diff --git a/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md b/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md index eda7584a7e3..dce4422a303 100644 --- a/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md +++ b/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md @@ -66,7 +66,7 @@ f. *commissaris:* commissaris van de Koning. ### Artikel 2.1.2 -**1.** Aan een statenlid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Provinciewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 79p van de Provinciewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de provincie een toelage verleend van € 120 per maand. +**1.** Aan een statenlid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Provinciewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 79p van de Provinciewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de provincie een toelage verleend van € 122,40 per maand. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast. @@ -80,7 +80,7 @@ f. *commissaris:* commissaris van de Koning. ### Artikel 2.1.4 -**1.** Indien provinciale staten besluiten ter uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een statenlid geacht kunnen worden te behoren, kunnen zij bij verordening besluiten aan de statenleden die lid zijn van die commissie ten laste van de provincie een toelage toe te kennen van maximaal € 120 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand. +**1.** Indien provinciale staten besluiten ter uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een statenlid geacht kunnen worden te behoren, kunnen zij bij verordening besluiten aan de statenleden die lid zijn van die commissie ten laste van de provincie een toelage toe te kennen van maximaal € 122,40 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast. @@ -88,7 +88,7 @@ f. *commissaris:* commissaris van de Koning. ### Artikel 2.1.5 -**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 70 per maand, vermeerderd met € 10 voor elk statenlid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand. +**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk statenlid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand. **2.** Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend. @@ -105,7 +105,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap. ### Artikel 2.1.6 -**1.** Een statenlid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van provinciale staten een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten van € 173,40 per maand. +**1.** Een statenlid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van provinciale staten een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten van € 173,40 per maand. **2.** Een statenlid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de onkostenvergoeding naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. @@ -132,7 +132,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten, ### Artikel 2.1.10 -**1.** Een statenlid ontvangt ten laste van de provincie een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 107,10 per jaar. +**1.** Een statenlid ontvangt ten laste van de provincie een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 109,24 per jaar. **2.** Een statenlid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. @@ -160,7 +160,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 2.2.9, tweede lid, en ### Artikel 2.1.13 -**1.** Artikel 2.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het statenlid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door provinciale staten toepassing is gegeven aan artikel 2.1.1, vierde lid, dit statenlid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden. +**1.** Artikel 2.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het statenlid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door provinciale staten toepassing is gegeven aan artikel 2.1.1, vierde lid, dit statenlid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden. **2.** Artikel 2.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het statenlid, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is. @@ -172,9 +172,9 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 2.2.9, tweede lid, en ### Artikel 2.2.1 -**1.** De bezoldiging van de commissaris bedraagt € 11.770,82 per maand. +**1.** De bezoldiging van de commissaris bedraagt € 12.006,24 per maand. -**2.** De bezoldiging van de gedeputeerde bedraagt € 8.773,96 per maand. +**2.** De bezoldiging van de gedeputeerde bedraagt € 8.949,44 per maand. **3.** Als de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. @@ -351,7 +351,7 @@ Op degene die op grond van artikel 76 van de Provinciewet met de waarneming van ### Artikel 2.2.15 -**1.** De tijdelijke vervanger van de gedeputeerde die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden € 590 per maand. +**1.** De tijdelijke vervanger van de gedeputeerde die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden € 601,80 per maand. **2.** De tijdelijke vervanger van de gedeputeerde die met toepassing van artikel 35a, derde lid, van de Provinciewet de functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, van de Provinciewet. @@ -534,18 +534,18 @@ De gemeenten worden ingedeeld in inwonersklassen aan de hand van de volgende tab | 8 | 150.001 – 375.000 | | 9 | 375.001 of meer | -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari. ### Artikel 3.3 **1.