roepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.15
|
||||
|
||||
Deze titel en bijlage 1 vervallen met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 september 2025, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.2. JTF-Call 2022 voor grote Kennis- en valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *kennisontwikkelingsproject:* project dat zich richt op kennisontwikkeling, zijnde een onderzoeksproject of een andersoortig project waarin kennisontwikkeling centraal staat;
|
||||
– *kennisontwikkelingsproject:* project dat zich richt op kennisontwikkeling, zijnde een onderzoeksproject of een andersoortig project waarin kennisontwikkeling centraal staat.
|
||||
– *productieve investering:* een investering in vaste of immateriële activa die hoofdzakelijk wordt aangewend voor de productie van goederen die aan derden verkocht worden of in het eigen productieproces worden verbruikt.
|
||||
– *RIS3 2021–2027:* Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;
|
||||
– *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
|
||||
– *transities:* de transities zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;
|
||||
– *valorisatieproject:* innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.1 wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *productieve investering:* een investering in vaste of immateriële activa die hoofdzakelijk wordt aangewend voor de productie van goederen die aan derden verkocht worden of in het eigen productieproces worden verbruikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.2
|
||||
|
||||
Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend past binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.
|
||||
|
|
@ -864,17 +834,17 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 28.568.000.
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 17.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 23 januari 2023 tot en met 29 september 2023.
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 23 januari 2022 tot en met 31 mei 2023.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde startdatum en is tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur is ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl/.
|
||||
**3.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtfwebportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl/.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -954,7 +924,7 @@ b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het SNN aangel
|
|||
|
||||
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtfwebportal.nl/.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.14
|
||||
|
||||
|
|
@ -965,1840 +935,7 @@ b. de artikelen 25, 27, 28 en 29 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2.15
|
||||
|
||||
Deze titel en artikel 9.2.1.2 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.3. Steun aan lokale collectieve infrastructuur en utiliteiten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
− *collectieve infrastructuur:* gemeenschappelijke infrastructuur waar meerdere ondernemingen gebruik van kunnen maken;
|
||||
− *diversificatie:* de nieuwe activiteit is niet hetzelfde of vergelijkbaar met de activiteit die voordien in die vestiging werd uitgeoefend;
|
||||
− *lokale infrastructuur:* infrastructuur die op lokaal niveau bijdraagt tot het verbeteren van het ondernemingsklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis.
|
||||
− *oplaadinfrastructuur:* vaste of mobiele infrastructuur om wegvoertuigen van elektriciteit te voorzien;
|
||||
− *randvoorwaardelijke infrastructuur:* infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en groene bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
|
||||
− *TJTP:* Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
− *RIS3 2021–2027:* regionale innovatiestrategie 2021–2027, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;
|
||||
− *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen;
|
||||
− *specifieke infrastructuur:* infrastructuur die is aangelegd voor vooraf identificeerbare ondernemingen en op hun behoeften is toegesneden;
|
||||
− *transformatie:* fundamentele verandering in het productieproces gericht op omschakeling naar hernieuwbare grond- of brandstoffen of naar hernieuwbare energie;
|
||||
− *werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om spoor 2 van het TJTP uit te voeren ten aanzien van investeringen in randvoorwaardelijke infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Projecten dragen bij aan een kansrijke vestigingsomgeving voor circulaire en groene bedrijvigheid binnen de vier transities die zijn opgenomen in de RIS3 2021–2027:
|
||||
|
||||
a. van een lineaire naar een circulaire economie;
|
||||
b. van fossiele naar hernieuwbare energie;
|
||||
c. van zorg naar duurzame gezondheid;
|
||||
d. van analoog naar digitaal.
|
||||
|
||||
**3.** Projecten moeten betrekking hebben op randvoorwaardelijke infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen ten behoeve van het werkingsgebied.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor:
|
||||
|
||||
a. investeringen in collectieve infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen ten behoeve van diversificatie en transformatie van industrie naar 0-emissie, hernieuwbare energie en grondstoffen of circulaire grondstoffen; of
|
||||
b. proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur buiten industrieterreinen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor subsidie komen niet in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. gereguleerde infrastructuur;
|
||||
b. (rest)warmte-infrastructuur waar geen uitzicht is op volledig duurzame opwekking van warmte;
|
||||
c. opwekking, transport of opslag van fossiele energie;
|
||||
d. opwekking, transport of opslag van waterstof die niet geproduceerd is via waterelektrolyse op basis van hernieuwbare elektriciteit, of door middel van superkritische en thermische vergassing van biogeen afval of getorreficeerde biomassa;
|
||||
e. investeringen in opwekking van duurzame energie;
|
||||
f. specifieke infrastructuur;
|
||||
g. ondergrondse CO_2-opslag op land;
|
||||
h. investeringssteun voor publiek toegankelijke oplaad- of tankinfrastructuur voor emissiearme of emissievrije wegvoertuigen; en
|
||||
i. steun voor het distributienetwerkgedeelte van de energie-efficiënte stadsverwarmings- en stadskoelingsinstallatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 48.500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 3 april 2023 9.00 uur tot en met 30 april 2025 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na datum van de verleningsbeschikking zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000;
|
||||
c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
|
||||
d. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is; of
|
||||
e. de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.10
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het maximaal aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 40 punten;
|
||||
b. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 20 punten;
|
||||
c. voor de kwaliteit van het projectplan: 20 punten;
|
||||
d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt ingediend bij het SNN via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.13
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.4. Steun aan opleidingsinfrastructuur en flankerende campusactiviteiten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
− *campus:* een geografische concentratie of bundeling van bedrijven, onderwijs- of kennisinstellingen en instituten, waar gezamenlijke activiteiten ten aanzien van onderwijs, onderzoek en ontwikkeling centraal staat in de onderlinge relaties tussen de organisaties die in de campus deelnemen;
|
||||
− *campusorganisatie:* de rechtspersoon die de gezamenlijke activiteiten op de campus uitvoert of coördineert;
|
||||
− *TJTP:* Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
− *RIS3 2021–2027:* regionale innovatiestrategie 2021–2027, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;
|
||||
− *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
− *werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP uit te voeren ten aanzien van de arbeidsmarktontwikkelingen die nodig zijn voor de verschillende transities.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen spoor 3 voor het versterken van de opleidingsinfrastructuur en het toekomstbestendig maken van de beroepsbevolking.
|
||||
|
||||
**3.** Projecten dragen bij aan de ontwikkeling en totstandkoming van fysieke of niet-fysieke opleidingsinfrastructuur, met flankerende inhoudelijke (ecosysteem-) programma’s, die beantwoordt aan de behoefte aan technologie, benodigde kennis en benodigde vaardigheden bij de transities uit de RIS3 2021–2027, en waarin onderwijs- of kennisinstellingen en bedrijven doorlopend gezamenlijk kennis ontwikkelen, deze omzetten in onderwijsprogramma’s en deze flexibel inzetten voor huidige en toekomstige leden van de beroepsbevolking en het mkb.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die de fysieke of niet-fysieke opleidingsinfrastructuur versterken door:
|
||||
|
||||
a. de initiële opbouw of doorontwikkeling van campusorganisaties, als innovatie-ecosysteem gericht op organisatievermogen of programmatische ontwikkeling ten aanzien van om-, her- of bijscholing;
|
||||
b. de realisatie van fysieke onderwijs- locaties, met inbegrip van inrichting en machines, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een of meer van de activiteiten uit de onderdelen c tot en met e;
|
||||
c. de ontwikkeling van aanpakken waarin kennisontwikkeling, scholing, onderzoek dan wel toegepast onderzoek en leven lang ontwikkelen worden geïntegreerd, ten dienste worden gesteld aan bedrijven, werknemers of werkzoekenden of op een toegankelijke manier beschikbaar wordt gesteld voor inwoners uit de directe omgeving;
|
||||
d. de omzetting van ontwikkelde kennis, met inbegrip van sociale innovatie en strategisch personeelsbeleid, van bedrijven en kennisinstellingen in lesprogramma’s, curricula, doorlopende leerlijnen en een flexibel onderwijsaanbod ten behoeve van leven lang ontwikkelen; of
|
||||
e. een pakket aan modulaire scholingstrajecten dat kan worden ingezet voor bedrijven, werknemers of werkzoekenden.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten bestaan uit activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, aangevuld met activiteiten onder minimaal één van de onderdelen c tot en met e van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Investeringen in fysieke voorzieningen komen alleen voor subsidie in aanmerking wanneer deze plaatsvinden op een locatie gelegen in het werkingsgebied.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 45.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 februari 2026 9:00 uur tot en met 12 april 2026 17:00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000.000 per project.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.8
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:
|
||||
|
||||
a. worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;
|
||||
b. zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
|
||||
c. zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
|
||||
d. zijn gemaakt na 22 maart 2022;
|
||||
e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000;
|
||||
c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
|
||||
d. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
|
||||
e. de verklaring van aanvrager ontbreekt dat de projectactiviteiten niet uit reguliere geldstromen ten behoeve van het onderwijs kunnen worden gedekt; of
|
||||
f. de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.11
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 35 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;
|
||||
d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verlening van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt ingediend bij het SNN via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.14
|
||||
|
||||
**1.** Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 9.2.1.1 vervalt met ingang van 30 maart 2024.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid blijven deze titel en artikel 9.2.1.1 van toepassing op reeds ingediende aanvragen.
|
||||
|
||||
### Titel 2.5. Steun aan arbeidsmarkttransitie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 2.6. Steun aan financieringsinstrumenten voor start-up fondsen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 2.7. Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
− *RIS3 2021–2027:* Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;
|
||||
− *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
|
||||
− *samenwerkingsproject:* project dat wordt uitgevoerd door ten minste twee onafhankelijke projectpartners, die een aantoonbaar belang hebben bij het project;
|
||||
− *projectpartners:* samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het samenwerkingsproject en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Partijen die partnerondernemingen zijn of verbonden ondernemingen zijn, worden gezien als één projectpartner binnen een samenwerkingsproject;
|
||||
− *transities:* vier transities, zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;
|
||||
− *valorisatieproject:* innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.2
|
||||
|
||||
Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, past binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3 2021–2027, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatieproject aan:
|
||||
|
||||
a. een natuurlijke ondernemingsvorm;
|
||||
b. een rechtspersoon;
|
||||
c. een deelnemer in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.4
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van valorisatieprojecten binnen minimaal één van de vier transities.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 14.873.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 12.00 uur tot en met 30 april 2025 12.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
**3.** Voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de Minister van SZW een preadvies gevraagd.
|
||||
|
||||
**4.** Het preadvies geeft een advies over de mate waarin het project past binnen het doel van de subsidie.
|
||||
|
||||
**5.** Een aanvraag voor een preadvies kan worden ingediend van 1 juni 2023 12.00 uur tot en met 12 januari 2024 12.00 uur.
