diff --git a/pbo/verordening-pa-erosiebestrijding-zuid-limburg-2008/BWBR0024328/README.md b/pbo/verordening-pa-erosiebestrijding-zuid-limburg-2008/BWBR0024328/README.md index 3fc231406d4..324c23d528e 100644 --- a/pbo/verordening-pa-erosiebestrijding-zuid-limburg-2008/BWBR0024328/README.md +++ b/pbo/verordening-pa-erosiebestrijding-zuid-limburg-2008/BWBR0024328/README.md @@ -28,10 +28,8 @@ Deze verordening is van toepassing op landbouwgronden die geheel of gedeeltelijk De ondernemer is verplicht met betrekking tot elk perceel landbouwgrond onverwijld melding te doen aan de secretaris onder opgave van een zo exact mogelijke plaatsaanduiding, indien de lijnvormige of vlakgewijze uitspoeling als gevolg van erosie dieper is dan 12 cm. In dat geval is de ondernemer tevens verplicht: -a. a. - te gedogen dat door de secretaris namens het bestuur aangewezen personen de bij hem in gebruik zijnde landbouwgronden aan een onderzoek onderwerpen naar de aanwezigheid van en de oplossing voor de erosie; -b. b. - alle door de onder a bedoelde personen gewenste gegevens te verstrekken voor zover deze redelijkerwijs relevant geacht moeten worden voor het onder a bedoelde onderzoek. +a. te gedogen dat door de secretaris namens het bestuur aangewezen personen de bij hem in gebruik zijnde landbouwgronden aan een onderzoek onderwerpen naar de aanwezigheid van en de oplossing voor de erosie; +b. alle door de onder a bedoelde personen gewenste gegevens te verstrekken voor zover deze redelijkerwijs relevant geacht moeten worden voor het onder a bedoelde onderzoek. ### Artikel 4 @@ -39,10 +37,8 @@ b. b. De ondernemer is verplicht: -a. a. - zo spoedig mogelijk na elke oogst in het betreffende teeltjaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarbij vooral de verslemping, de verdichting, korstvorming en de wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei en bij de aanwezigheid van meerjarige teelten; -b. b. - bij het inzaaien van bieten, maïs of uien de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode is toegepast. +a. zo spoedig mogelijk na elke oogst doch uiterlijk op 1 december van het betreffende teeltjaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarbij vooral de verslemping, de verdichting, korstvorming en de wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei en bij de aanwezigheid van meerjarige teelten; +b. bij het inzaaien van bieten, maïs of uien de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode is toegepast. **2.** De in het eerste lid onder a bedoelde grondbewerking is niet verplicht indien voor het perceel een hamsterovereenkomst is afgesloten en voor zover de bepalingen in de hamsterovereenkomst grondbewerking verbieden. @@ -50,18 +46,15 @@ b. b. ### Artikel 5 -**1.** Het is tot en met 31 december 2013 een ondernemer verboden een perceel met een hellinglengte van meer dan 50 meter en een hellingspercentage van 2% of meer, met een erosiebevorderend gewas te betelen. +**1.** Het is tot en met 31 december 2012 een ondernemer verboden een perceel met een hellinglengte van meer dan 50 meter en een hellingspercentage van 2% of meer, met een erosiebevorderend gewas te betelen. **2.** De ondernemer mag van het bepaalde in het eerste lid afwijken op voorwaarde dat hij op het perceel: -a. a. - in het betreffende teeltjaar geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en een bodembedekking inzaait, of -b. b. - een groenstrook of groenvlak aanlegt, of -c. c. - in het jaar voorafgaand aan de teelt van het hoofdgewas een bodembedekking heeft ingezaaid, waarvan de gewasresten in het voorjaar in de bovenste 12 cm aanwezig blijven. +a. in het betreffende teeltjaar geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en een bodembedekking inzaait, of +b. een groenstrook of groenvlak aanlegt, of +c. in het jaar voorafgaand aan de teelt van het hoofdgewas een bodembedekking heeft ingezaaid, waarvan de gewasresten in het voorjaar in de bovenste 12 cm aanwezig blijven. **3.** Indien de ondernemer kiest voor een maatregel bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, doet hij uiterlijk zeven dagen na toepassing van een andere dan een niet-kerende grondbewerking, hiervan mededeling aan de secretaris. @@ -69,22 +62,16 @@ c. c. **5.** Een groenvlak als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, heeft een oppervlak van ten minste 2% van het oppervlak van het perceel. -### Artikel 5a - -Een ondernemer is tot en met 31 december 2013 verplicht tot het melden van het toepassen van een anders dan een niet-kerende grondbewerking op een perceel met een hellinglengte van meer dan 50 meter en een hellingspercentage van 2% of meer in geval van de teelt van een niet-erosiebevorderend gewas. De ondernemer doet uiterlijk zeven dagen na toepassing hiervan mededeling aan de secretaris. - ### Artikel 6 -**1.** Het is met ingang van 1 januari 2014 een ondernemer verboden een perceel met een hellingspercentage van 2% of meer, met een erosiebevorderend gewas te betelen. +**1.** Het is met ingang van 1 januari 2013 een ondernemer verboden een perceel met een hellingspercentage van 2% of meer, met een erosiebevorderend gewas te betelen. **2.** De ondernemer mag van het bepaalde in het eerste lid afwijken op voorwaarde dat hij in het teeltjaar op het perceel: -a. a. - geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en -b. b. - een bodembedekking inzaait. +a. geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en +b. een bodembedekking inzaait. **3.** De ondernemer mag van het bepaalde bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, afwijken op voorwaarde dat hij de maatregelen genoemd in bijlage 1 toepast. @@ -104,14 +91,10 @@ Het is een ondernemer verboden landbouwgrond met een hellingspercentage van 18% De secretaris is, namens het bestuur, bevoegd om op schriftelijk verzoek, na overleg met het waterschap, ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 3, 4, 5 en 6 -a. a. - op verzoek van één of meerdere ondernemers, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld; -b. b. - collectief, indien algemene gebeurtenissen de uitvoering van de betreffende artikelen onmogelijk maakt, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld; -c. c. - collectief, indien de belangen van de ondernemingen door de uitvoering van de betreffende artikelen ernstig worden geschaad, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven. -d. d. - collectief, naar aanleiding van andere zwaarwegende redenen, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven. +a. op verzoek van één of meerdere ondernemers, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld; +b. collectief, indien algemene gebeurtenissen de uitvoering van de betreffende artikelen onmogelijk maakt, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld; +c. collectief, indien de belangen van de ondernemingen door de uitvoering van de betreffende artikelen ernstig worden geschaad, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven. +d. collectief, naar aanleiding van andere zwaarwegende redenen, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven. ### Artikel 9