** -Een gemeente gaat voor de toepassing van artikel 3.2 in verband met de toeneming van het aantal inwoners over naar een hogere klasse met ingang van het jaar waarin op 1 januari het aantal inwoners van die gemeente de minimumgrens van de volgende klasse bereikt heeft en blijkt dat zij die grens ook heeft bereikt op: +Een gemeente gaat voor de toepassing van artikel 3.2 in verband met de toeneming van het aantal inwoners over naar een hogere klasse met ingang van het jaar waarin op 1 januari het aantal inwoners van die gemeente de minimumgrens van de volgende klasse bereikt heeft en blijkt dat zij die grens ook heeft bereikt op: -a. 1 januari van het volgende jaar, of +a. 1 januari van het volgende jaar, of b. de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling waarin zij is betrokken. -**2.** Overgang van een gemeente naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het aantal inwoners vindt plaats met ingang van het jaar waarin het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin de gemeente tot dusver ingedeeld was, gedaald is. +**2.** Overgang van een gemeente naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het aantal inwoners vindt plaats met ingang van het jaar waarin het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin de gemeente tot dusver ingedeeld was, gedaald is. **3.** Voor gemeenten waarvan het aantal inwoners ten gevolge van grenscorrecties of wijziging van de gemeentelijke indeling wijziging heeft ondergaan, vindt de overgang naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van de grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling. Hierbij geldt het aantal inwoners, zoals dit voor de eerste maal na die datum met inachtneming van die grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt openbaar gemaakt. @@ -595,7 +595,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l ### Artikel 3.1.2 -**1.** Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 120 per maand. +**1.** Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 122,40 per maand. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast. @@ -609,7 +609,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l ### Artikel 3.1.4 -**1.** Indien de gemeenteraad besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan de raadsleden die lid zijn van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toe te kennen van maximaal € 120 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand. +**1.** Indien de gemeenteraad besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan de raadsleden die lid zijn van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toe te kennen van maximaal € 122,40 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast. @@ -617,7 +617,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l ### Artikel 3.1.5 -**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 70 per maand, vermeerderd met € 10 voor elk raadslid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand. +**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk raadslid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand. **2.** Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend. @@ -634,7 +634,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap. ### Artikel 3.1.6 -**1.** Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadlidmaatschap verbonden kosten van € 173,17 per maand. +**1.** Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadlidmaatschap verbonden kosten van € 173,17 per maand. **2.** Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. @@ -671,7 +671,7 @@ c. de kosten ervan reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen. ### Artikel 3.1.10 -**1.** Een raadslid ontvangt ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 107,10 per jaar. +**1.** Een raadslid ontvangt ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 109,24 per jaar. **2.** Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. @@ -699,7 +699,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 3.2.9, tweede lid, en ### Artikel 3.1.13 -**1.** Artikel 3.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door de gemeenteraad toepassing is gegeven aan artikel 3.1.1, vijfde lid, dit raadslid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden. +**1.** Artikel 3.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door de gemeenteraad toepassing is gegeven aan artikel 3.1.1, vijfde lid, dit raadslid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden. **2.** Artikel 3.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is. @@ -717,15 +717,15 @@ De bezoldiging van de burgemeester is afhankelijk van de inwonersklasse waarin d | inwonersklasse | bezoldiging | | --- | --- | -| 1 | € 6.310,49 | -| 2 | € 6.942,20 | -| 3 | € 7.569,19 | -| 4 | € 8.228,14 | -| 5 | € 8.920,34 | -| 6 | € 9.671,86 | -| 7 | € 10.254,47 | -| 8 | € 10.987,80 | -| 9 | € 11.770,82 | +| 1 | € 6.436,70 | +| 2 | € 7.081,04 | +| 3 | € 7.720,57 | +| 4 | € 8.392,70 | +| 5 | € 9.098,75 | +| 6 | € 9.865,30 | +| 7 | € 10.459,56 | +| 8 | € 11.207,56 | +| 9 | € 12.006,24 | **2.