|
||||
|
||||
**6.** Aanvragers ontvangen uiterlijk vier weken na afloop van de periode, bedoeld in het vijfde lid, het preadvies.
|
||||
|
||||
**7.** Het preadvies wordt aangevraagd door middel van het aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.snn.nl/over-snn/strategie-programmas/efro-noord-nederland-2021–2027/projectvoorstel-valorisatie-2023.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt 25 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De subsidie wordt met 10 procentpunten verhoogd indien het project:
|
||||
|
||||
a. een samenwerkingsproject betreft, waarbij geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt; of
|
||||
b. een samenwerkingsproject betreft bestaande uit een onderneming en één of meer kennisinstellingen, waarbij deze kennisinstellingen ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie wordt nogmaals met 10 procentpunten verhoogd indien het project een samenwerkingsproject betreft tussen één of meer kennisinstellingen en minimaal twee ondernemingen die geen partnerondernemingen van elkaar of verbonden met elkaar zijn. Hierbij dienen de kennisinstellingen ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten te dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, en mag geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening nemen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de hoogte van het subsidiepercentage per aanvrager worden beperkt, indien de regels van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en de de-minimisverordening daartoe aanleiding bieden.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidie bedraagt minimaal € 350.000 per project.
|
||||
|
||||
**6.** De subsidie bedraagt maximaal € 800.000 per project en maximaal € 500.000 per projectpartner.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na indiening van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;
|
||||
b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of
|
||||
c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.10
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel als bedoeld in het eerste lid, maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten;
|
||||
b. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 25 punten;
|
||||
c. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
|
||||
d. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
|
||||
e. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 30 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verlening van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
|
||||
|
||||
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
|
||||
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden;
|
||||
|
||||
en;
|
||||
|
||||
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door de Minister van SZW aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften;
|
||||
c. een preadvies als bedoeld in artikel 2.7.6, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet, wordt afgewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.13
|
||||
|
||||
Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:
|
||||
|
||||
a. de de-minimisverordening; of
|
||||
b. de artikelen 25, 27, 28 en 29 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7.14
|
||||
|
||||
Deze titel en artikel 9.2.1.2 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.8. JTF-Call 2023 voor strategische, groene projecten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *kennisintensieve industriële waardecirkel:* samenhangende en vernieuwende industriële activiteiten die leiden tot een circulaire waardeketen gericht op het verminderen van het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen, door het behoud van de waarde van producten en afgedankte productonderdelen en materialen en de inzet van biobased grondstoffen;
|
||||
– *strategisch project:* een project of programma dat significant bijdraagt aan het versterken en vergroenen van het industrieel ecosysteem in de regio en aan de ontwikkeling van groene of circulaire waardeketens met als doel maatschappelijke én economische gevolgen van de transitie op te kunnen vangen;
|
||||
– *TJTP:* Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, opgenomen in de bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.2
|
||||
|
||||
Doel van subsidie op basis van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het TJTP. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een strategisch project en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een strategisch project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
|
||||
|
||||
a. strategische productieve investeringen, gericht op:
|
||||
|
||||
1°. het vestigen van een productiefaciliteit waarmee kansen worden benut voor realisatie van een strategische grondstofhub voor hernieuwbare koolstof in de JTF-regio;
|
||||
2°. de vestiging van als strategisch aan te merken ‘net zero’ maakindustriebedrijven, producenten van technologieën die belangrijk zijn voor het realiseren van de Europese klimaatdoelstellingen;
|
||||
b. een strategisch project gericht op het op- en uitbouwen van een kennisintensieve industriële waardecirkel met noordelijke impact.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor her-, om- of bijscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de uitvoering van het strategisch project en het gebruiken onderscheidenlijk bedienen van de investeringen in het project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 25.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** Indien in het subsidieplafond middelen uit EZK-cofinanciering zijn opgenomen, wordt een aanvraag onder deze titel eveneens beschouwd als een aanvraag voor EZK-cofinanciering op grond van Hoofdstuk 9.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 20 oktober 2023 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
**3.** Voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een preadvies gevraagd aan de deskundigencommissie.
|
||||
|
||||
**4.** Het preadvies geeft een advies over de mate waarin het project past binnen het doel van de subsidie.
|
||||
|
||||
**5.** Een aanvraag voor een preadvies kan worden ingediend vanaf 2 oktober 2023 9.00 uur tot en met 31 mei 2024 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**6.** Het preadvies wordt aangevraagd door middel van het format dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling hierop geldt dat de hoogte van het subsidiepercentage per aanvrager kan worden beperkt, indien de regels van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en de de-minimisverordening daartoe nopen.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie bedraagt minimaal € 7.500.000 per strategisch project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** De subsidie bedraagt maximaal € 15.000.000 per strategisch project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het vierde lid genoemde bedrag is exclusief kosten van her-, bij- en omscholing en kan worden opgehoogd met kosten van her-, bij- en omscholing als bedoeld in artikel 2.8.4, tweede lid, met een subsidiebedrag van maximaal € 1.000.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, komen kosten van investeringen alleen voor subsidie in aanmerking, voor zover deze:
|
||||
|
||||
a. worden geactiveerd op de balans;
|
||||
b. niet hoger zijn dan de taxatiewaarde; en
|
||||
c. niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.11 komen voor kosten van her, bij- en omscholing uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
|
||||
b. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 1.15, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft verkregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
|
||||
b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
|
||||
c. immateriële vaste activa als omschreven in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
d. zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers;
|
||||
e. kosten van investeringen waarvoor onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag;
|
||||
f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;
|
||||
b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins, obstakelvrij is;
|
||||
c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 48 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht;
|
||||
d. bij aanvragen als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel a, de subsidiabele kosten minder dan € 100.000.000 bedragen;
|
||||
e. bij aanvragen als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel b, de subsidiabele kosten minder dan € 20.000.000 bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.11
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel a, uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste en tweede lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 40 punten;
|
||||
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 15 punten;
|
||||
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 15 punten;
|
||||
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 15 punten;
|
||||
d. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
|
||||
e. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 10 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het derde lid kan voor een project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel b, een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
|
||||
|
||||
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
|
||||
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
|
||||
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming of van één of meer leden van het consortium heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.13
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier genoemde documenten als bijlagen;
|
||||
c. het preadvies van de deskundigencommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.14
|
||||
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8.15
|
||||
|
||||
Deze titel en artikel 9.2.1.4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.9. Steun aan arbeidsmarkttransitie 2.0
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen;
|
||||
– *TJTP:* Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen-Emmen, zoals bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP uit te voeren ten aanzien van de arbeidsmarktontwikkelingen die nodig zijn voor de verschillende transities.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP voor het toekomstbestendig maken van de beroepsbevolking.
|
||||
|
||||
**3.** Projecten dragen ertoe bij dat de aankomende en huidige beroepsbevolking beschikt over de juiste digitale, sociale en technische vaardigheden om de transformatie van de economie en de klimaattransitie mogelijk te maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die:
|
||||
|
||||
a. de beroepsbevolking en de potentiële beroepsbevolking stimuleren tot scholing, ontwikkeling van vaardigheden en een leven lang ontwikkelen;
|
||||
b. erop zijn gericht de leercultuur van de beroepsbevolking en bedrijven te stimuleren, met inbegrip van sociale innovatie en strategisch personeelsbeleid in het mkb;
|
||||
c. om-, na- of bijscholing van deelnemers;
|
||||
d. de startpositie van jongeren op de door transities veranderende arbeidsmarkt versterken;
|
||||
e. de positie van werkzoekenden op de door transities veranderende arbeidsmarkt versterken; of
|
||||
f. de uitstroom van opleidingen beter laten aansluiten op de vraag.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten zijn gericht op activiteiten of de ontwikkeling van activiteiten en arrangementen die bijdragen aan de ontwikkeling en loopbanen van de beroepsbevolking of de potentiële beroepsbevolking of aan de leercultuur binnen bedrijven.
|
||||
|
||||
**3.** Projecten worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten leiden voor deelnemers in het werkingsgebied tot het duurzaam behouden of verkrijgen van betaald werk dan wel het versterken van een duurzame arbeidspositie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 28.500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.6
|
||||
|
||||
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 9.00 uur tot en met 12 juni 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.8
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:
|
||||
|
||||
a. worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;
|
||||
b. zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
|
||||
c. zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
|
||||
d. zijn gemaakt na 22 maart 2022;
|
||||
e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 100.000;
|
||||
c. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
|
||||
d. de verklaring van aanvrager ontbreekt dat de projectactiviteiten niet uit reguliere geldstromen ten behoeve van het onderwijs kunnen worden gedekt; of
|
||||
e. de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.11
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 45 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
|
||||
c. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt ingediend bij het SNN via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.14
|
||||
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9.15
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.10. Energiearmoede JTF
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10.14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 2.11. Steun aan langdurig werkzoekenden
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *langdurig werkzoekende:* een persoon die valt onder de Participatiewet met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt, die niet in staat is op eigen kracht aan de arbeidsmarkt deel te nemen, niet zijnde leerlingen van scholen en opleidingen;
|
||||
– *loonwaarde:* de waarde, uitgedrukt in euro's, van de arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Voor de berekening van de loonwaarde wordt bepaald wat de actuele inzetbaarheid van de werknemer is ten opzichte van de normfunctie;
|
||||
– *professional:* een persoon met hbo werk- of denkniveau die binnen het project is aangesteld om een langdurig werkzoekende te begeleiden;
|
||||
– *RIS3 transities:* de transities, zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;
|
||||
– *RIS3 2021–2027:* Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;
|
||||
– *SOB:* sociaal ontwikkelbedrijf, een bedrijf dat langdurig werkzoekenden aan het werk helpt;
|
||||
– *sociaaleconomisch traject:* SOB's stellen in samenspraak met een of meerdere bedrijven een traject op om langdurig werkzoekenden in staat te stellen om op termijn deel te nemen aan de arbeidsmarkt;
|
||||
– *TJTP:* Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de openstelling op grond van deze titel is om sociaaleconomische trajecten uit te voeren die passen binnen de RIS3 transities.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP voor het toekomstbestendig maken van de beroepsbevolking en het versterken van menselijk kapitaal en maatschappelijk perspectief.