** De bezoldiging per maand van de burgemeester van meer dan één gemeente wordt bepaald aan de hand van de tabel in het eerste lid, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende inwonersklasse. Voor de toepassing van de eerste volzin worden de gemeenten, waarin betrokkene het ambt van burgemeester vervult, als één gemeente aangemerkt, waarbij de inwoners van deze gemeenten worden samengeteld, en wordt die gemeente ingedeeld aan de hand van de tabel in artikel 3.2, eerste lid. @@ -735,15 +735,15 @@ De bezoldiging per maand van de wethouder is afhankelijk van de inwonersklasse w | inwonersklasse | bezoldiging | | --- | --- | -| 1 | € 4.809,66 | -| 2 | € 5.450,88 | -| 3 | € 6.097,10 | -| 4 | € 6.524,95 | -| 5 | € 7.168,96 | -| 6 | € 7.811,85 | -| 7 | € 8.532,03 | -| 8 | € 9.037,89 | -| 9 | € 10.254,47 | +| 1 | € 4.905,85 | +| 2 | € 5.559,90 | +| 3 | € 6.249,53 | +| 4 | € 6.688,07 | +| 5 | € 7.312,34 | +| 6 | € 7.968,09 | +| 7 | € 8.702,67 | +| 8 | € 9.218,65 | +| 9 | € 10.459,56 | **4.** Indien een gemeente op grond van een besluit als bedoeld in artikel 3.4 wordt geplaatst, of in verband met wijziging van het aantal inwoners op grond van artikel 3.3, eerste of derde lid, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse, wordt de bezoldiging van de burgemeester en van de wethouder aan de hand van de tabel in het eerste, onderscheidenlijk derde lid aangepast. @@ -763,7 +763,7 @@ De bezoldiging per maand van de wethouder is afhankelijk van de inwonersklasse w **12.** Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de burgemeester en de wethouder een uitkering op dezelfde voet. -**13.** De burgemeester ontvangt ter aanvulling van de eindejaarsuitkering, bedoeld in het elfde lid, jaarlijks een bedrag van € 450, met dien verstande dat, indien de eindejaarsuitkering over minder dan twaalf maanden is opgebouwd, dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd. +**13.** De burgemeester ontvangt ter aanvulling van de eindejaarsuitkering, bedoeld in het elfde lid, jaarlijks een bedrag van € 450, met dien verstande dat, indien de eindejaarsuitkering over minder dan twaalf maanden is opgebouwd, dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd. ### Artikel 3.2.2 @@ -808,7 +808,7 @@ c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. ### Artikel 3.2.5 -**1.** Een burgemeester die, nadat hij ten minste twee ambtstermijnen heeft vervuld in dezelfde gemeente, benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt, indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, ten laste van die andere gemeente eenmalig een mobiliteitstoelage op de bezoldiging van € 10.000. +**1.** Een burgemeester die, nadat hij ten minste twee ambtstermijnen heeft vervuld in dezelfde gemeente, benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt, indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, ten laste van die andere gemeente eenmalig een mobiliteitstoelage op de bezoldiging van € 10.000. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien op de datum van de benoeming van de burgemeester in die andere gemeente, die andere gemeente weliswaar in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, maar op dat moment op grond van artikel 3.4 in een hogere inwonersklasse is geplaatst. @@ -930,15 +930,15 @@ De tijdelijke vervanger van de wethouder die verlof heeft wegens zwangerschap en | inwonersklasse | bedrag | | --- | --- | -| 1 | € 262 | -| 2 | € 303 | -| 3 | € 343 | -| 4 | € 369 | -| 5 | € 410 | -| 6 | € 450 | -| 7 | € 491 | -| 8 | € 518 | -| 9 | € 590 | +| 1 | € 267,24 | +| 2 | € 309,06 | +| 3 | € 349,86 | +| 4 | € 367,38 | +| 5 | € 418,20 | +| 6 | € 459,00 | +| 7 | € 500,82 | +| 8 | € 528,36 | +| 9 | € 601,80 | **2.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden in het eerste lid de in de tabel genoemde bedragen bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. @@ -965,7 +965,7 @@ Indien de burgemeester langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen **1.** De burgemeester wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. -**2.** Aan de burgemeester wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt, eervol ontslag verleend. +**2.** Aan de burgemeester wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt, eervol ontslag verleend. **3.** @@ -1078,7 +1078,7 @@ Aan een commissielid wordt per bijgewoonde vergadering van de commissie ten last | 100.001 – 250.000 | € 129,58 | | 250.001 of meer | € 164,28 | -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari. ### Artikel 3.4.2 @@ -1151,7 +1151,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate ### Artikel 4.1.1 -**1.** Een lid van het algemeen bestuur ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur een vergoeding voor de werkzaamheden van € 492,68 per maand. +**1.** Een lid van het algemeen bestuur ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur een vergoeding voor de werkzaamheden van € 492,68 per maand. **2.** Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. @@ -1161,7 +1161,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate ### Artikel 4.1.2 -**1.** Aan een lid van het algemeen bestuur dat lid is van de vertrouwenscommissie of de rekenkamercommissie wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van het waterschap een toelage verleend van € 120 per maand. +**1.