|
||||
|
||||
**3.** Trajecten waar langdurig werkzoekenden op worden ingezet moeten bijdragen aan minimaal één van de vier transities die zijn opgenomen in de RIS3 2021–2027.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Projecten hebben als doel dat de deelnemende langdurig werkzoekende gedurende een traject van maximaal achttien maanden een duurzame aansluiting kan vinden op de arbeidsmarkt ten einde:
|
||||
|
||||
a. de positie van de langdurig werkzoekenden te versterken op de arbeidsmarkt, zodat het risico dat zij definitief de aansluiting met de arbeidsmarkt verliezen wordt voorkomen of beperkt; en
|
||||
b. het ondersteunen en ontzorgen van werkgevers voor de invulling dan wel toekomstige invulling van vacatures door langdurig werkzoekenden uit het onbenut arbeidspotentieel in de vorm van het aanbieden van passende werkgelegenheid, aansluitend op de RIS3-transities.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een SOB;
|
||||
b. een samenwerkingsverband van SOB’s; of
|
||||
c. een gemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.4
|
||||
|
||||
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
|
||||
|
||||
a. het aanbieden van passende werkgelegenheid door publieke- en private partijen, die bijdraagt aan de arbeidsmarktpositie van langdurig werkzoekenden;
|
||||
b. het stimuleren en aanbieden van begeleiding en scholing en ontwikkeling van vaardigheden voor langdurig werkzoekenden, met daarbij in begrepen de kosten voor randvoorwaardelijke activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn;
|
||||
c. het begeleiden van langdurig werkzoekenden om te integreren in de bedrijfsomgeving indien zij een baan hebben gevonden;
|
||||
d. het begeleiden van de langdurig werkzoekende waardoor de arbeidsvaardigheden toenemen en de positie van de langdurig werkzoekenden op de door transitie veranderende arbeidsmarkt wordt versterkt; of
|
||||
e. loonwaardemeting uitgevoerd door een professional, als (eind)onderdeel van het traject passende werkgelegenheid binnen dit project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 15.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**3.** Aanvragen worden beoordeeld door de deskundigencommissie overeenkomstig artikel 1.21.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 1 november 2024 09.00 uur tot en met 30 april 2025 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. 50 procent van de in aanmerking komende subsidiabele kosten voor in dienst genomen langdurig werkzoekenden, bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel b; of
|
||||
b. 100 procent voor de loonkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden, bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel a, en overige kosten als bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel c.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
|
||||
|
||||
a. loonkosten inclusief overheadkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden;
|
||||
b. loonkosten van in dienst genomen langdurig werkzoekenden tegen maximaal het minimumloon voor een maximale termijn van 18 maanden; of
|
||||
c. overige kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor medewerkers die op basis van het minimumloon werken in afwijking van artikel 1.12, eerste lid, onderdeel a respectievelijk b:
|
||||
|
||||
a. het vaste uurtarief vastgesteld op € 20,90;
|
||||
b. het vaste percentage voor een voltijd dienstverband berekend over een maandtarief van € 2.892 per werknemer, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project werkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 1.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen bedoeld in het eerste of tweede lid verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied, tenzij de resultaten overwegend en aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied tijdens of na de te subsidiëren activiteiten;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 2.000.000 per project;
|
||||
c. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is; of
|
||||
d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 31 december 2028 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.11
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het maximaal aantal punten per onderdeel van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. voor criterium a maximaal 40 punten;
|
||||
b. voor criterium d maximaal 30 punten;
|
||||
c. voor criterium e maximaal 15 punten; en
|
||||
d. voor criterium f maximaal 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.13
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.14
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.26 is de subsidieontvanger verplicht:
|
||||
|
||||
a. de resultaten van de samenwerking met bedrijven in Noord-Nederland in overwegende mate ten goede te laten komen aan het werkingsgebied;
|
||||
b. een deelnemersadministratie te voeren op een door de Minister van SZW voorgeschreven wijze; en
|
||||
c. op basis van in de verleningsbeschikking aangewezen indicatoren te rapporteren.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.15
|
||||
|
||||
De subsidie, bedoeld in artikel 2.11.3, bevat geen staatssteun.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11.16
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.12. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering digitalisering en robotisering
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP:* territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *Operationeel programma JTF Groningen-Emmen:* prioriteit 1, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP en het Operationeel programma JTF Groningen-Emmen uit te voeren ten aanzien van een subsidie-instrument dat nodig is voor de digitale transitie en robotisering van de productieomgeving van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, leiden tot extra investeringen in digitalisering en robotisering door het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.4
|
||||
|
||||
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van digitalisering en robotisering van de productieomgeving van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 10.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 januari 2024 09.00 uur tot en met 16 februari 2024 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 55 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van het project is uiterlijk 1 januari 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 5.000.000;
|
||||
c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of
|
||||
d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 januari 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.10
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. voor criterium a maximaal 55 punten;
|
||||
b. voor criterium c maximaal 15 punten;
|
||||
c. voor criterium e maximaal 15 punten;
|
||||
d. voor criterium f maximaal 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
|
||||
|
||||
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
|
||||
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
|
||||
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de subsidieaanvrager heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.12
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.13
|
||||
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 18 en 29 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
|
||||
b. de de-minimisverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.13. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP:* territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *Operationeel programma JTF Groningen-Emmen:* prioriteit 3, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP en het Operationeel programma JTF Groningen-Emmen uit te voeren ten aanzien van een subsidie-instrument dat nodig is voor toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend leiden tot een toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.4
|
||||
|
||||
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van toekomstgericht strategisch personeelsbeleid van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 januari 2024 09.00 uur tot en met 16 februari 2024 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 55 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van het project is uiterlijk 1 januari 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 2.500.000;
|
||||
c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of
|
||||
d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 januari 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.10
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. voor criterium a maximaal 55 punten;
|
||||
b. voor criterium c maximaal 15 punten;
|
||||
c. voor criterium e maximaal 15 punten;
|
||||
d. voor criterium f maximaal 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
|
||||
|
||||
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
|
||||
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
|
||||
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de subsidieaanvrager heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.12
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.13
|
||||
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 18, 29 en 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
|
||||
b. de de-minimisverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.14. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het midden- en kleinbedrijf
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP:* territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *Operationeel programma JTF Groningen-Emmen:* prioriteit 1, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP en het Operationeel programma JTF Groningen-Emmen uit te voeren ten aanzien van een subsidie-instrument dat nodig is voor bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, leiden tot extra investeringen in onderzoek en ontwikkeling door het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.4
|
||||
|
||||
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 6.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 6 januari 2025 09.00 uur tot en met 31 maart 2025 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 6.000.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van het project is uiterlijk 1 juli 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 3.000.000;
|
||||
c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of
|
||||
d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 juli 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.10
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het maximale aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. voor criterium a maximaal 55 punten;
|
||||
b. voor criterium c maximaal 15 punten;
|
||||
c. voor criterium e maximaal 15 punten;
|
||||
d. voor criterium f maximaal 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31, bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.13
|
||||
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 18 en 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.15. Pilotprogramma Praktisch Perspectief
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *economische activiteit:* economische activiteiten zijn alle activiteiten die gericht zijn op het aanbieden van goederen of diensten op een markt. Ze worden uitgevoerd door ondernemingen, organisaties of individuen met als doel winst te genereren. Voorbeelden van economische activiteiten zijn handel, productie, dienstverlening en commerciële exploitatie;
|
||||
– *initieel onderwijs:* initieel onderwijs is de eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan van personen in het voltijdonderwijs voordat zij de arbeidsmarkt betreden;
|
||||
– *niet economische activiteit:* niet-economische activiteiten zijn activiteiten die geen marktgericht karakter hebben en waarbij geen winstoogmerk is. Ze worden doorgaans uitgevoerd door overheden, non-profitorganisaties of onderwijsinstellingen en zijn gericht op het algemeen belang, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale ondersteuning, en culturele of sportieve initiatieven;
|
||||
– *post-initieel onderwijs:* onderwijs dat iemand volgt na zijn eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan in het voltijdonderwijs gegeven door met publieke middelen gefinancierde onderwijsinstellingen;
|
||||
– *primaire werkingsgebied:* de provincie Groningen en de gemeente Emmen;
|
||||
– *programmatische aanpak:* een tijdelijke manier van samenwerken aan een complexe opgave bestaande uit verschillende, maar samenhangende te verwezenlijken doelen, die een organisatie of een samenwerkingsverband in staat stelt bepaalde baten (effecten van veranderingen) tot stand te brengen. Daarbij staan de activiteiten niet bij voorbaat vast voor de gehele looptijd, deze kunnen wijzigen naargelang het bereiken van het doel dat verlangt;
|
||||
– *regionaal bedrijfsleven:* ondernemingen die gevestigd zijn in het primaire werkingsgebied;
|
||||
– *RIS3 2021–2027:* regionale innovatiestrategie 2021–2027 voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;
|
||||
– *roc:* regionaal opleidingscentrum, een samenwerkingsverband van onderwijsinstituten in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie in Nederland;
|
||||
– *start van de werkzaamheden:* start van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, onder 23, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
– *studenten:* natuurlijke personen die initieel onderwijs genieten aan een roc;
|
||||
– *TJTP:* Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, bedoeld in de bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de openstelling op grond van deze titel is om roc's middels een programmatische aanpak in een samenwerkingsverband aan innovatieve en toekomstbestendige manieren te laten werken om te voorzien in de vraag naar praktisch geschoolden door het regionaal bedrijfsleven op basis van het TJTP alsook de RIS3-transities. Daarbij ligt het zwaartepunt op het geheel van instroom, opleiding en uitstroom van studenten in het primaire werkingsgebied voor de technische sectoren en sectoren gelieerd aan de RIS3-transities waarbij omgang met techniek onderdeel is of mogelijkerwijs moet vormen van het opleidingscurriculum.
|
||||
|
||||
**2.** Plannen waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP met een focus op het bijdragen aan het leveren van ondersteuning van werkgelegenheid bij jongeren en de sociaaleconomische integratie van jongeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. roc's; of
|
||||
b. samenwerkingsverbanden hoofdzakelijk bestaande uit roc's.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een programmatische aanpak, waarbij activiteiten worden uitgevoerd ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. het op innovatieve wijze bevorderen van de instroom van studenten bij of tussen roc's, mede gericht op het voorkomen van uitval van studenten;
|
||||
b. ontwikkeling, vormgeving, en implementatie van (modulaire) curricula;
|
||||
c. het bevorderen van de samenwerking tussen het regionaal bedrijfsleven en roc's wat betreft de (toekomstige) vraaggestuurde opvulling van vacatures en doorstroommogelijkheden binnen en buiten het bedrijfsleven in het primaire werkingsgebied;
|
||||
d. ondersteuning met betrekking tot verdere loopbaanontwikkeling binnen het regionaal bedrijfsleven of richting postinitieel onderwijs;
|
||||
e. het behouden en uitbouwen van samenwerkingsverbanden van roc's om aan de vraag naar praktisch geschoolde personen te kunnen voldoen;
|
||||
f. verspreiding van opgedane kennis met de uitvoering van het project binnen en buiten het primaire werkingsgebied.
|
||||
|
||||
**2.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden verricht ten behoeve van de uitdagingen in het primaire werkingsgebied.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 10.500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 14 april 2025 vanaf 9.00 uur tot en met 16 mei 2025 vóór 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien er sprake is van economische activiteiten binnen de subsidieaanvraag, wordt het maximaal toegestane subsidiepercentage bepaald op basis van de staatssteunregels.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.8
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:
|
||||
|
||||
a. worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;
|
||||
b. zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
|
||||
c. zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
|
||||
d. zijn gemaakt na 22 maart 2022;
|
||||
e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van het project is binnen 48 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid, echter uiterlijk vóór 30 september 2029.
|
||||
|
||||
**3.** Het vaststellingsverzoek van het project dient uiterlijk op 31 december 2029 te zijn ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen, bedoeld in het eerste lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in het betrekken van het regionale bedrijfsleven bij de uitvoering van het plan;
|
||||
b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins, obstakelvrij is;
|
||||
c. de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 5.000.000 bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.11
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, eerste lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 45 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
|
||||
c. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 1.500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 100 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.13
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.14
|
||||
|
||||
De subsidie kan staatssteun bevatten en kan gerechtvaardigd worden door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15.15
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.16. Een nieuwe, groene economie met marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen:* activiteiten gericht op her-, om-, en bijscholing die samenhangen met het marktgedreven onderzoeks- en investeringsproject en een duidelijke toegevoegde waarde bieden;
|
||||
– *marktgedreven:* een actieve rol van private bedrijven als projectpartner, waarbij minimaal 20 procent van de totale subsidiabele projectkosten door private bedrijven gedragen wordt;
|
||||
– *milieu-investering:* een investering in activa, technologieën, processen of infrastructuur die gericht is op het voorkomen, beperken of herstellen van milieuschade, het verbeteren van de energie- of hulpbronnenefficiëntie, het bevorderen van hernieuwbare energie, de circulaire economie, of het realiseren van een transitie naar een koolstofarme en milieuvriendelijke economie;
|
||||
– *onderzoeksproject:* een systematisch, gestructureerd en afgebakend proces, waarbij onderzoek wordt uitgevoerd om nieuwe kennis, producten of productieprocessen te ontwikkelen, of bestaande producten of productieprocessen aanmerkelijk te verbeteren;
|
||||
– *productieve investering:* een investering in vaste of immateriële activa die hoofdzakelijk wordt aangewend voor de productie van goederen die aan derden verkocht worden of in het eigen productieproces worden verbruikt;
|
||||
– *TJTP Groningen-Emmen:* het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van subsidie op grond van deze titel is om uitvoering te geven aan Spoor 1 en 2 van het TJTP Groningen-Emmen door het ondersteunen van marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten of combinaties van deze activiteiten, die langs de lijnen van de RIS3 2021–2027 zorgen voor een nieuw, economisch, groen perspectief.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen uit het programma JTF 2021–2027 en dragen hoofdzakelijk bij aan een nieuw economisch perspectief voor de regio of een groen perspectief voor de regio.
|
||||
|
||||
**3.** Marktgedreven investeringsprojecten binnen Spoor 1 richten zich op het vernieuwen van de regionale economie langs de lijnen van de RIS3.
|
||||
|
||||
**4.** Marktgedreven onderzoeksprojecten binnen Spoor 1 richten zich op de versterking van het kennis- en innovatiesysteem in de regio. Versterking van de kennisinfrastructuur wordt gezien als de basis van de economie door de bestaande samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven te versterken voor nieuwe innovatietrajecten, voor zover deze marktgedreven zijn. Er is speciale aandacht binnen deze lijn voor de samenwerking met het mkb en het mkb onderling.
|
||||
|
||||
**5.** Marktgedreven investeringsprojecten binnen Spoor 2 zien op het stimuleren van transformatie van de industrie richting groene productieprocessen.
|
||||
|
||||
**6.** Marktgedreven onderzoeksprojecten binnen Spoor 2 richten zich specifiek op het vergroten van kennis en innovatiekracht om de transitie naar nieuwe vormen van energie en duurzame grondstoffen naar nieuwe (circulaire) waardeketens te versnellen, en op de vervaardiging van nieuwe functies en de inzet van digitale en systeemgerichte toepassingen ter ondersteuning daarvan.
|
||||
|
||||
**7.** Om de transformatie naar een nieuwe, groene economie mogelijk te maken, is het van groot belang dat de aankomende en huidige beroepsbevolking over de juiste vaardigheden beschikt. Het is mogelijk om binnen marktgedreven investerings- en onderzoeksprojecten die vallen onder Spoor 1 of 2, flankerende onderwijs- en of arbeidsmarktmaatregelen in te brengen, voor zover die een duidelijke toegevoegde waarde bieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijk persoon ingeschreven in het handelsregister;
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.4
|
||||
|
||||
**1.** Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten die passen binnen Spoor 1, een nieuw economisch perspectief, of Spoor 2, een groen perspectief van het TJTP Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvullend kan op basis van deze titel subsidie worden verstrekt voor direct met het project samenhangende flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen, voor zover deze niet als hoofddoel van het project aan te merken zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De projecten en activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, dienen in belangrijke mate te worden verricht ten behoeve van het primaire werkingsgebied de provincie Groningen of de gemeente Emmen, met dien verstande dat de onderwijs- en arbeidsmarktregio in Noord-Nederland (overige gemeenten in de provincie Drenthe en de provincie Fryslân) nauw met elkaar is verbonden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Subsidiabele activiteiten binnen marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten omvatten één of meerdere van de onderstaande activiteiten, gekoppeld aan het TJTP Groningen-Emmen:
|
||||
|
||||
a. productieve investeringen;
|
||||
b. onderzoeks- en innovatietrajecten;
|
||||
c. investeringen in digitalisering of robotisering;
|
||||
d. investeringen in het gebruik van technologie of in systemen en infrastructuur gericht op betaalbare schone energie, waaronder ook verstaan investeringen in technologieën voor energieopslag en investeringen in technologieën ter vermindering van broeikasgasemissies;
|
||||
f. investeringen in het bevorderen van een circulaire economie, waaronder het voorkomen en verminderen van afval, efficiënt gebruik van hulpbronnen, hergebruik, herstel en recycling;
|
||||
g. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven, niet zijnde via financieringsinstrumenten, inclusief de realisatie van ‘demonstrators at scale’ voor eerste commerciële toepassingen van innovatieve technologie in de proces- en maakindustrie;
|
||||
h. flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen bestaande uit her-, om- of bijscholingstrajecten.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De subsidiabele activiteiten, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met h, sluiten aan bij een of meerdere beoogde concrete acties, benoemd in het TJTP Groningen-Emmen, of sluiten aan bij de doelstellingen onder Sporen 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen:
|
||||
|
||||
a. digitalisering en robotisering in relatie tot de RIS3-transities;
|
||||
b. nieuwe technologie in clusters en individuele bedrijven in en rondom de proces- en maakindustrie;
|
||||
c. realisatie van ‘demonstrators at scale’ voor eerste commerciële toepassingen van innovatieve technologie in de proces- en maakindustrie;
|
||||
d. (door)ontwikkeling van marktgedreven innovaties waar bedrijven en kennisinstellingen kennis delen en overdragen om tot innovatie te komen;
|
||||
e. het uitvoeren van systeemstudies gericht op het in kaart brengen van kansrijke modaliteiten in de energie-infrastructuur;
|
||||
f. haalbaarheids- of engineerstudies voor de ombouw van bestaande industrie of realisatie van nieuwe waardeketens;
|
||||
g. productie van hernieuwbare energie;
|
||||
h. versneld terugdringen van gebruik fossiele brandstoffen als energiebron bij het mkb en groot bedrijf;
|
||||
i. investeringen van bedrijven in productie van duurzame energiedragers, met name hernieuwbare gassen als grondstof voor de industrie en duurzame biobrandstoffen, uitgezonderd biobrandstoffen waar al een bijmengverplichting van kracht is;
|
||||
j. projecten gericht op de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof, circulariteit, CCU en CCS en daarmee ook de aanpassing van hun productieprocessen;
|
||||
k. acties gericht op de implementatie van de toepassing van nieuwe grondstoffen en daarmee samenhangende businessmodellen;
|
||||
l. demonstratieprojecten gericht op het realiseren van toegang tot hernieuwbare energie;
|
||||
m. her- om- en bijscholing van werknemers en toekomstig personeel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 50.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 14 juli 2025 vanaf 9.00 uur tot en met 12 juni 2026 vóór 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.7
|
||||
|
||||
**1.** Voor projecten binnen Spoor 1 of 2 bedraagt de totale samengestelde maximale subsidie € 10.000.000 voor marktgedreven onderzoeksactiviteiten en investeringen, bedoeld in het tweede en derde lid. In afwijking van het voorgaande kan de totale te verlenen subsidie € 11.000.000 bedragen, indien additionele flankerende onderwijs- en arbeidsmarktmaatregelen worden ingebracht als bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Voor onderzoeksactiviteiten binnen projecten bedraagt de subsidie maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten, waarbij het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor deze activiteiten € 4.000.000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.** Voor investeringen binnen projecten bedraagt de subsidie maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten, waarbij het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor deze activiteiten maximaal € 10.000.000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** Voor flankerende onderwijs- en arbeidsmarktmaatregelen als onderdeel van projecten binnen Spoor 1 of 2 kan een aanvullende subsidie aangevraagd worden voor maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten en met een maximale omvang van 10 procent van de totaal te verlenen subsidie op basis van de combinatie van de subsidies op grond van het tweede en derde lid, waarbij de aanvullende subsidie maximaal € 1.000.000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste, tweede en derde lid wordt de totaal te verlenen subsidie naar beneden bijgesteld, indien de AGVV hiertoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde onderzoeks- of investeringsprojecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening bij onderzoeksprojecten en binnen zes maanden na de subsidieverlening voor investeringsprojecten.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, kan de subsidie verleend worden onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na de subsidieverlening zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is uiterlijk op 29 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Het vaststellingsverzoek van het project dient uiterlijk binnen vier weken na 29 juni 2029 te zijn ingediend.