** Aan een lid van het algemeen bestuur dat lid is van de vertrouwenscommissie of de rekenkamercommissie wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van het waterschap een toelage verleend van € 122,40 per maand. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter de duur van de activiteiten vast. @@ -1175,7 +1175,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate ### Artikel 4.1.4 -**1.** Indien het algemeen bestuur besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een lid van het algemeen bestuur geacht kunnen worden te behoren, kan het bij verordening besluiten aan de leden van het algemeen bestuur die lid zijn van die commissie ten laste van het waterschap een toelage toe te kennen van maximaal € 120 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand. +**1.** Indien het algemeen bestuur besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een lid van het algemeen bestuur geacht kunnen worden te behoren, kan het bij verordening besluiten aan de leden van het algemeen bestuur die lid zijn van die commissie ten laste van het waterschap een toelage toe te kennen van maximaal € 122,40 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter de duur van de activiteiten vast. @@ -1183,7 +1183,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate ### Artikel 4.1.5 -**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 70 per maand, vermeerderd met € 10 voor elk lid van het algemeen bestuur dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand. +**1.** De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 71,40 per maand, vermeerderd met € 10,20 voor elk lid van het algemeen bestuur dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 150 per maand. **2.** Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend. @@ -1227,7 +1227,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt v ### Artikel 4.1.10 -**1.** Een lid van het algemeen bestuur ontvangt ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 107,10 per jaar. +**1.** Een lid van het algemeen bestuur ontvangt ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 109,24 per jaar. **2.** Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. @@ -1251,7 +1251,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikele ### Artikel 4.1.13 -**1.** Artikel 4.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door het algemeen bestuur toepassing is gegeven aan artikel 4.1.1, vierde lid, dit lid van het algemeen bestuur een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden. +**1.** Artikel 4.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door het algemeen bestuur toepassing is gegeven aan artikel 4.1.1, vierde lid, dit lid van het algemeen bestuur een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden. **2.** Artikel 4.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is. @@ -1265,9 +1265,9 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikele **1.** Onze Minister kan op verzoek van het algemeen bestuur, gedeputeerde staten gehoord, een deeltijdfactor voor de voorzitter vaststellen. -**2.** De bezoldiging van de voorzitter bedraagt € 9.566,36 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. +**2.** De bezoldiging van de voorzitter bedraagt € 9.757,69 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. -**3.** De bezoldiging van het lid van het dagelijks bestuur bedraagt, met inachtneming van artikel 4.5, € 7.811,85 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. +**3.** De bezoldiging van het lid van het dagelijks bestuur bedraagt, met inachtneming van artikel 4.5, € 7.968,09 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. **4.** Als de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen, genoemd in het tweede en derde lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. @@ -1411,7 +1411,7 @@ Op degene die op grond van artikel 51a, derde lid, van de Waterschapswet geduren ### Artikel 4.2.15 -**1.** De tijdelijke vervanger van het lid van het dagelijks bestuur dat verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden een bedrag van € 590 per maand naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. +**1.** De tijdelijke vervanger van het lid van het dagelijks bestuur dat verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden een bedrag van € 601,80 per maand naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. **2.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. @@ -1435,7 +1435,7 @@ Indien de voorzitter langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen zi **1.** De voorzitter wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. -**2.** Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend. +**2.** Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend. **3.** @@ -1563,17 +1563,17 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, ### Artikel 5.1 -**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.1, eerste lid, en 2.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. +**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.1, eerste lid, en 2.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. -**2.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.6, eerste lid, en 2.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. +**2.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.6, eerste lid, en 2.