|
||||
|
||||
**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. het project inhoudelijk niet aansluit bij de doelstellingen van Spoor 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen;
|
||||
b. het project niet als marktgedreven valt aan te merken, conform de begripsdefinitie in deze titel;
|
||||
c. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins obstakelvrij is;
|
||||
d. het aangevraagde project de vorm van een financieringsinstrument heeft;
|
||||
e. de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 1.000.000,- bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.10
|
||||
|
||||
**1.** Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de criteria, bedoeld in het artikel 1.20.
|
||||
|
||||
**2.** De toelichting op de gehanteerde criteria verschilt tussen projecten gericht op Spoor 1, een nieuw economisch perspectief, en Spoor 2, een groen economisch perspectief.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de kwalificatie als Spoor 1 of 2 project wordt gekeken naar de doelstelling van het project in combinatie met de te leveren bijdrage aan de programma-indicatoren.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor projecten die vallen onder Spoor 1 en 2 van het TJTP Groningen-Emmen, worden de onderstaande criteria en weging gehanteerd:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten;
|
||||
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 0 punten;
|
||||
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 20 punten;
|
||||
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
|
||||
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
|
||||
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 10 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, kan op gemotiveerd verzoek van de aanvrager een voorschot worden verleend tot maximaal 40 procent van de verleende subsidie, mits:
|
||||
|
||||
a. de aanvraag voldoende is gemotiveerd; en
|
||||
b. de intermediaire instantie de risicoanalyse op uitbetaling van het voorschot positief heeft afgerond.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het derde lid, kan voor een project een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
|
||||
|
||||
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
|
||||
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
|
||||
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming of van één of meer leden van het consortium heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.12
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.13
|
||||
|
||||
De subsidie kan staatssteun bevatten en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.17. Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027 2.0
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *kennisinstelling:*
|
||||
|
||||
a. een instelling voor hoger onderwijs, genoemd in de onderdelen a, b, g of h van de bijlage, behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van de bijlage behorende bij die wet en de Nyenrode Business Universiteit;
|
||||
b. een andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;
|
||||
c. een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:
|
||||
|
||||
1°. openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis, gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel a;
|
||||
2°. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
|
||||
d. een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld in de onderdelen a, b of c direct of indirect:
|
||||
|
||||
1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft;
|
||||
2°. volledig aansprakelijk vennoot is; of
|
||||
3°. overwegende zeggenschap heeft;
|
||||
e. een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in de onderdelen a tot en met d;
|
||||
f. een andere onderwijsinstelling, zoals een instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.3.1, 1.3.2 of 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of proeftuin uit het overzicht op de website van SNN (https://www.snn.nl/kennisbank/overzicht-proeftuinen-noord-nederland-0), als plekken waar kennis, kunde en faciliteiten ontsloten kunnen worden ten behoeve van het project;
|
||||
– *projectpartners:* samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het samenwerkingsproject en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Partijen die partnerondernemingen zijn of verbonden ondernemingen zijn, worden gezien als één projectpartner binnen een samenwerkingsproject;
|
||||
– *RIS3 2021–2027:* Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;
|
||||
– *samenwerkingsproject:* project dat wordt uitgevoerd door minimaal twee onafhankelijke projectpartners, die een aantoonbaar belang hebben bij het project, waarbij contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten overeenkomstig artikel 2, onderdeel 90, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening niet worden beschouwd als vormen van samenwerking;
|
||||
– *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
|
||||
– *TJTP:* territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *transities:* vier transities zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;
|
||||
– *valorisatieproject:* innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.2
|
||||
|
||||
Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend moeten passen binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3 2021–2027, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatieproject aan:
|
||||
|
||||
a. een natuurlijke ondernemingsvorm;
|
||||
b. een rechtspersoon;
|
||||
c. een deelnemer in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.4
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van valorisatieprojecten binnen minimaal één van de vier transities.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 6.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 oktober 2025 12.00 uur tot en met 16 april 2026 12.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
**3.** Voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een preadvies gevraagd.
|
||||
|
||||
**4.** Het preadvies geeft een advies over de mate waarin het project past binnen het doel van de subsidie.
|
||||
|
||||
**5.** Een aanvraag voor een preadvies kan worden ingediend tot uiterlijk 4 weken voordat de projectaanvraag wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**6.** Een aanvraag voor een preadvies die wordt ingediend buiten de periode, bedoeld in het vijfde lid, wordt niet in behandeling genomen.
|
||||
|
||||
**7.** Aanvragers ontvangen uiterlijk vier weken na afloop van de periode, bedoeld in het vijfde lid, het preadvies.
|
||||
|
||||
**8.** Het preadvies wordt aangevraagd door middel van het aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.snn.nl/over-snn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt 35 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De subsidie wordt met 10 procentpunten verhoogd indien het project:
|
||||
|
||||
a. een samenwerkingsproject betreft, waarbij geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt; of
|
||||
b. een samenwerkingsproject betreft bestaande uit een onderneming of één of meer kennisinstelling(en), waarbij de activiteiten van deze kennisinstelling(en) ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, en waarbij een kennisinstelling ook door middel van inhuur betrokken kan zijn bij de samenwerking.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie wordt nogmaals met 5 procentpunten verhoogd indien het project een samenwerkingsproject betreft tussen één of meer kennisinstelling(en) én een of meerdere ondernemingen die geen partnerondernemingen van elkaar of verbonden met elkaar zijn. Hierbij dienen de activiteiten van de kennisinstelling(en) ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten te dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, én mag geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening nemen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de hoogte van het subsidiepercentage per aanvrager worden beperkt, indien de regels van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en de de-minimisverordening daartoe aanleiding bieden.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidie bedraagt minimaal € 350.000 per project.
|
||||
|
||||
**6.** De subsidie bedraagt maximaal € 1.000.000 per project en maximaal € 625.000 per projectpartner.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na indiening van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:
|
||||
|
||||
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;
|
||||
b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of
|
||||
c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.10
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel, genoemd in het eerste lid, maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten;
|
||||
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 20 punten;
|
||||
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
|
||||
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
|
||||
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 30 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verlening van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
|
||||
|
||||
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden binnen afzienbare termijn kan worden afgerond;
|
||||
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
|
||||
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door de Minister van SZW aangeleverde vaste formats moeten worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften;
|
||||
c. een preadvies als bedoeld in artikel 2.17.6, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.13
|
||||
|
||||
Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:
|
||||
|
||||
a. de de-minimisverordening; of
|
||||
b. de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
|
||||
|
||||
|
|
@ -2828,7 +965,7 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 44.304.516.
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 14.062.500,00.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2842,13 +979,13 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen
|
|||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie kent een maximum van € 4.000.000 per aanvraag.
|
||||
**2.** De subsidie kent een maximum van € 2.000.000 per aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.8
|
||||
|
||||
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2026 uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -2867,7 +1004,7 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1.10
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag, vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de verleende subsidie.
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag, waaruit de liquiditeitsnoodzaak is af te leiden, vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 10 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2877,177 +1014,8 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1.11
|
||||
|
||||
Deze titel, bijlage 2 en artikel 9.2.2.1 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen
|
||||
|
||||
### Titel 3.3. Scholingsvouchers
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *opleidingsinstituut:* erkende onderwijsinstelling, bedrijfsschool of private opleider als bedoeld in artikel 3.3.3;
|
||||
- *EQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Europa zijn ingeschaald in het Europese kwalificatieraamwerk;
|
||||
- *NLQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Nederland zijn ingeschaald in het Nederlandse kwalificatieraamwerk en de Europese equivalent;
|
||||
- *NRTO:* Nederlandse Raad voor Training en Opleiding, overkoepelende brancheorganisatie voor alle particuliere trainings- en opleidingsbureaus in Nederland;
|
||||
- *scholingstraject:* het opleiden van een natuurlijk persoon voor een baan die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie;
|
||||
- *voorschakeltraject:* het door een opleider begeleiden van een traject waarin een natuurlijk persoon leert wat de sector doet en door de begeleiding de bewuste keuze kan maken voor een baan die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie;
|
||||
- *scholingsvoucher:* een op grond van artikel 3.3.3 door een opleidingsinstituut afgegeven document ten behoeve van het volgen van een scholings- of een voorschakeltraject.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.2
|
||||
|
||||
Doel van de scholingsvouchers is het bevorderen van een voldoende, goed opgeleide, gemotiveerde en beschikbare beroepsbevolking. De scholingsvouchers dragen bij aan de transitieopgaven in de regio en vangen de wijzigingen en het verdwijnen van vacatures als gevolg van de transitieopgave op.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie ten behoeve van een of meer scholingsvouchers aan een opleidingsinstituut dat:
|
||||
|
||||
a. erkend is door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap;
|
||||
b. erkend is door de NRTO;
|
||||
c. erkend is door de betreffende branche of sector;
|
||||
d. opgenomen is in het NLQF- of EQF-register; of
|
||||
e. een bedrijfsschool is, gelieerd aan of formeel geaccrediteerd voor een in Nederland erkende opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een scholingsvoucher kan worden ingezet voor de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. een scholingstraject; of
|
||||
b. een voorschakeltraject.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten exclusief btw, met een maximum subsidiebedrag van € 1.250 per scholingsvoucher.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie bedraagt ten minste € 50.000 en ten hoogste € 100.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.5
|
||||
|
||||
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de verleningsbeschikking is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Een scholingsvoucher kan door de aanvrager worden uitgegeven tot en met 31 december 2026.
|
||||
|
||||
**3.** De activiteiten van een project zijn uiterlijk 31 december 2027 door de aanvrager uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.6
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond voor deze titel bedraagt € 500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.7
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 9.00 uur tot en met 31 december 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.8
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie wordt verleend op basis van een door de subsidieaanvrager ingediende ontwerpbegroting als bedoeld in artikel 53, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de GB-verordening.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 1.11 zijn de in de ontwerpbegroting op te nemen subsidiabele kosten waarvoor de scholingsvoucher kan worden ingezet de opleidingskosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, van de natuurlijk persoon.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet in aanmerking als subsidiabele kosten:
|
||||
|
||||
a. reis- en verblijfskosten;
|
||||
b. kosten voor voedsel en drank; en
|
||||
c. kosten voor opleidingen van natuurlijke personen die ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet hebben bereikt, en:
|
||||
|
||||
1°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
|
||||
2°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.9
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
|
||||
c. voor de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 20 punten;
|
||||
d. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 30 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.10
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op artikel 1.31, vijfde lid, bevat de aanvraag voor een voorschot bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.11
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 1.32, vijfde en zesde lid, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.12
|
||||
|
||||
Een scholingsvoucher bevat staatsteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.13
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 3.4. Steun aan financieringsinstrumenten voor een Sociaal Impact Fonds
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
|
||||
|
||||
### Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
|
||||
|
|
@ -3082,7 +1050,7 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur tot en met 31 mei 2025 17.00 uur.
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://start.jtf-webportal.nl/.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3096,7 +1064,7 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen
|
|||
|
||||
**1.** De projectactiviteiten in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2026 uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -3115,7 +1083,7 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1.10
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidiabele projectkosten.
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag, waaruit de liquiditeitsnoodzaak is af te leiden, een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 10 procent van de subsidiabele projectkosten.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3159,7 +1127,7 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur tot en met 31 mei 2025 17.00 uur.
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://start.jtf-webportal.nl/.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3173,7 +1141,7 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen
|
|||
|
||||
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2026 uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -3188,7 +1156,7 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2.10
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidie.
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag, waaruit de liquiditeitsnoodzaak is af te leiden, een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 10 procent van de subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3198,1679 +1166,14 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2.11
|
||||
|
||||
Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 4.3. Scholingsvouchers
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *opleidingsinstituut:* erkende onderwijsinstelling, bedrijfsschool of private opleider als bedoeld in artikel 4.3.3;
|
||||
- *EQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Europa zijn ingeschaald in het Europese kwalificatieraamwerk;
|
||||
- *NLQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Nederland zijn ingeschaald in het Nederlandse kwalificatieraamwerk en de Europese equivalent;
|
||||
- *NRTO:* Nederlandse Raad voor Training en Opleiding, overkoepelende brancheorganisatie voor alle particuliere trainings- en opleidingsbureaus in Nederland;
|
||||
- *scholingstraject:* het opleiden van een natuurlijk persoon voor een baan in de energietransitie of werken in de haven;
|
||||
- *voorschakeltraject:* het door een opleider begeleiden van een traject waarin een natuurlijk persoon leert wat de sector doet en door de begeleiding de bewuste keuze kan maken voor een baan in de energietransitie of werken in de haven;
|
||||
- *scholingsvoucher:* een op grond van artikel 4.3.3 door een opleidingsinstituut afgegeven document ten behoeve van het volgen van een scholings- of een voorschakeltraject.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.2
|
||||
|
||||
Doel van de scholingsvouchers is het bevorderen van een voldoende, goed opgeleide, gemotiveerde en beschikbare beroepsbevolking. De scholingsvouchers dragen bij aan de transitieopgaven in de regio en vangen de wijzigingen en het verdwijnen van vacatures als gevolg van de transitieopgave op.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie ten behoeve van een of meer scholingsvouchers aan een opleidingsinstituut dat:
|
||||
|
||||
a. erkend is door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap;
|
||||
b. erkend is door de NRTO;
|
||||
c. erkend is door de betreffende branche of sector;
|
||||
d. opgenomen is in het NLQF- of EQF-register; of
|
||||
e. een bedrijfsschool is, gelieerd aan of formeel geaccrediteerd voor een in Nederland erkende opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een scholingsvoucher kan worden ingezet voor de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. een scholingstraject; of
|
||||
b. een voorschakeltraject.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten exclusief btw, met een maximum subsidiebedrag van € 1.250 per scholingsvoucher.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie bedraagt ten minste € 50.000 en ten hoogste € 100.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.5
|
||||
|
||||
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de verleningsbeschikking is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Een scholingsvoucher kan door de aanvrager worden uitgegeven tot en met 31 december 2027.
|
||||
|
||||
**3.** De activiteiten van een project zijn uiterlijk 31 december 2029 door de aanvrager uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.6
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond voor deze titel bedraagt € 600.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.7
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 9.00 uur tot en met 31 december 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.8
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie wordt verleend op basis van een door de subsidieaanvrager ingediende ontwerpbegroting als bedoeld in artikel 53, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de GB-verordening.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 1.11 zijn de in de ontwerpbegroting op te nemen subsidiabele kosten waarvoor de scholingsvoucher kan worden ingezet de opleidingskosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, van de natuurlijk persoon.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet in aanmerking als subsidiabele kosten:
|
||||
|
||||
a. reis- en verblijfskosten;
|
||||
b. kosten voor voedsel en drank; en
|
||||
c. kosten voor opleidingen van natuurlijke personen die ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet hebben bereikt en:
|
||||
|
||||
1°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
|
||||
2°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.9
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel van het eerste lid maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
|
||||
c. voor de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 20 punten;
|
||||
d. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 30 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.10
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op artikel 1.31, vijfde lid, bevat de aanvraag voor een voorschot bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.11
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 1.32, vijfde en zesde lid, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.12
|
||||
|
||||
Een scholingsvoucher bevat staatsteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.13
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 4.4. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
|
||||
## Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West Noord-Brabant
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *elektrificatie:* overgang van fossiele brandstoffen of energie naar elektriciteit of hernieuwbare energie;
|
||||
– * TJTP Groot-Rijnmond:* het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening, met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond;
|
||||
– *walstroom:* infrastructuur aan de kade om schepen stationair op elektriciteit te laten draaien;
|
||||
– *waterstof:* waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.2
|
||||
|
||||
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een rechtspersoon of samenwerkingsverband voor een project dat:
|
||||
|
||||
a. past binnen één van de in bijlage 5 opgenomen beschrijvingen;
|
||||
b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en
|
||||
c. past binnen de kaders van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de prioritaire as 3, Spoor 1 – het vernieuwen en versterken regionale economie met duurzame industriële ketens of Spoor 2 – het versnellen van transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie industriële ketens, van het Programma JTF 2021–2027; en:
|
||||
|
||||
1°. een focus hebben op elektrificatie van de industrie en/of industriële processen; of
|
||||
2°. een focus hebben op (de toepassing van) groene waterstof in de industrie of de energievoorziening.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid komen investeringen in walstroom niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 4.650.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 april 2024 9.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://start.jtf-webportal.nl/.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.500.000 per project.
|
||||
|
||||
**3.** De projectkosten bedragen ten minste € 200.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.8
|
||||
|
||||
**1.** De projectactiviteiten in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 door de aanvrager uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.9
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project beoordeeld op alle onderdelen van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. sociaal-economische integraliteit: 15 punten;
|
||||
c. technische en sociale innovatiegehalte: 15 punten;
|
||||
d. economisch of financieel toekomstperspectief: 15 punten;
|
||||
e. kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.10
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidiabele projectkosten.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.11
|
||||
|
||||
Deze titel en bijlage 5 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 4.5. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP Rijnmond:* het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening, met betrekking tot de regio Groot-Rijnmond.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.2
|
||||
|
||||
Een project in het kader van deze titel heeft tot doel het bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende juist opgeleide en gemotiveerde weerbare beroepsbevolking voor de opgaven, bij een toenemend vacature-overschot en het verdwijnen of wijzigen van bestaande functies door de transitieopgave.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een rechtspersoon of samenwerkingsverband voor een project dat:
|
||||
|
||||
a. past binnen één van de in bijlage 4 opgenomen beschrijvingen;
|
||||
b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en
|
||||
c. past binnen de kaders van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.4
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de Spoor 3 van prioritaire as 3 uit het Programma JTF 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 14.947.070.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 april 2024 9.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://start.jtf-webportal.nl/.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 2.000.000 per project.
|
||||
|
||||
**3.** De projectkosten bedragen ten minste € 200.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.8
|
||||
|
||||
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 door de aanvrager uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.9
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een aanvraag beoordeeld op onderdelen a, b, c, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. sociaal-economische integraliteit: 30 punten;
|
||||
c. technische en sociale innovatiegehalte: 20 punten;
|
||||
d. kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
e. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.10
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.11
|
||||
|
||||
Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 4.6. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP Groot-Rijnmond:* het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.2
|
||||
|
||||
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.3
|
||||
|
||||
De Staatssecretaris van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat:
|
||||
|
||||
a. past binnen één van de in bijlage 3 opgenomen beschrijvingen;
|
||||
b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en
|
||||
c. past binnen de kaders van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.4
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de prioritaire as 3, spoor 1 – het vernieuwen en versterken regionale economie met duurzame en/of circulaire industriële ketens of spoor 2 – het versnellen van transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie industriële ketens, van het Programma JTF 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 13.597.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Staatssecretaris van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 oktober 2025 9.00 uur tot en met 31 december 2029 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Staatssecretaris van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het webportaal Externe link: https://start.jtf-webportal.nl/.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.500.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.8
|
||||
|
||||
**1.** De projectactiviteiten in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.9
|
||||
|
||||
**1.** Aanvragen worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten;
|
||||
b. sociaaleconomische integraliteit: 20 punten;
|
||||
c. technische en sociale innovatiegehalte: 15 punten;
|
||||
d. economisch of financieel toekomstperspectief: 15 punten;
|
||||
e. kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.10
|
||||
|
||||
**1.** De Staatssecretaris van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidiabele projectkosten.
|
||||
|
||||
**2.** De Staatssecretaris van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**4.** De Staatssecretaris van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6.11
|
||||
|
||||
Deze titel en bijlage 3 vervallen met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW kan, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, op aanvraag een voorschot verlenen voor aanvragen die zijn ingediend voor:
|
||||
|
||||
a. titel 5.1, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 8 juli 2023;
|
||||
b. titel 5.1, zoals die luidde in de periode van 15 augustus 2023 tot 29 september 2023;
|
||||
c. titel 5.2, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023;
|
||||
d. titel 5.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor:
|
||||
|
||||
a. titel 5.2, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023;
|
||||
b. titel 5.3, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023.