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. **3.** Artikel 9, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de statenleden ten behoeve waarvan gedeputeerde staten op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit één of meer collectieve verzekeringen hebben afgesloten. **4.** Artikel 8, derde lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing op de commissaris van de Koning die voor die datum is benoemd. -**5.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.1, eerste lid, en 3.4.1, eerste lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. +**5.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.1, eerste lid, en 3.4.1, eerste lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. -**6.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.6, derde lid, en 3.2.6, eerste en tweede lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. +**6.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.6, derde lid, en 3.2.6, eerste en tweede lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. **7.** Artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de raadsleden ten behoeve waarvan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden één of meer collectieve verzekeringen heeft afgesloten. @@ -1581,15 +1581,15 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, **9.** Artikel 14b van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de burgemeester aan wie voor die datum een aanvulling is toegekend als bedoeld in dat artikel 14b. -**10.** Ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 is ontslagen en vervolgens wordt benoemd in een andere gemeente, blijft artikel 14a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing in plaats van artikel 3.2.5 van dit besluit. +**10.** Ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 is ontslagen en vervolgens wordt benoemd in een andere gemeente, blijft artikel 14a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing in plaats van artikel 3.2.5 van dit besluit. -**11.** Ten aanzien van de burgemeester die voor 1 januari 2019 eervol is ontslagen of niet is herbenoemd en ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 eervol is ontslagen, blijft artikel 16, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing. +**11.** Ten aanzien van de burgemeester die voor 1 januari 2019 eervol is ontslagen of niet is herbenoemd en ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 eervol is ontslagen, blijft artikel 16, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing. **12.** Artikel 31, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing op de burgemeester die voor die datum is benoemd. -**13.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.1, eerste lid, en 4.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. +**13.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.1, eerste lid, en 4.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. -**14.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.6, eerste lid, en 4.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. +**14.** De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.6, eerste lid, en 4.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. ### Artikel 5.2 @@ -1599,9 +1599,9 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, **3.** Het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning wordt ingetrokken. -**4.** Het Besluit van 4 juli 1980 tot invoering van de mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te treden (Stb. 1980, 404), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 april 1983 (Stb. 1983, 262) wordt ingetrokken; +**4.** Het Besluit van 4 juli 1980 tot invoering van de mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te treden (Stb. 1980, 404), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 april 1983 (Stb. 1983, 262) wordt ingetrokken; -**5.** Besluit van 12 juli 1969 tot vaststelling van een regeling van een gratificatie bij ambtsjubilea van de Commissarissen der Koningin (Stb. 1969, 328) wordt ingetrokken; +**5.** Besluit van 12 juli 1969 tot vaststelling van een regeling van een gratificatie bij ambtsjubilea van de Commissarissen der Koningin (Stb. 1969, 328) wordt ingetrokken; **6.** Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden wordt ingetrokken. @@ -1615,11 +1615,11 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, ### Artikel 5.3 -**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. +**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. -**2.** In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2 en 4 en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, in werking met ingang van 28 maart 2019. +**2.** In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2 en 4 en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, in werking met ingang van 28 maart 2019. -**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, derde lid, 3.1.1, vierde lid, 3.1.6, derde lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde lid en 4.4.1, tweede lid, in werking met ingang van 1 januari 2020. +**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, derde lid, 3.1.1, vierde lid, 3.1.6, derde lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde lid en 4.4.1, tweede lid, in werking met ingang van 1 januari 2020. ### Artikel 5.4