|
||||
|
||||
### Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP West-Noord-Brabant:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie, als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio West-Noord-Brabant met de titel Territorial Just Transition Plan van de COROP-regio West-Noord-Brabant.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.2
|
||||
|
||||
**1.** Doel van subsidie op grond van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 1 van het TJTP West- Noord-Brabant.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 1 van het TJTP West-Noord-Brabant uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan
|
||||
|
||||
innovatie ten behoeve van de energie- en grondstoffentransitie in de chemie en industrie, en daarmee aan vernieuwing en versterking van de regionale economie.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende acties:
|
||||
|
||||
a. productieve investeringen;
|
||||
b. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven;
|
||||
c. onderzoek en innovatie; of
|
||||
d. digitalisering.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De acties, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit een of meer van de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. onderzoek en innovatie gericht op:
|
||||
|
||||
1°. circulaire chemie, grondstoffen of materialen;
|
||||
2°. chemie, grondstoffen of materialen en de eiwittransitie ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie;
|
||||
3°. duurzame product- en procesinnovaties ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie.
|
||||
b. economische diversificatie en baancreatie in de circulaire of biobased chemie of economie;
|
||||
c. digitale innovatie die nodig is voor de transitie van energie, industrie en naar groene chemie;
|
||||
d. bevordering van de circulaire economie;
|
||||
e. een combinatie van één of meer activiteiten onder a tot en met d met activiteiten gericht op de arbeidsmarkt in de zin van:
|
||||
|
||||
1°. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
|
||||
2°. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan; of
|
||||
3°. actieve inclusie van werkzoekenden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De acties, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het gebied bestaande uit de volgende gemeenten in de JTF-regio West-Noord-Brabant:
|
||||
|
||||
a. Bergen op Zoom;
|
||||
b. Steenbergen;
|
||||
c. Moerdijk;
|
||||
d. Drimmelen; of
|
||||
e. Geertruidenberg.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 4.000.000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op basis van rangschikking naar
|
||||
|
||||
geschiktheid, overeenkomstig artikel 1.19.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de beschikbare budgetten van artikel 5.1.5, eerste lid, onderdeel b, zoals deze gold tot 8 juli 2023 en artikel 5.2.5, eerste lid, zoals deze geldt tot 30 september 2023, niet volledig zijn benut, kunnen de resterende budgetten geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister van SZW maakt verschuivingen als bedoeld in het derde lid uiterlijk bekend op 2 november 2023.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 28 september 2023 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde
|
||||
|
||||
aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.8
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;
|
||||
b. de aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen; of
|
||||
c. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.11
|
||||
|
||||
**1.** Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 25 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 20 punten;
|
||||
d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-
|
||||
|
||||
sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.13
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidieaanvragen die voor deze datum zijn ingediend.
|
||||
|
||||
### Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 5.4. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1, 2 en 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP West-Noord-Brabant:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio West-Noord-Brabant met de titel Territorial Just Transition Plan van de COROP-regio West-Noord-Brabant.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.2
|
||||
|
||||
**1.** Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan spoor 1, 2 en 3 van het TJTP West-Noord-Brabant.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen prioriteit 5, spoor 1, 2 of 3, van het TJTP West-Noord-Brabant uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan:
|
||||
|
||||
a. innovatie ten behoeve van de energie- en grondstoffentransitie in de chemie en industrie, en daarmee aan vernieuwing en versterking van de regionale economie;
|
||||
b. het versnellen van transitie met investeringen in technologie, energiesystemen en infrastructuur nodig om te komen tot toekomstbestendige banen in de groene chemie; of
|
||||
c. het bereiken van een meer wendbare en weerbare beroepsbevolking.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. productieve investeringen;
|
||||
b. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven;
|
||||
c. onderzoek en innovatie;
|
||||
d. digitalisering;
|
||||
e. investeringen in technologie, systemen en infrastructuur;
|
||||
f. voorbereidende planvorming en processen tot investeringen als bedoeld in onderdeel e;
|
||||
g. bij- en omscholing;
|
||||
h. andere activiteiten op het gebied van onderwijs en sociale inclusie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bestaan uit een of meer van de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. onderzoek en innovatie gericht op:
|
||||
|
||||
1°. circulaire chemie, grondstoffen of materialen;
|
||||
2°. biobased chemie, grondstoffen of materialen en de eiwittransitie ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie; of
|
||||
3°. duurzame product- en procesinnovaties ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie.
|
||||
b. economische diversificatie en baancreatie in de circulaire of biobased chemie of economie;
|
||||
c. digitale innovatie die nodig is voor de transitie van energie, industrie en naar groene chemie; of
|
||||
d. bevordering van de circulaire economie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en f, bestaan uit een of meer van de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. elektrificatie van processen in de industrie en de chemische industrie;
|
||||
b. lokale CO_2-infrastructuur;
|
||||
c. groene waterstof; of
|
||||
d. overige systemen en technologie ten behoeve van duurzame energievoorziening in de groene chemie.
|
||||
|
||||
**4.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, zijn gericht op werkenden, werkzoekenden of jongeren.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het vierde lid, zijn de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, gericht op een of meer van de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. leven lang ontwikkelen in de techniek;
|
||||
b. ontwikkeling van benodigde kennis en vaardigheden en digitale kennis en vaardigheden voor werken in de groene chemie en energie;
|
||||
c. het ondersteunen van transitiepaden van werk-naar-werk door om- en bijscholing;
|
||||
d. bredere bekendheid van werken in de groene chemie; of
|
||||
e. het ontwikkelen en toevoegen van opleidingsaanbod en opleidingsinstituten ten behoeve van werken in de groene chemie.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden verricht in of ten behoeve van het gebied bestaande uit de volgende gemeenten in de JTF-regio West-Noord-Brabant:
|
||||
|
||||
a. Bergen op Zoom;
|
||||
b. Steenbergen;
|
||||
c. Moerdijk;
|
||||
d. Drimmelen; of
|
||||
e. Geertruidenberg.
|
||||
|
||||
**7.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied West-Noord-Brabant.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 31 juli 2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 15 juni 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten per project.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.8
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is voor 30 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede lid of derde lid verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.11
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel ten hoogste de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaal-economisch integraal is: 15 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het economisch en financieel toekomstperspectief: 15 punten;
|
||||
d. voor de kwaliteit van het projectplan: 25 punten;
|
||||
e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 25 punten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, beoordeelt de Minister van SZW, indien de aangevraagde subsidie voor het project voor meer dan 50 procent bestaat uit een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 5.4.4, eerste lid, onderdelen a tot en met d, aanvragen op basis van alle zes criteria als bedoeld in artikel 1.20, eerste lid. Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel ten hoogste de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 15 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaal-economisch integraal is: 15 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 15 punten;
|
||||
d. voor de hoogte van het economisch en financieel toekomstperspectief: 15 punten;
|
||||
e. voor de kwaliteit van het projectplan: 20 punten;
|
||||
f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.13
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW kan, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, op aanvraag een voorschot verlenen voor aanvragen die zijn ingediend voor:
|
||||
|
||||
a. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 1 april 2023;
|
||||
b. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 22 juni 2023 tot 31 december 2023;
|
||||
c. titel 6.2, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 23 mei 2023;
|
||||
d. titel 6.2, zoals die luidde in de periode van 15 augustus 2023 tot 12 september 2023;
|
||||
e. titel 6.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor:
|
||||
|
||||
a. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 31 maart 2023;
|
||||
b. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 5 juni 2023 tot en met 7 juli 2023;
|
||||
c. titel 6.3, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023.
|
||||
|
||||
### Titel 6.1. Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone van Vlissingen-Oost.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.2
|
||||
|
||||
**1.** Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 2 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen prioriteit 4, Spoor 2 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan investeringen in technologie, systemen en infrastructuur om de transitie naar een groene chemie mogelijk te maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor investeringen in technologie, systemen en infrastructuur gericht op:
|
||||
|
||||
a. de aanleg van het regionale netwerk voor groene waterstof en verbindingen met andere regio’s, investeringen in lokale elektrificatie en het uitwisselen van warmte via warmtenetten, voor zover er sprake is van warmte uit hernieuwbare bronnen; of
|
||||
b. de scholing en training voor vaardigheden die nodig zijn voor het op de juiste manier gebruiken van nieuwe infrastructuur in combinatie met onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone Vlissingen-Oost.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 30.755.301.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking naar geschiktheid overeenkomstig artikel 1.19.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 11 september 2023 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 14.000.000 per project.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.7a
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, met uiterlijk zes maanden verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:
|
||||
|
||||
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.10
|
||||
|
||||
**1.** Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 25 punten;
|
||||
d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.13
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 6.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone van Vlissingen-Oost.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.2
|
||||
|
||||
**1.** Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan spoor 1, 2 en 3 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen prioriteit 4 van spoor 1, 2 of 3 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen Oost uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan de transitie naar een duurzame chemie door:
|
||||
|
||||
a. vernieuwing en versterking van de regionale economie;
|
||||
b. investeringen in technologie, systemen en infrastructuur; of
|
||||
c. ondersteuning van een wendbare en weerbare beroepsbevolking ten behoeve van een toekomstbestendige arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende acties:
|
||||
|
||||
a. productieve investeringen die leiden tot economische diversificatie, modernisering en reconversie;
|
||||
b. investeringen in onderzoek, innovatie en digitalisering en de haalbaarheid hiervan, binnen de thema’s groene waterstof en biobased en circulaire chemie;
|
||||
c. investeringen in technologie, systemen en infrastructuur gericht op de aanleg van het regionale netwerk voor groene waterstof en verbindingen met andere regio’s, investeringen in lokale elektrificatie en het uitwisselen van warmte via warmtenetten, voor zover er sprake is van warmte uit hernieuwbare bronnen;
|
||||
d. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
|
||||
e. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan;
|
||||
f. andere activiteiten dan genoemd in de onderdelen d en e op het gebied van onderwijs en sociale inclusie.
|
||||
|
||||
**2.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone Vlissingen-Oost.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is tot en met 31 augustus 2025 uitsluitend beschikbaar voor aanvragen met betrekking tot Spoor 3 arbeidsmarkt gerelateerde projecten.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 31 juli 2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 15 juni 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.8
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is voor 30 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan:
|
||||
|
||||
1°. € 500.000 voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdelen a en b;
|
||||
2°. € 1.000.000 voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdeel c;
|
||||
3°. € 200.000 voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdelen d, e en f.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.10a
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, tweede en derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel ten hoogste de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 15 punten;
|
||||
c. voor de mate van waarin het project technisch en sociaal innovatief is: 15 punten;
|
||||
d. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;
|
||||
e. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.12
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.13
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
## Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten, als bedoeld in artikel 1.30, voor aanvragen die zijn ingediend voor:
|
||||
|
||||
a. titel 7.1, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 23 mei 2023;
|
||||
b. titel 7.2, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 23 mei 2023;
|
||||
c. titel 7.2, zoals die luidde in de periode van 15 augustus 2023 tot 12 september 2023;
|
||||
d. titel 7.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor:
|
||||
|
||||
a. titel 7.1, zoals die luidde in de periode van 8 mei 2023 tot en met 22 mei 2023;
|
||||
b. titel 7.1, zoals die luidde in de periode van 11 september 2023 tot en met 16 oktober 2023;
|
||||
c. titel 7.3, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023.
|
||||
|
||||
### Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP Zuid-Limburg:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio Zuid-Limburg met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zuid-Limburg.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.2
|
||||
|
||||
**1.** Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 2 van het TJTP Zuid-Limburg.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend passen binnen prioriteit 6, Spoor 2 van het TJTP Zuid-Limburg uit het Programma JTF 2021–2027 en hebben tot doel om nieuwe, duurzame banen te creëren, door te investeren in technologie, systemen en infrastructuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met de op 31 mei 2023 ingediende wijziging van het Programma JTF 2021–2027 en de aanvrager of een van de afzonderlijke partijen in het samenwerkingsverband een grote onderneming is, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met de wijziging van het programma.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
|
||||
|
||||
a. investeringen in technologie, infrastructuur met als doel om het circulaire fundament van het chemiecluster te versterken; of
|
||||
b. voorbereidende planvorming en processen tot investeringen als bedoeld in onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op:
|
||||
|
||||
a. groene waterstofinfrastructuur met nadruk op lokale aansluitingen, lokale netwerken en innovatieve toepassingen;
|
||||
b. circulaire infrastructuur;
|
||||
c. CO_2-infrastructuur;
|
||||
d. lokale openbare infrastructuur voor elektrificatie van het chemiecluster;
|
||||
e. infrastructuur, waaronder de aanleg van kennisinfrastructuur en infrastructurele faciliteiten voor technologieontwikkeling en -overdracht; of
|
||||
f. een combinatie van de acties onder a tot en met e met acties gericht op de arbeidsmarkt in de zin van:
|
||||
|
||||
i. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
|
||||
ii. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan;
|
||||
iii. Actieve inclusie van werkzoekenden.
|
||||
|
||||
**3.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zuid-Limburg.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het subsidieplafond bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4.,eerste lid, onderdeel a, € 18.200.937;
|
||||
b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4., eerste lid, onderdeel b, € 1.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op basis van rangschikking naar geschiktheid overeenkomstig artikel 1.19.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 11 september 2023 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De subsidie bedraagt ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. € 5.000.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. € 250.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.8
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk achttien maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de activiteit is gericht op de aanleg van 380 kV-infrastructuur;
|
||||
b. aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen;
|
||||
c. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voor het indienen van de subsidieaanvraag; of
|
||||
d. de aan het project te verlenen subsidie voor activiteiten als bedoel in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel a, minder bedraagt dan € 1.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.11
|
||||
|
||||
**1.** Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project bijdraagt aan sociaaleconomische integraliteit: 20 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 15 punten;
|
||||
d. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;
|
||||
e. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
|
||||
f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3.13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 7.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *TJTP Zuid-Limburg:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio Zuid-Limburg met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zuid-Limburg.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.2
|
||||
|
||||
**1.** Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan spoor 1, 2 en 3 van het TJTP Zuid-Limburg.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend passen binnen prioriteit 6, spoor 1, 2 of 3 van het TJTP Zuid-Limburg uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan een van de volgende doelstellingen:
|
||||
|
||||
a. bevorderen van vernieuwing, versterking en diversificatie van de regionale economie of het aanjagen van innovatie ten behoeve van de ontwikkeling van een circulair en biobased chemiecluster;
|
||||
b. creëren van nieuwe, duurzame banen door te investeren in technologie, systemen, infrastructuur en kennisinfrastructuur; of
|
||||
c. investeren in een wendbare en weerbare beroepsbevolking.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende acties:
|
||||
|
||||
a. investeringen in onderzoek en innovatie;
|
||||
b. investeringen in digitalisering, digitale innovatie en digitale connectiviteit;
|
||||
c. investeringen in technologie en infrastructuur met als doel om het circulaire fundament van het chemiecluster te versterken;
|
||||
d. voorbereidende planvorming en processen tot investeringen als bedoeld in onderdeel c;
|
||||
e. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
|
||||
f. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan; of
|
||||
g. andere activiteiten dan genoemd in onderdelen e en f op het gebied van onderwijs en sociale inclusie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn gericht op:
|
||||
|
||||
a. circulaire economie;
|
||||
b. biobased chemie; of
|
||||
c. economische diversificatie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, zijn gericht op:
|
||||
|
||||
a. groene waterstofinfrastructuur met nadruk op lokale aansluitingen, lokale netwerken en innovatieve toepassingen;
|
||||
b. circulaire infrastructuur;
|
||||
c. CO_2-infrastructuur;
|
||||
d. lokale openbare infrastructuur voor elektrificatie van het chemiecluster; of
|
||||
e. infrastructuur, waaronder de aanleg van kennisinfrastructuur en infrastructurele faciliteiten voor technologieontwikkeling en -overdracht.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f en g, zijn gericht op:
|
||||
|
||||
a. leven lang ontwikkelen in de chemische sector met focus op de transitie naar circulariteit of kansrijke crossovers met de chemie;
|
||||
b. ontwikkeling van benodigde kennis en vaardigheden voor werken in de groene chemie;
|
||||
c. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken naar een baan in de groene chemie; of
|
||||
d. aantrekken en behoud van talent voor de groene chemie.
|
||||
|
||||
**5.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zuid-Limburg.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 31 juli 2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 15 juni 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten per project.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.8
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk achttien maanden na ontvangst van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is voor 30 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:
|
||||
|
||||
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000, met uitzondering van subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 7.4.4, eerste lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaal-economisch integraal is: 15 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het economisch en financieel toekomstperspectief: 15 punten;
|
||||
d. voor de kwaliteit van het projectplan: 25 punten;
|
||||
e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 25 punten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, kent de Minister van SZW, indien de aangevraagde subsidie voor het project voor meer dan 50 procent bestaat uit een of meer acties als bedoeld in artikel 7.4.4, eerste lid, onderdelen a en b, per onderdeel maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 15 punten;
|
||||
b. voor de mate waarin het project sociaal-economisch integraal is: 15 punten;
|
||||
c. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 15 punten;
|
||||
d. voor de hoogte van het economisch en financieel toekomstperspectief: 15 punten;
|
||||
e. voor de kwaliteit van het projectplan: 20 punten;
|
||||
f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
|
||||
|
||||
a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
|
||||
b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering
|
||||
|
|
@ -4933,113 +1236,26 @@ De artikelen 1.24, 1.26, 1.27, 1.28, 1.29, 1.30, 1.31, 1.32, 1.33, 1.34, 1.35, 1
|
|||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.2
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.4.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 9.000.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 5 juni 2023 9.00 uur tot en met 29 september 2023 17.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.3
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.7.4.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 5.000.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 12.00 uur tot en met 31 januari 2025 12.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.4
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.8.4.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 6.000.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend tot en met 31 oktober 2024 17.00 uur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.1
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.1.3.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 5.000.000.
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 1.250.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3.1
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.4.4.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.500.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 april 2024 9.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3.2
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.6.4.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.500.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 oktober 2025 9.00 uur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.4.1
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.1.3.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 5.000.000.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag kan worden ingediend:
|
||||
|
||||
a. in de eerste periode die loopt van 13 februari 2023 10.00 uur tot en met 31 maart 2023 17.00 uur;
|
||||
b. in de tweede periode die loopt van 5 juni 2023 10.00 uur tot en met 7 juli 2023 17.00 uur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.5.1
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.1.3.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 3.000.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend van 5 juni 2023 10.00 uur tot en met 7 juli 2023 17.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.5.2
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdelen a en b, en activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 1.919.481.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend van 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 15 juni 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.6
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.1.3.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 5.000.000.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend van 8 mei 2023 10.00 uur tot en met 22 mei 2023 17.00 uur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9a. Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel
|
||||
|
||||
### Artikel 9a.1
|
||||
|
||||
In artikel 2.6.12, eerste lid, zoals deze luidde van 23 februari 2023 tot en met 2 augustus 2023, wordt voor ‘20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000’ gelezen ‘40 procent van de verleende subsidie’.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.1
|
||||
|
|
@ -5052,34 +1268,8 @@ Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte v
|
|||
|
||||
## Bijlage 1. behorende bij
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
|
||||
|
||||
Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.
|
||||
|
||||
Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80 procent van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
|
||||
|
||||
Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50 procent van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100 procent behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
|
||||
|
||||
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50 procent van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. behorende bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. behorende bij de
|
||||
## Bijlage 3. behorende bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. behorende bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 5. behorende bij
|
||||
|
||||
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
|
||||
|
||||
**Spoor 1**: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
|
||||
|
||||
**Spoor 2**: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
|
||||
|
||||
De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
|
||||
|
||||
De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.
|
||||
|
||||
De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
|
||||
|
||||
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue